Naar archief

UIT: Ravage #215/216 van 9 augustus 1996 [thema: Auwtomobiliteit]  

Dansen op de puinhoop

Relaas van een Britse anti-roads activist

De anti-roads movement in Groot-Brittannië spreekt velen in Nederland tot de verbeelding. Al enkele jaren wordt daar fel geprotesteerd tegen de aanleg van nieuwe wegen. Volgens Phil McLeish, een van de activisten die vocht tegen de M11-verbindingsweg bij Londen gaat het echter om veel meer dan een strijd tegen de wegen. Het is een strijd tegen het voortrazende kapitalisme, tegen het banale dagelijkse leven en voor een vrije autoloze ruimte waar creativiteit en plezier vrij spel hebben. Het relaas van een activist. 

De ontruiming van Claremont Road, de laatste 400 huizen die de aanleg van de verbindingsweg M-11 in de weg stonden, was zonder twijfel de spannendste politieke gebeurtenis van 1994. Minder duidelijk is waarom dat zo was. Wegenbouw is immers niets nieuws, en de M11-verbindingsweg was niet de ergste weg aller tijden.  

Bovendien is wegenbouw niet het allergrootste probleem waar we voor staan. Groeiende armoede, dakloosheid, racisme, de afbrokkeling van de democratie en van burgerrechten, de ecologische crisis, de verdergaande uitbuiting van de Derde Wereld... Wegen zijn zeker slecht, maar ze vormen toch geen uitzondering op de regel? Hoe kwam het dan dat een geschil over het verkeersbeleid leidde tot een vier dagen durende, haast paramilitaire belegering, de langste ontruiming in de naoorlogse Britse geschiedenis?  

Misschien moeten we de zaak omdraaien: in plaats van de campagne te zien als een obsessie voor één straat zonder oog te hebben voor iets anders, kunnen we ons beter afvragen hoe het kon gebeuren dat de verdediging van één straat voor veel meer dingen symbool ging staan.  

Snelheid  

De M11-verbindingsweg is een parodie op het kapitalistische ontwikkelingsmodel. Vernietiging op de korte termijn (van huizen, bomen, plekken) om vernietiging op de langere termijn (van longen, gemeenschappen, de ecosfeer) te vergemakkelijken, en dat allemaal ten behoeve van zes minuten minder reistijd. In eerdere fasen van de campagne, en in Hackney, werd de meeste aandacht besteed aan het voorlichten van mensen over de nadelen van de weg op de langere termijn en het aantonen van de onredelijkheid van het vervoersbeleid van de regering. 

Toen de directe actie begon, verplaatste de aandacht zich. Het gewelddadige en indringende beeld van een graafmachine die de mooie kastanjeboom van George Green vernielt, sprak boekdelen. Kapitalisme als vandalisme; ontwikkeling als vernietiging. Veel mensen weten dat intuïtief, maar hier manifesteerde het zich ineens open en bloot... met de hulp van de machinerie van de staat, verwordt alles uiteindelijk tot puin. 

"Dit alles voor zes minuten!", schreeuwde men voortdurend bij de ontruiming. Verniel het hier en nu om zes minuten sneller ergens anders aan te komen. Maar wat als de vernieling ook gaande is op het plek waar je naar toe wilt gaan? Komt er ooit iemand aan? Als ze genoeg wegen bouwen, en elke keer de reistijden verkorten, zal dit uiteindelijk betekenen dat mensen minder tijd in hun auto doorbrengen en steeds meer tijd op de plaats van aankomst? Of betekent het eigenlijk dat mensen steeds sneller in cirkels zullen rond razen, en steeds minder zin hebben uit hun behaaglijke auto's te stappen om met de uitdijende asfaltwoestijn erbuiten geconfronteerd te worden?  

