UIT: Ravage #212 van 14 juni 1996
Vlees is moord
De politie ruikt wierook
Slagerijen in Den Helder waren jarenlang doelwit van radicale dierenactivisten. Wat begon met leuzen kladden bij de slager om de hoek, breidde zich uit tot serieuze brandstichtingen bij vleesverwerkende bedrijven elders in het land. Met de arrestatie van Frank (25) en Eric (20) in maart van dit jaar kwam er een eind aan de activiteiten van Right Animal Treatment (RAT). Jansen & Janssen namen een duik in het lijvige opsporingsdossier, en wat blijkt? Het opsporingswerk naar de daders van de aanslagen, verliep niet vlekkeloos. Er ging nogal eens wat mis bij het RAT-team. Min of meer onder het toeziend oog van het observatieteam werden er verscheidene aanslagen uitgevoerd.
'Je vreet je eigen huisdieren toch ook niet op?' staat op de muur van het slachthuis in Den Helder gespoten. De politie vindt vier plastic flessen gevuld met benzine onder vrachtauto's bij het slachthuis. De ontstekingsmechanismen hebben gebrand, maar zijn door onbekende oorzaak uitgegaan.
Het is januari 1995. RAT, Right Animal Treatment, doet een eerste serieuze poging tot brandstichting. Tot op dat moment beperkte de actiegroep zich tot het dichtkitten van sloten en het kalken van leuzen. Steeds dezelfde kreten: 'Vlees is moord' en 'R.A.T.' en iedere keer in Den Helder. Begin vorig jaar kreeg een aantal slagers daar zelfs om de paar weken nachtelijk bezoek.
Eind maart '95 is het echt raak. Slager Van Nuland, die het in het verleden al vaker moest ontgelden, krijgt benzine door de brievenbus gegoten met een rotje er achteraan. In woningen boven de winkel liggen op dat moment mensen te slapen. Het vuur gaat gelukkig vanzelf uit. Bij een slagerij een paar straten verderop brandt een koelvrieswagen uit. De auto stond drie meter van een rijtje eengezinswoningen geparkeerd. Het loopt opnieuw goed af. RAT signeert met handgeschreven leuzen op stickers.
In totaal zijn er in Den Helder elf aangiften opgenomen, zes van vernieling, twee van een poging tot - en vijf van brandstichting. De schade loopt in de honderdduizenden guldens. Bij de aanslagen werd steeds gebruik gemaakt van plastic flessen waar de bovenzijde vanaf was gesneden, gevuld met benzine. Wierookstokjes en vuurwerk dienden als ontstekingsmechanisme.
In opdracht van de Chef Recherche stelt brigadier Loete in Den Helder een buurtonderzoek in. Dat levert geen nieuwe aanknopingspunten op. Ook een landelijke ronde op zoek naar vergelijkbare zaken loopt op niets uit.
Radicalisering
De Dienst Bijzondere Recherche zaken (DBRZ, voorheen de Bijzondere Zaken Centrale) signaleerde al in 1993 een radicalisering van de linkse acties. Het CRI-jaarverslag wijdde toen voor het eerst een paragraaf aan milieuactivisme. De DBRZ waarschuwde voor groepen als het Dierenbevrijdingsfront die zich onder verschillende namen inzetten voor de rechten van dieren en daarbij geweld niet schuwen.
Het hele spectrum wordt in kaart gebracht, ook activiteiten van geweldloze groepen, zoals die van People for Ethical Treatment of Animals (PeTA). Deze dierenactiegroep hield op 13 februari '95 een demonstratie op Schiphol tegen het vervoer van kistkalveren. Zes weken na deze actie geeft de CRI aan brigadier Loete door dat van de vijf personen die bij de actie op Schiphol waren opgepakt, er één uit Den Helder kwam. Dat was Eric.
