Naar archief

UIT: Ravage #215/216 van 9 augustus 1996 [thema: Auwtomobiliteit]  

De auto 

Ze is niet meer, mijn in de Pijp zo bekende, multikleurige, door Dadara en Doran beschilderde 2CV-special 1984. Mijn eerste auto, met haar truttige bijnaampje wat ik op deze pagina niet uit de doeken doe. Ze is gerecycled, althans, voor 80 procent. Zelfs het plastic uit haar zittingen schijnt nog weer te kunnen worden gebruikt. 

"Waarvoor dan?" wilde ik, argwanend als altijd, weten. "Voor tuinmeubelen enzo, hè", was het antwoord. Is het u wel eens opgevallen dat elke keer als u wilt weten tot wát iets gerecycled wordt, het standaard antwoord altijd 'tuinmeubelen' is? Van oude plastic flessen tot dakdekkerstarpauline, van boterhamzakje tot... ja, autointerieur, alles wordt vermalen en hergoten tot 'tuinmeubelen'. Hoeveel tuinmeubelen worden er in jezusnaam gemaakt en verkocht? Een schimmige zaak, maar ik heb mijn best gedaan. 

Mijn auto is gesloopt, omdat zij zonder enorme financiële injectie niet meer door de APK zou komen. Echt niet, dit keer, ook niet bij de matsende garage. Franse autoslopen bleken ook geen uitkomst meer. Ook al reed zij nog, zij het hortend, stotend, puffend en kreunend, zij reed op Super, gewone super, geen loodvrij en een katalysator valt op 'n eend niet aan te brengen. De enige milieustap die er nog te nemen viel, behalve de uiteindelijke, was ombouwen voor LPG, maar met haar kwetsbare exterieurtje was dat niet zo'n best idee. Je gaat ook niet met een fles nitroglycerine in een winkelkarretje door de stad rennen. Weg moest ze dus. En daarmee heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen. 

Wat meer is dan ik van sommige mensen kan zeggen. De politiek-correcte alternatieve wereld, om het zo maar uit te drukken, kent twee grote hiaten in haar eigen gedrag ten opzichte van haar meningen. Roken en Auto's. 

Denk aan een zooi Amerikaanse en een paar Nederlandse multinationals die al sinds het begin van hun bestaan hun arbeiders in plaats van een foodcrop onderbetaald een gewas laten produceren dat het land verpest, henzelf verpest, de wereld verpest, dat gewas vervolgens in product aan de man brengt met leugens, een groot gedeelte van de mensheid er door laat vergiftigen en met het geld dat ze daarmee verdienen allerlei schandelijk foute politici steunen.  

Eén van u ooit om die reden gestopt met roken? Nee. Ik ook niet trouwens, maar verstokter dan mij vind je ze niet. Ik rook vanaf mijn twaalfde, ik rookte op de plee van het Anthonie van Leeuwenhoek, in mijn kraambed, ik wens begraven te worden met een slof peuken voor mijn tocht naar het hiernamaals, maar dat terzijde, ik pretendeer dan ook al jaren niet meer een voorloper in het wereldverbeteren te zijn. Diegenen die dat wel zijn, zijn over het algemeen in één ding nog hypocrieter dan in hun rookgedrag en dat is achter het stuur. 

Ouwe krotterige, blauwe dieselrook uitbrakende bussen op weg naar demonstraties tegen de oprukkende verasfaltering! Maandenlang als een aap in een boomhut zitten of in de modder kleumen in een of ander verzetskamp en je dan in zo'n rotte ouwe bak naar de volgende gathering laten verzeulen! Kilometers vreten door Europa, van Berlijn naar Hamburg, van Londen naar Birmingham, van Kopenhagen naar Zuid-Frankrijk en weer terug, overal ploft en ploetert het contingent van afschuwelijke, onveilige, smerige vehikels met daarin actievoerders, gaarkeukens en punkbands heen en weer. En je mag er niks van zeggen. Er is geen geld voor een andere bus, geen geld voor een katalysator, trouwens, dat loodvrije gedoe is toch een wassen neus, met de trein kom je er niet, we zijn zo aan het ding gehecht. 

