UIT: Ravage #214 van 12 juli 1996
Een kerncentrale op elk industrieterrein?
Onlangs organiseerde een consortium van vijf instellingen in Delft een conferentie over de ontwikkeling van een nieuwe kernreactor. Deze groep van vijf is al langere tijd bezig met onderzoek naar de zogenaamde Hoge Temperatuur Reactor. Om kort te zijn: mini-kerncentrales die bestemd zijn voor het bedrijfsleven. Met andere woorden: nog meer radioactief kernafval dat in de natuur terecht komt. De hoogste tijd voor actie. Het LAKA en Dwars togen voor u naar Delft.
De initiatiefnemer voor het project Hoge Temperatuur Reactor (HTR) is een oud-officier van de marine, die na zijn pensioen een eenmansbedrijf begon met de naam Romawa in Voorschoten. Deze meneer Crommelin bedacht een warmtekrachtcentrale die op een kleine kernreactor draait. De centrale levert zowel elektriciteit als warmte, dat gebruikt kan worden in de industrie. Het idee is nu om zulke kleine centrales te bouwen bij bijvoorbeeld een olieraffinaderij.
Hij legde zijn idee voor aan het Energieonderzoeks Centrum Nederland (ECN) in Petten. Samen met de Technische Universiteit Delft, de KEMA in Arnhem en het ingenieursburo Stork Nucon in Amsterdam wordt het idee nu uitgewerkt.
Het bedrijfsleven werd op 4 juli in de aula van de Technische Universiteit van Delft uitgenodigd voor een conferentie om ideeën uit te wisselen. Dit was dan ook de reden dat er geen journalisten werden geduld. Het onderwerp had de week voorafgaand al veel aandacht gehad n.a.v. een artikel in de wetenschapsbijlage van de Volkskrant.
De projectleidster bij het ECN had aanvankelijk de toegang beloofd aan journalisten, maar het hoofd van de afdeling Nucleair zag daar niets in. Volgens de persvoorlichter van het ECN waren ze bang dat journalisten te snel conclusies zouden trekken als de aanwezige vertegenwoordigers van de bedrijven vragen zouden stellen. De mensen van het Landelijk Anti Kernenergie Archief (LAKA) kregen dan ook een dag van tevoren te horen dat ze slechts welkom waren op een persconferentie na afloop.
Protest
Bij de ingang van de eigenlijke conferentie voerde GroenLinks jongerenorganisatie Dwars actie. Gekleed in beschermende overalls en gasmaskers protesteerden ze tegen dit geldverspillende onderzoek en vóór alternatieve energie. Stencils met achtergrondinformatie van het LAKA werden uitgedeeld. Tijdens de conferentie bleek de actie en de verspreide informatie de nodige vragen bij de vertegenwoordigers uit de industrie te hebben opgeroepen over de veiligheid en haalbaarheid van de plannen.
Zo'n zestig vertegenwoordigers waren aanwezig, deels van mogelijke leveranciers van onderdelen, deels van bedrijven die een reactor op hun terrein overwogen. Zo waren aanwezig: oliemaatschappijen NAM en Elf, een plastiekfabriek uit Bergen op Zoom (GE Plastics), een fotorolletjesfabriek uit Tilburg (Fuji) en twee papierfabrieken (Parenco uit Renkum en Baily uit Gorkum). De stemming onder de bedrijfsvertegenwoordigers was over het algemeen genomen wat afwachtend. Het project is dan ook nog niet concreet genoeg en men wil eerst meer uitgewerkt zien. De bijeenkomst is dan ook in een vroeg stadium georganiseerd om te onderzoeken wat de wensen van het bedrijfsleven zijn.
Ondanks het vroege stadium waarin de ontwikkeling van de reactor zich bevindt is het wel belangrijk dit project in de gaten te houden. De kernenergie-industrie en -lobby zitten momenteel in een diep dal. Na de ramp in Harrisburg (VS, 1979) werd er wereldwijd bijna geen reactor meer besteld. Dit werd nog eens versterkt door de ramp in Tsjernobyl, tien jaar geleden.
Desondanks blijven de voorstanders van kernenergie proberen het op de politieke agenda te zetten. Drie jaar geleden probeerde de toenmalige minister van Economische Zaken dhr. Andriessen het nog met het organiseren van een conferentie voor de atoomindustrie (TopNux '93) en het uitbrengen van een Dossier Kernenergie waarin hij pleitte voor nieuwe kerncentrales.
Het ECN werd de laatste jaren geconfronteerd met dreigende bezuinigingen op de afdeling Nucleair. Een van de onderzoeken die ze toen startten was naar de HTR om zo toch overeind te kunnen blijven. Vreemd genoeg dus een onderzoek naar een reactortype dat in andere landen losgelaten is. Zo werd de HTR van het Duitse bedrijf Siemens eind jaren '80 in de ijskast gezet wegens gebrek aan perspectief.
