Naar archief

UIT: Ravage #217 van 6 september 1996  

Poëzie van de opgebroken straat 

Informatie, poëzie, jungle. Van het kersverse, links-onafhankelijke info- en cultuurwinkel Tegenstroom naar dichtersfestijn 'Leuven per vers' naar een swingende meute is een kleine stap, je moet alleen af en toe een opgebroken straat over. Sfeerverslag van een vrije dag in hartje België. 

Vrijdagmiddag 30 augustus, 15:30 uur. We tuffen de grens tussen België en Nederland over. 'Action painter' Jan Maarten Luursema neemt de schetsen door die hij straks bij de voordracht van Cor Gout op grote platen gaat krijten. Krijtjes op schoot, een groene, lichtgevende vijfpuntige ster (ook al van Bart Smit) aan de ringvinger. Mijn oog scheert over de weilanden en dorpjes, en onwillekeurig denk ik bij het zien van de verlaten schoorstenen aan seriekinderverkrachters. 

Om 17 uur manoeuvreren we de 'auwtovriendelijke' binnenstad van Leuven binnen. Bij een opgebroken straat komen we tot stilstand. Regendruppels. Nog meer regendruppels. Zaal De Blauwe Kater ligt om de hoek. Enkele medewerkers brengen geluid en licht in orde. Ik vraag de weg naar infocafé Clockwork. 

Informatie 

"Tegenstroom wil een knooppunt vormen; het is ontstaan uit verschillende initiatieven", leggen Stijn en Fille van de informatie- en cultuurwinkel uit, nauwelijks boven Black Flag uitkomend. Ze zijn aangeschoven nadat ik een stapel Ravages, Outcasten, dichtbundels, brochures, flyers en ander leesvoer op een tafeltje recht tegenover de bar heb uitgestald. 

Een greep uit het aanbod in het piepkleine, gezellige café: Assata uit Nijmegen, Atalanta uit Utrecht, Zwart en Rood uit Gent. Ook het kindmoedertje van uitgeverij Black Adder, met onder meer Green Anarchist in de stal. Bij haar scoorde ik in april voor slechts 30 Belgische franc een licht beduimeld exemplaar van het Unabomber-manifest Industrial Society and its Future, de vertaling is net verschenen bij uitgeverij Ravijn. Voor een gulden vijftig kan de wereld opgeblazen. 

Fille: "Verschillende progressieve groepen en individuen waren al bezig met informatie-verspreiding, met Tegenstroom hebben we deze gebundeld. Er is grote behoefte aan goede verspreidingspunten in België, iedereen werkt langs elkaar heen. We zijn nauw verwant aan het Centre Libertaire in Brussel, en de infotheek in Gent." 

Augustus jongstleden heeft Tegenstroom haar deuren geopend, de ruimte In de Parkstraat 14 is nog in verbouwing. "We gaan ook boeken uitgeven en bijvoorbeeld concerten organiseren. Nee, niet alleen punk, ook wereldmuziek. We zouden graag zien dat er verbanden tussen verschillende steden worden ontwikkeld. Er moeten plaatsen zijn waar iedereen terecht kan voor informatie die hier niet voor het oprapen ligt", aldus Fille.  

Met die 'andere informatie' wordt gedoeld op vormen van verzet tegen allerlei 'mispraktijken'. "Bij de ene vereniging krijg je te horen dat we in een vrije samenleving leven, een ander zegt dat hij/zij onderdrukt wordt", lees ik in de folder van Tegenstroom. "Racisme is bij de wet verboden en toch zijn er concentratiekampen voor vluchtelingen. Het milieu moet gered worden, maar grote bedrijven en de overheid zelf, lijken daar meer dan eens boven te staan. Vrouwen, homo's en lesbiennes worden nog steeds gediscrimineerd. Dieren blijven enkel een product in dienst van de mens. De zogenaamde 'derde' wereld blijft een kolonie van het rijke westen waar alles kan en mag. [...] Wat cultuur is, hangt in grote mate af van commercie en van het subsidiebeleid van het ministerie van cultuur."  

Een uur of zeven, nog steeds in café Clockwork. Ik heb twee exemplaren van het Unabomber-manifest verkocht, en praat met twee Leuvenaren over punkmuziek. Een jongen biedt me een paar courgettes aan die hij over heeft. Uit de speakers klinkt Metallica. Aan de muur een grijnslachende poster van de film A Clockwork Orange. Om een uur of acht wissel ik een stapel tijdschriften uit met de mensen van Tegenstroom, en daal af naar de poëzie-kelder. 

Tombola 

Kurt Magerman is dichter & medewerker van De Nar uit Brussel. Hij neemt plaats achter het tafeltje op het podium, en klooit wat met zijn stapel gedichten en verhalen. Ik plaats m'n cassettedeck voor zijn neus, "en hard applaudisseren, want dit is voor de radio". Magerman heelt geen microfoon nodig. Niet dat hij luid voordraagt, maar het keldertje is intiem genoeg. Zijn zowel sombere als humoristische teksten staan als een huis.  