Ga eens kijken op het parkeerterrein van willekeurig welke openluchtmanifestatie. Linkse bussen, overal. Vieze, lekke, linkse bussen met plassen olie en diesel eronder. Gladde banden. Afgebroken spiegels. Chauffeurs die, na maar twee uurtjes in een hoek van de muziektent op een nat matras te hebben gepit, halfslapend hun bleke, wasemende compadres en hun honden terug naar huus gassen, argeloze familiemazdaatjes die ze niet hebben gezien de vangrail inplettend. Maar ja, da's voor de Goede Zaak, en dan is alles geoorloofd. 

Mijn eendje gebruikte ik alleen om met de kinders naar mijn oma (84, alleenwonend) te rijden, en na één tocht naar de rimboe van Overijssel per O.V. (tram, trein, een uur op de bus wachten, bus van drie kwartier, door weiland sjouwen met jengelende peuter, krijtende baby en zak op de heenweg nog schone en op de terugweg onaangenaam riekende katoenen luiers - want zo ben ik -) heb ik een nieuwe auto gekocht. Een Volvo. Een glanzende, redelijk nieuwe, loodvrije Volvo. En nu word ik voor yuppie uitgemaakt, wordt er commentaar geleverd terwijl er over mijn ouwe stinkeend nog nooit een onvertogen woord gevallen is. Ze kunnen het dak op, als dat niet gelijk instort. Als ze maar van mijn lak afblijven. 

Natasha Gerson    

HET PLEZIER OM GEEN AUWTO TE HEBBEN 

Er is zo ontzettend véél tegen de auwto te opperen, dat deze Ravage daarmee geheel te vullen zou zijn (en ik mag slechts 'n A-viertje [een á anderhalf hebben we gezegd, goed luisteren Koos! Red.]). En omdat ik nogal eens de vraag verneem of het niet vermoeiend is om tégen zoveel zaken te zijn (neen dus, meestal nodig), dan nu maar eens een positieve benadering: Het plezier om geen auwto te hebben!  

Omdat ik:

Nooit hoef te zoeken naar een parkeerplaats, nooit wegenbelasting dok, nooit vaart hoef te verminderen als ik een smerisauto zie, nooit de wegenwacht hoef te bellen, nooit naar een garage hoef, nooit de mogelijkheid heb om iemand het ziekenhuis in te rijden, nooit in een file sta, nooit dat ding hoef te wassen, nooit mijn uitlaatgassen aan anderen opdring, nooit met beslagen ramen rij als het regent, nooit jaloers hoef te zijn op mijn buur omdat hij of zij de nieuwste heeft, nooit asociaal de openbare ruimte inpik, me nooit hoef te irriteren op de snelweg omdat die andere auwto de mijne niet voorbij laat, nooit fout kan parkeren op stoep of fietsstrook, etcetera.

Onderbreek deze vreugdevolle opsomming, maar laat je niet weerhouden en vul aan... 

Het genoegen, genot om dat blik niet te bezitten wordt nauwelijks belicht c.q. gewaardeerd. De (Amsterdamse) overheid wil het aantal kilometers per auwto terugdringen, maar het tegenovergestelde gebeurt: het auwtoverkeer groeit nog steeds!

Hoe, oh hoe krijg je ze toch uit hun heilige koe? Misschien door hun 'blik' te verruimen en verbanden te laten zien wat er allemaal nodig is (kost) om 't karretje te laten rijden. Welke auwtomobilist denkt eraan als hij met zijn auwto boodschappen doet dat hij medeverantwoordelijk is voor de mondiale klimaatverandering (vorige week conferentie Genève), of welke auwtobezitter dacht eraan dat de olie op het strand (± jaar terug tanker ZW-Engeland) misschien wel voor zijn karretje bedoeld was, of de Golfoorlog dan, die had alles met olie te maken, lees aaauuuwwwwtoooo! 

Wat moest ik gniffelen toen (vnl. Duitse) auwtomobilisten Shell-stations meden omdat de afgrijselijke 'schelp' de Brent Spar in de Noordzee wilde dumpen. Maar waarom geen verband met de moorden en verwoesting in Nigeria? Of de vuilnisbelt na sluiting van de raffinaderij op Curaçao (voor een gulden verkocht aan de overheid!). De gemiddelde ingeblikte auwtorijder communiceert slechts met z'n toeter, koplamp of fuckfinger. 

