Naar archief

UIT: Ravage #212 van 14 juni 1996   

Edel in amsterdam 

Over het alledaags antisemitisme 

Waren de goden kosmonauten? Leeft Hitler nog, en woont hij op Venus? Is er bloemkoolteelt mogelijk in de Sinaï? Komt het weer goed tussen dingetje en krullebol, in de volgende aflevering van Goede Tijden, Slechte Tijden? En zo ja, wat is dan de zin van ons bestaan? 

Deze en dergelijke vragen kwellen, zoals men weet, de mensheid al eeuwenlang. Op één van die vragen bestaat sinds kort een antwoord: "Achteraf is gebleken dat de ondersteuning van de nazi's door het anglo-saxische establishment en joodse bankiers er nooit op gericht is geweest definitief een duizendjarig rijk te vestigen, zoals Hitler voor ogen stond. De uiteindelijke bedoeling van de opkomst van Hitler en trawanten was de totale vernietiging van Duitsland en dat is uiteindelijk ook gebeurd."  

Dat schrijft ene Peter Edel, die blijkbaar echt zo heet, in een artikel getiteld 'Kanttekeningen bij Herdenking'. De onbekende waarheid over de Tweede Wereldoorlog. En dat publiceert Ravage, een 'politiek actieblad'. 

Simpele zielen hebben altijd gedacht dat Hitler en trawanten simpelweg naar de totale vernietiging verlangden: van de joden, van de rest van wereld en dus uiteindelijk ook van Duitsland. In die volgorde. Vervolgens zou dieser Planet wieder wie einst vor Jahrmillionen menschenleer durch den Äther ziehen (Mein Kampf).

In hun eenvoud geloofden ze dat het een paranoïde waandenkbeeld van diezelfde Hitler & Co was dat Duitsland en de Duitsers bedreigd werden door een internationale samenzwering van het Weltjudentum, door het joods-kapitalistische uitbuitingssysteem, door de joods-bolsjewistische cultuurloosheid, door het joods-angelsaksische belang bij de vernietiging van Duitsland. En ze waren er ook nog eens van overtuigd dat de Tweede Wereldoorlog en de jodenvernietiging pas mogelijk werden doordat miljoenen Duitsers deze waandenkbeelden deelden.  

Das war damals. Tegenwoordig weten we wel beter. De vooruitgang bestaat. Wij kennen de onbekende waarheid achter de Tweede Wereldoorlog. Enkele antifascisten uit Friesland weigerden echter met hun tijd mee te gaan. Ze reageerden: "Deze ten hemel schreiende omkering van de dader-slachtoffer verhouding is een klap in het gezicht van alle slachtoffers van de Shoah en staat gelijk aan het verlenen van absolutie aan de nazi-beulen."  

De redactie van Ravage begreep daar niets van: "Bij de stelling van Peter Edel dat joodse bankiers als onderdeel van het anglo-saksische establishment uit waren op de vernietiging van Duitsland kun je vraagtekens zetten. Maar dat hiermee een rechtvaardiging zou worden gegeven voor de Shoah, zoals de antifascisten stellen, begrijpen we niet."  

Ik ben geen Fries of Ravage-redacteur, maar ook maar een eenvoudige boerenlul. Ik begrijp wel meer niet: Hoe kun je een slachtoffer van de Shoah nog in het gezicht slaan? Waarom moeten nazi's wel beulen zijn, en bijvoorbeeld geen brave huisvaders of bureaucraten? Waarom kan de redactie van Ravage vraagtekens zetten, maar doet ze dat niet? En tenslotte, waarom is een antisemiet pas een antisemiet als hij Sieg Heil brullend bij de redactie van Ravage aanklopt? Dat zijn wat vragen die me bezighouden, en die ik hieronder zal proberen te beantwoorden. 

Cultuur 

'Als ik het woord cultuur hoor, trek ik m'n revolver', luidde het adagium van een ouderwetse nazi, zo een van ver voor de oorlog, van het type straatvechter dat je tegenwoordig alleen nog maar in de diverse nostalgische wandel- en hobbyclubjes van extreem-rechts aantreft; zo'n nazi was er ook trots op antisemiet te zijn. Bij hem hoefde je niet met gezwets over cultuur aan te komen, en dat maakte hem in zekere zin haast sympathiek, zeker vergeleken bij de meer technocratische nazi's, die een warme belangstelling voor de joodse cultuur combineerden met een kille en lusteloze vernietigingsdrang.   