Aandacht in de pers levert meer bruikbare tips op. Naast verschillende kranten besteedt ook NCRV's Hier en Nu begin april aandacht aan de branden in Den Helder. Na die uitzending belt Ron Haarman van het Nederlands Bont Instituut met brigadier Loete. Haarman houdt uit professionele en persoonlijke interesse een omvangrijk dossier bij over PeTA. Hij maakt er geen geheim van dat het Bontinstituut een beroep doet op 'specialisten' om informatie te verzamelen over tegenstanders van de bontindustrie.
Haarman legt de politie in Den Helder uit hoe het volgens hem zit. PeTA is een van oorsprong AmEricaanse organisatie. In Nederland komt PeTA naar buiten toe vriendelijk over, maar in Verenigde Staten doet de groep radicalere acties. Het zou de vertegenwoordiger van het Bont Instituut niet verbazen als RAT verbindingen zou hebben met PeTA.
Er komt ook een telefoontje van een slager uit Amsterdam, die in het slagers-vakblad Vlees had gelezen over de toestanden in Den Helder. Dat kwam hem bekend voor. Hij vertelde dat zijn zaak in Bos en Lommer al diverse malen 's nachts was bezocht, voor het laatst in januari dat jaar. Ook een poelier bij hem in de straat had handgeschreven stickers aangetroffen met de tekst 'Vlees is moord' en 'RAT'.
Navraag bij bureau Admiraal de Ruyterweg leert dat de politie in Amsterdam van vernieling geen proces-verbaal opmaakt. Meer dan een melding van de gebeurtenissen is er in het computerbestand niet terug te vinden. Maar dan doet rechercheur Loete een belangrijke ontdekking. Bij de vijf arrestanten van de Schiphol-demonstratie zat ook iemand uit Amsterdam, genaamd Frank, en die woont in Bos en Lommer. Bovendien bleek dat in Den Helder de aanslagen ook steeds hadden plaatsgevonden rond het adres van de destijds daar nog wonende dierenactivist.
Landelijke zaak
De acties van RAT zijn inmiddels een landelijke zaak geworden. De Dienst Bijzondere Recherche Zaken neemt de verdere coördinatie voor haar rekening. Vanaf 18 april 1995 staan Eric en Frank boven aan de lijst van mogelijke daders. De politie hangt een camera op bij slagerij Van Nuland in Den Helder. In de hoop op een heterdaadje staat de video een half jaar lang aan, elke nacht tussen 22.00 en 6.00 uur. De opgenomen beelden mogen alleen bekeken worden na constatering van een strafbaar feit.
De dierenactivisten houden zich ondertussen stil tot in de zomer van '95. Na een telefonische bommelding namens RAT bij de Paasvee-tentoonstelling in Schagen, volgt in juni een poging tot brandstichting bij een islamitisch slachthuis in Heerhugowaard. Een stapel hout besprenkeld met benzine wil niet branden. Naast de gangbare graffiti staat er 'Pas op, concentratiekamp' op de muur.
Een week later zijn in Den Helder bij een groot aantal slagers de sloten met lijm dicht gespoten en de puien volgeplakt met stickers met leuzen. Ook bij Van Nuland, de slager met de camera. Maar helaas, 'om atmosferische redenen bleken er geen beelden van die nacht beschikbaar. Er was geen herkenning mogelijk', zo meldt de politie in het opsporingsdossier.
In Haarlem gaat op een oktobernacht een vrachtwagen van een vleesbedrijf in vlammen op. In Hilversum brandt op 22 oktober de wagon voor het olifanten-transport van circus Krone uit. Op vijf november zijn een aantal busjes van een vleeswarenfabriek in Amstelveen het doelwit. Het is een wonder dat de brand niet overslaat naar het gebouw waar een wagen dicht tegenaan geparkeerd stond. 'Dieren zijn weerloos', staat erbij gekalkt.
Op 26 november gebeurt hetzelfde in Leiden. Steeds worden er plastic flessen - vaak van het merk Real Cool - gebruikt, gevuld met benzine. Als lont fungeert een wierookstokje, gestoken in een rotje. De werkwijze is identiek, de aangetroffen leuzen ook.
