Naar archief

UIT: Ravage #217 van 6 september 1996  

Neonazi-leider toont berouw 

Als de memoires van een beruchte neonazi al op de boekomslag worden aanbevolen door niemand minder dan nazijager Simon Wiesenthal himself, dan kan je er zeker van zijn dat het een bijzonder boek is. Het betreft het levensverhaal van een 28-jarige neonazi, Ingo Hasselbach, die daadwerkelijk asielzoekers in brand heeft gestoken, openlijk racisme en antisemitisme heeft gepredikt, en terreuraanslagen tegen zogenaamde 'antifascisten' heeft gepleegd. 

"Er zijn vele goede redenen om dit boek te lezen", aldus Wiesenthal. "Misschien bent U geïnteresseerd in de hiërarchie en de structuren binnen de jongste lichting Duitse neonazi's. Of wellicht wilt U uit eerste hand weten wat hun motieven en drijfveren zijn Ingo Hasselbach beschrijft openlijk de factoren die tot zijn fanatisme hebben geleid. Hij portretteert zijn 'kameraden', beschrijft de dagelijkse activiteiten van een neonazi, de trainingskampen, de indoctrinatie, en - al even openlijk - zijn groeiende twijfel aan die ideologie, die uiteindelijk zal leiden tot zijn keuze om de nazibeweging de rug toe te keren. Hij laat zien welke enorme aantrekkingskracht de neonazibeweging ook heden ten dage kan hebben voor jongeren, maar ook de gevaren ervan. 

Alleen al om die reden is dit boek aanbevolen lectuur. Het verhaal van Ingo Hasselbach is dan ook niet niks. Onze kleine Führer-in-spe groeide op in de Erich Honecker's Arbeiders- en Boerenrepubliek als zoon van een fanatiek communist. Hij werd in die ideologie geïndoctrineerd bij de Oost-Duitse jongerenbond der Communisten, met Communistisch sarcasme der Freie Deutsche Jugend (FDJ) geheten. Zeg maar de DDR-variant op de Hitler-jugend. Hier leerde Hasselbach de communistische ideologie pas goed haten en kwam in verzet tegen de 'politiek-correcte'-lulkoek die de Staat hem voorhield. 

In 1987 werd hij opgepakt bij een demonstratie, waar hij de leus "De muur moet Weg!" had geroepen. In de Oost-Duitse 'Volksgevangenis' ontmoet Ingo voormalige Gestapo-leiders. Het is een cliché van de bovenste plank dat men zelden 'beter' uit de bajes komt. In Ingo's geval ging een compleet nieuwe wereld voor hem open: daar zat hij in een treurig 'recreatiezaaltje' temidden van wat stramme oudjes, die mooie verhalen konden vertellen over Bloed en Boden en Eer en Trouw. Onze Ingo kon er maar niet genoeg van krijgen. "Toe Opa, vertel nog eens een mooi verhaal uit de oude doos??" Opa: "Nou, we zaten toen in een Bierkeller in München, en Adolf zei..." Maak het verhaal verder zelf af, en kleur de plaatjes. 

Hasselbach leerde in de 'Volksgevangenis' van de DDR aldus de basisprincipes van het Nazisme, en hier werd de kiem gelegd voor een ideologie van haat, die uiteindelijk zou resulteren in het in brand steken van opvangcentra voor asielzoekers in Mölln, Halle en andere 'speerpunten'. Ter recreatie werd af en toe een Turk of neger met honkbalknuppels aan gort geslagen, ontspanning müss sein tenslotte.... 

Wat vooral opvalt bij lezing van FuehrerEx is dat de beruchte Gary Lauck uit Lincoln, Nebraska in de Verenigde Staten werkelijk dé voorman is van de nieuwe neonazi's. Al het standaard-drukwerk komt bij hen vandaan, de nieuwe NSDAP/AO, waarbij dat 'AO' staat voor 'American Organisation'. Amerika, land van de onbegrensde mogelijkheden, home of Free Enterprise. Nou, dat zullen wij weten ook. 

