Naar archief

UIT: Ravage #217 van 6 september 1996  

Uitspraak inzake innu-klacht 

De Nationale Ombudsman heeft de groep die zich had beklaagd over het onrechtmatige vooroverleg dat door de officier van justitie met de rechter werd gehouden voorafgaand aan het Innu-proces op 24 januari jl in Den Bosch in het gelijk gesteld. De eis tot schadevergoeding werd echter afgewezen. 

Het proces in Den Bosch ging over de symbolische bezetting van luchtmachtbasis Volkel op Columbusdag (12 oktober 1992 - de 500- jarige herdenking van de ontdekking van Amerika). Voorafgaande aan het proces was door de advocaten van de beklaagden gecorrespondeerd met de officier van justitie en de rechtbank over de wijze waarop de verdachten tijdens het proces aandacht wilden vragen voor de reden van hun bezettingsactie, namelijk het laagvliegen van de Nederlandse luchtmacht boven het Innu-jachtgebied in Canada.  

Penote Michel, de Innu-Indiaan die het initiatief voor de bezetting had genomen, zou uit Canada overkomen om te getuigen. Daarnaast zou een video film Hoe Kun je de lucht bezitten? over de gevolgen van het laagvliegen en de bezettingsactie op het proces worden getoond. 

In weerwil van de gevoerde correspondentie ging de officier van justitie tijdens de zitting een andere procedurele koers varen. Hij bepleitte zijn eigen niet ontvankelijkheid vanwege het feit dat de zaak veel te lang had geduurd. Deze vrij unieke procedurele move van de officier van justitie wekte wrevel bij de gedaagden en hun advocaten, met name omdat de officier van justitie volstrekt had nagelaten om voorafgaand aan het proces, de gedaagden, of in elk geval de advocaten, omtrent deze volledige procedurele wijziging te informeren.  

Nu is de officier van justitie daartoe niet verplicht, zoals de Nationale Ombudsman terecht opmerkte. In casu is echter gebleken dat de officier van justitie wel, enige dagen voorafgaand aan de zitting, in strijd met de daarvoor geldende regelgeving, overleg had gevoerd met de politierechter. Als de officier van justitie correct had gehandeld, dan zou hij niet alleen de rechter benaderd hebben, doch tevens minimaal de advocaten. Deze zouden dan nooit Penote Michel helemaal uit Canada hebben laten overkomen en evenmin zou men de filmploeg met hun video hebben ontboden. Daaraan zijn immers veel kosten verbonden. 

Hoewel de Ombudsman in zijn eindrapport van 21 augustus de klagers (de verdachten die terecht moesten staan, de Innu-Indianen, en de getuige-deskundige van de Stichting Innu Steungroep) in het gelijk stelt, vindt hij niet dat deze kosten vergoed hoeven te worden, omdat deze niet direct verband houden met de handelwijze van de OvJ. De klagers blijven fan mening dat de schade wel degelijk moet worden vergoed. Momenteel is de eis tot schadevergoeding nog in behandeling bij het ministerie van Justitie.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996