De acties verspreiden zich uit over het land, de frequentie neemt toe - om de twee à drie weken - en bovendien gaat het nu vaker om (voltooide) brandstichtingen. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk, maar toch komt het opsporingsonderzoek naar Eric en Frank nog niet echt op gang.
De CRI adviseert het onderzoek richting beide verdachten voort te zetten. Een half jaar nadat de DBRZ de coördinatie van het onderzoek op zich heeft genomen, komt de dienst met aanvullende informatie over de man uit Bos en Lommer. De CRI heeft uitgevonden dat Frank pas kort in Amsterdam woont. Zijn jeugd blijkt hij te hebben doorgebracht in Den Helder. Conclusie: Frank en Eric hebben in het verleden mogelijk contact gehad. Als actieve dierenrechtenactivisten moeten ze elkaar kennen.
Het duurt lang voordat er een speciaal opsporingsteam is geformeerd. Het oprichten van een samenwerkingsverband van mensen uit verschillende politieregio's heeft veel voeten in de aarde. Onduidelijkheid over de samenstelling, de verantwoordelijkheid en de personele invulling, veroorzaakt weken vertraging. Pas na overleg met de landelijk officier van justitie voor terreurzaken, mevrouw van der Molen-Maessen, zijn de zaken goed geregeld. De terreur-officier is verantwoordelijk voor de Dienst Bijzondere Recherche Zaken van de CRI. Daarnaast houdt zij zich bezig met de overdracht van informatie van de BVD die van belang zou kunnen zijn in strafzaken.
Van der Molen spreekt op 3 december met de officier van justitie uit Alkmaar af dat het onderzoek naar RAT wordt uitgevoerd door het district Den Helder/Texel met ondersteuning van de regio Kennemerland, onder verantwoordelijkheid van het OM Alkmaar. Het observatieteam van de DBRZ, opgericht voor de opsporing van de RARA, verleent praktische ondersteuning. Dit observatieteam is gespecialiseerd in het volgen van politieke activisten, die zich - anders dan georganiseerde criminelen - vaker op de fiets plegen te verplaatsen.
Heterdaad
Half december is het RAT-team uitgebreid met rechercheurs van de regio Kennemerland en van het Regionale Recherche Team Noord- Holland-Noord. Het onderzoek kan beginnen. De daders zijn in beeld. Hun woon- en verblijfplaats zijn bekend, net als hun manier van werken. Het wachten is op een heterdaad zou je zeggen. Maar zo makkelijk is dat niet. Er gaat nogal eens wat mis bij het RAT-team. De weinige treffers lijken vooral van het toeval afhankelijk.
Video-observatie van de voordeur van Frank levert wederom 'wegens atmosferische omstandigheden' geen bruikbare beelden op. Het observatieteam moet zelf op pad. Op 12 december ziet de politie Frank naar de slijterij van Dirk van de Broek gaan. Wat hij daar koopt blijft onduidelijk. Onderzoek wijst uit dat Dirk van de Broek de enige winkel in de regio Noord-Holland is die frisdrank van het merk Real Cool verkoopt.
Ruim een week voor Kerst denkt het observatieteam beet te hebben. Frank verlaat 's avonds zijn huis, samen met een nog onbekende man - Eric is formeel nog niet als zodanig geïdentificeerd. Frank heeft een bomberjack aan met een capuchon over zijn hoofd. Ook Eric heeft donkere kleren aan en een muts op. Hun rugzak is zo vol dat hij amper dicht kan. Ze vertrekken op een vouwfiets richting station Sloterdijk.
Uit het opsporings-dossier: 'Per trein en per fiets gingen Frank en de onbekende man naar een afgelegen locatie in de polder bij Oostzaan, waarbij omstreeks 23.00 uur door het observatieteam werd geconstateerd, dat beide mannen zich in de nabijheid van een vrachtauto van een pluimveeslachterij ophielden. Daarbij werd gezien dat Frank twee cilindervormige voorwerpen in zijn hand hield (vermoedelijk spuitbussen), terwijl de onbekende man in elke hand een fles droeg. Op moment van constateren (passeren) werd door de betrokken medewerker van het observatieteam de karakteristieke geur van wierook waargenomen. Mogelijk tengevolge van het min of meer 'overlopen' van de verdachten kwam het niet tot feitelijkheden. Ook directe aanhouding bleek niet mogelijk en in een later stadium niet wenselijk.' Onderzoek ter plaatste leverde geen sporen op.
