Naar archief

UIT: Ravage #212 van 14 juni 1996   

Mostar met de muziek mee 

Onzeker, maar ook vol goede bedoelingen, vertrok een groepje jonge Nederlandse muzikanten begin mei naar Mostar – met een bus vol toeters, trommels en bellen – om daar de kinderen van de kapot geschoten stad hun zorgen even te doen vergeten door samen muziek en pret te maken. Twee weken later toonde het Journaal het resultaat: de Amsterdamse percussiegroep Djembé Khan [1] vormde het middelpunt van een volksfeestje en liet samen met de jeugd van Mostar een luchtballon over de recente frontlinie omhoog zweven, vol hoop op betere tijden. Speels en toch effectief, het dappere initiatief om zelf poolshoogte te gaan nemen op deze plek des onheils, die de hele wereld kent, leverde directe winst op: lachende kinderen en schouderklopjes van de ouderen. Circusartieste Montje Joling reisde mee, en hield een weekboek bij. Zij doet verslag van een ontdekkingsreis die begon als een nachtmerrie, maar eindigde als een sprookje. 

HET WEEKBOEK VAN Montje Joling   

Zondag 5 mei 1996 

Vanavond kwamen we in Mostar aan, na een busreis vol ongebruikelijke gevoelens en onalledaagse ervaringen. Toen de volgestouwde touringcar de eerste bocht nam en de kerktoren van Ruigoord uit het zicht verdween, kon iedereen zich nog koesteren aan de herinneringen aan de weliswaar chaotische, maar ook blijmoedige voorbereiding van deze tocht. De vrolijke beelden van het enthousiaste, rockende benefietconcert in Paradiso en het stijlvolle, avantgardistische diner-cabaret in Het Scheve Huis, waardoor we de reis konden betalen, vervaagden echter toen het donker werd - en ik alleen het duister in staarde zonder te weten wat ons te wachten stond. 

We waren ons er natuurlijk wel van bewust dat voormalig Joegoslavië een andere wereld is dan bijvoorbeeld Nederland. Maar het was toch een schok om zelf te maken te krijgen met de zeden en gewoonten van de Balkan, toen we bij de Sloveense grens tot op de blote huid werden uitgekleed door norse douaniers, die bovendien op hoge toon 10.000 DM aan invoerrechten - voor de ingezamelde muziekinstrumentjes - eisten. Ruim eenderde van ons met bloed, zweet en tranen bijeen gesprokkelde liefdadigheidskapitaaltje...  

Gelukkig wist Floris daar 90 procent van af te kletsen, maar de toon was voorlopig gezet. Mannen met petten zijn hier de baas en doen wat ze willen, net zoals toen de kanonnen nog bulderden. De 400 km lange weg door Kroatië was nog veelzeggender: niets dan platgeschoten dorpen en stadjes, terwijl ik toch al doodzenuwachtig was omdat we geen officiële papieren bij ons hadden. Letterlijk elk huis lag in puin of zat vol kogelgaten. De vernietigende omvang van de oorlog - waar je thuis voor de tv niet mee wordt geconfronteerd - drong tot iedereen in de bus door.  

De aankomst in Mostar om acht uur 's avonds was al evenmin bemoedigend, nog afgezien van de eerste, trieste aanblik van de verdwenen, historische brug. Een briefje op de deur van het pand van War Child (2) verving een welkomstcomité, en verwees ons koeltjes naar een adres een paar straten verderop. Na een blik op de rivier de Neretva en een snelle aankomstborrel,reden we erheen. 

Bij het Omladski (jeugd - red.) centrum, ontmoetten we de jongens van War Child, temidden van honderden halfdronken bezoekers, die naar de populairste band van Mostar luisterden, de Mo-selection. Na een hapje çevapciçi en wat andere 'typisch Joegoslavische' gerechten in een restaurantje, was het elf uur geworden, het begin van de avondklok, die nog steeds in Mostar van kracht is. We besloten om zes man in de bus te laten slapen, de rest ging met Wouter mee, een Nederlandse hulpverlener, naar zijn huis in west Mostar om daar te pitten, een wandelingetje van 300 meter. 

