Naar archief

UIT: Ravage #214 van 12 juli 1996  

Kijkje in de muil van het monster 

Wie Eye Scream leest, het tiende boek van Henry Rollins, houdt liefst een zuurstoffles bij de hand. Op adem komen is er nauwelijks bij. Rollins wrijft de lezer met de neus in het keiharde grotestadsleven. Regelmatig moest ik het boek aan de kant leggen, om de vloed aan anekdoten en nachtmerries te laten gedijen. 

Los Angeles, midden jaren negentig. Stad van sociale strijdtonelen. Een deken van smog hangt rond de wolkenkrabbers en dringt de poriën van de inwoners binnen. Henry Rollins (1961) woont en werk er... vlakbij Sunset Boulevard... tralies voor het raam... camera's boven de voordeur. 's Nachts durft hij nauwelijks de straat op, uit angst voor een verdwaalde kogel, uit angst voor de ogen van de mensen. Drugdealers onder zijn raam... cirkelzagende helikopters boven het dak: slapen is een luxe geworden. Niet voor niets brengt hij het grootste deel van zijn tijd buiten de stad door, toerend met de Rollins Band en als stand-up poëet.

Hel

Eye Scream is weinig nieuws onder de brandende zon voor wie het geschreven werk van Rollins al enigszins kent. In plaats van nieuws, krijg je een intiem kijkje in de muil van het monster dat de Amerikaanse Droom heet. "Ik schrijf lelijke dingen. Maar maak je geen zorgen: het is allemaal waar." 

Rollins schrijft over lelijke dingen, maar hij schrijft niet 'lelijk'. Zijn taal is glashelder, spijkerhard, compromisloos. De boodschap is eenduidig: de wereld is een hel en je staat er alleen voor. Die eenduidigheid wreekt zich nogal eens, met name in de stukken die gaan over zijn problemen om met vrouwen om te gaan. Dat heb je na een tijd wel gehad, het zijn teveel brieven aan zichzelf. Rollins schittert daarentegen wanneer hij zich in anderen verplaatst, bij voorbeeld in de eeuwige all-american loser.  

Zo hebben we daar 'Larry über alles', door Rollins opgevoerd als script voor een film: "Larry is 32 jaar en werkt op kantoor, op een laag niveau. Hij is veel te zwaar en heeft weinig zelfvertrouwen. Hij leeft op zichzelf en in het weekend doet hij weinig anders dan TV-kijken..." 

Op deze voor Rollins typerende, nuchtere manier begint het verhaal, waarna vervolgens de hel losbarst. "Op een dag, tijdens z'n werk, krijgt Larry de ingeving om zich van kant te maken." Larry schaft een geweer aan, en een handvol kogels. Eén kogel kiest hij uit: deze wordt zijn Lucky charm. "Voor het eerst in zijn leven, nu hij het einde van zijn leven heeft gepland, voelt hij dat hij leeft." 

Larry gaat nog snel een paar maanden naar de sportschool, om er goed uit te zien wanneer hij de trekker overhaalt. Collega's, met name vrouwen, die hem voorheen niet zagen staan, glimlachen nu naar onze held. "De maanden verstrijken en Larry gaat er steeds beter uitzien. Hij haalt zijn 'lucky charm' te voorschijn en jaagt de kogel door z'n hoofd, een lijk achterlatend dat er goed uitziet. Einde film."    

Geweldvirus

De eerste vijftig pagina's van het boek worden ingenomen door Mekanik. "Let the Mekanik tell you the truth." Voor de Mekanik zijn er geen vragen, alleen antwoorden. Alles is een kwestie van biologie voor hem. Seks en geweld vormen de as waarom zijn leven draait. De Mekanik lijkt wel een Darwiniaan op LSD, een automatische piloot die zijn passagiers meesleurt op een tochtje 'sightseeing' langs de resten van de decadente beschaving. De fragmenten beginnen telkens met absurde zinnen, waarin Rollins zich uitleeft: "He only writes that sensitive shit to get laid" en: "My love is a one thousand snotty French poets puking black blood on your Cure collection".

Het hoofdstuk 'The only mother is the mother of lies' beslaat de 31 dagen van juli (1995, waarschijnlijk). Iedere dag vertelt Rollins een ander verhaal vol pijn. In 'Suffocation and solitude' springt de flash-back Washington DC, July 4, 1971 eruit, over straatrellen gezien door Rollins op 10-jarige leeftijd.  