De linkse antisemiet (beeldend kunstenaar, fotograaf en schrijver) Peter Edel is in Ravage #211 daarentegen een beetje in de wiek geschoten, omdat 'enkele antifascisten uit Friesland' hem een antisemiet noemen. Zeg eens eerlijk Edel, waarom? "Eerlijk gezegd heeft het me moeite gekost om me door jullie brief niet beledigd te voelen." Goddank, het heeft moeite gekost, maar Peter is niet beledigd. Leeuwarden, Sneek en Harlingen herademen: er is geen Amsterdammer beledigd, een Amsterdammer is nooit een antisemiet, dus ook Edel is dat niet.  

Peter, wat is je geheim? "Door mijn Amsterdamse afkomst identificeer ik mij sterk met wat er nog over is van de joodse cultuur in deze stad, nadat deze grotendeels is weggerukt onder het nationaal-socialistische geweld."  

Als een antisemiet tegenwoordig het woord antisemitisme hoort, grijpt hij naar zijn cultuur. Als echte edel-amsterdammer identificeert hij zich met een cultuur, nee, met wat er nog van over is, nadat deze is 'weggerukt'. 'Ze vermoorden ons niet alleen, ze doorzoeken ook nog eens onze zakken', is een dergelijk identificatieproces wel eens kernachtig samengevat. Er zijn mensen 'weggerukt' en vervolgens vermoord; niemand hoeft en niemand kan zich daarmee identificeren, of ie nu jood is of niet. Maar. het is wel mogelijk en ook gewenst om een beetje je bek te houden over cultuur, of je nu schrijver, beeldend kunstenaar en fotograaf bent of niet. 

Sportief 

Edel wilde 'aanvankelijk helemaal niet reageren'. omdat het 'niet zo sportief' van de Friese antifascisten/s was dat ze als Friese antifascisten/s tekenden. en niet zoals Edel op persoonlijke titel als antisemitische Amsterdammer. Uiteindelijk is hij zo welwillend geweest dat toch te doen, 'omdat een discussie over dit onderwerp in Nederland belangrijk is'. En daar ben ik het helemaal met Edel eens, alleen denk ik dat die discussie niet met maar over Edel moet worden gevoerd. Je gaat ook niet met een gekke koe in discussie over het nationalisme. Dat Edel heeft leren lezen en schrijven wil nog niet zeggen dat hij wat zinnigers te melden heeft dan de eerste de beste skinhead die 'joden dood' brult. Hij neemt er alleen wat meer de tijd voor. 

De redactie van Ravage is op z'n zachtst gezegd erg sportief geweest door hem volop de ruimte te geven z'n paranoïde wereldbeeld aan het links-actionistische publiek te presenteren. Diezelfde redactie verdient vervolgens een medaille voor de volgende redenatie: "Het probleem zit hem dus vooral in de manier van redeneren. Omdat Peter Edel dingen over de Tweede Wereldoorlog beweert die revisionisten en antisemieten als bewijs kunnen gebruiken voor hun verderfelijke praatjes is hijzelf ook een antisemiet? Wat een onzin."  

Onzin. Het probleem Edel redeneert helemaal niet. Hij beweert 'dingen over de Tweede Wereldoorlog'. En zijn antisemitisme is geen manier van redeneren maar een manier om eraan te ontsnappen. 'Zijn intellectuele werkzaamheid beperkt :zich tot de verklaring: hij zoekt In alle historische gebeurtenissen het teken van de tegenwoordigheid van een kwade macht.' (Sartre, Portret van een Antisemiet) Feiten worden daarbij inderdaad tot dingen, dat wil zeggen, ze behoeven geen interpretatie, ze zijn de interpretatie. Een dergelijke aaneenrijging van feiten kan het dan ook heel goed stellen zonder datgene wat men bij Ravage als verderfelijke praatjes beschouwt. 

Voorbeeld: iemand somt, in een reactie op dit artikel, een aantal feiten op: Stalin was een antisemiet. Sartre was een stalinist. Smith citeert Sartre. Smith is een Angelsaksische naam. Dat zijn feiten. Vervolgens presenteert hij ze onder de kop 'Het geheim van de smid. De onbekende waarheid achter het stalinisme.' Op dergelijke wijze presenteert Edel een aantal feiten, nog even afgezien van de verdachtmakingen, feitelijke onjuistheden en onbewezen vooronderstellingen' die de Friese antifascisten al hebben opgemerkt.  

Feiten staan niet los van de context waarin ze geplaatst worden: Stalin was bijvoorbeeld wel degelijk een antisemiet, en Sartre wel degelijk een stalinist, maar Sartre was evenmin antisemiet als Stalin existentialist was. Als de redactie van Ravage blijkbaar zulke problemen heeft met redeneren, dan wordt het tijd haar een handje te helpen, voorzover ze daar nog voor open staat. 

