UIT: Ravage #208 van 19 april 1996
Het weekboek van magda van der ende
Magda Van der Ende (48) en Abel Hertzberger (46) runnen samen 'De Expeditie, centrum voor geweldloze verandering', in Amersfoort. De Expeditie verzorgt trainingen in verschillende aspecten van geweldloosheid zoals conflictoplossing en conflictbemiddeling, vrouwen en ruzie, reageren op racisme en geweldloosheid in het algemeen. Daarnaast verzorgt De Expeditie lezingen over geweldloosheid, begeleid ze op aanvraag individuen en groepen die werken aan sociale verandering en bemiddeld ze in conflicten. Magda hield op ons verzoek een weekboek bij.
Tweede Paasdag, 8 april
De zware griep die ik, net als veel anderen, de afgelopen winter had, speelt weer op. Gisteren moest ik daarom ziek, zwak en misselijk weg uit de volkstuin. In Achterveld (10 km van Amersfoort) huren we al vijftien jaar een lap grond van 800 m2. Het is een paradijsje: groente, bloemen, fruit, kruiden. Het levert bijna voldoende op voor onszelf en voor de groepen die in "De Expeditie" komen. Zonder die tuin zou ik letterlijk 'nergens' zijn. Na een training 'reageren op racisme', conflictoplossing, of na het begeleiden van een groep, laad ik weer op door te spitten, te wieden of gewoon wat te zijn. Heen en weer fietsen hoort bij het plezier.
Mijn dochter Aletta is thuis. Ze werkt zich door boeken over Carel Willink heen. Voor haar opleiding moet ze zijn schilderij "Wilma met kat" bespreken. Gretig ga ik mee lezen. Via Aletta komen er voor mij veel nieuwe dingen het huis in. Zoon Teun is er niet. Hij doet mee aan een liftwedstrijd naar Genua. Natuurlijk hoop ik dat hij als eerste aankomt: mag 'ie een week gratis kamperen!
Vandaag is de vierde Paasmars bij Soesterberg.Ik voel me slap, maar ik zou er toch niet heen gaan. Ik ben vervreemd van dat soort dingen. Abel - partner in veel opzichten - komt terug van de manifestatie. Hij somt de oude bekenden op die hij tegenkwam. Zijn verhaal roept het beeld bij me op van een reünie. Gezellig...
Dinsdag 9 april
Weer naar de tuin! Nu om snoeiles van Marijke te krijgen. Ze geeft écht les: hoe je het hart van de bessenstruik ruimte geeft, hoe je de perenboom aanzet tot groei. Ze zit net als wij in het LETS-systeem in Amersfoort. Vanwege reuma kan ze zelf niet meer snoeien, maar haar aanwijzingen zijn perfect. Na wat onderhandelen komen we uit op 40 kiezels voor de klus. Als ze weg is brengen we het geleerde in praktijk. Na een uur is het rond alle struiken en bomen een ravage van gesnoeide takken. Toch heb ik nog twijfels: om te vernieuwen moet je flink snijden, dat weet ik, en dat geldt op alle gebieden van het leven, maar zullen we dit jaar bessen hebben?
Om vijf uur als de hazen naar huis. Om zes uur moet de zaal warm en geveegd zijn voor T'ai Chi. Ik red het allemaal net. Op het moment dat de docente binnenkomt, gooi ik een werkdoek om de hoek.
Voor eten heb ik geen tijd. 't Valt ook nog niet goed.
Van 7 tot 9 geef ik Hongaarse les aan een paar mensen uit de buurt. Ik leerde Hongaars in Roemenië, toen ik tussen 1970 en 1972 als gaststudente theologie studeerde bij de Hongaarse minderheid. Als ik Hongaars spreek, wordt er een andere snaar in me geroerd. Van uitbundigheid, diepe tevredenheid, als een poes die spint.
Woensdag 10 april
Weer de zaal op orde voor T'ai Chi. Nu voor de 50+ groep. Dit is het routine gedeelte van mijn leven. Maar niet saai of geestdodend. Bezig zijn met de zaal, porren in de houtkachel, de prachtige eiken vloer vegen - eigenlijk is dat altijd prettig. Omdat het een fijne plek is.
We verbouwden die ruimte met hout van een sloper. We redden het dikke eikenhouten parket uit een school die gesloopt werd. Regelmatig schiet door me heen: dat zou ik nu niet meer kunnen. Ik word ouder. Ik merk het aan mijn tempo, mijn lijf. Ik word minder doe-achtig, meer 'zijnd'.