Frank en Eric merken dat er iemand langs fietst op het moment dat ze hun brandbommen willen plaatsen en houden het voor gezien. Ze verstoppen hun spullen en gaan naar huis. Volgende keer beter. Na de jaarwisseling moeten de speurders uit de krant vernemen dat in Oostzaan toch een vrachtauto is uitgebrand. Dat gebeurde twee dagen voor Kerst, precies een week na de nachtelijke observatie bij de pluimveeslachterij. Op dezelfde locatie, waar de twee RAT-verdachten eerder 'mogelijk met voorbereidingshandelingen bezig waren.' (Rapport opgemaakt op 30 januari 1996)
Het RAT-team krijgt toestemming om bij het bevolkingsregister in Den Helder een pasfoto van Eric te lenen. 'Dit om leden van het observatieteam de onbekende tweede man te kunnen laten herkennen. Daar de man op de foto lang haar droeg tot over de schouders en de onbekende man duidelijk korter haar had was onmiddellijke herkenning niet mogelijk.' De foto is na gebruik terug gebracht. Een maand later, op 19 januari, ziet het observatieteam de tot dan toe onbekende man uit het huis van zijn ouders in Den Helder komen en is er zekerheid over Eric's identiteit.
AJF
De politie heeft wederom niet kunnen voorkomen dat er in Castricum een vrachtwagen in brand is gestoken bij een groothandel in wild en gevogelte. Ook een deel van de gevel van het bedrijf is verbrand. Voor het eerst wordt de leus AJF (Animal Justice Front) aangetroffen, maar de modus operandi zijn identiek. Schade: fl. 300.000,-
Het RAT-team heeft dan net, na overleg tussen de diverse korpsen en justitie, besloten dat het onderzoek moet worden voortgezet. De leiding blijft in handen van de officier van justitie in Alkmaar, mevrouw Keyser. Op 23 januari is het team uitgebreid met nog twee rechercheurs van het Regionaal Recherche Team Noord-Holland Noord.
De formaliteiten nodig voor aanhouding gaan geregeld worden. Op 1 februari 1996 is er een gerechtelijk vooronderzoek tegen Frank en Eric geopend. Daarmee krijgt de politie toestemming de telefoons van beide heren af te luisteren, 'met het doel na te gaan (...) dat zij betrokken zijn bij de reeds gepleegde aanslagen en wanneer er nieuwe aanslagen gaan plaatsvinden om hen met behulp van het observatieteam te volgen en op heterdaad te kunnen aanhouden.'
De politie vraagt de PTT ook de printlijsten van deze nummers vanaf 1 juli 1995, dat is over een periode van zeven maanden. Inzage in het belgedrag toont aan dat Eric en Frank regelmatig met elkaar telefoneren, en ook wel eens met dierenorganisaties als PeTA. Andere daders lijken er niet te zijn.
Het afluisteren levert meteen resultaat op, zij het achteraf. Op 6 februari vraagt Eric aan Frank over de telefoon of hij nog wat had gelezen. "Nee", zegt Frank, "het was ook niet zo gelukt". Eric is er nog langsgekomen toen hij met zijn ouders meereed naar Amsterdam. Frank vraagt: "Had je nog wat gezien?" Eric antwoord ontkennend. "Alles stond er nog gewoon". 'Aangezien dit gesprek plaatsvond kort na de poging tot brandstichting van de drie vrachtauto's in Halfweg wordt niet uitgesloten dat Eric en Frank het over dit voorval met elkaar hebben.'