Idioot 

Dat er nog een discussie gevoerd moet worden over een geval als Edel, is iets wat me mismoedig stemt. Maar stel dat de discussie iets zou opleveren, bijvoorbeeld dat in het vervolg iemand die à la Edel 'dingen over de Tweede Wereldoorlog' beweert, daar in 'linkse kringen' geen gehoor meer voor vindt: is de zaak daarmee afgedaan? Ik denk het niet. Dezelfde 'dingen' worden namelijk ook beweerd zonder dat er sprake is van de Tweede Wereldoorlog, en zelfs zonder dat er sprake is van joden. 

In Duitsland, waar de discussie over links en antisemitisme of links antisemitisme al langer (en heviger) woedt, heeft een publicist eens opgemerkt dat 'begrippen als nationaal-socialisme en antisemitisme hun inhoud hebben verloren. Waar men vroeger 'idioot' zei, zegt men tegenwoordig antisemiet'.  

Ik wil hier de hand in eigen boezem steken, en zo sportief zijn Peter Edel geen antisemiet meer te noemen. Edel is een idioot, en voordat men mij van anti-idiotisme beschuldigt, wil ik daaraan toevoegen, dat wat me aan een idioot als Edel vooral tegenstaat het eigenlijk maar al te normale van zijn gedachtegang is. Hij brengt het weliswaar met een hoop poeha maar het is in feite niets meer dan de wat uitgewerkte vorm van een ook in dit land wijdverbreide alledaagse gedachte: daar steekt iets achter, achter de schermen zitten zus en zo en die hebben de touwtjes in handen. 

Uit een onderzoek naar Elementen van het bewustzijn van de massa, in 1990 in de BRD gedaan, blijkt dat deze waangedachte de 'favoriet van de massa' is. De meerderheid onderschrijft de volgende zin: 'Het publiek verneemt vaak maar weinig van wat degenen die in werkelijkheid de touwtjes in handen hebben achter gesloten deuren beramen' (57% helemaal mee eens, 25% mee eens, 11% zit wel wat in).  

De onderzoeker, Wolfgang Pohrt, licht toe: "De zin 'zij die in werkelijkheid de touwtjes in handen hebben' suggereert bijvoorbeeld, dat de belangrijke besluiten onder uitsluiting van de openbaarheid door invloedrijke personen op de achtergrond worden genomen, en bovendien niet aan het publiek bekend worden gemaakt, Het rechtvaardigt al van tevoren het Duitse standaard-smoesje, de frase 'we zijn door de mensen die aan de top staan bedrogen en we wisten zelf van niets' [...]  

Het 'zij die werkelijk de touwtjes in handen hebben' pleit de burgers vrij van verantwoordelijkheid en stelt hen tegelijkertijd onder curatele. De officiële regering wordt voorgesteld als een institutie zonder verantwoording en zonder macht, eigenlijk als een marionettenregering, waarachter zich de ware machthebbers verschuilen, de anonieme gestaltes met de duistere plannen, zij die achter de schermen werkelijk de baas zijn, de touwtjes in handen hebben en in troebel water vissen. 

De inhoud is het niet, maar de vorm van deze hersenschim is al identiek aan het waanidee van de joodse samenzwering. In beide gevallen is er sprake van a) een onwetend, bedrogen volk, b) een zwakke, machteloze regering en c) een in het verborgene opererende oppermachtige vijand, die voorlopig slechts door enkele ingewijden als zodanig wordt herkend ook al beschouwt iedereen zichzelf als ingewijde." 

Klasse 

We moeten hier overigens opmerken dat de hersenschimmen van Edel niet alleen in de vorm identiek zijn aan het waanidee van de joodse samenzwering maar ook wat hun inhoud betreft. Wordt hij op die inhoud aangevallen, dan reageert hij verontwaardigd: "Ik ontken overigens dat er zoiets zou bestaan als een joods complot en ik heb het daar in m'n artikel ook nergens over gehad. Ook die conclusie is dus weer voor jullie rekening. Ik geloof echter wel degelijk in een samenzwering binnen de kiem van het kapitalisme, dat wil zeggen binnen de internationale bankwereld, ten aanzien van de financiering van de nazi's. En binnen die bankwereld bevonden zich destijds ook enkele joodse bankiers."  

