UIT: Ravage #218 van 20 september 1996
Zingen voor de klassestrijd
De geschiedenis van arbeiderszangvereniging Morgenrood
,,Waar de strijd van de Arbeidersklasse opbloeit, is het lied een wapen. Dat lied ontstaat niet spontaan, het wordt gedragen door een vaste organisatie: het Arbeiderszangkoor. Dat inzicht heeft ons in staat gesteld om verder te gaan, kleiner misschien, maar als een harmonisch geheel.''
Bovenstaand citaat is afkomstig uit het boek 'Slechts de bozen zingen niet' van Lilian de Bruijn en Martin Hendriksma. In dit boek wordt de geschiedenis verteld van de van oorsprong communistische arbeiderszangvereniging Morgenrood. Om meteen met de deur in huis te vallen: het is werkelijk een schitterend boek, over een fenomeen, dat dreigt uit te sterven.
Wie vorig jaar de tentoonstelling De Rode Droom heeft bezocht kon af en toe vijftig-plussers zien, die weemoedig met hun voet meetikten en neurieden op teksten als "Wij stemmen Rood" of "Aan de Rode vlag". In een eerder nummer in dit blad heb ik volgens enkele lezers 'de vloer aangeveegd' met het communisme. Dit wordt een soort revanche, want het werk van arbeiderszangkoren als Morgenrood of De stem des Volks is mij zeer dierbaar.
Het was ook echt triest om op die tentoonstelling De Rode Droom rond te lopen, en deze ouderen nostalgisch te horen murmelen op deze oude socialistische en communistische strijdliederen. Het was alsof ze het niet meer hardop durfden zingen, en dat stemt droevig. Arbeiderszangvereniging Morgenrood mocht dan nauw aan de voormalige Communistische Partij Nederland (C.P.N.) zijn gelieerd, de relatie met de C.P.N. was er een van 'vrijheid in gebondenheid'. Nergens was officieel vastgelegd dat het koor de 'Partijlijn' diende te volgen. Dit werd heel manifest in de jaren zeventig, toen het koor zich van puur socialistisch/communistisch strijdkoor moest ontwikkelen tot 'actiekoor' met aandacht voor de homofiele medemens en de feministische 'Potvis'.
Het zal geen verbazing wekken dat hier vele 'arbeiders' afhaakten, en in hun plaats 'vrouwvriendelijke' softies hun intrede deden, die tijdens repetities ook nog doodleuk een rode trui zaten te breien. U begrijpt, zulke uitwassen waren de gemiddelde havenarbeider een gruwel. Vooral dit hoofdstuk "Intellectuelen in plaats van arbeiders" leest als een hilarische lachspiegel van de jaren zeventig. Inmiddels waren ook in de 'democratiseringsgolf' types uit de Pacifistisch-Socialistische Partij (P.S.P.) in Morgenrood geïnfiltreerd. Als dan in een lied de regel: "Moeten wij ten slotte om te kunnen slagen, jullie met geweld verslaan!" moest weerklinken, dan hielden alle P.S.P.'ers principieel hun mond. Ach, dat waren nog eens tijden....
Hier zette ook het verval in. De arbeiders maakten plaats voor 'kritiese' studenten, of nog erger: Welzijnswerkers. De oudere communisten haakten af omdat ze niet bestand waren tegen de oeverloze discussies over welke 'demonstratie' nou weer te moeten steunen, terwijl voor repetities afmeldingen binnenkwamen met smoezen als: ,,de P.S.P.-homogroep waar ik deel van uit maak ook op woensdagavond vergaderd''. Of een ijzersterke: ,,Ik zoek nu iets anders. Nieuwe dingen, maar ik weet niet precies wat.'' Kan het zeventiger, vraag ik mij nu meewarig af? De bedenker van deze smoes heet nu ongetwijfeld Swami Prem Devadip.
Slechts de bozen zingen niet is een prachtig uitgegeven tijdsdocument. Het bevat unieke foto's van demonstraties en manifestaties uit de periode 1946 tot 1996. Heel bijzonder zijn ook de bijlagen, met daarin het repertoire dat het koor in die verschillende tijdsspanne speelt. In de jaren vijftig dus heel veel titels als: "Moskou" , "Volkslied van de Sovjet-Unie" en "Russisch Partizanenlied" terwijl dat in de jaren zeventig is verworden tot "Van Agt eruit, de C.P.N. erin" , "Gastarbeiderslied" en "Bosatlas" (tekst: Herman van Veen!!!) Onze Herman mag dan razend populair in Duitsland zijn, en dikke maatjes met Prinses Irene, een 'Arbeiderszangkoor' dat zijn vage zelfgebreide new-age gekwezel op het repertoire brengt, is hard op weg naar een roemloze ondergang. (Opzij, opzij, opzij, wij zijn nu echt verschrikkelijk verdwaasd...!)
Dit alles neemt niet weg dat Lilian de Bruyn en Martin Hendriksma met enorm veel liefde en een zeer gedegen research tot een boek zijn gekomen, waar zij heel erg trots op mogen zijn. Het is met vaart en humor geschreven, en geeft vanuit het perspectief van een koor dat vooral 'strijdmuziek' wenst te maken een unieke invalshoek in de perikelen binnen de C.P.N. die uiteindelijk te de opheffing van die partij hebben geleid. De politieke koerswijzigingen, het meewerken aan demonstraties en 'solidariteitsacties' zonder specifiek communistisch stempel, het wordt met precies de juiste mengeling van weemoed en zelfspot beschreven. Nogmaals: een prachtboek.
Simon van Leeuwen
Lilian de Bruyn en Martin Hendriksma. Slechts de bozen zingen niet. Geschiedenis van het koor Morgenrood 1946 - 1996. Uitgegeven door het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG),ISBN 90.6861.115.1