Het nieuwe initiatief om maandelijks met vele 'auwtolozen' de straat op te gaan en zodoende die nare auwtolobby tegengas te geven is hartstikke leuk en noodzakelijk, doooooeeeee meeeee.

Een en ander doet me denken aan een lijfspreuk van de ons vorige week helaas ontvallen Kees Koning: "Impressie zonder Expressie leidt tot Frustratie of Agressie" (Uh...is ie zo goed, beste Kees?). 

'n Auwtoloze Koos 

...vervolg litanie: omdat ik probeer om nooit naar de door de wegenbouwers gesponsorde file-meldingen te luisteren. Trouwens: zou het niet juister zijn om i.p.v. dat file-gezeik de dagelijkse verkeersslachtoffers te melden!     

DE GOUDEN WIELDOP 1996 

Het volgende wil ik graag delen met de lezers van Ravage. Voor het eerst in mijn carrière wordt mijn werk bekroond met een onderscheiding. Ik ben daar natuurlijk heel trots op, het is toch een vorm van erkenning voor een schrijver van middelbare leeftijd. Met het volgende schrijven werd ik op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor de officiële uitreiking van de Gouden Wieldop.

Amsterdam 14-01-'96 

Zeer hoog geachte Heer B.H.K. Zevenbergen, 

Bij deze wil ik u op de hoogte brengen van het feit, dat we gemeend hebben u de Gouden Wieldop 1996 toe te moeten kennen.

De Gouden Wieldop is een jaarlijkse prijs, die wordt uitgereikt door de Vereniging Ter Bevordering Van Het Autobezit (VTBVHA). Deze vereniging is in het leven geroepen door verontruste autobezitters. Wij vinden dat de autobezitters steeds meer in het verdomhoekje worden gemanoeuvreerd. Wij voelen ons in onze individuele vrijheid en mobiliteit belemmerd, iets wat wij met zeer veel misprijzen aanzien.  

Steeds vaker wordt er gesproken over het autovrij maken van de binnensteden en zelfs rechtse partijen als CDA, D66, PvdA, GroenLinks en VVD zien tegenwoordig autoluwtes in de stad als een aanvaardbare optie. De auto komt zo aardig in de verdrukking, een parkeerplaats vinden cq. betalen is een absolute crime (eerst uitspreken als krijm en dan aarzelend kriem). 

Veelal worden culturele uitjes in het weekend onmogelijk gemaakt. Met de, in de voorverkoop gekochte, kaartjes van Youp van 't Hek op het dashboard naast de autotelefoon zoekend naar een parkeerplaats. Wanneer je die eindelijk vindt is het in het theater al pauze. 

Daarom waren we ook zo blij te horen van de de door u georganiseerde Drive In Poetry Roadshow. Een steun in de rug kortom voor de autogebruikers en deze onderscheiding weer voor u. U heeft zich een ingang weten te verwerven tot een zeer trouw publiek. 

Literair inhoudelijke aspecten hebben geen rol gespeeld bij de toekenning, toch wil ik uw werk prijzen en wij zijn trots dat we u de Gouden Wieldop 1996 kunnen uitreiken. Dit gebeuren staat gepland op 19 oktober 1996 en vindt plaats in het congrescentrum van Ouwehandsdierenpark te Rhenen. Wij verzoeken u of u bereid bent deze bijeenkomst te verdiepen met een kort optreden. 

Namens de VTBVHA,                                         

Jonkheer H.T-Ford (secr.)

p.s. Bij ons zijn de volgende brochures te verkrijgen:

1. Ruim baan voor de snelweg;

2. Smog, de grote leugen;

3. Doe het zelf: Maak van uw tuin een parking;

4. Het verwerken van zure regen in salades, 50 eettips;

5. De trein is altijd te laat;

6. Uitlaatgassen niet inhaleren (relativerende columns).     

AUTO AFFIRMATIE 

Een woordvoerder van de Ravage-redactie vroeg mij laatst of ik in plaats van het belachelijk maken van hun lezers niet eens een keer 'een slepende maatschappelijke kwestie' aan de orde kon stellen. Welk prangend vraagstuk ik dan zou moeten behandelen zei deze Ravage-meneer er niet bij. Dat maakte de zaak er niet bepaald eenvoudiger op. Als linke linkser heb ik namelijk maar weinig problemen, 'anything goes' weet je wel.  

