Naar archief

UIT: Ravage #212 van 14 juni 1996   

De moeilijke dubbelrol van de milieubeweging 

Op initiatief van de regering vond op 29 mei in Rotterdam het met veel bombarie aangekondigde congres plaats over de spanning tussen economische ontwikkeling en milieubescherming. De hele gevestigde natuur- en milieubeweging was er. Maar een groeiend aantal mensen in de milieubeweging vindt dat er teveel wordt gepraat. De roep om meer actie wordt luider.  

Prof. L. Reijnders, hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam en medewerker van de stichting Natuur en Milieu: "De milieubeweging moet meer gaan actievoeren." W. van Dieren, een van de oprichters van Milieudefensie en lid van de Club van Rome, valt hem bij. "De strijdbaarheid is verdwenen. Die moet weer terugkomen."  

Volgens Van Dieren is de belangstelling voor het milieu de laatste jaren teruggelopen. "En de milieubeweging heeft zich, mede daardoor, te veel in de hoek laten dringen. Ze moet weer alarmerend op de rails gaan liggen." Van Dieren zelf heeft de strijdbijl overigens al jaren geleden begraven. Hij heeft tegenwoordig een commercieel adviesbureau. De voormalige activist adviseert bedrijven bij het bepalen van hun milieubeleid. 

Reijnders doet een voorspelling. "Als de bestaande milieuorganisaties niet meer en harder actie gaan voeren, komen er nieuwe, radicale clubjes." Hij wijst op de extreme acties die de laatste tijd het nieuws hebben gehaald. Bomaanslagen tegen vervuilende bedrijven, brandstichtingen bij slagerijen ('Vlees is moord') en sabotage van wegenbouwmachines bij Schiphol. Groeperingen als Earth Liberation Front (ELF) en Animal Justice Front weten inderdaad van wanten. 

Maar de roep om meer actie lijkt ook door de gerenommeerde milieuorganisaties te worden gehoord. Woordvoerder F. Verdeuzeldonk van Greenpeace Nederland: "Wij blijven praten met het bedrijfsleven, maar we vinden wel dat er harder actie moet worden gevoerd. Als je alleen praat, heb je geen onderhandelingspositie."  

Ook Milieudefensie, de laatste jaren wat gezapiger dan vroeger, wil meer acties op touw gaan zetten. De milieugroep is door de directie van Schiphol uitgenodigd voor een gesprek, maar heeft op voorhand al harde maatregelen aangekondigd. Als de uitbreiding van de luchthaven niet wordt afgeblazen, zal het vliegverkeer worden stilgelegd. Activisten van Milieudefensie oefenden afgelopen maand in Amsterdam met een groot formaat wielklemmen, speciaal geschikt voor vliegtuigwielen. Verder wordt gedacht aan het blokkeren van landingsbanen en het oplaten van ballonnen met zilverpapier. Die verstoren de radar van de luchtverkeersleiding en belemmeren het vliegverkeer.  

Zelfs Natuur en Milieu, van oudsher een keurige lobbygroep, laat de laatste tijd haar tanden zien. Ze doet sinds begin mei bijvoorbeeld mee aan een publiciteitscampagne tegen Nutricia. Dit bedrijf zou van plan zijn om babyvoeding te produceren met lactoferrine erin, een menselijk eiwit dat door de dochters van de genetisch gemanipuleerde stier Herman wordt geproduceerd. Natuur en Milieu is tegen het genetisch manipuleren van dieren. 

Tafeltennissen 

Oud-milieuminister P. Winsemius, tegenwoordig voorzitter van de vereniging Natuurmonumenten, is het met Reijnders en Van Dieren eens. De milieubeweging moet meer actie gaan voeren. Maar hij waarschuwt. Een milieugroep moet niet lobbyen n actievoeren. Dat is niet effectief. De milieubeweging moet de taken verdelen. "Je kunt niet het ene moment met iemand tafeltennissen en het andere moment met een bijl zijn hoofd inslaan. Dat werkt niet."  

Volgens Winsemius bestaat binnen de milieubeweging in feite al jaren een taakverdeling. Organisaties als Natuurmonumenten en het Wereldnatuurfonds zitten regelmatig bij de overheid en het bedrijfsleven aan tafel, 'rebellenclubs' als Greenpeace en Milieudefensie voeren vooral actie. Winsemius: "Dat werkt prima. Je moet doen waar je goed in bent. Greenpeace moet niet te veel aan vergadertafels gaan zitten, Natuurmonumenten moet niet in schoorstenen gaan klimmen."  

Bij Milieudefensie zien ze het anders. "Ontzettend flauw", noemt woordvoerder M. van Schaik de opstelling van Winsemius. "Die zogenaamde taakverdeling werkt absoluut niet. Als je alleen maar actievoert, blijf je een klein groepje dat af en toe "boe!" roept. Dan word je marginaal." Volgens haar is juist een combinatie van acties en onderhandelingen het meest efficiënt. "Als je actievoert, moet je ook niet te beroerd zijn om op een gegeven moment te gaan praten."  

Bedrijfskundige M. van Riemsdijk van de Technische Universiteit Twente denkt dat Milieudefensie op het juiste spoor zit. Actiegroepen moeten onderhandelen, anders worden ze inderdaad marginaal. "Het is een moeilijke dubbelrol, maar ze moeten wel." Hij heeft onderzoek gedaan naar de verhouding tussen bedrijven en belangengroepen. "Als je een protestactie organiseert tegen een bedrijf en je wordt uitgenodigd om te komen praten, kun je niet zeggen: sorry, wij demonstreren alleen."  

Ook Reijnders ziet geen heil in de taakverdeling van Winsemius. Acties en onderhandelingen gaan prima samen. "Kijk maar naar de vakbonden. Die kunnen het ook. Ze organiseren een staking en praten tegelijkertijd met de directie." 

Maar volgens Van Hiemsdijk gaat de vergelijking met de vakbonden niet op. "Een milieu-actiegroep heeft doorgaans geen direct belang bij het voortbestaan van de onderneming waartegen ze protesteert." Bij de vakbonden is dat anders.  Werknemers hebben belang bij de continuïteit van de bedrijven waarin ze werken. "Ze zullen de onderneming niet doodstaken." De vakbonden matigen hun eisen. 

De rol van de vakbonden is bovendien geïnstitutionaliseerd. Het recht om te slaken is stevig verankerd in de samenleving, ook juridisch. Werkgevers en vakbonden zijn tot elkaar veroordeeld en beseffen dat. Van Riemsdijk: "Ze hebben een zakelijke relatie. Zover is de milieubeweging nog niet." Of ze ooit zo ver zal komen weet de bedrijfskundige niet. "Dat is pis kijken."  

Als de publieke belangstelling voor het milieu de komende jaren toeneemt, kan de milieubeweging zich misschien ontwikkelen tot een geaccepteerde waakhond voor het milieu. Als de belangstelling voor het milieu echter blijft afnemen, komt daar niets van terecht.

"En dan kun je er donder op zeggen dat er nieuwe, radicale clubjes komen."  

Maar ook als de belangstelling weer gaat toenemen, en de milieubeweging een min of meer institutionele rol krijgt, zullen er altijd radicale activisten zijn. Bij wijze van voorbeeld wijst Van Riemsdijk op Sea Shepherd, een radicale afsplitsing van Greenpeace die al sinds de jaren zeventig bestaat. Met een versterkte ijsbreker brengen de activisten walvisvaarders tot zinken, als het moet op volle zee. "Dat soort clubjes hou je toch." 

Arjen van der Ziel

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996