Dat er sinds '33-'45 en de Nacht van de Lange Messen (toen Röhm's halve SA werd uitgemoord!) ook nauwelijks iets is veranderd aan de privé-uitspattingen in neonazi-kring stemt verheugend. Herenliefde, keiharde SM, 'concentratiekamp-spelletjes' met seksuele ondertoon, de hele santenkraam van liederlijkheid knalt van de pagina's af. Eerst gezellig met zijn allen naar Jud Suss kijken, daarna een reep chocolade tegen je pik aan laten smelten, waarna de 'slaaf van de dag' afijn... U begrijpt het al. "Sommige dingen veranderen nooit", zoals een bierbrouwer dat zo fijntjes in zijn reclame laat weten. 

Straatoorlog 

Wat wél veranderde was de politieke situatie in de DDR met de val van de Muur in november '89. 'Politieke' gevangen werden meteen vrijgelaten, dus was ook onze Ingo weer een vrij man. De verhalen die hij van zijn Alte Kameraden im Knast had gehoord, kon hij in de situatie na die Wende vrijelijk op straat propageren. Ook kreeg hij meteen aansluiting bij de scene van neonazi's, die in de chaos en verwarring na de val van de Muur zich steeds openlijker op straat ging manifesteren. Een groot Duitschland, Polen er meteen weer bij, terug naar de 'Oder-Neisse' grenzen, etc. 

Om de zaak nog wat verwarrender te maken, liepen na de val van de Muur de subculturen van anarchisten, escapistische 'techno-housers' (de zgn. Tresorscene, a-politieke, extasy-slikkende feestgangers) en de neonazi's waar Hasselbach uit voortgekomen is, in het begin door elkaar heen. Alles wat er in de verwarring en machtsvacuüm te kraken viel in voormalig Oost-Berlijn en steden als Leipzig, Cottbus en Dresden werd dan ook gekraakt. Ingo en zijn neonazi's vormden hierop geen uitzondering. Net als de 'Tresor'-groep die in een gigantische voormalig fabriekshal werd gevestigd, kraakten Ingo's enge bomberjekjes een groot pand in de Berlijnse Weitlingstrasse, dat al gauw het hoofdkwartier werd van hun 'Nationale Alternative'. Een paar straten verderop zaten de antifa's in de Kreuziger Strasse, ook wel bekend als de Autonomen. 

Terwijl de eerste Marlboro Country en Pepsi-Cola reclames de ronkende DDR-slogans over de toegenomen tractor-productie te Rostock begonnen te vervangen, brak een leuzenoorlog uit tussen 'anarcho's' en nazi's. "Anarchistische Zone: alleen hardcore, nazi's de dood!" of de Edelweiss-Piraten, die het oude zeeroverslogo van schedel met gekruiste botten als vlag en symbool gebruiken: Ingo en zijn bende reageerden hierop met de leuze "Horst Wessel leeft!" en wat swastika's en runentekens. Horst Wessel was een Nazi-Sturmabteiluengs (SA) man, die in 1932 door een communist werd vermoord. Een 'martelaar' dus in Nazi-kring. Er schijnt een heel populair liedje over de man te zijn geschreven, dat je vrolijk mee kunt fluiten tijdens het marcheren. 

Maar het bleef niet beperkt tot een leuzenoorlog. Handgranaten waren volop verkrijgbaar in het Berlijn van 1990. Een stuk makkelijker en effectiever dan molli's, en zo goedkoop ook. Nadat bekend werd gemaakt dat de Russische troepen zich terug gingen trekken uit hun kazernes kon je ze ruilen voor twee flessen vodka of een paar sloffen westerse sigaretten. Het werd fijn 'straatoorlogje' waarin men elkaars auto's opblies. Slagpin eruit, onder de benzinetank rollen, gauw een veilig heenkomen zoeken, en dan maar genieten van de knal, de fik, en het verdriet van de arme, uitkeringsgerechtigde autobezitter wiens voertuig, die niet zelden gebruikt werd door popbands etc., geheel uitbrandde. 