De M11-verbindingsweg bespaart tijd - doch geen tijd als persoonlijke beleving, maar tijd als geld. Menselijke tijd is er om te leven, niet om te besparen. Deze zes minuten zijn niet meer dan een abstracte economische grootheid. Hun waarde voor de economie kan precies berekend worden; een M11-verbindingsweg draagt een heel klein beetje bij aan de groei van de nationale economie. Maar, net als de automobilisten, komt de economie ook nooit aan, en het is deze hele logica van groei, verandering en mobiliteit als doel in zichzelf die aan de kaak wordt gesteld. Of de tijdsbesparing nu zes of zestig minuten bedraagt, het maakt niet uit hoe snel je gaat als de reis nergens toe leidt. Het afwijzen van mobiliteit-om-de-mobiliteit impliceert een afwijzing van de hele rusteloosheid van de kapitalistische moderniteit. 

Op de een of andere manier is de moderne anti-roads movement er dus in geslaagd haar klauwen te zetten in verkeer en vervoer als zwakke schakel, als een bijzonder sterk symbool van kapitalistische ontwikkeling-en-vernietiging. Maar het is meer dan een symbool alleen: de economie is werkelijk enorm afhankelijk van auto's en wegenbouw. Het eisen van verandering op dit vlak impliceert de eis de hele economie te herstructureren. De moderne anti-roads movement - met zijn strijdkreet 'No more roads' - wordt door een onderliggende donkergroene en antikapitalistische oriëntatie geïnspireerd. Dit maakt deze beweging anders dan haar voorgangers en betekent dat ze veel meer is dan een actiegroep die zich voor milieubescherming inzet. 

Meerduidig protest 

Als de verbindingsweg voor de vernietiging staat, waar staat de M11-campagne dan voor? Anders dan bij Twyford, Bath of Preston zijn we niet bezig geweest de natuur te beschermen, maar een wijk in Londen. De voor de hand liggende manier om het te formuleren is te zeggen dat we naast ecologische vraagstukken nu ook sociale vraagstukken aan de kaak hebben gesteld. Maar misschien het allerbelangrijkste: we hebben allerlei vraagstukken tegelijkertijd aan de kaak gesteld. Daarbij hebben we een brede alliantie gesmeed van mensen met verschillende prioriteiten. Deze verschillende positieve visies zijn vooral tot uitdrukking gekomen in de bezetting en verdediging van de verschillende plekken. Het lange spandoek dat over Claremont Road was gespannen vatte deze visies samen: 'Imagine this place as homes, trees or the M11 link'.  

De campagne is een creatieve reeks verbeelde alternatieven voor de weg geweest. Iedereen kan iets proberen - iedereen kan zich een beter gebruik van de ruimte voorstellen dan de regering, omdat zelfs het braakliggend terrein dat na afbraak van de huizen is achtergebleven beter is dan een M11-verbindingsweg; het is tenminste een plek waar kinderen kunnen spelen en onkruid welig kan tieren. Onder de alternatieven die we hebben verzonnen zijn 'Commons not roads' (bij het verdedigen van de Kastanjeboom op de 'commons' van George Green), 'Homes not roads' en 'Nature not roads'.  

De betekenissen van Claremont zijn veranderlijker en ongrijpbaarder geweest. Dit komt voor een deel doordat we de plek voor langere tijd bezet hebben gehouden. Het komt ook doordat de waarde van wat we aan 't verdedigen waren minder eenduidig was. Claremont betekende alles wat we wilden dat het betekende, waaronder 'gemeenschap in plaats van wegen', 'kunst in plaats van wegen', 'de huizen van 93 jaar oude dames in plaats van wegen' en 'straatfestivals in plaats van wegen'.  

Vrije ruimte 

Tegen de tijd dat de ontruiming plaatsvond was de Criminal Justice Act (CJA) natuurlijk het decor waartegen alles zich afspeelde. Miljoenen tv-kijkers kregen prachtbeelden te zien van actievoerders die met hoogwerkers vanaf een gigantische steigertoren gehaald moesten worden waaraan een spandoek hing met de tekst 'Trotseer de CJA'. Claremont was een trotsering van de CJA, deels omdat wij in massale overtreding van de CJA-wetgeving waren, en deels omdat wij elders ook gespecialiseerd zijn in dergelijke overtredingen. Deze gebeurtenis was een protest tegen het beperken van het recht om te protesteren. Maar het gaat ook nog verder.