Emmaus komt spullen ophalen die bij de grote schoonmaak vorige week overbodig bleken. Zakken kleren, stoelen, boeken. Ze nemen niet alles mee. Kennelijk is er in onze samenleving zoveel, dat zelfs Emmaus kieskeurig is.
Er is nog veel meer op te ruimen in huis. Abel wil erg veel tegelijk aanpakken. Mij wat teveel ineens. Op 2 mei vertrekt hij voor drie maanden naar Tsjaad om met mensenrechtenorganisaties te werken. Kennelijk wordt hij gedreven door de wens, dingen 'af' achter te laten. Ik leef naar 2 mei toe en zie daarna wel weer. Pas dan kan ik echt ordenen, vermoed ik.
De rest van de dag vind ik mijn draai niet. Het schrijven van een dagboek is een fluitje van een cent vergeleken bij het artikel waar ik al lang op broed. Het moet in april klaar en het gaat over Bethlen Kata. Een adellijke dame uit de 18de eeuw die twee mannen en vijf kinderen verloor. Daarna wijdde ze zich aan het versterken van het Hongaars cultuurgoed door het bouwen van kerken, bibliotheken. Ze maakte het mogelijk dat Hongaarse studenten in Nederland (Leiden) studeerden. Ze schreef een autobiografie. Ik las 250 brieven van haar en veel over haar. Nu moet dat er bij mij uitkomen. Zou ik daar misselijk van zijn? Er zit een knoop in me. Schrijven is verschrikkelijk en schitterend. Net als bevallen. Ik wil zo schrijven, dat het de lezer van nu iets te zeggen heeft. Vooral over het Hongaars nationalisme.
Ik beantwoord wat brieven. Verzoek om informatie over de internationale zomertraining uit alle hoeken van de wereld. Dit jaar organiseren we geen training. Abel komt begin augustus terug en heeft tijd nodig om thuis te komen - en ik bij hem! Bovendien zijn we toe aan langduriger contacten,diepgaander. Ik schrijf ook aan Ingrida van Arkadija, een groene beweging in Letland. Vorig jaar werkten we daar een week, ze willen ons weer. Ze brachten in praktijk wat ze leerden en hebben nieuwe vragen. Daar houd ik van. Dus gaan we in september.
Donderdag 11 april
Een voorgesprek met een aantal vrouwen dat in een vrouwenopvang huis werkt. Zowel de vrouwen van het team als de vrouwen die onderdak nodig hebben, zijn van verschillende culturen. Ze zitten met allerlei vragen rond racisme: wat zeg je wel, wat niet, waarom zij wel, ik niet? Er is een grote bereidheid en openheid om naar eigen sporen van racisme te zoeken. Het besef dat ze daar als team aan moeten werken is wel vaker aanwezig, maar in dit geval leidt het tot daden.
We zijn het erover eens dat je er niet bent door de ander van racisme te beschuldigen. Dan houd je jezelf buiten schot en het brengt de ander echt niet tot inzicht. Voor verandering in inzicht heeft ieder contact nodig, een basis van vertrouwen. Voor mij wordt het pas echt interessant, wanneer situaties van alle kanten diepgaand bekeken worden. Met de vinger wijzen houdt dan op. Je komt in de krochten van de menselijke ziel terecht. Die vind ik onnoemelijk interessant! In het voorjaar werk ik drie hele dagen met de vrouwen. Iets om naar uit te zien.
's Middags vergadering van het KAM (Kontakt Amersfoort Makarska). Sinds het begin van de oorlog sturen we een paar keer per jaar pakketten naar families aan de kust die vooral vluchtelingen uit Bosnië opgenomen hebben. Het is een kleinschalige actie met veel persoonlijk contact over en weer. Nu worden we wat pakketten-zat. Elke keer weer die bananendozen, het verzamelen. Maar iedereen is het erover eens dat dat geen reden mag zijn er mee te stoppen.
We gaan op zoek naar een andere mogelijkheid. Tijdens een verblijf in Tuzla voor training begin dit jaar, kwam ik in contact met een jeugdorganisatie. Ze zorgen ervoor dat kinderen uit Tuzla na 4 jaar oorlog voor het eerst de stad uit kunnen. Dat kinderen met astma aan de kust even op adem kunnen komen. Natuurlijk is er geldgebrek. Alles ligt op zijn gat. Ik ga uitzoeken of er meer informatie is.
