Naar archief

UIT: Ravage eXtra editie na inval, 8 mei 1996

Persvrijheid ernstig geschonden bij politie-inval

De redactie van het tijdschrift Ravage tekent fel protest aan tegen de wijze waarop de huiszoeking van 3 mei jl. heeft plaats gevonden. Hierbij heeft het zogenaamde Bastionteam onder meer naast een zestal computers tevens het volledige abonneebestand, de financiŽle administratie, subsidieaanvragen, telefoonlijsten, archiefmateriaal, diskettes en een typemachine meegenomen. Hierdoor wordt de redactie ernstig belemmerd in de uitvoering van haar journalistieke taak en is het recht op privacy op grove wijze geschonden.

Onder het mom van 'we komen de claimbrief van het ELF halen', heeft het Arnhemse Bastionteam, voor de gelegenheid bestaande uit veertien rechercheurs, grondig huisgehouden in het redactielokaal aan de Amsterdamse Van Ostadestraat. De claimbrief van het ELF, die de redactie na overname van de tekst reeds op 25 april had vernietigd, vormde slechts een aanleiding voor een onderzoek naar het lezersbestand en de perscontacten van het tijdschrift.

De inbeslagname van het abonneebestand en de vele administratieve en financiŽle gegevens vormt een ernstige inbreuk op het privacyrecht en de persvrijheid. De redactie van het tijdschrift eist van justitie dat al het materiaal ogenblikkelijk wordt terug gegeven. Verder eist Ravage dat het abonneebestand niet wordt gekopieerd en dat dit gecontroleerd kan worden door een advocaat.

De redactie overweegt verder aangifte te doen bij de Amsterdamse politie wegens het zoekraken van waardevol redactiemateriaal. Een rechercheur van het Bastionteam heeft namelijk bij het verlaten van het redactielokaal een vuilniszak vol in beslag genomen redactiespullen uit z'n handen laten rukken door derden. Dit meldden ooggetuigen van de media. De redactie vreest dat men dit materiaal nooit meer terug zal zien en stelt het rechercheteam hiervoor aansprakelijk.

De handelwijze van het Bastionteam, dat onder leiding stond van rechter commissaris R.C. Vegter uit Arnhem, kent vele overeenkomsten met dat van het rechercheteam dat op 28 september 1994 huiszoeking deed bij de stichting Opstand in Amsterdam. Ook hier werd een enorm scala aan persoonlijk en journalistiek werkmateriaal in beslag genomen.

Het karakter van de invallen bij Opstand en die bij Ravage maakt duidelijk dat justitie niets is opgeschoten in haar onderzoek naar de RaRa-aanslagen en de recente bomaanslagen in Arnhem. Het ultieme doel achter beide invallen is het in kaart brengen van het umfeld van twee actieve maatschappijkritische organisaties, die in de openbaarheid treden met journalistieke producties.

Bij stichting Opstand werden de huiszoekingen uitgevoerd, omdat twee medewerkers van deze organisatie aanvankelijk werden verdacht van betrokkenheid bij RaRa-aanslagen. Achteraf is gebleken dat deze verdachtmaking nergens op gebaseerd was en mag algemeen worden aangenomen dat de verdachtmaking een dekmantel is geweest voor het in kaart brengen van actieve mensen die hulp bieden aan (illegale) vluchtelingen.

Met de recente huiszoeking bij Ravage jongstleden vrijdag werd hetzelfde doel beoogd en bereikt, onder het voorwendsel dat men het ELF-briefje kwam zoeken. Het is schrijnend te moeten constateren dat het openbaar ministerie met twee maten meet, als het gaat om het opeisen van persberichten. In het geval van de Volkskrant, die recentelijk een claimbrief van de onbekende groep ANGST ontving, werd de hoofdredactie van dit ochtendblad nog telefonisch verzocht de brief af te staan. Hetgeen geschiedde. De redactie van Ravage echter kreeg zonder pardon te maken met een grootschalige huiszoeking met grote gevolgen.

Zelfs in het geval dat men het vage claimbriefje van ELF in handen gedrukt had gekregen, zou men nog over zijn gegaan tot de huiszoeking. De redactie van Ravage heeft het zeven woorden tellende briefje, waar je gelet op de strekking alle kanten mee uit kunt, na verwerking op de computer ogenblikkelijk vernietigd. De redactie is van mening dat de brief aan haar gericht was en wenst niet mee te werken aan een justitieel onderzoek.

Een onafhankelijk journalistiek medium dient haar journalistieke bronnen zorgvuldig in bescherming te nemen, anders is het gedaan met de vrije meningsuiting in dit land. Een aandrager van een nieuwsfeit dient de garantie te hebben dat zijn of haar gesproken of geschreven woord slechts ten dienste wordt gesteld voor het journalistieke medium. De media moeten hun journalistieke principes hanteren en zich niet laten lenen als verlengstuk van justitie.

De redactie

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996