Veel van degenen die door de CJA gecriminaliseerd zijn, hebben gemeen dat ze de heersende maatschappelijke waarden afwijzen. In plaats van een opvallend consumptiepatroon en een prestatie-ethiek, geven ze prioriteit aan niet-materiële waarden zoals autonomie, gemeenschap en zelfverwezenlijking. In haar streven dergelijke manieren van leven te criminaliseren is de staat er tot dusver alleen in geslaagd deze te politiseren. 

Afhaken is niet langer vluchten. Afhaken is nu een officieel misdrijf, dat met maximaal drie maanden gevangenis bestraft kan worden. Het gevolg? De jeugdsubcultuur staat nu dichter bij een radicale politiek dan op welk moment dan ook sinds de punktijd. Krakers, travellers, ravers of activisten - de gemene deler van de beweging is de roep om vrije ruimte. Claremont was een krachtig symbool voor een dergelijke ruimte. De junk-art; de kleuren; het verdwijnen van de grens tussen binnen- en buitenshuis, privé en openbaar; de afwezigheid van auto's; de gemeenschappelijke keukens en de boomhutten en torens in de lucht, die alle denkbare bouwvergunningstelsels op hun kop zetten.  

Het meest wezenlijke aan een vrije ruimte is dat deze betekent wat je wilt dat ze betekent. In deze meerduidige betekenis ligt een van de belangrijkste krachten van de campagne. Na elke ontruiming ontstond een hele nieuwe generatie actievoerders die in de campagne opgingen en nieuwe energie en middelen met zich meebracht. De verdediging van de Kastanjeboom heeft vele bewoners van Wanstead van middelbare leeftijd gepolitiseerd, en velen van hen waren ook later bij de ontruiming van Claremont Road aanwezig. 

Plezier 

Tot nu toe heb ik geprobeerd enkele van de vraagstukken naar voren te brengen die in de strijd om Claremont speelden. Maar niets ervan brengt de pure spanning en plezier over die velen van ons tijdens de ontruiming hebben beleefd. Het verklaart niet de humor, de geweldloosheid, of het feit dat iedereen die erbij betrokken was het gebeuren als een gigantisch succes beschouwde, terwijl wij ontruimd werden en de huizen gesloopt.  

Dit laatste punt werd niet door alle buitenstaanders begrepen. Enkele uren nadat de laatste activist uit Claremont Road verwijderd was, belde een vrouw naar het kantoortje met de mededeling dat ze iets op het journaal had gehoord en dat ze zich zorgen maakte over de situatie in Claremont Road. Ik legde haar uit dat alles prima in orde was, dat Claremomt Road nu de duurste hoop puin in Londen was, en dat de ontruiming goed was verlopen en zeer geslaagd. Dit was echter niet wat zij zich van een overwinning voorstelde. Zij maakte zich zorgen over of de mensen een slaapplaats hadden, waar ze naar toe zouden gaan... Ik weet niet of ik haar heb kunnen geruststellen. 

De ontruiming verliep geweldloos, niet alleen omdat mensen ervoor kozen niet agressief terug te vechten, maar vooral omdat geweldloosheid maanden van tevoren in de hele logica van het gebeuren was ingebouwd. Ons grootste geheim was: hoe hard we ook gevochten zouden hebben, alles zou uiteindelijk puin worden. 'It's all gotta go' was een veel gehoorde M11-kreet. Het betekende: probeer geen comfort of kleine zekerheden op te bouwen, want morgen kan het allemaal weg zijn. De ontruiming kan elk moment plaatsvinden. Je matras wordt toch vernield. Beter om ze om een boom te binden om de kettingzagen hun werk te verhinderen dan ze voor zoiets banaals als een bed te gebruiken. 