En dit fragment: "Zij noemde het verkrachting. Hij noemde het 'afgedwongen liefde'. Zij zei dat het een smerige inbreuk was. Hij zij dat het neerkwam op 'doen wat van nature komt'. Zij noemde het huwelijk. Hij noemde het een 'minimum security prison'. Ze begonnen te praten over de Hemel en de Hel. Ik stond op en verliet de kamer." 

Als Rollins in z'n eentje op een podium staat te vertellen, is het lachen geblazen. Op papier echter... Schrijven is voor hem: van zich af schrijven. Pagina na pagina wordt de American Nightmare in beeld gebracht: de horror van de straat, de klatergouden bergen, strandende 'relationshits'; een horror die zich heeft afgezet in het hoofd van Rollins zelf. Soms is het ronduit walgelijk wat je leest; de schrijver verbergt dan ook niet dat hij zelf door het om zich heen grijpende geweldsvirus is aangetast. Je walgt ervan, maar leest gefascineerd verder. 

Vernietiger 

Incinerator heet een ander hoofdstuk, en het woord zegt het al. De Incinerator zit naast de Mekanik in de cockpit. Als het aan de Incinerator, de Vernietiger ligt, wordt de in zijn ogen decadente boel met de grond gelijk gemaakt. De pathetiek werkt nogal eens op de lachspieren, maar vergis je niet: de Incinerator meent het allemaal echt.  

Lees even mee, als hij uitlegt waarom hij zich op straat beter voelt met een geweer onder z'n jas: "Ik neem graag mijn geweer mee als ik ga wandelen. Ik geloof niet in hoop. Ik geloof niet dat mensen op een dag vreedzaam en harmonieus zullen samenleven. ik heb geen tijd voor politieke correctheid. Ik ga mezelf niet uit een of andere lastige situatie praten. ik schiet die eikel gewoon neer en dat is het." 

De Incinerator vervolgt zijn onontkoombare redeneertrant als volgt: "Mensen zijn bang voor hun eigen woede. Daarom houden ze het jaar na jaar vol. Je bent bang dat iemand je een slechte naam bezorgt. Dus wanneer je een 'straight male' bent en een andere man valt je lastig, zeg je niet dat hij moet opdonderen want dat zou politiek incorrect zijn. Je hebt niet de moed op te staan en te zeggen wat het is: seksuele pesterij. Je dekt je in met de onzinnige liberale pose te denken dat alles in orde is. Je vertelt de man die je doodsteekt dat hij eruit ziet of hij een knuffel nodig heeft. Ik sta internationaal bekend als de Incinerator."   

Schuilkelders 

Everything is met Mekanik het langste stuk. Vijftig pagina's lang écriture automatique, één lange gedachtestroom vanuit de riolen en schuilkelders van de geest, hier en daar onderbroken met een verhalende impressie. Dit kun je het beste achter elkaar door lezen. Rollins sleept je aan je nekvel mee: "Alles komt hier op uit/ Overvloedig/ Overweldigend/ Overladend/ De kanalen zijn opgeblazen en iedereen is ziek en bang". Even verderop: "Ik heb mijn vinger aan de pols van het Vergif".  

Een komische notitie over het Witte Huis: de bevolking van de VS voelt zich er hoogstens verwant mee wanneer een of andere kennis er de toiletten mocht poetsen... Moorden, (auto-)mutileren, zelfhaat, duivelse sociologische bespiegelingen wisselen elkaar in ijltempo af. In Fear komt de misschien wel mooiste regel van het hele boek voor: "All my children are broken bones". Nothing tenslotte is een korte weerspiegeling van Everything, waarin Rollins nog een keer flink uitpakt: "vierhonderd jaar moord... and then there was Nothing..."    

In Eye Scream ontbreken helaas Rollins' ervaringen als zanger in de Rollins band, zoals hij die eerder verwoordde in Now Watch Him Die (1993). Dergelijke intieme en vaak grappige impressies zouden een welkome afwisseling hebben gevormd met het toch loodzware proza van de man. Wat dat betreft verwijs ik naar het vorig jaar verschenen, met een Grammy Award bekroonde Get In The Van, waarin Rollins weergaloos verhaalt van zijn jaren in punkband Black Flag (1981-1986).

Marc Hurkmans

Henry Rollins, Eye Scream, Uitgeverij 2.13.61, ISBN 1-880985-32-2

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996