De Hot Dog King in Halfweg is vanaf de snelweg Amsterdam-Haarlem te zien, stelt de politie vast, en het is heel goed mogelijk dat Eric via die route uit Den Helder is gekomen. Ook deze poging tot brandstichting gebeurde met behulp van plastic frisdankflessen waarvan de hals was verwijderd, gevuld met 'een brandbare vluchtige stof'. De ontsteking was zoals gewoonlijk met een rotje, tot ontbranding gebracht met een wierookstokje. De leuzen: 'Moordenaars' en de nieuwe naam: 'AJF'. 'In hetzelfde gesprek wordt er ook over het komende weekend gesproken. Frank vraagt of Eric in Amsterdam is want "er moet iets gebeuren en het is niet moeilijk".'
Dat weekend staat het observatieteam op scherp. Frank fietst naar Eric's nieuwe huis in de Pijp. 'Er wordt gezien dat ze zich hierna gezamenlijk, maar ieder op een eigen fiets, verplaatsen naar Amsterdam-Noord. Beide verdachten kunnen door de plaatselijke situatie een kort moment niet worden gevolgd.'
Waarschijnlijk was het dicht achtervolgen op de Schellingwouderbrug over het IJ een te groot risico. Als de verdachten door het observatieteam weer zijn 'opgepikt' zijn ze al weer op de terugweg. 'Een deel van het team dat is achtergebleven in Amsterdam Noord, ontdekt kort na het vertrek van de verdachten dat op een school voor de vleesverwerkende industrie (..) teksten waren gespoten als 'Vlees is moord' en 'AJF'.' Weer geen heterdaad.
Telefooncel
Dan komt de CRI met informatie die sterk in de richting van Frank en Eric wijst. De politie Haaglanden heeft gesprekken opgenomen waarin brandaanslagen van RAT worden opgeëist. Het gerechtelijk vooronderzoek van Haaglanden had niets te maken met het opsporingsonderzoek naar de brandstichtingen. Meer kon de CRI in eerste instantie niet vertellen.
Op 16 februari gaf de Haagse rechter-commissaris toestemming de betreffende banden ter beschikking te stellen aan het RAT-team. Het gaat om drie gesprekken, steeds laat in de ochtend gevoerd. Het eerste telefoontje is met de Perscombinatie, op 1 oktober 1995. Een mannenstem maakt melding van een aanslag die nacht in Haarlem, gepleegd door het Right Animal Treatment.
De tweede keer is er gebeld met De Telegraaf, op 5 november 1995. RAT claimt de aanslag op een vleeswarenbedrijf in Amstelveen. In het derde keer gesprek, op 26 november 1995, wordt de aanslag op het slachthuisterrein in Leiden opgeëist. Deze gesprekken blijken te zijn gevoerd vanuit één telefooncel. En die cel staat in Bos en Lommer, om precies te zijn bij Frank in de straat. Waarom de politie Haaglanden deze opnames maakte, en hoe, komt niet aan de orde.
Het RAT-team moet heel blij geweest zijn met deze toevalstreffer. De politie denkt de stemmen van Frank en Eric te herkennen, maar het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk moet uitsluitsel geven. In overleg met de officier van justitie besluit de politie de stemvergelijking uit te stellen tot na de arrestatie van beide verdachten.
Die aanhouding zou nog vijf weken op zich laten wachten. In het dossier is over opsporingsactiviteiten in die periode niet veel terug te vinden. Het Haarlems Dagblad ontvangt een brief van het Animal Justice Front (AJF) verstuurd vanuit Amsterdam. In deze brief eist het AJF de aanslagen op gepleegd in Oostzaan, Castricum, Halfweg en Amsterdam-Noord. Voor zover er nog onzekerheid was over het verband tussen deze acties, is die nu voorbij.
Ook het actieblad NN heeft een samenhang ontdekt. De politie maakt melding van een artikel na de aanslag in Amstelveen en citeert NN: 'Gelet op de leuzen die op het kantoor werden aangetroffen is de actie het werk geweest van de groep Right Animal Treatment (RAT). Al eerder voerde deze groep soortgelijke acties in Den Helder, Haarlem en IJmuiden.'