Niet ver van onze bestemming stopte er een politiebusje vlak voor onze neus, met vier geagiteerde agenten aan boord, die ons flink uitkafferden. "Waarom lopen jullie nog zo laat over straat?" Wouter kalmeerde hen echter met opmerkelijke rust, ze lieten 't groepje zonder al te veel problemen doorlopen. Luttele meters verder, reed een ander busje ons opnieuw klem. 

Een jongeman in burger, met verwilderde gelaatstrekken, beweerde dat-ie ook van de politie was en toonde ons een Nederlands rijbewijs om die claim kracht bij te zetten. Wouter liet 'm zijn eigen rijbewijs zien, en de jongen droop af, om te worden afgelost door een veel doortastender gangstertype met handen als kolenschoppen, die het vooral op Manon had voorzien. 

Hun agressie, versterkt door zichtbare pistolen, voelde als een klap in je gezicht Toen er nog een tweede wagen met opgeschoten jongens opdook, maakten we van een moment van onoplettendheid bij de belagers gebruik, en smeerden 'm naar Wouters voordeur, die maar een paar meter verderop lag.  

Woensdag 8 mei 

Vandaag raakte alles - eindelijk - in een stroomversnelling, maar de eerste dagen waren een beproeving. Nadat de muezzin het ochtendgebed had rondgebazuind, toen we voor het eerst in dit oord wakker werden, kregen we een horror-kampeerplaats toegewezen: een vuilnisbeltje vol glasscherven, stukken asbest, verbrand hout en verbrokkelde stenen - en wie weet, verborgen landmijnen. 

Bij nader inzien was dit onooglijke kampje een geschenk uit de hemel, want er zat niets anders op dan om de handen uit de mouwen te steken en de puinhoop op te ruimen - hetgeen enorm veel goodwill kweekte in de buurt. Voor de oorlog was dit stekje een kinderspeelplaats, dus werden ook de gekneusde schommels en de verfrommelde wip onder handen genomen. Na een halve dag lag er al een container vol puin en rotzooi en had 't terreintje weer ietsepietsie van zijn oorspronkelijke karakter teruggekregen.  

's Middags om een uur of vijf doken er opeens kinderen op, wel tweehonderd wildebrassen, die zonder aarzeling alles weer afbraken wat wij in het zweet onzes aanschijns hadden opgebouwd: de grote tent werd gebruikt als trampoline en in het tentdoek van de kleinste van de twee teepees zaten binnen een mum een paar flinke scheuren. Niemand had gedacht met brave engeltjes te maken te krijgen, maar de orkaankracht van hun baldadigheid, vooral van de jongens, sloeg deze en gene toch even uit het veld. "Ik voel me net een politieman", zei Thomas berustend toen-ie een watervlug, aalglad ventje in zijn kraag probeerde te vatten. 

Het kampje werd een fort dat wij met z'n tienen moesten verdedigen tegen de overmacht van 't legertje schobbejakken. Van muziek maken, was geen sprake in dat gekkenhuis, maar de frisbees Waren razend populair. Pas om negen uur 's avonds werd het weer rustig. Die avond bleef een van de Mostari, die we inmiddels hadden leren kennen, Chetko - met geweer - als nachtwaker op ons passen. Het geratel van passerende pantservoertuigen deed me huiveren, en beseffen hoe flinterdun ons tentje was. 

Gisteren kwam een Duits constructiebedrijf helpen met de herstel-werkzaamheden en bracht een vrachtwagen vol zand voor de zandbakken. De kleurige tekeningen van de kinderen van de Spaarneschool versierden het hek, en Sjoerd begon aan een muurschildering. Steeds meer mensen uit de omgeving kwamen een kijkje nemen, en veel van hen boden spontaan aan om mee te helpen. 