Toen kort daarop werd aangekondigd dat er een auto-special zou verschijnen dacht ik: ja, waarom de auto niet eens een keer aan de orde stellen? Geen dankbaarder onderwerp om op te kankeren dan op 'de wáá-guh'. Nu alleen het probleem nog zien te definiëren. Misschien zou het feit dat ik zelf geen glanzende bolide, puike middenklasser of zelfs maar een suf geneukt familiekarretje bezit de nodige inspiratie geven. Velen vinden het redeneren vanuit een gemis namelijk een zeer vruchtbare bezigheid. Ik bedoel maar, dit blad komt toch ook iedere twee weken uit?  

Bij mij borrelde er evenwel geen enkele originele gedachte op. Daar komt nog eens bij dat ik het prima vind dat door het openbaar vervoer - de vorm van transport die ik het meest gebruik - het tempo wat uit mijn leven wordt gehaald. Vertragingen, aanvullend busvervoer, routeveranderingen? Ik geniet er met volle teugen van. Het kan me allemaal niet langzaam genoeg gaan. Wat dat betreft bevind ik me in illuster gezelschap want ook de heer F. Bolkestein heeft hetzelfde ooit eens in een malle bui beweerd.  

Opeens begint het me te dagen. Hé, dat is het. Traagheid! De strategie van de schildpad. Ik zal het even uitleggen voor de actievoerdertjes onder ons. Het gemotoriseerde verkeer groeit volgens een organisch principe. Het trekt zich niets aan van allerlei tegenmaatregelen (net als onkruid, hoe vaak je ook wiedt het blijft opkomen). Het heeft dus weinig zin je te verliezen in acties tegen nieuwe viaducten en snelwegen, aanslagen op autodealers of banden-lek-prik-acties. Al blijf je wel lekker bezig op die manier.  

Wees als een slechte tuinman. Laat de tuin lekker groeien en woekeren. Er komt tenslotte een dag waarop heel Nederland is volgedonderd met asfalt, fly-overs, klaverbladen en viaducten waarover de auto's 24-7 razen. Gelukkig steekt er na een tijdje weer een oud en hardnekkig probleem de kop op: files. Een oplossing is er niet meer te bedenken, dus mondt alles uit in een gigantisch parkeerprobleem.  

Zie het voor je: het tergend langzaam tot stilstand komende verkeer, na de eerste paniek de afkondiging van een noodverordening waarin besloten wordt 's lands heirbanen uit te roepen tot twee-, drie- én vierbaans parkeerstroken, het grauwe polderlandschap dat langzaam gevuld raakt met onafzienbare rijen parkeermeters, mensen die uiteindelijk besluiten maar in hun auto te gaan wonen omdat ze toch stilstaan...  

Wie likkebaardt er niet bij dergelijke gedachten. Ik tel de dagen af die mij scheiden van het bezit van een dikke BMW met een telefoon, een stereo, een fax, kortom de hele rataplan aan boord om op die manier een steentje bij te dragen aan het oplossen van het 'autoprobleem'.

Marinus

VERKEERSDODEN? LEKKER LATEN LIGGEN! 

Elk jaar houdt de Raad voor de Verkeersveiligheid weer een zalvend praatje op een of ander galadiner over de toegenomen agressie in het verkeer, en het alweer gestegen dodental als gevolg van roekeloos rijgedrag. Toch weten wij allemaal dat de auto de 'Heilige Koe' is van de gemiddelde Nederlandse kleinburger. Kom aan zijn auto, en je kunt een partij agressie verwachten, waar de honden geen brood van lusten.  

Als verkeersdeelnemer die zich al meer dan een kwart eeuw uitsluitend per fiets voortbeweegt heb ik mij al twee keer in het ziekenhuis moeten laten behandelen na een aanvaring met agressieve, gehaaste auto-fascisten. (Gauw effe door rood, 't is toch maar een fietser!) Ik heb een vrij radicaal idee, om Auw!to-minnend Nederland ervan te doordringen wat de gevolgen zijn van agressief en opgefokt rijgedrag. Dit idee gaat heel wat verder dan lullige ANWB-stickers 'Ik rij niet agressief'. 

