UIT: Ravage #208 van 19 april 1996
Ik doe niet mee!
'ik haat de oorlog, en allen die hem liefhebben'. Een uitspraak van schrijver Heinrich Böll, een Duitse deserteur uit 1944. Zijn portret, en dat van vele andere dienstweigeraars, zijn sinds kort te aanschouwen op een anti-oorlogstentoonstelling in het stadsdeelkantoor van de Amsterdamse Watergraafsmeer.
De tentoonstelling 'Onderdrukking en Bevrijding' geeft een indringend en ontroerend beeld van de individuele levensgeschiedenissen van dienstweigeraars en deserteurs uit de nazi-tijd van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van foto's en brieven heeft Jochem Schmidt, directeur van het Berlijnse Anti-Kriegsmuseum, dit veelal verzwegen deel van de geschiedenis kunnen uitwerken. De verbindende teksten zijn in het Nederlands vertaald.
Het Anti-Kriegsmuseum in Berlijn is in 1984 vanuit de Evangelische Kerk opgericht. Samen met een groepje geestverwanten verzamelde Jochem Schmidt materiaal voor een permanente tentoonstelling, maar ook voor een groot aantal exposities die door heel Duitsland en Europese landen reizen. De gekozen onderwerpen zijn heel divers, maar hebben toch vanuit een bepaalde invalshoek met oorlog te maken.
Bijvoorbeeld over Duitsland in de periode na de Eerste Wereldoorlog, over antisemitisme en jodenvervolging, over het getto in Warschau. Maar ook over de gevolgen van de oorlog voor de inwoners van Berlijn, Dresden, Jena, Rotterdam, Hiroshima, Vietnam. Momenteel verzamelt men objectieve beelden van onder andere de oorlog in Bosnië en Irak/Koeweit.
In '89 begon Schmidt een speurtocht naar de 'vergeten' geschiedenis van Duitse dienstweigeraars en deserteurs ten tijde van het Derde Rijk. Een speurtocht naar informatie over mensen die in deze uiterst moeilijke periode "Nee, ik doe niet mee!" hadden gezegd tegen de autoriteiten van de oorlogsmachinerie, waar ze zelf deel van uitmaakten.
Schmidt bezocht de overgebleven familieleden van de deserteurs en kreeg inzage in foto-albums en brieven. Met deze informatie kreeg hij een goede indruk, wat voor de dienstweigeraars de beweegredenen moeten zijn geweest om te deserteren. Een morele keuze die meestal met verlies van eigen leven door fusillade werd betaald.
Eenvoudig was Schmidt's zoektocht niet: in Duitsland rust nog steeds een zwaar taboe op dit stuk verdrongen geschiedenis. Schmidt: "Vandaag de dag hebben deserteurs en dienstweigeraars uit die tijd nog steeds geen schadevergoeding gehad. Sterker nog, ze staan nog steeds te boek als oorlogsmisdadigers".
Drijvend museum
Uiteindelijk slaagde Schmidt er in een dertigtal foto's te bemachtigen, die momenteel te zien zijn in het stadsdeelkantoor in de Watergraafsmeer. Voorafgaande aan de opening van de expositie 'Onderdrukking en Bevrijding' onderstreepte Helga van Oosterhout, mede-oprichtster van het Anti-Oorlogsmuseum in wording, het belang ervan.
"Wat uit het materiaal blijkt, is het vermogen van het individu te staan voor eigen keuzes en principes. Juist in deze tijd is dat van immens belang", aldus Oosterhout. "Houden de deserteurs en dienstweigeraars uit deze tijd, bijvoorbeeld uit voormalig Joegoslavië, ons ook niet een spiegel voor? In de totale oorlogsrazernij lijkt hun gewetensvolle handelen in het niet te vallen, maar de impact is eigenlijk heel groot."
In de openingstoespraak van de expositie zei Hans Wiebenga, voorzitter van het bestuur van het Nederlandse Anti-Oorlogsmuseum in oprichting, dat het helaas wereldwijd traditie is om een principiële afwijzing van oorlogsvoering als illusionistisch te beschouwen. "Maar ook de strijd tegen de slavernij werd aanvankelijk door een enkeling aangezwengeld. Pa na lange tijd werd deze strijd een wijdverbreid begrip. Nu is slavernij uit den boze, dat wil zelfs een Janmaat niet meer invoeren."
Wiebenga stelde dat er één gezamenlijke strijd nodig is om uitwassen als militarisme en nazisme te bestrijden, "het zijn immers takken die aan dezelfde boom groeien." De boodschap achter het drijvende Oorlogsmuseum in oprichting is dat niet alleen de oorlogsvoering en oorlogsmachinerie radicaal wordt afgewezen, maar dat ook het geweldloos verzet wordt aangeprezen. Maar het hoofddoel is toch de bevordering van het begrip dat oorlogsvoering onaanvaardbaar is geworden.
Wiebenga verklapte verder dat binnen niet al te lange tijd het schip aangeschaft zal worden, waarin in de nabije toekomst het Anti-Oorlogsmuseum ondergebracht wordt. Het is de bedoeling dat dit varende museum diverse steden in Nederland aan zal doen, waardoor onder andere de schoolgaande jeugd op relatief eenvoudige wijze in staat wordt gesteld de wisselende exposities te bezoeken.
De komende maanden zullen de ruim veertig bij het initiatief betrokken vrijwilligers zich inzetten om nog zo'n duizend extra donateurs te werven, waarmee het project op continu-basis financieel draaiende gehouden kan worden.
Alex van Veen