Elkaar hieraan herinneren is bijzonder verhelderend. Geen 'ding' zal deze ontruiming overleven. Alles zal uiteindelijk in ervaring en geschiedenis omgezet worden. Omdat we dat wisten, en tegelijkertijd ook wilden, waren we onverwoestbaar. Als ze ons niet ontruimen, hebben we gewonnen; als ze ons wel ontruimen, hebben we gewonnen. Dit is geen onverschilligheid over de werkelijke waarde van de huizen, geen teken van louter gelatenheid: als deze specifieke huizen verloren gaan, winnen we toch de volgende... we hoeven het niet allemaal zo letterlijk te nemen. De hele M11-campagne is grotendeels zo'n opeenvolging van ontruimingen geweest, waarbij elke nieuwe ontruiming de campagne verbreed heeft en ons een stimulans heeft gegeven nieuwe ideeën te bedenken. Wij zijn altijd meer geweest dan de plek, waarmee we ons identificeerden en die we verdedigden.  

Spel 

De kennis dat de toekomst puin is, gaf ons de kracht de ontruiming als spel te benaderen. Een uitgebreid spel, dat wel, een spel dat we zorgvuldig voorbereid hadden, een spel waarmee we de macht konden uitkleden en de werkelijke vraagstukken zichtbaar maken. Maanden arbeid zijn in de voorbereidingen gaan zitten. Barricades, bunkers, torens, netten, boomhutten, lock-ons, de tunnel..., alle energie opgeslagen voor dat laatste moment, alles afgesteld voor maximale intensiteit tijdens die honderd uur durende explosie. Ik herinner me dat ik in de toren op de politie stond te wachten, dansend op de muziek van The Prodigy die op volle sterkte klonk. Het moment dat we ze zagen aankomen, klonk er een luid gebrul, juichkreten vol adrenaline. Maar de eerste echte vreugdekreten kwamen pas een paar minuten later.  

De politie had alle andere mensen van de straat geveegd en kwam nu de laatste afgedwaalde vogels pakken: drie mensen die op een matras lagen te niksen. Ze zagen er allemaal heel relaxed en nonchalant uit, alsof ze te stoned waren om zich druk te maken om de honderden lijven die een moment ervoor boven hun hoofden krioelden. De politie maakte aanstalten de drie op te tillen om ze af te voeren, en beseften toen pas dat ze allemaal één arm in het matras hadden begraven. Ze scheurden vervolgens het de matras weg en ontdekten dat elk van de drie één arm in de straat begraven hadden. Nu begonnen we pas echt goed te lachen en brullen: 'Locked on! Locked on!' Na een paar uur slaagden ze erin de mensen eruit te graven, maar al die tijd hadden geen zware machines de straat in kunnen rijden - met politiekosten van 20 duizend pond per uur kostte elke lock-on hun ettelijke duizenden.  

Vanaf dit moment waren wij de spelleiders. Waarom zouden wij geweld gebruiken? Geweld wordt gebruikt om ervoor de zorgen dat je de situatie meester blijft. Wij waren de situatie al meester. En de humor was niet louter het gevolg van de goede zin van de mensen. De situatie was in zichzelf al grappig. Dit was een politiek van provocatie: de staat opfokken, en dan toekijken en lachen terwijl de staat zichzelf belachelijk maakt. Het is ons spel, wij hebben de regels gemaakt, en toen hebben we tweeduizend man politie uitgenodigd met ons mee te spelen. De politie dwingen meer dan 2 miljoen pond uit te geven aan spelletjes spelen.... dat is bijzonder grappig.  

Het feit dat het gebeuren als spel opgebouwd was, betekent geenszins dat het frivool was. Voor de meesten is de ontruiming waarschijnlijk één van de meest extreme ervaringen van hun leven. Voor mij was dat zeker zo. De termen die mensen gebruikten bij het praten over het gebeuren - een 'slag' of 'belegering', hoe deelnemers helden werden... het was niet alleen een protest, maar een episch drama, een avontuur. 

Epische drama's komen niet zo vaak voor in het moderne leven; het moderne leven is over het algemeen eigenlijk banaal. Dit wordt een probleem voor degenen die de maatschappij willen veranderen - het is meestal niet gemakkelijk de 'kwade krachten' tot een duel uit te dagen, want die krachten manifesteren zich meestal als kleine wetjes en bureaucratieën. Politieke activiteit bestaat daarom voornamelijk uit bekvechten met bureaucraatjes en ruziën over wetjes. Dat is meestal zo'n slaapverwekkende bezigheid dat mensen langzaam uit het oog verliezen waarvoor ze strijden - sterker nog, de meesten gaan de strijd niet eens aan. 