De kiem binnen de kiem, als het ware. Pardon, dat was even voor eigen rekening. Want Edel kan het ook wel zonder joodse samenzwering stellen. Wordt de grond hem te heet onder de voeten, dan trekt hij zich terug op een wat neutralere anti-kapitalistische positie. Daar ontmoet hij blijkbaar de redactie van Ravage, die ook wel eens gehoord heeft dat er iets mis was met het kapitalisme, of 'binnen de kiem'. Wat was dat ook al weer, Peter? "Voor mij bevindt het grootste onderscheid in de wereld zich tussen arm en rijk. Dat was voor de Tweede Wereldoorlog al zo en zo is het nog altijd. Een onderverdeling in ras, geloof of nationaliteit kan daar niets aan veranderen. Dit onderscheid uit zich o.a. in de tegenstrijdige belangen tussen aan de ene kant de verschillende (samenwerkende) elite's en aan de andere kant de burgerij, die zonder vrijwel enige uitzondering het slachtoffer wordt van haar eigen elite."  

Jullie zijn rijk en ik is arm, en dat is niet eerlijk. Deze Calimero-kritiek is geen uitvinding van Edel, het past uitstekend in de linkse traditie die het liefst iedereen rijk zag en 'iedere arbeider een auto voor de deur' gunde. Dat het leven moest worden doorgebracht met het produceren van troep en het verdienen van geld stond buiten kijf; dat was voor de Tweede Wereldoorlog al zo, en dat is nog steeds zo. Dat was al zo onder het communisme, het fascisme, de sociaal-democratie en het is nog steeds zo onder het neoliberalisme, of hoe je het ook wilt noemen. 

Voor een uilskuiken als Edel maakt het blijkbaar nogal wat uit of een bank 'anglo-saksisch' of edel-germaans is, en of je het slachtoffer bent van je eigen stommiteit of van die van de elite; mij is het om het even. Als de redactie van Ravage over Peter zo edelmoedig beweert: 'hij wil juist af van dat denken in termen van daders en slachtoffers', dan maakt het mij weinig uit of ze dat beweren als door de overheid gesubsidieerde banenpoolers en met behulp van financiële injecties van het Bedrijfsfonds voor de Pers; ze blijven zelf verantwoordelijk voor de onzin die ze uitkramen en publiceren. 

Geloof 

Zo blijft ook Edel verantwoordelijk voor zijn 'geloof in een samenzwering binnen de kiem van het kapitalisme'. En net zoals de meeste religies kan ook Edel's geloof niet zonder een personificatie van het kwaad, zonder één of meerdere duivels en of die verschijnen als joodse bankiers, angelsaksische bankiers of rijken in het algemeen, dat is een theologische, of zo men wil demonologische discussie. 

Het is heel goed mogelijk om nog eens, punt voor punt, alle nonsens die Edel in zijn Kanttekeningen bij Herdenking bijeengesprokkeld heeft te weerleggen, om nog eens te demonstreren hoe hij feiten interpreteert en met verdachtmakingen verbindt, en om zijn antisemitische hoogstandjes nog eens uit te lichten. Edel zelf zou daar niet bij gebaat zijn, want zijn behoefte aan een geloof verdwijnt daar niet mee. En voor de lezers die niet op eigen kracht in staat zijn in een idioot een idioot te herkennen heb ik ook weinig hoop. 

Bovendien zou ik me daarmee in dezelfde kolder begeven als het antifascisme, dat met het atheïsme gemeen heeft dat het een god nodig heeft om te bestrijden. Dat je een geloof niet kunt bestrijden, omdat het nu eenmaal een geloof is, dus niet voor rede vatbaar (en al helemaal niet voor een rede die zelf ook een geloof is), wil overigens nog niet zeggen dat je gelovigen niet kunt bestrijden. 

Voorlopig lijkt het me nuttiger tot slot een bescheiden bijdrage te leveren aan de discussie over wat Ravage 'antisemitisme binnen linkse kringen' noemt, wat de Friese antifascisten 'antisemitische tendensen in de linkse geschiedenis' noemen en wat ik gewoon links antisemitisme noem. 

Paranoidioot 

We hebben al gezien hoe de doorsnee paranoïcus opereert: alles staat met elkaar in verband, overal steekt iets achter, en zelden iets goeds. De alledaagse lulligheid van het bestaan is hem niet genoeg, hij voelt zich te kort gedaan als hij niet wordt bedreigd door samenzweringen op wereldschaal. Georganiseerde misdaad, filevorming op de snelwegen, geweld op de televisie, de 'vloedgolf van asielzoekers, gekke koeien en andere vreselijke kwalen; de burger consumeert ze bij het ontbijt, herkauwt ze tot het één brei wordt, en spuwt die vervolgens in de vorm van een vraag weer uit: waarom doet de regering er niets tegen?  