De kinder-invasie kwam opnieuw om klokslag vijf aandenderen, vergezeld door een paar ouders, die poolshoogte kwamen nemen. Een vader, met één been, kon z'n dochtertje niet bijhouden, die zich met hart en ziel in het gewoel stortte. Toen haalden de muzikanten van Djembé Kahn voor het eerst hun trommels tevoorschijn om voor de kinderen te spelen. Chefko kwam vertrouwelijk bij me staan, en zei: "Dat is het enige, waarvoor ik nog leef, om m'n kinderen gewoon te zien spelen en te ravotten..."  

Het uitzicht onder de heldere sterrenhemel van die avond, strekte zich uit van een bergflank aan de linkerkant, gehavende flatgebouwen rechts, en de zwaar beschadigde minaret in het midden. De witte letters van het MUSIC FOR MOSTAR doek lichtten flauw op, en gaven me hoop terwijl de vlammen van ons kampvuurtje vrolijk dansten. We zijn hier gekomen om iets te kunnen doen, en de bescheiden veranderingen in de directe omgeving sinds wij onze tenten hier hebben opgeslagen, wezen in de goede richting. 

De jongens en meisjes kregen vandaag de smaak van 't opknappen van hun speeltuin pas goed te pakken. De hardste werkers gaven we een MUSIC FOR I MOSTAR shirt cadeau, hetgeen hun animo nog verder aanwakkerde. Vol goede moed begonnen ze zelfs met 't leegruimen van een zwembad, dat in beter dagen deel uitmaakte van het huis van een beroemde Servische voetballer. 

De jongens doen stoer en onverschillig, op 't oog echte macho's. Zij hebben dichter bij de strijd gestaan dan de meisjes, of er zelfs aan deelgenomen, en lijken in hun gedrag vaak ouder dan ze in werkelijkheid zijn. Een poging om met krijt de betonnen speeltuinvloer op te fleuren, resulteerde in graffiti op de tent en twee grote fallussen op de teepee. Toen Manon ging douchen bij de buren, was het pleintje opeens leeg - minstens vijftig jongeheren schoten overeind om achter haar aan te hollen, alsof ze honing aan haar kont had, onder 't slaken van wilde indianenkreten.  

In de tent, ontstond later een rap-sessie, toen ik m'n bandrecordertje en microfoon aan een stel knapen te leen had gegeven. Zonde, dat ik ze niet kon verstaan. Een mager jongetje van een jaar of veertien imponeerde iedereen met oude Bosnische liederen, die hij zong met een cassettebandje als begeleiding. Ik realiseerde me vaag dat ze zo hun eigen muziektherapie ontwikkelden. Wouter zei: "Nu jullie er zijn, gebeurt er tenminste echt iets!" 

Donderdag 9 mei 

Een rotdag. Of 't nu kwam doordat de spanning en de dreiging van deze stad ons naar de keel vloog, of omdat het vandaag precies drie jaar geleden is dat de Kroatische bondgenoten van de moslims hen onverhoeds aanvielen, is me nog steeds niet duidelijk. We hadden een paar zieken en moesten een afspraak om ergens te spelen afzeggen. 's Middags kikkerden we weer een beetje op toen - een Franse filmploeg onverwachts langskwam en de tent weer tot jeugdhonk werd omgetoverd, waar nu een breakdance show werd opgevoerd door een paar geboren danseresjes uit de wijk, die uit hun schulp kropen nadat Manon en Annelies een bellendans hadden voorgedaan. 

Zaterdag 11 mei 

Gisteren moesten we de groep splitsen: een drietal bleef op de tenten passen en twee clubjes musici gingen elk naar een school om daar de eerste muziektherapie-sessies te verzorgen. Ik bleef in het kamp, waar een paar schoffies - in een merkwaardige poging om wat regenwater van het tentdak te krijgen - met scherpe stokken grote gaten in het tentdoek prikten. Ik wilde opstuiven, maar liet dat na toen ik hun magere, kortgeknipte koppies in me opnam en de littekens op hun lijf. Machteloos gevoel, hoeveel wonden telt hun hart? 