Terreuroverval 

Een bijzonder gruwelijk hoofdstuk vormt in dit verband een overval die Ingo en de zijnen pleegden op het bolwerk van de Autonomen in de Kreuziger Strasse. Natuurlijk hadden de anarcho's een soort alarmsysteem, maar in dit geval wisten Hasselbach en de zijnen dat er die avond een groot feest plaatsvond. In de vroege ochtenduren zouden ze toeslaan, met honkbalknuppels, traangasgranaten, noodflitssignaal-vuurwerk (om te verblinden en paniek te zaaien) en zwarte kappen over het hoofd. Van tevoren hadden ze afgesproken dat niemand van hun groep een woord zou uitspreken. Dit om het terreureffect te vergroten. Omdat die Oost-Duitse woonkazernes veel op elkaar lijken, wisten zij heel goed waar en wanneer toe te slaan.  

Met satanisch genoegen beschrijft Hasselbach de aanblik van al die wezenloos stonede en (slaap-)dronken arnarcho's, die om halfvijf 's ochtends worden overvallen. Sommigen dachten werkelijk dat zij gedood zouden worden, en deden het in hun broek van angst. Wie schreeuwde of lawaai maakte werd met honkbalknuppels een paar ribben gebroken. Een goeie klap ter hoogte van de longen doet ze meestal naar adem snakken, merkt hij fijntjes op. Vervolgens werden alle Anarcho's in een grote kamer opgesloten, terwijl Ingo's 'adjudant' Bendix met honkbalknuppel door de kamer liep, alsof hij een SS-commandant op inspectietocht was. Afgrijselijk, zoals dit beschreven wordt. En inderdaad, alle dertig neonazi's hielden zich nauwgezet aan Fuehrer Hasselbach's instructie:

Kein Wort! 

Mensen werden als vee met honkbalknuppels voor zich uit geduwd en geslagen, door zwartgekapte nazi's. Hysterische vrouwen werden in de buik schopt, dit was ook heel effectief bij deze Sauen. Alle anarchistische paperassen, bladen, materiaal werd in meegebrachte zakken geladen, vervolgens werd al het interieur kort en klein geslagen, waarna een paar traangasgranaten in die kamer werd geworpen. De ramen waren al gebarricadeerd, dus weinig frisse lucht: "Ik weet zeker dat Bendix aan een ander soort gas dacht, terwijl hij die bende krijsende anarchisten in die afgesloten kamer achterliet", aldus de auteur.  

Daarna was het groot 'victorie-feest' in het nazipand in de Weitlingstrasse. Hasselbach en zijn 'stormtroepen' moesten niets hebben van naziskinbands als Storkraft of Bosen Onkelz. Nee, in deze kringen ging men voor het 'echte' werk, mars- en 'volksliederen dus. Terwijl de biertjes rondgingen pakte Gottfried Küssel zijn gitaar, en werden 'originele naziliederen' gezongen, totdat men zich een voor een terugtrok om moe maar voldaan te gaan slapen. Groot was de vreugde, toen de volgende dag in de kranten te lezen viel, dat een van die Anarchistischer Sauen door het traangas blind was geworden. De lezer zal mij vergeven dat ik niet in detail treed over hoe dit soort aanvallen op asielzoekerscentra's etc. in minstens even jubelende woorden beschreven wordt. 

Nationale Alternative 

Dat Ingo en zijn bende als partijnaam voor 'Nationale Alternative' kozen was niet toevallig. Zelfs het woord alternatief was in dit verband voor hen niet veilig. Als je niet veel van politiek afweet is het ook moeilijk uit te leggen wat het precieze verschil is tussen GroenLinks en De Groenen. Hasselbach had dit heel goed door. Met zijn hoogblonde Arische uiterlijk en een uitzonderlijke intelligentie, speelde hij gretig op deze periode van verwarring in. 

Zo ook zijn keuze om te kraken. Als die Linken het doen, waarom wij niet, dacht onze pragmaticus. Ingo was ook niet zo stom om zijn groep nationaal-socialistisch te noemen. Nationale Alternative klonk lekker neutraal en vrijblijvend, en die extasy-slikkende housers, die in Berlijn rijk vertegenwoordigd zijn, was het scheiss egal wat men politiek voorstond. Als die 'parasiterende' Vietnamezen en Afrikanen maar uit het straatbeeld verdwenen, want dat was toch maar een erfenis van de DDR-dictatuur. 

