Naar archief

UIT: Ravage #212 van 14 juni 1996   

Plaatstaal, of kraken aan deze zijde van de literatuur 

Tien jaar na "Kedichem" breekt de te verwachten hausse in memorabilia van de kraakbeweging los. De verfilming van A. F. Th. van der Heijden's Advocaat van de Hanen draait in de bioscopen, compleet met ingevoegde mededeling aan het eind. Vanuit het Hoge Noorden opent een onder een transparant pseudoniem opererend ex-redacteur van dit ex-blad een heuse polemiek in ons Nationaal Ochtendblad Bis. En nu hebben we een roman dat hoge ogen gooit naar de status van het literair opus over dit roerig cultuurfenomeen.  

En waarom ook niet? De kraakbeweging (er zijn er die beweren dat zoiets nooit echt bestaan heeft) is immers al direct na ontstaan voor verdorven, ten dode opgeschreven en daadwerkelijk passé verklaard, om vervolgens als never ending story alsmaar terug te komen. Of zoals onlangs een redacteur van de Volkskrant het plastisch omschreven schijnt te hebben: 'We dachten dat die beweging dood was, maar we kregen postzakken vol uit het bejaardenhuis'. 

Natasha Gerson behoorde kennelijk tot de "Wij zijn er weer!" lichting krakersters, dus die van na de Kroning, de Groote Keyser, de Vondelstraat, enz. enz. Hoe lang ze meedeed en hoe haar situatie er nu uitziet is onbekend en doet er ook niet toe. Haar onlangs verschenen roman Plaatstaal begint in laat 1985 en eindigt negen jaar later, in november 1994. Het strekt zich uit over 400 bladzijden, en laat ik u niet in spanning laten, het is een prachtboek. Het gaat ook helemaal niet, of althans helemaal niet alleen maar, over de kraakbeweging. Iedereen weet tenslotte dat "het kraken", cq de actiewereld, de dagelijkse leefomgeving was van de jonge culturele avant-garde van de jaren '70-'80 & beyond. 

In de onbeholpen realistische woorden van een van de personages: 'Wij kwamen hier speciaal naar toe verhuisd om deel uit te maken van de actiescene.' (en dat helemaal vanuit Berkel en Rodenrijs, hoe verzin je het! Met deze Juriaan loopt het dan ook erg slecht af). Net zoals de studentenbeweging tien jaar eerder was de kraakbeweging gewoon een kweekschool voor dynamisch talent dat, zoals mijn moeder altijd over de klassieke talen placht te zeggen, "mene a tout, a condition d'en sortir".  

Dat hebben ze geweten ook. Want het resultaat was dat de beweging in haar gelederen altijd een ongekend complement teringlijders, kankerteven, hufteroïden en dwingelanden van beiderlei kunnen heeft geherbergd. De welken veel zielenleed hebben toegebracht aan het groot aantal sullen die dachten dat ze in een idealistische, wereldverbeterende organisatie waren beland. Dat was overigens ook wel zo, maar de kost was niet voor de weekhartigen bedoeld. Wat vond Mahatma Gandhi ook alweer van de Westerse Beschaving? "Een fantastisch idee!" 

Natasha Gerson heeft dat scherp in de gaten, en dat levert menig prachtscene op, met een hoog feest-der-herkenning gehalte. Dat dit afreageren op haar verleden nogal eens op afrekening uitdraait, is geen bezwaar: meesterwerken worden nu eenmaal eerder uit woede dan uit gelukzaligheid geboren. Verder beeldt ze goed uit hoe de beweging als doorgangshuis fungeerde waar sommigen alleen wat langer bleven hangen dan anderen. Voor hoofdfiguur Chris, 'de rigide actievoerder' (blurbtext), is het zowat z'n hele wereldse hebben en houden. Zijn tegenhanger, het zeer jonge kreng Ellen - ontwaren wij hier enige autobiografische trekjes? - sluit zich alras moeite- cq. gewetenloos aan bij nog veel heftiger scenes. 

Maar Plaatstaal is toch vooraleerst een karakterroman. Vier vrouwen en/om een man: kan het nog literarischer? En wat voor een man! Chris is de he-man ten voeten uit. En in het Amsterdam der jaren '80 is 'kraker' een zeer geloofwaardige, zoniet de meest voor de hand liggende occupatie van zo'n jonge held. Bonfire of the Vanities situeer je in NewYork op Wall Street, in Amsterdam heb je daar de Staatsliedenbuurt voor. De he-man zelf blijft er onveranderlijk onder. Gesloten, berekenend, in control, en uiteindelijk de lul. De vrouwen, hoe verschillend ook , hebben het allemaal op hun manier moeilijk, en krijgen het allemaal op hun manier voor elkaar, ook al gaan ze eraan dood. Na achter elkaar met die stronteigenwijze Chris in de weer te zijn geweest, geraken zij uiteindelijk in een bijkans klassieke muliebra conspiratio van drie hunner tegen de vierde. 