Er kwam een Spaanse dokter op bezoek, die vertelde dat-ie al maanden in Mostar zit zonder 't idee dat hij veel kan uitrichten; 90 procent van de gevallen is van psychische aard. "Kinderen moeten gewoon weer leren leven en plezier maken", vond hij. "Geen oorlog meer, dat is de enige oplossing." Het bezoek aan de scholen had een diepe indruk gemaakt op iedereen die er aan had meegedaan, maar de chaos en rotzooi rond de tenten deprimeerde 't team niettemin.  

's Avonds voelde iedereen zich misselijk en moe. Het programma is dan ook loodzwaar voor tien man. Zelfs Koen, de muziektherapeut, was niet in z'n normale doen. De ruzie, die in de lucht hing, bleef overigens achterwege. Ondanks de stress, heeft iedereen in de gaten dat er een fundament is gelegd, en dat we samen de top van de piramide moeten zien te bereiken.  

Vandaag ben ik mee geweest naar de Malhalla-school. Er kwam heel wat los bij de leerlingen toen de dreunende bastonen uit de didgereedoo - BOEM! - hun middenrif raakten, als bominslagen. Een jongetje klemde angstig zijn handjes over de oren, met stijf gesloten ogen, maar liep niet weg. Brok in m'n keel. Zelfs Koen, die de sessie moest leiden, had het er niet makkelijk mee. Maar toen ze merkten dat deze geluiden ook ritmisch en welluidend klonken, zodat je kon voorspellen wanneer de volgende 'ontploffing' zou volgen, ontspanden de kids. Hun overgave aan het spel met de geluiden was ontroerend, de emotie straalde van de gezichten. 

Toen we wegreden, hingen de klassen uit de ramen van 't stoffige schooltje en zongen: "Bambolé, Ali Baba!!" Terug bij de tenten, ging Floris "koffie drinken" met Deri, een intrigerende kerel uit de wijk, die erg geïnteresseerd blijkt in wat wij proberen. Tegen het begin van de namiddagsessie van de band in het kampje, dook-ie weer op - met stralende ogen - en vertelde opgetogen dat Deri "de ontbrekende schakel" was in de ketting tussen ons en Mostar. Deri is volop betrokken bij het idee van War Child om in de stad een muziekcentrum op te richten. 

"Wij hebben geen leger met kanonnen nodig, maar een leger van gitaren." Deri heeft invloed en connecties, die hij wil mobiliseren om Djembé Kahn's aanwezigheid tot een doorslaand succes te maken. "Wij zijn geen wilden", zei hij later, toen we in de teepee zaten te praten. "Je mag mensen niet opsluiten in een kist." Deri - die 25 jaar oud is - heeft een kwart van zijn leven gevochten. Hij werd getroffen door een granaatscherf en lag drie weken in coma, maar overleefde z'n verwondingen. Zijn eerste vrouwen hun kind zijn allebei gedood. Zijn levenskracht imponeert de hele greep. Vandaag was-ie in een extra goede bui omdat de officiële vergunning voor de bouw van het muziekcentrum van War Child is verleend. 

's Avonds zochten drie van zijn vrienden, allemaal muzikanten, elk een gitaar uit de verzameling instrumenten die we hebben meegenomen. De teepee vibreerde van de mooie gevoelens die werden losgewoeld door een concertje van de Bosniërs en 'onze jongens' rond 'n knetterend vuurtje. Een lange man bracht wat marihuana, wij noemden hem 'de Indiaan'. 

Indrukwekkend was Deri's verhaal over de brug van Mostar, die 450 jaar lang beide oevers van de Neretva - en de stad - aan elkaar verbond. Bij de bouw werd geen metselwerk gebruikt, de stenen pasten als stukken van een gigantische puzzel in elkaar. Voor de mensen van oost Mostar was de brug veel meer dan een oeververbinding, het was een symbool van hun identiteit en plaats in de wereld om hen heen. Toen-ie uiteindelijk toch aan diggelen werd geschoten, had menigeen het idee dat hun wereld instortte. Deri en zijn vrienden dromen hardop van een nieuwe brug, die "ouder" moet zijn dan de vorige. 