Een van de hoogtepunten voor Ingo was dat meteen na de kraak van de Weitlingerstrasse de Westduitse neonazileider Micheal Kühnen (inmiddels aan AIDS overleden) op bezoek kwam. Hassel bach: "De aankomst van Kühnen's wagen was als de aankomst van de Nazi- bibliotheek. Zoals eerder vermeld, het meeste van Kühnen's materiaal was weer afkomstig uit Lincoln, Nebraska, waar Gary Lauck's NSDAP/AO de hele Nazi-lectuur heruitgegeven heeft. Rassenleer, encyclopedieën van het Derde Rijk, alles kwam uit Kühnens Ford-busje. 

Die austere Führer werd Kühnen genoemd. Via hem kwamen Oostenrijkse 'kameraden' als Gottfried Küssel en Günther Reinthaler. Beide Oostenrijkers waren schatrijk (Küssel was een Weense rentenier, die maandelijks in zijn zwarte BMW naar Wenen reed om te kijken of zijn huurders allemaal op tijd hadden betaald, en zoefde daarna direct terug naar Berlijn) en waren van mening dat Berlijn nog steeds de hoofdstad van het Duitse Rijk was, waar Oostenrijk 'historisch' deel van uitmaakte. Als Hasselbach een keer mee mag naar zijn luxe appartement in het sjieke 17e 'bezirk' van Wenen, ziet hij tot zijn ontzetting en verbazing dat Küssel in alle toiletpotten van zijn huis een david- ster heeft laten aanbrengen. 

Twijfel 

Het zijn juist dit soort perversiteiten die Hasselbach uiteindelijk aan het twijfelen brengen, alsmede de argeloosheid waarmee Küssel spreekt over de vorming van het 'Vierde Rijk'. Voor Hasselbach werd meer en meer duidelijk dat hier een aartsdecadente, Oostenrijkse yuppie aan het woord was, die van zijn levensdagen niet wist wat 'werken' was. Laat staan dat hij enig benul had hoe zijn 'huurders' moesten sappelen om hem in deze weelde te doen baden.  

Voor iemand die met de grauwe armoede van het DDR-socialisme was opgegroeid was het zonneklaar dat deze man in een volkomen krankzinnige fantasiewereld leefde. Küssel had visioenen van een 'schaduwkabinet' waarin Hasselbach minister van Financiën zou worden, en de Oostenrijkse griezel Arnulf Priem (de grootste gek uit dit hele boek!) de plaats van de door hem zo bewonderde Heinrich Himmler mocht innemen. Hasselbach twijfelde er niet aan dat Priem daadwerkelijk in staat zou zijn om Himmler in sadisme en pure wreedheid te kunnen overtreffen.  

Voor meneer Hasselbach lijkt nu de cirkel rond. Oog in oog met de luxe en decadentie van zijn Weense gastheren denkt hij terug aan zijn 'socialistische' opvoeding, en plots gaat in zijn bovenkamer een lichtje branden: "Hier klopt iets niet?!" Zo ook bij de aanslag in Molln, die aan enkele Turkse vrouwen het leven kostte. Meneer Hasselbach had er niet aan meegedaan, en oh-oh-oh, wat vond hij dit toch erg, dat dit dodelijk moest aflopen. Gemakshalve gaat hij er wel aan voorbij, dat hij met zijn pamfletten en 'führer-gedrag' indirect meer dan ooit zelf verantwoordelijk was voor het klimaat van haat, waarin deze laffe aanslag plaats kon vinden. In feite werd deze aanslag uitgevoerd door het naziskin-voetvolk, waar Hasselbach zo'n minachting voor heeft. "Ich habe es nicht gewusst" gaat hier niet op, 'Hier klopt iets niet' des de meer. 