Bijvoorbeeld over de eenzaamheid van een alleenstaande oudere man. Diens leven kent een vast patroon. Als op een zaterdag een meisje met zegels van de tombola aanbelt (hiermee zijn patroon doorbrekend), stort zijn leven in en treft men hem twee dagen later hangend in een strop aan. Al dan niet gewild herinnert de dichter met dit verhaal aan het fenomeen van 'het Beest' dat het Belgische volk al weken in een wurggreep houdt. Magerman is een innemende, boeiende voordrachtskunstenaar, wiens werk het verdient zo gauw mogelijk gebundeld te worden.  

Regendruppels. Opgebroken straat. Met mijn nu al iets minder zware infotassen spoed ik me naar De Blauwe Kater. Daar is het al aardig volgelopen. Bart Droog, frontman van de Dichters uit Epibreren (Groningen) legt sarcastisch de vinger op de zere plek van Dutroux, en de zaal is hem er dankbaar voor. 

21:30 uur. Poëzie-festival 'Leuven per vers' van vereniging zonder winstoogmerk Los Buenos is in volle gang. In cultuurcafé Wentelsteen aan de Vismarkt een literaire interland België-Nederland, het Leuvense Mengmettaal contra een team van stichting Raamwerk uit Eindhoven. In café Amedee verhaalt Bob van Laerhoven van verre reizen. Elvis Peeters & De Legende geven een poëzie- concert in café Libertad.  

Schrijver dezes nuttigt tussen de soep en de aardappelen door een patatje tartaar in een sobere frituur. Wie Van de Drie met open volume op de TV. Een zwijgzame frietboer. De deur naar de buitenwereld staat open, poëzie-mijdend Leuven (veelal twee aan twee) slentert voorbij over de natte kasseien. 

Middenin de opgebroken straat is een vogelverschrikster neergezet. De Blauwe Kater dampt. Actrice Inge Lernout, in stemmig zwart, kluistert de 150 aanwezigen aan haar voordracht op gedichten van de Leuvense Saskia de Goster. Na afloop geef ik een paar van mijn dichtbundels weg aan een vrouw die zegt op zoek te zijn naar 'boze gedichten tegen de maatschappij'. 

Dan verduistert het podium. De als enfant terrible aangekondigde Didi de Paris stapt op de bühne. Een mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd verlicht de papieren in zijn hand. De Paris rapt en zapt zijn woorden, die soms wel erg veel naar rijmelarijen neigen. Hier en daar duikt iets fraais op als: "...en toch/fluistert elke steen/van deze stad/jouw naam/mijn lieve schat." Bart Droog en zijn bende staan te genieten op het balkon. 

Action painting 

Al even aandachtig blijft het publiek, dat deels op de vloer zit, bij de vertellingen van Gor Gout. Rustig lezend, af en toe druk gebarend, terwijl Jan Maarten Luursema het krijt over twee groene borden laat gaan. Terwijl je Gor's woorden volgt, komen en gaan de beelden van Jan Maarten. Vijf, tien minuten zie je bijvoorbeeld een hoofd met takken als ledematen, dan weer een paar cirkels op schouders. Action painting en poëzie, een vruchtbare combinatie. Ik schiet foto na foto, over menig geduldige Leuvense kuit heenstappend.  

Peter Verhelst. Bomberjack, stalen neuzen. Zijn voordracht begint met een filmpje, waarin een in lederdracht gehulde zangeres met ontblote borsten enkele nazi-officieren behaagt met haar stem. "Ik lees maar één gedicht voor, helaas voor u is het tien bladzijden lang." De poëzie van Verhelst is even ongrijpbaar als fascinerend. Eén regel rijst boven de ongrijpbaarheid uit: "Je neukte haar en met haar is de droom van een duizendjariq rijk". Uitgelezen, loopt Verhelst doodgemoedereerd terug naar het groepje vrienden nabij de bar, terwijl het publiek een klaterval aan applaus laat neerdalen.  

De aangekondigde Hermine Landvreugd laat verstek gaan, en "vertegenwoordiger nummer 1 van Jong Vlaanderen" Paul Mennes sluit de avond af, met van brusselmanshumor doorspekte verhalen uit zijn nieuwe boek Soap. De dj, die de ruimtes tussen de acts al goed opvulde, brandt daarna ogenblikkelijk los met techno, triphop en andere jungle-klanken. In mum van tijd komen de beentjes in beweging. Drank blijft stromen, evenals de gesprekken. In de dead of night aanvaarden we de terugtocht naar Den Haag. 

Post-scriptum. Den Haag Centraal, 04:15 uur. Poëzie van het opgebroken leven. Een zwerfster toont me haar vervuilde handen ("die kankerlijers lieten ze me niet eens wassen"). Nee, ik heb geen vloeitjes voor haar. Ook geen vuur voor haar 'vriend' die even later aanschuift. 04:29: een dronken jongen, snijwonden aan de slapen, valt zowat uit de trein. Dodelijke blik van een meisje, met boek, alleen. Ik kijk de andere kant op, uit het raam, de vaag verlichte duisternis in. 

Marc Hurkmans

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996