Naar archief

UIT: Ravage #218 van 20 september 1996  

Koetsje komt zo... 

De afgelopen weken liepen op rollerblades. Net toen ik na twee weken warm draaien echt wilde beginnen met werken greep de eerste pseudo-griep epidemie om zich heen. Zoals zo velen onder het arbeidende deel der natie laat ik een dergelijke kans zelden aan mijn neus voorbij gaan. Ziekmelden en thuisblijven dus. Ik verheugde me al op een trip door het 'koffietijd leven', als het ware. 

Alle onderzoeken naar vrijetijdsbeleving ten spijt verkoos mijn partner echter te blijven werken. En zoals dat vaker gaat met vervelende virussen werd ik via deze omweg toch besmet. En verdomd als het niet waar is, na een paar dagen tevreden rondlummelen voelde ik me als een teruggeroepen ambassadeur: te zwak om 'em overeind te krijgen als het volkslied wordt gespeeld. Wat bleekjes om de neus, met dekentje over de benen en cognacje binnen handbereik werd het zo nu en dan zelfs oranje voor mijn ogen. Van dat opdringerige 'house' oranje, weetjewel. Het was geen pretje.

Blijkbaar moet bij een fikse griep eerst door zo'n stadium heen. Want naarmate de koorts steeg nam mijn bereidheid tot innerlijke bewustwording en persoonlijke verandering aanzienlijk toe. Het oranje maakte plaats voor rood en tenslotte voor paars. Het zweet parelde van mijn voorhoofd en de ramen besloegen. Ondanks de merkbaar verhoogde C02 uitstoot kroop ik - zoals zoveel revolutionairen - verder weg onder mijn spiritualistische dekentje. 'Mmmm lekker, een eigen broeikastje': dacht ik nog. Toen de thermometer dik over de 40 stond stegen er vlammen ten hemel en leek de revolutie aanstaande, de deken hing als het kleed van Ghandi om mijn magere leden.  

"Schat, voel je je wel goed?" zei mijn vrouw toen ze mij zittend op de grond Hans van Wilgenburg aanbiddend aantrof. Ja hoor, ik heb net Irak bestookt met kruisraketten en in Zwitserland heb ik met het oog op de door mij in te stellen wereldregering enkele tonnen goud opgeslagen! "Ga jij eens gauw in bed liggen", antwoordde ze streng. "En blijf voortaan van de cognac af". Daar kon ik het mee doen... 

Na een paar dagen liggen zakte de koorts en voelde ik me weer zo fris als een wild zwijn in een kroondomein. Mijn koffertje met de miljard werklozen nota lag binnen handbereik en uit mijn achterzak bungelden enkele algemene beschouwingen, helemaal klaar voor de rituele rondedans in huize 'lieg of ik schiet'. 

De volgende morgen begaf ik mij naar mijn werkplek. In de tram kreeg ik het nog even te kwaad. Op Het Lange Voorhout ontwaarde ik twee vrolijk wuivende Twenten in een vergulde karos die luidkeels 'koetsje komt zo' zongen. Ik schudde mijn hoofd een paar keer en verdween in de met vlaggetjes zwaaiende massa... 

Marinus

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996