Wat mij betreft wordt de Wet op de Lijkbezorging aangepast. Bij elk dodelijk verkeersongeval blijft het lijk minstens drie weken ter plekke, en ter afschrikking, op straat liggen, om WEG TE ROTTEN! Kan mij niet verdommen dat het een lief, vijfjarig meisje in een helblauw jurkje en twee reebruine ogen is, die uw of mijn dochter had kunnen zijn. Niks "Ach!", niks "Dat kun je toch niet maken?" Gewoon laten liggen op de plek des onheils. Als we zo nodig alles aan de auto op willen offeren, moeten we maar gewoon onder ogen zien dat dit zijn prijs heeft. Hetzelfde geldt voor verkeersdoden die achter het stuur van hun geliefd blik 'de laatste afslag' hebben genomen. Auto aan de kant, en het lijk lekker weg laten rotten achter het stuur. 

Het lijkt mij sowieso een schitterend gezicht, al dat rottend vlees in blik, en ik kan mij nu al prachtige kunstwerken voorstellen, waarbij je met behulp van time-lapse-fotografie het rottingsproces minutieus in beeld brengt. Levert prachtige Postbus 51-spotjes op, die een stuk verder gaan dat het obligate 'Ik rij veilig' waarin een of andere stem-imitator het irritante stemmetje van Paul de Leeuw nadoet.  

Na die pakweg 3 weken mag van mij dan om 'milieuredenen' alsnog het voertuig worden weggesleept, of wat er van dat kleine meisje over is van de straat worden geschraapt. Maar: de auto gaat dus wel met lijk(en) van inzittenden en al naar de autosloperij. Wat een schitterend gezicht lijkt mij dat toch. Te lopen door een autosloperij, het blik hoog opgestapeld, met een zakdoek voor je mond, en dan die weeë geur van verrotting in te ademen. Skeletten achter het stuur, verwrongen gezichten, lillend vlees, onnatuurlijke houdingen, kortom: Pure GesamtKunst

Ik ga nog wat verder ook: bij auto-ongevallen waarbij een dronken automobilist betrokken is, wordt het de brandweer en de GG&GD verboden de zwaargewonde aanstichter van dit leed uit de auto te snijden of te zagen. Niks slappe ontzegging van rijbewijs. Creperen in die kar met die klootzak! Het gekerm en gejammer van zo'n eikel met afgeknelde benen dan wel stuurkolom dwars door zijn ribbenkast zal alleen maar bijdragen aan de artistieke en esthetisch verantwoorde aanblik van wat verkeer wel niet vermag.  

Bejaarde op zebrapad geschept door snelheidsduivel die niet kon wachten op rood? Laat het overstekend publiek maar drie weken langs die platgereden, rottende bejaarde lopen. Niks sentimentele flauwekul van "Maar het had Oma wel kunnen wezen". Fuck off met je Oma! Het verkeer eist gewoon zijn tol, en daarin wordt geen onderscheid gemaakt. Van slap geouwehoer is nog nooit een mentaliteitsverandering tot stand gekomen. Iedereen wil maar zijn rijbewijs blijven halen, carpoolen krijg je de doorsnee auto-forens nauwelijks door de strot geduwd (zie debâcle 'Carpool-strook', waarbij een ex-Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Westerterp, zelfs demonstratief dit idee ondermijnde onder het motto: 'Ik maak zelf wel uit wie ik in mijn wagen meeneem!') Hoe liberaal! 

De enige manier om een volk van verstokte automobilisten op de dodelijke consequenties van meer verkeersdrukte, en daardoor ook toenemende agressie is een aanpassing van de Wet op de Lijkbezorging. Misschien dat bovenstaand scenario mensen nog enigszins aan het denken zet. Postbus 51-spotjes of ANWB-campagnes doen dat in elk geval niet. 

Simon van Leeuwen 

Dit is een bijgewerkte versie van een stuk, dat eerder verscheen in NRC Handelsblad n.a.v. de bijlage 'Afscheid van de Auto' op 29-07-89.     

MIJN AUTO IS MIJN BESTE VRIENDIN 

Ik ben een echte man en mijn auto heet Suzuki. Ze is klein, Japans en rond, en ze wil altijd. Vroeger had ik een Lada. Dat was een saggerijnig wijf met een rochel in de keel en zo'n putlucht van onderen zoals schijnbaar alle vrouwen van boven de twintig. Ze was niet op gang te brengen, had de halve tijd geen zin en hield er ooit mee op als we al een flink eind op weg waren. 