De laatste grote actie van het AJF is de aanslag op het slachthuis in Schiedam. De brandweer denkt dat de uitslaande brand is ontstaan op het parkeerterrein, maar de rechercheurs ter plaatse kunnen niets vinden dat op een brandbom wijst. Een dikke week later arriveert de claimbrief. 'Het is gedaan door middel van vier brandbommen onder de voorwielen van drie vrachtwagens te plaatsen. Dit uit protest tegen al het dierenleed wat door de vleesproductie/consumptie veroorzaakt wordt.' Was getekend: AJF. De brand legde ook twee belendende bedrijven in de as, de schade loopt in de miljoenen. Het slachthuis is voor zeker vijf maanden uit de running.
Schiedam was precies een maand voordat Frank en Eric zouden worden opgepakt. Over deze actie is in het opsporingsdossier echter niets terug te vinden. Hij staat zelfs niet op de tenlastelegging: de brand werd Frank en Eric niet aangerekend tot ze er bij de verhoren zelf over begonnen. Ook vernielingen bij slagerijen in Leidschendam en Den Haag, aangericht rond dezelfde tijd uitgevoerd in naam van het AJF, staan verder nergens genoemd. Wist de politie dat deze verdachten daar niets mee te maken hadden?
Toeziend oog
Een jaar nadat Frank en Eric boven aan het lijstje van mogelijke verdachten zijn gezet, worden ze gearresteerd. In die periode waren er zeven geslaagde aanslagen en drie pogingen tot brandstichting, ze deden zeker tien kladacties en een bommelding. Meer dan de helft van deze acties moet zijn uitgevoerd onder de ogen van het observatieteam. Hoe kan dat? Belangrijke informatie kwam van buiten de politie, of - veel te laat - van landelijke diensten zoals de CRI. Het opsporingsonderzoek kwam langzaam op gang. Het observatieteam miste het moment surprême, of belette een heterdaad. Vaker nog liet de politie het helemaal afweten.
Aan de sporen heeft het niet gelegen. De modus operandi kwamen overeen, van het begin af aan. De leuzen, de handgeschreven stickers, de opengeknipte anderhalve liter Real Cool flessen. De ontsteking verbeterde enigszins in de loop van tijd. In de met plastic huishoudfolie afgesloten wc-rol zaten later niet alleen rotjes, maar ook luciferkoppen en aanmaakblokjes. Dat geheel moest brandend in de benzine vallen. Wierook als lont ontbrak nooit.
De brandbommen gingen zo vaak niet af, dat bij iedere actie duidelijk herkenbare restanten veiliggesteld konden worden. Bovendien bleek bij de huiszoeking dat alles dat gebruikt was bij een aanslag, of kon dienen voor het maken van zulke bommen, bij één van de jongens thuis lag. Het vuurwerk, de aanmaakblokjes, een verzameling lege flessen en dito wc-rollen, als ook de spuitbus voor de leuzen en de handschoenen om geen sporen achter te laten.
Het trage optreden van de politie moet de jongens van RAT een gevoel van onkwetsbaarheid gegeven hebben. Ondanks, of misschien wel dankzij hun grenzeloze naïviteit konden ze een jaar lang met amateuristische bommen grote schade aanrichten. Frank en Eric voelden zich verplicht op te komen voor de rechten van dieren. Want dieren kunnen zich niet verweren. Ze probeerden met hun acties begrip te krijgen van mensen die nog steeds vlees eten. De uiteindelijke aanhouding, maandag 25 maart om 6 uur 's ochtends, kwam voor hen als een volslagen verrassing.
Het raadsel van de afgeluisterde telefooncel is intussen opgelost. Door een toeval. Omdat de advocaat van Frank en Eric ook een grote drugszaak doet. In die zaak maakten de verdachten veel gebruik van openbare telefoons voor geheimzinnige gesprekken. De politie Haaglanden liet, verspreid over Amsterdam, tien telefooncellen afluisteren. En één van die cellen stond bij Frank in de straat...
Jansen & Janssen