UIT: Ravage #211 van 31 mei 1996
Try out
Den Haag is geen stad, maar een grafput, zij het een, op de rand van welk het lachen je nader staat dan het huilen. De try-out voor de Amerikaanse tournee van Trespassers W vond plaats in de lege Openbare Bibliotheek in de Bilderdijkstraat, op twee hoog. Voordat de zaalverduistering op geheel natuurlijke wijze intrad, schiep ik genoegen in het uitzicht. Voor het eerst in mijn Haagse leven keek ik recht aan tegen de verticaal in een uithanger geplaatste letters van het woord
t
o
r
e
n
g
a
r
a
g
e.
Voor het eerst zag ik de letters gelijkwaardig en niet meer in grootte verlopend van e naar t. De zaal op de tweede etage, vroeger de kinderbibliotheekzaal, bleek, hoewel behangen met dekens en lappen, een hemel van weerkaatsing, die het concert een onbedoelde zweem van heiligheid verschafte.
De volgende dag, 'the day after the night before', stapte ik nevelig op de fiets, met in mijn hoofd een compressor, die iedere moeilijke of moeizame gedachte samenprakte op de bodem van mijn hersenpan en zodoende een ledigheid vestigde, die gemeenschap had met mijn tintelende ledematen. En zo vloog ik op de fiets door de Javastraat, die al even leeg bleek als het Nassauplein aan mijn rechterhand en de Nassaulaan, waar ik links indraaide. Daar, op die hoek, ontwaarde ik een medemens.
Een op het oog keurige Haagse heer in een open regenjas met daaronder een wit overhemd en een grijze pantalon. Veel ongewoons was er niet aan hem te zien, of het zou zijn loophouding moeten zijn, de schouders ietsje opgetrokken en beide duimen in de broeksband geplant. Of de haarplukken rondom zijn oren, die inderdaad bijzonder frivool omhoog krulden. Toch zou je niet direct denken dat het hier een man betrof die hardop voor zich uit orerend over straat ging, onsamenhangende taalelementen exclamerend tegen niemand in het bijzonder. Maar dat deed hij nu juist wel. Duidelijk hoorbaar voor mijn oren en alle virtuele oren in de nabije omgeving van de hoek Nassauplein-Javastraat-Nassaula
"Den Haag is dan wel een grafput, maar het is mijn grafput", dacht ik, verder vliegend op de fiets, pirouettend rond Plein 1813 en, geďnspireerd door die werveling, of wellicht ook door de praatwandelaar van zoëven, het beeld oproepend van de blauwe fietsenbrigade op het Oranjeplein. Dat beeld dateert van jaren her, toen het bezit van een kinderfiets voor veel gezinnen een onbetaalbare luxe was en een fietsenverhuurbedrijfje aan het Oranjeplein per half uur of per uur in de behoefte voorzag.
De fietsjes waren blauw, maar in een gemene tint, schel gekleurd op de ondergrond van oranje menie die van onder de talrijke beschadigingen in het lak al even venijnig als het blauw opvlamde. Hier huurde je een fietsje om te leren fietsen, om aan je ouders te laten zien 'dat je een eigen fiets waard was' of gewoon omdat je geen fiets had en er waarschijnlijk ook geen zou krijgen.
Dus zag je er leden van de brigade stuntelen en vallen, maar ook racen en stunten. Soms werd er spontaan een 'Tour d'Oranjeplein' georganiseerd en kon je een kluwen blauwe fietsjes rondom het parkje op het plein zien razen. Eén zo'n tour kan ik me nog met gemak voor de geest halen. Drie jongetjes vooraan in het pelotonnetje, waarvan de eerste luidkeels verkondigde: "Ik ben Coppi", en de tweede, niet achterblijvend: "Ik ben Nencini", en de derde, terwijl hij wegspurtte en won: "Ik ben een Ferrari!"
Cor Gout