Het lijkt erop dat hij de bestaande machten, de officiële regering nog niet machtig genoeg vindt, en dat hij die macht zichtbaarder en misschien ook voelbaarder wenst. Men zou hem. een 'autoritaire masochist' (Pohrt) kunnen noemen, en vermoedelijk valt ook een groot deel van de Nederlandse bevolking wel zo te karakteriseren. 

De 'linkse kringen' lijken eerder te worden gevormd door het type rebel, dat de filosoof Adorno in The autoritarian Personality beschreef. Hij had er, om het simpel te stellen, moeite mee om uit te maken of de houding van de rebel nu werkelijk niet autoritair was: vaak verzet hij zich weliswaar openlijk tegen autoriteit, maar verlangt er onbewust juist naar. De rebel wil niet in het leger, maar hij is verder gemakkelijk te rekruteren en inzetbaar in iedere al dan niet heftige 'actie'.  

Hij staat open voor elk soort propaganda, dus ook de antisemitische, maar dan wel in een verantwoorde, linkse vorm. Hij en de zijnen vormen het milieu waarin het Edeltype kan opereren, de crank, de paranoïdioot met een boodschap, de ideoloog. Voeg daar nog het type bureaucraat aan toe, de organisator, degene voor wie 'doorgaan" het belangrijkste is, een type dat, zoals wel eens over Eichmann is opgemerkt, evengoed voedselhulp aan Afrika had kunnen organiseren als de massamoord, en je hebt een ruwe schets van de 'linkse kringen' waarbinnen het antisemitisme kan gedijen. 

Werk, werk, werk 

In de geschiedenis van links nemen twee gestaltes een bijzondere plaats in: de kapitalist en de arbeider. De linkse leuze 'De bevrijding van de arbeid' betekende niet dat de 'arbeider' zichzelf moest bevrijden van de arbeid, of daar desnoods van bevrijd moest worden: het betekende dat de arbeid en de arbeider bevrijd moesten worden van 'het kapitaal'. 

Kapitaal en arbeid zijn echter beiden bestanddelen van de maatschappelijke verhouding die we kapitalisme noemen. Ze verhouden zich tot elkaar als de twee componenten van de superlijm: afzonderlijk werken ze niet. Links streefde er steeds naar het kapitaal af te schaffen en de arbeid als zuivere categorie aan de macht te brengen. (Daarom kun je de huidige sociaal-democraten ook niet verwijten dat ze verraad plegen aan hun idealen: die waren altijd al 'werk, werk, en nog eens werk'.)  

In het beste geval (dus in theorie) zouden de arbeiders vervolgens vrolijk verder gaan met arbeiden, met dezelfde geestdodende activiteit. maar nu zonder dat een 'kapitalist' daar zijn sigaren van kon opsteken. In het slechtste geval (dus in de praktijk) betekende dat dwangarbeid onder toezicht van modelarbeiders, ter meerdere eer en glorie van het vaderland der werkenden. 

Als kampioen van het werken om het werken had links een hekel aan het geld als doel op zichzelf. Dat pas met werken geld gemaakt wordt, wilde het niet inzien: de ouderwetse linkse arbeidsadept redeneerde als de moderne opsporingsbeambte die 'verslaving' en dealers verafschuwt, maar wiens activiteiten wél mede gefinancierd worden door wat die verslaving oplevert (of dat nu legaal door accijnzen op alcohol of illegaal door drugstransporten gebeurt doet hier even niet ter zake). 

'De kapitalist' was voor links de personificatie van deze geldzucht, die inderdaad even absurd is als het werken om het werken, maar daarom nog niet verwerpelijker. Het kapitaal verschijnt natuurlijk niet alleen als geld, maar ook als de goederen, die in het kapitalisme de vorm van waren aannemen. Voor ouderwets links vertegenwoordigden die waren vervolgens weer de goede kant van het kwade kapitaal: iedere arbeider was niet alleen werk gegund. maar bijvoorbeeld ook, zoals eerder opgemerkt, een auto voor de deur. 