Epos 

Een ervaring als de ontruiming van Claremont Road herinnert de  deelnemers, en de bevolking, eraan dat deze issues geen esoterische zaken voor technocraten zijn; het zijn eigenlijk hoogst dramatische keuzes voor gewone mensen. Aan de ene kant de staat, de ME, deurwaarders, bewakingspersoneel, bulldozers,  vernietiging... aan de andere kant, verdedigers van de planeet. Het intensiveert keuzes en drijft ze op de spits.  

In het dagelijks leven voelen mensen zich machteloos en onverschillig; in het epos zijn ze helden, strijden ze òf voor de krachten van het donker òf voor de krachten van het licht - hier is geen plaats voor weifelaars. Mensen verlaten deze gebeurtenis niet zomaar, om onveranderd terug naar hun dagelijkse sleur te keren. Het gebruikelijke spel van machteloze banaliteit lijkt nu in vergelijking smakeloos en saai.  

Op alle manieren die hun ter beschikking staan, zullen mensen de ervaring in hun dagelijkse leven voortzetten. Het feit dat directe actie mensen uit hun gevoel van machteloosheid kan halen is minstens zo belangrijk voor het populariseren van de campagne als het belang van de thema's. En buitenstaanders, of ze nu sympathiseren of niet, zullen er niet onderuit kunnen dat deze vraagstukken mensen aan het hart gaan, dat er over deze vraagstukken lang nagedacht is, dat dit politiek is.  

Claremont was geen op zichzelf staande poging een enkele straat te redden. Wij wisten dat die verloren was. Claremont was niet louter een poging het vervoersbeleid in enge zin te benvloeden. Veel van de deelnemers gaven uiting aan een veel diepere maatschappij en cultuurkritiek, hetgeen duidelijk wordt uit de enorme passie en het engagement dat de campagne oproept. Daarnaast was de campagne zo breed dat ze een breed scala van mensen met uiteenlopende doelen en visies aantrok.  

Claremont was geen gladde mediastunt. Anders dan bij een Greenpeace-actie, waren de deelnemers gewone mensen, en het resultaat was ernstige politieke ontwrichting. 

Ontmoetingsplaats 

Claremont Road was een recente ontmoetingsplaats van de twee meest actieve sociale bewegingen van het moment in Groot-Brittannië: de beweging tegen wegenbouw en de beweging tegen de CJA. Voor beide bewegingen geldt dat hun context onlangs veranderd is. De anti-CJA-campagne is nu uit noodzaak een campagne van directe actie geworden: de beste manier om de nieuwe wetgeving aan te vechten is het overtreden daarvan.  

De anti-roads movement ontdekt dat ze gewonnen heeft. De weerstand tegen de wegenbouw is nu vrij algemeen geworden en de media produceren niet langer louter sentimentele quasi-steunverhalen. De regering is al begonnen met een nieuwe propaganda-oorlog: vóór 'groene wegen', 'groene auto's' en 'individuele verantwoordelijkheid' (voor het blijven bijstellen van uw motor en kopen van de nieuwste en duurste katalysator, met boetes voor vuile - lees: arme - automobilisten).

Wegen zijn een krachtige metafoor voor de vernietiging geweest. Minder spectaculair, maar geniepiger, wordt het nu tijd om de oorlog op een fundamentelere vijand te verklaren: de auto. Niet vuile auto's, of snelle auto's of tweede auto's, maar alle auto's, overal. De auto is de ultieme schender van de ruimte ('space invader'): overal waar auto's komen, laten ze vuil en asfalt achter; ze vreten gebouwen, gemeenschappen en openbare ruimten aan. Als de CJA-campagne aan kan tonen dat 'vrije ruimte' noodzakelijkerwijs 'autovrije ruimte' betekent, is er voor de alliantie die in Claremont gesmeed is misschien toekomst. Auto's opgelet! Claremont komt eraan!

Phil McLeish

Bovenstaande tekst is eerder verschenen in Anarchist Studies, maart 1996. Vertaling Nigel Harle.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996