Tegenargumenten
Maar er zijn nog een aantal argumenten die tegen de HTR pleitten:
- Een gevaar vormt het aanwezige grafiet. De uraniumbrandstof is namelijk verwerkt in grafieten bollen. Maar juist grafiet is een brandbare stof. De ramp in Tsjernobyl liet zien hoe desastreus een grafietbrand kan zijn. De brand duurde dagen en de radioactieve inhoud van de reactor verspreidde zich over een groot gebied. Bij de HTR is dit risico vooral aanwezig als er een lek zou ontstaan in het koelwater gedeelte. Grafiet reageert explosief als het in contact komt met water;
- De afwezigheid van een stevige betonnen koepel rond de reactor vormt een extra risico. Bij een ernstig ongeluk kan zo'n koepel voorkomen dat radioactiviteit vrijkomt. Maar de koepel vormt ook een bescherming tegen een neerstortend vliegtuig of een explosie van buiten. De HTR zou juist dichtbij industrie-complexen gebouwd moeten worden en juist daar is het risico aanwezig van explosies (bijv. een raffinaderij);
- Er wordt vaak beweerd dat een groot ongeluk in een HTR onmogelijk zou zijn. Een studie van de Rijksuniversiteit Utrecht komt tot de conclusie dat de kans op een groot ongeluk, waarbij radioactiviteit vrijkomt, in theorie dan wel klein zal zijn, maar zeker niet uitgesloten is. De Delftse hoogleraar Van Dam vond een ongeluk "überhaupt vrijwel ondenkbaar", waarmee hij zelf dus lijkt te twijfelen aan de beweerde absolute veiligheid;
- Volgens de projectleider mevr. Van Heek van het ECN is de reactor zo veilig dat er zelfs geen rampenplan voor nodig is. Erg naïef natuurlijk, want een ramp is nooit uit te sluiten en dan zal er toch een groot aantal mensen geëvacueerd moeten worden;
- De HTR is geschikt voor het produceren van plutonium voor kernwapens. Juist de aanwezigheid van grafiet zorgt voor kwalitatief goed plutonium. De grote kernwapenlanden hadden allen grafietreactoren voor plutoniumproductie. De verspreiding van HTR-technologie vergroot de risico's van kernwapenverspreiding. Zo is Indonesië geïnteresseerd in de HTR, een grootmacht in een instabiele regio (Zuidoost-Azië) met een aantal kernwapenstaten (India en Pakistan) en een aantal drempellanden. Ook de aanwezigheid van hoger verrijkt uranium (ongeveer 20%) in de brandstof baart zorgen. Dit uranium kan gebruikt worden voor de productie van uranium-kernwapens.
Haalbaarheid
Eerdere ervaringen met deze reactoren doen ernstig twijfelen aan de haalbaarheid. Zo schrijft het pro-kernenergie Internationaal Atoomenergie Agentschap in 1995: "(...) a number of prototype or demonstration plants have been built, but without complete success in operation". In Duitsland werd de 6 miljard dure HTR in Hamm na een kleine twee jaar in 1988 gesloten wegens technische problemen en de hoge kosten.
Aangezien er nog geen praktijkervaring is met dit nieuwe ECN-ontwerp lijkt het niet aannemelijk dat het bedrijfsleven geld zal investeren in een reactor die pas op lange termijn gebouwd kan worden. In 1995 publiceerde het ECN een onderzoek naar de haalbaarheid van de HTR in Nederland. De belangrijkste conclusie is dat de HTR niet kan concurreren met gas- en kolen centrales. De prijs van gas en kolen zou ongeveer tweemaal zo duur moeten zijn wil de HTR financieel een kans maken. Bovendien zou de reactor gebouwd moeten worden op industrie-complexen, en bij een aantal potentiële kandidaten wordt juist nu gebouwd aan nieuwe gasgestookte centrales.
Het is verder bijzonder vreemd dat het ministerie van Economische Zaken stelt dat een vergunning voor een te bouwen HTR aan minder voorwaarden hoeft te voldoen. Dit betekent ongetwijfeld dat er bij een vergunningprocedure minder mogelijkheden tot inspraak zullen zijn.
Het grootste probleem van kernenergie, het radioactieve afval, wordt met de HTR niet opgelost. Afval dat ontstaat in de reactor en miljoenen jaren radioactief blijft, terwijl er nog geen oplossing bestaat voor de opslag ervan. Met de keus voor kernenergie komt er geen einde aan uranium-mijnbouw. Omdat erts weinig uranium bevat worden grote gebieden afgegraven met alle gevolgen voor het milieu en de gezondheid van omwonenden, veelal inheemse volken.
Als besloten wordt tot het opwerken (recyclen) van de brandstof komt er een extra milieu probleem bij. Bij opwerking komt veel straling vrij en het vergoot de hoeveelheid afval. Het geld dat dit moment wordt uitgegeven aan onderzoek naar de HTR zou veel beter besteed kunnen worden aan een snellere ontwikkeling van alternatieve energiebronnen. Deze zijn schoner, goedkoper en efficiënter in het bestrijden van het broeikaseffect.
Robert Jan van den Berg