Het geld bleef de kwade kant, de duivel van links. (Men zou daartegen kunnen inbrengen dat bijvoorbeeld de Nederlandse communisten zich toch vooral verdienstelijk hebben gemaakt met de leuze 'meer poen', maar daar ging het om geld in handen van de arbeiders, om geldverdienen, om goed geld door 'eerlijke arbeid' verkregen. De leuze had ook 'meer koelkasten' kunnen luiden.) Geld op zich kun je natuurlijk niets kwalijk nemen, je kunt het hoogstens proberen af te schaften. (Schaf je de arbeid niet ook af, dan beland je in 'het jaar nul' van Cambodja.) Degene die geld bezit kun je dat wel kwalijk nemen, vooral als je het zelf graag zou willen bezitten. Maar ook de 'kapitalist' beroept zich op de arbeid die hij verricht. Terecht: de meeste topfunctionarissen zijn ook maar zielige workaholics. 

Het kwalijkst is echter voor links het geld dat niet uit 'echte arbeid' lijkt te zijn voortgekomen: het geld van de banken, het geld- en financieringskapitaal. Het is tegelijkertijd onzichtbaar, ongrijpbaar en van grote invloed op het productieproces, het is precies dat deel van het kapitaal dat links altijd al wilde afschaften om 'de arbeid te bevrijden'. 

Auschwitz 

De 'macht' van het geld blijft voor de meeste mensen iets onbegrijpelijks, omdat het tegelijkertijd een abstractie is en een heel concreet gegeven. Vandaar de neiging tot personificatie van wat in feite een maatschappelijke verhouding is. Niet alleen in de geschiedenis van links valt er ie een tendens waar te nemen die de arbeid verheerlijkt en het geld te verdoemt. De is personificatie van dit geld is niet alleen in Oom Dagobert, maar ook de 'rijke jood', de 'joodse bankiers' en meer in het algemeen het 'joodse financieringskapitaal', en nog algemener 'de jood'. 

Adolf H., beginnend beeldend kunstenaar, schetst in 1920 het volgende beeld van 'de jood': "Zijn macht is de macht van het geld, dat zich in de vorm van rente moeiteloos in zijn handen vermeerdert, en volkeren onder het juk brengt, een juk dat ze vanwege de aanvankelijke bedrieglijke glans zo moeilijk in zijn later zo n treurige gevolgen kunnen herkennen. Alles wat mensen naar het hogere doet streven, het zij religie, socialisme; democratie, is voor hem slechts een middel om zijn geld- en heerszucht te bevredigen."  

Het gaat bij deze 'antikapitalistische' aanval natuurlijk niet alleen om 'het geld'. Alle abstracte kanten van het kapitalisme werden door de nazi's aangevallen, terwijl de concrete werden verheerlijkt. Moishe Postone heeft daarop gewezen: "Naar mijn mening werden de joden dus niet alleen met het geld, dat wil zeggen met de sfeer van de circulatie vereenzelvigd", maar met het kapitalisme überhaupt. Deze fetisjistische zienswijze liet in haar opvatting van kapitalisme alle concrete aspecten zoals industrie en technologie buiten beschouwing. Het kapitalisme verscheen slechts nog als het abstracte, dat vervolgens voor de hele rij van concrete maatschappelijke en culturele veranderingen verantwoordelijk werd gesteld. De joden werden niet slechts aangezien voor representanten van het kapitaal (in dat geval waren de antisemitische aanvallen veel specifieker op een klasse gericht geweest), ze werden veeleer tot personificaties van de onbegrijpelijke, verwoestende, oneindig machtige, internationale heerschappij van het kapitaal."  

Hitler's 'antikapitalistische' programma, dat in Duitsland een aantal jaren later in de praktijk werd gebracht, is heel goed samengevat in de woorden Arbeit Macht Frei boven de ingang van een concentratiekamp. "Auschwitz was een fabriek ter 'vernietiging van de waarde', dat wil zeggen ter vernietiging van de personificatie van het abstracte. Ze was georganiseerd als een duivels industrieel proces, met het doel het concrete van het abstracte te 'bevrijden'" (Postone). 

Das wardamals. Auschwitz zal zich zeker niet herhalen, maar het post-fascistische moorden gaat in andere landen en andere vormen, gewoon door, en overal in naam van de religie van de arbeid en het geld, of ze zich nu socialistisch, democratisch, nationalistisch, liberaal, fundamentalistisch, sociaal-democratisch of helemaal niets meer noemt. De kritiek op die religie is de voorwaarde voor alle kritiek, zoals een Duitse jood eens opmerkte. Een antikapitalisme dat geen kritiek op de arbeid is, blijft gevangen in antisemitische denkvormen. Wie wil afhaken, moet daar niet bij aanknopen. 

Toni Smith 

Toni Smith woont in Amsterdam als drinker, klaploper en lompen-intellectueel. Momenteel doet hij niets.    