Woensdag 15 mei 

Drie dagen geleden is de hele groep naar Sarajevo getrokken voor een live optreden. Voor het vertrek, werden de stapel papier en de berg kleurpotloden en viltstiften voor de vereniging van kunstenaars Apeiron, en alle muziekinstrumenten die we bij ons hadden, afgeleverd bij War Child. Tegenover hun loods, staat een aluminiumfabriek, waar - zo gaat het gerucht - de lijken van duizend moslimmannen uit Mostar, die nog steeds worden vermist, in zoutzuur zijn opgelost door de Kroatische 'strijders'... 

De bewaker van het complex, een vriendelijke veertiger, vertelde dat hij dol was op mond harmonika-spelen. Natuurlijk duikelden we een mondorgel voor hem op, en begon onmiddellijk een sentimenteel deuntje te blazen. Het contrast tussen de aardigheid, en de verpletterende gastvrijheid van de bewoners van 't stadje, en de weerzinwekkende wreedheden die hier zijn begaan, is adembenemend. Onder de oppervlakte, het kan haast niet anders, broeien haat en afkeer tussen de mensen van oost en west Mostar. Daarom is ons plan om in beide stadsdelen te gaan werken, ook de mist in gegaan. Toen Thomas in het westelijke (Kroatische - red) stadsdeel een jongen tegenkwam in een winkel, die in een bandje bleek te spelen, was deze in eerste instantie razend enthousiast over ons initiatief en wilde meteen mee komen spelen. 

Maar toen hij begreep dat wij onze tenten een halve kilometer verderop hadden staan, trok hij wit weg en zei: "Daar kan ik niet heen!" Het concert in Sarajevo werd een doorslaand succes. Er was zoveel belangstelling, dat alle toeschouwers niet in de zaal pasten, dus werd er buiten verder gespeeld. Het publiek ging helemaal uit z'n dak. Het leek wel alsof de Beatles stonden te spelen: gillende meisjes in een deinende massa.  

Weer terug in 't speelkampje in oost Mostar, zijn we gisteren begonnen met de voorbereidingen voor het afscheidsfeest van vandaag. De buurt kwam in groten getale helpen, van jong tot oud. Wat 'n verschil met hun achterdocht gedurende de eerste dagen. In anderhalve week hebben we heel wat vriendschappen gesloten, alle tien kennen we inmiddels wel een paar kinderen (en volwassenen) waar we erg goed mee kunnen opschieten. 

Geno was er weer, een rechtenstudent, en Damian, de twaalfjarige architect van 't zwembad, met z'n gabber Jasenko - die zijn vader en moeder heeft verloren en nu in het weeshuis woont. Jasenko was zelf aan de frontlinie gelegerd. Als hij over zijn oorlogservaringen spreekt, doet-ie dat in het Spaans. Janica kwam kijken, wij hebben haar het 'zigeunermeisje' gedoopt, omdat iedereen het arme kind links laat liggen. Ze werd verkracht door een Kroaat en is daarom een outcast, verstoten door de rest van de gemeenschap, inclusief haar eigen moeder. 

Sjoerd en Thomas zaten te kletsen met Aldin, koosnaam 'Aladin'. Aldin is een grote, donkere slungel, die ook al een outsider is omdat-ie moeilijk formuleert en zich ongemakkelijk beweegt. De band met vooral Thomas groeit met de dag, en Aldin is de enige die wij nog in de teepee tolereren. 

Vanmorgen heb ik met Menno de heteluchtballon in elkaar geplakt, die we later op de avond op lieten stijgen. Een rommelige dag, tot laat in de middag leek alles in het water te vallen, en niet alleen omdat het toen keihard begon te regenen. 