Maar mijn Suzuki: niets van dat al. Een heerlijk helder stemmetje en een geur van versgebakken zuurdesembrood. En heerlijk dat ze zit! Natuurlijk was ik haar elke week met shampoo en conditioner, en als het even kan, zet ik haar van top tot teen in de zomer- of winterwas. Haar banden maak ik schoon met een tandenborstel. Ik mag haar berijden zoveel ik wil, ze heeft altijd zin.  

Soms verwen ik haar extra. Dan wrijf ik haar op tot ze helemaal glimt en spiegelt. Ik laat haar moter spinnen tot het uitlaatje lekker warm is en de condens eruit druppelt. Dan kniel ik achter haar neer, omvat met beide handen de achterlichten en neuk haar teder in d'r kontje. Waarbij ze zachtjes meeschommelt. Ja, mijn auto is mijn beste vriendin.

Sies van Raaij

DE GROOTSTE VIJAND VAN DE FIETSKOERIER 

De twee belangrijkste misverstanden over het nobele vak van de fietskoerier zijn dat het leuk werk is en dat de koerier vast wel veel last van auto's heeft. Gezien het karakter van deze anti-special zal ik op de eerste misvatting slechts summier ingaan, en volstaan met het wijzen naar 'de eerste Wet van Tuin': "Werken is niet leuk". Dat de meeste werklozen die wet al kennen, blijkt wel uit het feit dat het voornamelijk de werkenden zijn die menen te moeten opmerken dat het wel leuk is, zo'n hele dag een beetje rondfietsen in het stinkende verkeer van Amsterdam. 

Maar goed, dit is helaas geen anti-werk-special, maar een anti-auto-nummer, waarbij je overigens beter van een anti-automobilisten-nummer zou kunnen spreken, want een stilstaande auto doet meestal geen pijn. Uiteraard kan het vehikel net even verkeerd geparkeerd staan, maar op de een of andere manier kun je je er altijd wel langs wurmen, met soms zelfs het geluk dat je met de trapper wat lak van de auto kan afschrapen. 

Maar waar ik eigenlijk naar toe wil is dat je als fietskoerier eigenlijk niet zo gek veel overlast ondervindt van de gemiddelde automobilist. Tenminste, wanneer je die overlast vergelijkt met de capriolen van de gemiddelde toerist, die de Amsterdamse straten onveilig maakt. De vakantievierder kijkt bij voorkeur niet om zich heen, maar houdt steevast de blik richting hemel (zo van: waar blijft de zon nou?) of naar de gevels van de grachtenpanden.  

Kijkt hij niet omhoog, dan loopt hij voorovergebogen naar een plattegrond van de stad turend over straat te zwalken, om met wilde en plotse armgebaren zijn familie of vrienden te wijzen op de kortste route naar het Anne Frankhuis of de Wallen. Op de gekste momenten rennen ze de straat op of steken ze nog maar eens een joint op op het fietspad (er is slechts een persoon gevaarlijker dan een toerist, en dat is een toerist die een fiets heeft gehuurd). Toeristen zijn, in tegenstelling tot automobilisten, onberekenbaar in hun acties.  

De ergste vijand van de fietskoerier is echter niet in het verkeer te vinden. Wanneer ik op straat fiets, dan zie ik de auto's niet eens. Ik ontken hun bestaan, dus hoe kunnen ze mij dan last veroorzaken. Nee, de ergste vijand van de fietskoerier is de security-fascist die de foyer van het kantorencomplex bewaakt.  

De gemiddelde kantoorarchitect gaat er bij het ontwerpen van zijn flashy kantoorpand namelijk van uit dat iedereen die in zo'n glazen puist moet zijn wel in een lease-BMW of Volvo aan komt rijden. De hoofdingang van kantoorpanden als het World Trade Centre of het Atrium zijn alleen met de auto benaderbaar. De entree ligt op snelwegniveau, of is op zijn best bereikbaar via een parkeergarage. De argeloze wandelaar of fietser die binnen tracht te komen, moet zich tevreden stellen met de leveranciers- (goederenliften) of de personeelsingang. Dat deze ingangen verscholen liggen aan de achterzijde van de architectonische betongezwellen, spreekt haast voor zich. 

