UIT: Ravage #214 van 12 juli 1996
Voedselweigering uit verzet
Op 25 april jl. begonnen de gevangenen in Diyarbakir met een doorlopende hongerstaking. Hun eisen zijn gericht tegen de marteling en de toenemende mishandelingen van de gevangenen. Op 16 mei sloten de gevangenen van de organisaties PKK, TDKP, DHP, Devrimci Yol, TDP, TEKP, HKG, PSYK, en PRK/Rizgari, in de andere gevangenissen zich bij de hongerstaking aan. Zij onderbreken hun hongerstaking na vijf dagen, waarna men vervolgens gedurende de volgende vijf dagen weer voedsel tot zich neemt, daarna weer vijf dagen niet. Twee groepen wisselen zich om beurten af.
De gevangenen van de organisaties DHKP-C, MLKP, TKP-ML, TKP (ML), TIKB, THKPC/HDO, TEKP/L, Ekim, en Direnis Hareketi hebben een gezamenlijk Centrale Coördinatie van de Gevangenissen opgericht. De gevangen leden van deze groepen bevinden zich sinds 19 mei met nog eens 1.500 gevangenen in een permanente hongerstaking.
De gevangenen eisen onder andere opheffing van het 'Besluit van 6 mei'. Op 6 mei jl. maakte de Turkse regering een besluit bekend, ondertekend door de directeur-generaal van het Turkse gevangeniswezen, Cemal Sahir Gurcay, volgens welke alle politieke gevangenen geďsoleerd gedetineerd moeten worden. Nieuwe arrestanten worden deels al overgeplaatst naar de beruchte isolatiegevangenis in Eskisehir.
Deze gevangenis, in de volksmond bekend als 'De grafkist', werd al een keer in 1991 gesloten na verzet van de gevangenen en de vanuit bevolking. Verder eisen de gevangenen de sluiting van de Eskisehir-gevangenis en van alle andere isolatiegevangenissen in Turkije, het staken van de aanvallen tegen de politieke gevangenen, medische verzorging voor de gevangenen en de mogelijkheid voor alle gevangenen om hun processen bij te kunnen wonen.
De recente benoeming van enkele kopstukken uit de contra-guerrilla tot minister en parlementariër, feitelijk de overname van de (fascade van de) parlementaire democratie door de praktische uitvoerders van het fascisme, was een factor die de gevangenen deed besluiten tot de drastische stap van een hongerstaking tot de dood er op volgt.
Alle bekende figuren die de aanvallen tegen de volkeren in Turkije hebben gepland en uitgevoerd, resulterend in vermiste personen, standrechtelijke executies, massamoorden, het platbranden van hele dorpen, martelingen etc. ten behoeve van de Contra-Guerrillastaat, hebben allen nu zitting genomen in het parlement. Enkelen van hen hebben zelfs ministerposten verkregen. De persoon die in dit opzicht het meest in het oog springt is Mehmet Agar. Hij werd eerst benoemd tot minister van Justitie, onder de huidige regering heeft hij Binnenlandse Zaken gekregen.
Deze Mehmet Agar was voor zijn benoeming commissaris van politie in respectievelijk Ankara en Istanbul. Het aantal standrechtelijke executies, verdwijningen en martelingen die onder zijn verantwoording plaats vonden is te groot om hier op te noemen. De eerste verklaring die Agar als minister van Justitie uitsprak handelde over de gevangenissen die "terroristische universiteiten zouden zijn geworden".
Ook Necdet Menzir is een nieuwkomer in de Turkse politiek. Menzir was verantwoordelijk voor de moord op meer dan 200 progressieve, patriottische en revolutionaire mensen en voor negentien verdwijningen. Tevens gaf hij opdracht tot de moord op elf revolutionairen op 16 en 17 april 1992. Tevens zijn HayriuvKozakcloglu, Unal Erkan en Dogan Gures nieuwkomers in het parlement met een misdadig verleden. Ze maakten zich alle drie schuldig aan het martelen en uitmoorden van Koerden.
De solidariteitsacties met de gevangen in Turkije zijn te talrijk om allemaal op te noemen. De staat reageert op de enige manier waartoe ze in staat is. Duizenden personen zijn in solidariteitshongerstaking gegaan, dagelijks vinden er protestdemonstraties plaats. Honderden personen zijn gearresteerd, zoals de muzikanten van Grup Yorum bijvoorbeeld. Na hun arrestatie verbleef de politie in hun huizen om vervolgens de bezoekers ook te arresteren.
Ook in Europa zijn veel solidariteitsacties gevoerd. In Keulen zijn ongeveer zestig personen al een maand in een solidariteitshongerstaking. Maar ook in Engeland, Frankrijk, Griekenland en Nederland worden allerlei solidariteitsacties gevoerd die variá‰áren van solidariteitshongerstakingen tot protestmanifestaties. Vorige week werd een delegatie bestaande uit Duitse en Griekse journalisten en politici, die de omstandigheden in de beruchte Sacmalicar gevangenis in Istanbul wilden onderzoeken, voor de gevangenis opgepakt en de volgende dag het land uit geschopt.
Voor wat betreft de Nederlandse politiek hebben GroenLinks en D66 de Turkse regering inmiddels laten weten dat ze verlangen dat Turkije zich houdt aan de Europese verdragen tegen martelingen en de verdragen die een eerlijke rechtsgang garanderen. Of dit veel invloed zal hebben is de vraag. De media in Europa volharden in haar zelfcensuur en ook de minister van Buitenlandse Zaken, Hans van Mierloo (D66) doet of zijn neus bloed. Voor hem is Turkije een aantrekkelijke economische markt en doet daarom liever of z'n neus bloed. Van de linkse splinters in Nederland heeft alleen de NCPN aandacht besteed aan de hongerstaking. De SAP meldt niets in haar laatste partijblad, hoewel ze wel degelijk zijn geďnformeerd.
Het valt te verwachten dat er een dezer dagen de eerste gevangenen zullen sterven als gevolg van hun hongerstaking. Er kan vanuit worden gegaan dat dit niet ongemerkt voorbij zal gaan en dat het maatschappelijk protest nog meer zal toenemen...
Turkije Komitee