Bronnen en kanttekeningen 

Het belangrijkste staat natuurlijk in de kanttekeningen. De hieronder vermelde boeken kan ik de lezer alle van harte aanbevelen. Van de meeste heb ik gebruik gemaakt, van de rest denk ik dat ze een bijdrage kunnen leveren tot een discussie over links en antisemitisme. Wie de moeite neemt ze te lezen, zal gemakkelijk kunnen vaststellen dat de soms wat al te grove simplificaties van hun inhoud geheel voor mijn rekening zijn. 

Allereerst twee werken waaraan ook Edel refereert: 

Hannah Arendt: Eichmann in Jerusalem

Harry Mulisch: De zaak 40/61 

De belangrijkste conclusie van Eichmann in Jerusalem lijkt me dat 'het verontrustende aan de persoon Eichmann juist was, dat hij was zoals zo velen, en dat deze velen niet pervers of sadistisch, maar verschrikkelijk en schrikbarend normaal waren en zijn.' Mulisch komt min of meer tot dezelfde conclusie. Edel is waarschijnlijk ook niet sadistisch of pervers, en hij speelt het klaar om een zin als 'de gaskamer was niet best, maar het ging tenminste relatief snel' op papier te krijgen. Hannah Arendt heeft inderdaad gewezen op 'de totaliteit van de morele ineenstorting', 'niet alleen de vervolgers, maar ook onder de vervolgden': dat Edel vanuit het perspectief van de vervolgers denkt is voor zijn eigen rekening. Een aardig detail: Mulisch noemt in De zaak 40/61 een Frans antisemitisch geschrift uit 1938 dat ik niet gelezen heb, maar waarvan de titel me een goede samenvatting lijkt van Edels eigen . complottheorie: Hitler, Créature et Instrument d'Israël, ou Exquisse du plan mondial gigantesque d'Israël pour faire son grand et dernier coup. 

J. Presser, Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945.  

Presser's studie verscheen als monografie van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Als Edel het heeft over een enorm gebied naast goed en fout dat nauwelijks is verkend door instanties zoals het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, dan doelt hij met name op de rol van de joodse raden. Het ontstaan en de rol van de joodse raad in Nederland wordt door Presser minutieus beschreven:

"Het Duitse belang was, hiermee de ontwrichting op te vangen die het gevolg moest wezen van het in het wilde weg deporteren. Zij wilden een zekere organisatie van het gemeenschapsleven in stand houden, ten einde deze deportaties ordelijker, d.w.z. onopvallender en doeltreffender te kunnen uitvoeren, dus met maximale assistentie van de joden zelf. Voorrechten voor een minderheid van joden vergemakkelijkten de 'Endlösung', die zij voor de meerderheid - en voor die minderheid tenslotte óók - nastreefden. 

[De joodse gemeenschap] was met de groeiende chaos ook niet gediend; bovendien wilde haar leiding pogen een 'kem' te redden uit de schipbreuk. welke kem wel zo ongeveer identiek was met deze leiding, welke - in het voorbij nu reeds opgemerkt - haar eigen bestaansrecht zou inboeten in de mate waarmee de geleiden verdwenen. Zo staat de historicus tegenover een wirwar van menselijk handelen, tegenover een baaierd van drijfveren, bewuste en onbewuste, een chaos van belangen, reële en ingebeelde, een afschuwelijke dodendans met Satan als balmeester." Presser is overigens - anders dan De Jong nooit een nationaal instituut geworden. 

Jean-Paul Sartre, Portret van een antisemiet. Overdenkingen over het joodse vraagstuk 

De vertaling van Réflexions sur la Question Juive verscheen in 1947. De Nederlandse titel is goed gekozen: het belangrijkste joodse vraagstuk is inderdaad de antisemiet. 

Henryk M. Broder, Der ewige Antisemit. Über Sinn und Funktion eines beständigen Gefühls. 

"De jodenhaat is een oude hartstocht die steeds op zoek is naar nieuwe voorwendsels. Het is de kleinste gemene deler waarin rechts en links, gelovigen en ketters, mystici en rationalisten elkaar vinden." Het boek gaat ook in op de houding van links ten opzichte van Israël. Haarlemmerolie voor wie bijvoorbeeld niet zo één twee drie niet kan bedenken wat er stinkt aan Edels bezwaren tegen 'een stukje Israël in de Haarlemmermeer'.Broder is een representant van wat wel het anti-antisemitisme is genoemd. Een serieus te nemen kritiek op de kritische theorie en zijn fans levert: Emst Lohoff, Von Auschwitz nach Bagdad. Anmerkungen zu den wundersamen Wandlungen des Anti-Antisemitismus, in Krisis #11 