Wee de fietskoerier die het waagt via de hoofdentree het gebouw te betreden. Voor hij het weet eindigt hij in een klemmende houdgreep van zo'n mislukte geüniformeerde beveiligingspispaal. Het valt natuurlijk ook niet mee, de hele dag in een ontvangsthal nutteloos ronddrentelen en de geringschattende blikken van koele receptionistes en hautaine captains of industry op je te voelen. Dan wil je je kleine beetje autoriteit wel even laten gelden, op de zeldzame momenten dat dat mogelijk is.  

Maar securitysukkels, ik zeg jullie, wacht op de bijltjesdag die komen gaat nadat de fietskoeriers via een revolutie de macht hebben gegrepen. Want jullie gaan er als eerste aan.

Tuin

ENCLOSURE NUMBER 1  

Het klinkt ongelofelijk, menig lezer zal nu meteen denken: "Heb je die leipo weer met zijn &^*%! Easy-Tunes", maar het is echt geen grap!!! De Algemene Nederlandse Wielrijders Bond ANWB heeft het werkelijk gepresteerd om in het kader van een campagne 'Bestrijding Agressief Verkeersgedrag' een heuse cd op de markt te brengen. De titel? 'Easy Driver'. Voelt u 'm??? 

Al vanaf de eerste tonen van 'Bumper Blues' weet je al: bij de afdeling Promotie van de ANWB werken heel moderne meisjes en jongens, met een feilloos gevoel voor Trends. Dit is DE muzikale valium waar de opgefokte gabber-houser met zijn 4-wheel drive (tuuttuut, uit de weg, Lul!) net op zat te wachten. De titels zijn perfect gekozen: wat dacht u van 'Spontaneously speeding', 'Roadrage' of 'Obscure overtake'. 'Crashing curses' vind ik persoonlijk nog de alleraardigste, vanwege de fijne Inca panfluit (wel uitkijken dat je niet achter het stuur in slaap valt).  

De ondertitel van deze cd is: ruim 1 uur lang rijden op de mooiste muziek. Het zilveren schijfje is voor de publieksvriendelijke prijs van ƒ 9,95 bij alle ANWB-kantoren te koop en het is de bedoeling dat dit schijfje ook op de pompstations tussen de rekken met illegale Oostblok-cd's komt te liggen. In het bijgaande persbericht laat de ANWB weten dat deze cd ,,een methode is om bewustwording van een door velen onderkend dilemma op gang te brengen, namelijk agressief rijgedrag. Wat dat precies is, hoe je dat beleeft, waar de problemen knellen en hoe je ermee om kunt gaan.'' 

Zo te lezen hebben de moderne jongens en meisjes van de ANWB ook net lekker zitten 'worksjoppen' onder leiding van zo'n fijne zelfgebreide geitenwollensok van de Sociale Epidemie. Verdere juweeltjes op deze 62.50 minuten durende dosis muzikaal valium zijn o.a. 'Red, redder, ready', 'Speed spell' en 'Flashing fever'. Het nummer 'Tail tricks' wil ons op 'easy'-wijze ertoe aanzetten om toch vooral afstand te houden van onze medeweggebruiker. 

Het cd'tje is volgespeeld door anonieme studio-muzikanten uit de New Age-sector, die ook cd's maken die bij je sterrenbeeld passen. Of die het geluid van copulerende dwergvin-vissen middels fabelachtige sampling-technieken inbedden in een bak synthetisch voortgebrachte violen. Een groot gemis op deze cd is echter mijn muzikale held Pieper van Vollenhoven.  

Het schijnt dat deze sympathieke flapoor iets met de 'Raad voor Verkeersveiligheid' of zoiets te maken heeft, en persoonlijk mag ik er graag voor thuisblijven als hij met zijn 'muzikale vrinden' Louis van Dijk danwel Pim Jacobs een of ander VerkeersGala muzikaal omlijst. Zouden ze bij de ANWB soms denken dat van de muzikale bijdragen van deze Grote Kunstenaar ongelukken zouden kunnen ontstaan???

D.J. M.C. Simonski

namens de Auwto-Mobiele Easy Tune Brigade  

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996