Van de beloofde geluidsapparatuur was in geen velden of wegen een spoor te bekennen toen we met het programma moesten beginnen. De jongens van Mo-selection, die ook zouden spelen, togen er op uit om ergens microfoons en versterkers op te duikelen. Om het gat te vullen, trommelde ik vijftien kids op om de drakendans uit te voeren. Een van de ruigste belhamels wilde per se de koppositie innemen. Even twijfelde ik, maar toen de drakenkop levensecht en ook dramatisch tot leven kwam, wist ik dat hij de beste was. 

Jasenko en Sjoerd begeleidden het creatuur met tromgeroffel tot aan de voormalige frontlijn, waar een chagrijnige Kroatische politieman niet goed wist hoe te reageren op de provocerende, wijd opengesperde muil van de kinderdraak aan de overkant van de onzichtbare lijn die hen van elkaar scheidt. De kinderen stikten zowat van de lach. 

Inmiddels stond Mo-selection op 't podium om een langdurige soundcheck te doen. Dus besloten we om voor het oog van de tv-camera van het Jeugdjournaal de ballon op te laten. Heel Djembé Kahn verzamelde rond het vuur. Iedereen keek gespannen toe hoe het gevaarte met de warmte van de vlammen werd gevuld. 

Opeens stond Deri in de kring. "Ik begrijp jullie boodschap," zei hij ernstig. "Wat kan ik doen?" Met een plechtig gebaar stak hij de petroleum aan, waarmee het bakje onder de ballon was gevuld. Het was even doodstil op het pleintje, iedereen keek ademloos toe hoe het luchtige symbool zich verhief en trillend naar de hemel boven de grens tussen oost en west begon te klimmen, om direct daarna in een jubelend gejuich uit te barsten.  

Tranen welden op, harten klopten sneller, dit was een moment om nooit te vergeten. De band op het podium zette een nummer van Nirvana in: "...go on and on and on", klonk het refrein. Langzaam zeilde de ballon westwaarts tot een windvlaagje het sardineblikje met de brandstof uit balans bracht en het ding in de fik vloog. 

(Bewerkt door Petra Vethman en Barend Toet) 

Montje Joling   

Noten

1. Djembé Kahn is een Amsterdamse percussiegroep, die bestaat uit: Floris Leeuwenberg, Sjoerd Kaandorp, Eimert Bobbe, Annelies Philippo, Menno Philippo en Manon Rossè. De groep speelt West Afrikaanse ritmes op de djembé, de traditionele Afrikaanse drum. Op hun reis naar Mostar werd de groep vergezeld door Koen Dekkers (muziektherapeut) Montje Joling (circusartieste), Odyl Leferink (buschaufeusse/kok) en Thomas Kat (coördinator/ kok).

Music for Mostar is een project dat door leden van Djembé Kahn in het leven is geroepen: het geven van muzikale workshops, concerten en muziektherapie sessies aan de kinderen van Mostar. De tot stand koming van dit project dankt de organisatie aan hun sponsors en aan de opbrengsten van een benefietconcert op 24 april jl. in Paradiso, Amsterdam. Internationaal media bureau en mede-organisator TCS/Publishing Partners biedt het Music for Mostarverhaal aan tijdschriften en kranten in het binnen- en buitenland.

2. War Child, opgericht in 1992, stelt zich ten doel directe humanitaire hulp te verlenen aan kinderen in oorlogsgebieden, ongeacht leeftijd, nationaliteit of etnische afkomst. War Child organiseert hulpkonvooien van voedsel en kleding, levert medische hulp aan ziekenhuizen en vluchtelingenkampen en voert rehabilitatieprogramma's uit voor kinderen met oorlogstrauma's. Een van War Child's grootste en belangrijkste projecten is de bouw van een Muziek Therapie Centrum voor kinderen in Mostar. Muziektherapie is een effectieve methode om kinderen te helpen met het verwerken van oorlogstrauma's. War Child stelt kinderen in staat om zich onder leiding van musici en psychologen muzikaal te uiten en zo hun traumatische ervaringen te verwerken. War Child was dan ook erg enthousiast over het Music for Mostar initiatief.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996