Al deze personages, benevens een indrukwekkende doch relevante stoet nevenfiguren, komen goed en geloofwaardig uit de verf: hun handelingen, hun gedachtegangen, hun omgeving, hoe ze hun leven proberen in te richten, te veranderen, alles wordt treffend en vakkundig beschreven. Plaatstaal roept dan ook meer dan eens de vraag op of er een literaire methode achter ligt, een kanarieboek literatuur ("Rake Romans Schrijven!") of zo. Het bij tijd en wijlen nogal precieuze woordgebruik (leer ik nog eens wat) knaagt soms - maar het kan ook de Zeitgeist zijn: het is in de contemporaine franse fictie trouwens nog stukken erger. Je kunt natuurlijk ook ontzettend veel gelezen hebben of Nederlands studeren. Nix mis mee. Als je daarnaast ook talent hebt, komt er wat fraais uit. Zoals hier. 

Velen - en niet alleen binnen de zgn. beweging - zullen zich op het boek willen storten om het als sleutelroman te decoderen. Een mijns inziens zinloze en overbodige onderneming. En het zou jammer zijn als het afleidde van de beschrijving van de andere, niet actievoerende leefwerelden, die er ook mogen wezen. Zo krijgen wij een empathische en levensechte kijk op de Roma-cultuur, omdat Jo, Chris eerste liefde en de moeder zijner kinderen (de he-man realiseert zich altijd als vader) een 'zigeunerin' is. 

Een even realistische maar bij tijden ongenadige beschrijving valt de grootdorpelijke kunstwereld ten deel, dat geheel conform Dirk van Weelde's dictum "een soort huwelijk is tussen maffia en inlichtingendienst". Terloops passeren het decadente toneel en travestieten-circuit, alsook een heftig geflipte drugscene de revue (1989 als jaar van de Muur en van de XTC). Milieus die allen hun prettige, vanzelfsprekende, maar ook wel minder aangename raakvlakken met de kraakbeweging hebben. 

Verder is het boek aangenaam gepeperd met aardige levensbeschouwelijke opmerkingen, zoals het belabberde lot van de bejaarden in onze samenleving. En oh ja, voor de liefhebber zijn ook 'n paar puike sex-scènes en wordt er meer dan eens eentje koud gemaakt. Uit de kunst gewoon.  

Degenen die de onderhavige jaren '85-'95 in Amsterdam bewust hebben meegemaakt - van binnenuit de bewegingscultuur, dan wel met belangstelling vanaf de zijlijn - zullen zich met Natasha Gerson's roman goed kunnen vermaken. Zij zullen dan ook zeker appreciëren hoe zij, gelijk de goudzoekers in de Klondike, haar 'stakes' heeft weten te plaatsen bij nogal wat spraakmakende momenten uit die periode: de weggeknalde benen van Rob Scholte, het langjarig rottend lijk in Maupzicht, de inval bij Opstand, annex de Rara-text-analyses vanwege het bevoegd gezag.  

In dienst van haar verhaal geeft ze aan al die gebeurtenissen een draai die onwaarschijnlijk maar geloofwaardig is. Tegelijk geeft ze een knappe demonstratie weg van hoe je reeds in kaart gebracht terrein (de dood van Hans Kok in A F. Th. v.d. Heijden's boek) opnieuw kan claimen - waarbij ze en passant kordaat het beestachtig gedrag van de politie toen, in herinnering brengt dat door de dood van Hans Kok zo conveniënt overschaduwd werd. Niet mis. 

Philippe Sollers (van het gelijknamige systeem) stelde het al meer dan twintig jaar geleden: journalistiek en sociale wetenschappen zijn overbodig en zelfs schadelijk voor een goed begrip van sociale situaties en maatschappelijke ontwikkelingen. De literatuur immers zal dat noodzakelijkerwijs en per definitie altijd beter, uitputtender en waarheidsgetrouwer doen (toegegeven, je moet Hegeliaan zijn om zoiets aan te nemen, of zelfs te behappen). In dier voege is Natasha Gerson bepaaldelijk niet via de goedereningang het gebouw van de literatuur binnen gekomen. Uw zomervakantielectuur is dus dik voor elkaar (al doet Van Gennep wel een wat forse greep in het leesvoerbudget). Mooi werk. Wat zouden we nog meer willen?  

Patrice Riemens 

Natasha Gerson, Plaatstaal, Uitgeverij Van Gennep, Amsterdam, 1996. 428 blz. ISSN d, 90-5515-106-8.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996