T.W. Adorno ... et al., The authoritarian personality  

Heb ik natuurlijk niet helemaal gelezen. Ik heb gebruik gemaakt van hoofdstuk XIX, Adorno's bijdrage Types and Syndromes, en heb dat op volledig onverantwoorde wijze geparafraseerd en naar het heden getransponeerd. Waarvan akte. Het hoofdstuk bevalt me vooral zo uitstekend omdat ik er iets van mezelf in herken, zoals dat tegenwoordig zo fraai egomanischinvoelend heet. Of er verder enige gelijkenis bestaat tussen werkelijke personen in linkse kringen en de door mij beschreven types van de rebel and the psychopath. the crank en the 'manipulative' type laat ik aan de oplettende lezer over. 

"Thus, enquin'es devoted to the studie ofprejudice have to be extremely cautious when the issue oftypology comes up. To express it pointedly, the rigidity of constructing types is itself indicative of that 'steropathic' mentality which belongs to the basic constituents of the potentially fascist character. {..] Yet all these objections do not dispose altogether of the proplem of typology. Not all typologies are devices tor dividing the world into sheep and buck, but some of them reflect certain experiences which, though hard to sysyematize, have,to put it as loosely as possible, hit upon something." 

Wolfgang Pohrt, der Weg zur inneren Einheit. Elemente des Massenbewustseins BRD 1990 

Een verslag van een expeditie naar de diepere bewustzijnslagen van de Duitsers in het jaar 1990. Pohrt onderzoekt de ontwikkelingstendensen van een massa bewustzijn in de overgangsfase en peilt de kansen van een nieuw fascisme als gemoedsaandoening in Duitsland. Pohrt's werk heeft de grote verdienste The authoritarian personality te actualiseren, het bevat zoals gewoonlijk briljant geformuleerde observaties en inzichten inzake het Duitse vraagstuk. Het hele essayistische werk van Pohrt draait om die kwestie, en zijn kritiek richtte zich daarbij steeds ook, of vooral op de verschillende trends van Duits links. In Nederland verscheen in 1987 de essay-bundel Berichten van het slagveld der kritiek.  

Een citaat: 'In Duitsland weet men bijvoorbeeld nooit zeker of mensen, wanneer zij tegen de burgerlijke maatschappij of 'het systeem' protesteren, nu een hekel hebben aan de uitbuiting en onderdrukking die met de burgerlijke maatschappij verbonden zijn, of dat zij een hekel hebben aan de vrijheid, die er ook mee verbonden is. Op dezelfde wijze kan men moeilijk uitmaken of de VS nu verfoeid worden omdat zij - natuurlijk niet als enige - in de Derde Wereld de rol van onderdrukker en uitbuiter spelen, óf omdat zij Europa bevrijd hebben van het nationaal-socialistische concentratiekampregime, wat eveneens waar is.' 

George L. Mosse, The crisis of german ideology  

Ben ik kwijt. Een studie naar de völkische bronnen van het nationaal-socialisme in de negentiende-eeuwse biologistische concepten van kosmos, natuur etcetera. Aandacht voor vele sektes en hun gektes. 

Robert Kurz, Ruim baan voor de crisis. De opkomst en de grenzen van het automobiele kapitalisme. 

Vertalen doet halen. Dit najaar verschijnt een bundel met essays van Kurz bij uitgeverij Ravijn. Kurz' positie op het Duitse slagveld der kritiek, de fundamentele waarde-kritiek, plaatst het nationaal-socialisme als historisch fenomeen binnen de moderniseringsgeschiedenis van het kapitalisme. "De industriële 'religie der arbeid', zoals zowel Lenin/Stalin als ook Henry Ford en Adolf Hitier die ieder op hun eigen wijze vertegenwoordigden, wilde van de daar objectief mee verbonden onderwerping aan de logica van het geld niets weten. In plaats daarvan zou de 'eerlijke industriële arbeid' het geld moeten commanderen. En in alle maatschappijen in het fordistische ontwikkelingsstadium bestonden er tendensen, het daarmee onverenigbare voortbestaan van de heerschappij van het geld op een extern, fantastisch vijandbeeld van het 'joodse financieringskapitaal' af te schuiven." Kurz is redacteur van het eerdergenoemde theoretische tijdschrift Krisis

Moishe Postone, Nationalsozialismus und Antisemitismus. Ein theoretischer versuch

Postone's essay verscheen in het Duits in Kritik & Krise #415 Themanummer Logik des Antisemitismus.    

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996