Precies hetzelfde idee overvalt mij bij lezing van dit boek. Het is zeker goed geschreven, mede dankzij co-auteur en journalist Tom Reiss. Reiss heeft ervoor gezorgd dat Hasselbach's verhaal 'sec' werd opgetekend, en dat hij niet kon vervallen in herhalingen als "het is natuurlijk verschrikkelijk wat ik heb gedaan, maar...". Vooral hierom leest dit boek als een trein. 

Waar ik een beetje een vieze smaak van in mijn mond krijg is het vormingswerkerstoontje waarop Ome Hasselbach ons na zijn 'bekering' toespreekt. "Neem maar van mij aan, jongens en meisjes, dat het neonazisme een groot gevaar is. Kijk eens hoe goed wij georganiseerd zijn, wat voor een discipline wij hebben (Hasselbach cs. haten daarom ook naziskins, dat was in hun ogen dom, proletarisch tuig, goed voor het vuile werk, maar meer ook niet!) en hoeveel internationale contacten wij hebben." Zo ken ik er nog wel een paar. Wat blijft is dat deze Ingo Hasselbach werkelijk de meest beestachtige dingen heeft uitgehaald, en het wil er bij mij niet in dat je ruim vijf jaar mensen molesteren, (joodse) graven schenden, asielzoekerscentra af laten branden etc. even goed kunt maken met een boek, waarin je spijt betuigt. "Sorry, Turken die ik aan gort heb gemept, Foutje, bedankt!" 

Ondergedoken 

Ingo zit inmiddels ondergedoken in Amerika, daar zijn vroegere 'kameraden' enige aanslagen op hem hebben gepleegd. Onder andere met een bom aan zijn lieve moedertje gericht, met de kracht om vier verdiepingen van haar woonblok weg te blazen. Deze bom ging echter niet af, daar de 'kameraden' een draadje zo knullig hadden gemonteerd, dat de ontstekingsbatterijen in de post al leegliepen.

In zijn Berlijn was hij zijn leven niet meer zeker. Ik heb echter geen enkel medelijden met dit monster, en ik gun hem elk moment van de paranoia waarmee hij nu moet leven.  

Zelfs wanneer hij zich voor zijn boek verantwoord met de woorden: "Ik heb nu maar een doel, tegen de neonazi's en hun zaak te strijden. Met als eerste stap het schrijven van dit boek, om iedereen te vertellen hoe ik een van hen kon worden, en hoe ik anderen tot 'een van hen' heb gemaakt. Ik heb het riool van het Derde Rijk gezien, dat nog steeds onder de 'saubere' straten van het moderne Duitsland doorloopt. Ik ben uit dat riool geklommen, en ik vertel jullie nu hoe het daar was." Riolen hebben zich ook altijd op mijn bijzondere belangstelling kunnen verheugen, evenals metrobuizen en andere krochten van de samenleving. Met een goede zaklantaarn zal ik er graag in rondneuzen, wie weet wat je er zoal tegenkomt. Een 'beroepsdeformatie' heet dat. 

Hoe het 'buizenstelsel' van dit riool werkt is eerder in dit blad besproken met Zwarte Horizonten van Jos vanderVelpen, over het 'fatsoenlijke' gezicht van wat zich extreemrechts noemt. Politici die democratisch namens Front National dan wel Republikäner zijn gekozen dus. Vergeleken met deze types is Ingo Hasselbach niet meer dan een rioolwerker van de gemeentereinigingsdienst, die een boekje opendoet over de stank en de onprettige arbeidsomstandigheden daar beneden.  

Stront stinkt, dat weten wij Ingo. De eerbiedwaardige grijsaard Simon Wiesenthal wordt op zijn oude dag steeds milder. Dat siert hem, maar ik kan die mildheid nog niet opbrengen. Wie van realistische 'horror' houdt, of per se over de schouder van een echte neonazi mee wil kijken hoe zij in de alledaagse praktijk werken, denken en doen, Fuehrer-Ex is zonder meer een schitterend geschreven getuigenis uit de eerste hand. Als 'apologie' is het echter volstrekt onaanvaardbaar.  

Simon van Leeuwen 

Inga Hasselbach, Fuehrer-Ex, memoires of a farmer neo-nazi Importeur: Nilsson & . Lamm, ISBN: 0 ·7011 6536 7

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996