Meedoen aan deze concrete actie is voor mij een goed tegenwicht tegen het meer structurele en organisatorische waar we in Tuzla aan werkten. Daar hadden we te maken met vertegenwoordigers van allerlei groepen. Meer met de grote lijnen. Het KAM biedt me de mogelijkheid doorgaand vorm te geven aan mijn betrokkenheid bij wat daar gebeurt.
Dit is een lange dag. 's Avonds nog een gesprek met iemand van vluchtelingenwerk. Of er tijdelijk een vluchteling bij ons kan wonen. Ja,we hebben de ruimte in huis en in onszelf. Maar helpen bij problemen als verzekeringen, procedures, dat nemen we niet op ons. Dat kan er nu niet meer bij. Ervaring leerde ons een onderscheid te maken tussen onderdak en opvang.
Vrijdag 12 april
Abel werkt vandaag voor 't laatst met een groepje mensen dat zich inzet voor behoud van de "Wevershof", een centrum voor baanlozen. Het gaat hem aan zijn hart dit niet af te kunnen maken vanwege Tsjaad. De laatste maanden stak hij er twee, drie dagdelen per week in. Daarnaast liep hij er mee rond: ideeën voor strategieën naar ambtenaren, gemeenteraad, andere groepen die azen op geld. We kregen weer even een kijkje achter de schermen van de plaatselijke politiek. Een bunker is het van beleid en bestuursvormen, die zitten te loeren op en goeddraaiend project. Abel's bijdrage bestond uit het leiden van de vergaderingen van de actiegroep en het helpen bij het maken van een strategie. Waarheid en openheid is de beste kracht tegen macht.
Om half twee staan Irina en Elena op de stoep met een mooie zelfgemaakte taart. Vorige maand had YWD (Young Women and Democracy) hier in huis haar jaarvergadering. Wat een klus! 20 tot 27 vrouwen die dagelijks moeten eten en drinken! Dan voel ik me helemaal "horeca". De meeste vrouwen kwamen uit voormalige Sovjet- en Midden/Oosteuropese landen. Aan het begin werkte ik drie dagdelen met ze aan conflictoplossing. Ik benadrukte het multiculturele in conflictgedrag: wat doe je wel, wat niet? Een opdracht was, het conflictgedrag van hun eigen cultuur te tekenen. De dagen daarna schoot er regelmatig iemand de keuken in: "ze doet precies wat ze getekend heeft, maar ze ziet het niet!". Of, plagend: "Door die training hebben we de hele week conflicten!"
De vrouwen hadden het hier goed. Het is vooral nostalgie die hen deze taart deed maken en brengen. Na een babbeltje, even snuffelen in de zaal en in de tuin nemen ze - met moeite - afscheid.
Bethlen Kata zit wel in mijn hoofd, maar ik zit er nog steeds niet voor achter mijn tafeltje. De weerstand die ik voel is groot. Angst voor nieuwe ontdekkingen, of dat het niet lukt? Maakt niet uit. Ik doe het niet.
Ik bel mijn broer in het ziekenhuis. Een goede vriendin lijdt aan beklemming van zenuwen in de nek. NEE! Niet nog meer narigheid. Het aantal zieken om ons heen wordt te groot. Ik moet zorgen, dat dit me niet te veel neerdrukt. Blijven kijken en betrokken zijn.
Zaterdag 13 april
Eindelijk vind ik aantekeningen terug over Bethlen Kata die ik kwijt was. Ik schreef erover naar Hongarije, belde naar Roemenië. Nergens. Aantekeningen die ik de afgelopen drie jaar maakte. Twee schriften lagen gewoon op de verkeerde stapel. Op de stapel van "Kabbalah and Exodus", dat ik vorig jaar in het Nederlands vertaalde. Overal gezocht, maar daar natuurlijk niet. Hè hè. Dat was het dus, althans een deel van de knoop.
Kamer opruimen, alles fris. Eindelijk kan ik aan dit ritueel beginnen. Ik lees een aantal uren. Het klikt nog niet.
Tussen 2 en 3 uur verwacht ik de vluchteling. Bloemetje op zijn kamer, kastplank leeg, bed opmaken. Om 4 uur is hij er nog niet. Ik loop even naar de markt. Dit wachten helpt me dus echt niet om bij concentratie te komen. Ik weet dat dit gekeutel er bij hoort. Maar het is niet de fase waar ik het meest van houd. Geïnspireerd zijn - helemaal open en ontvangend zijn, dat is mooi. Het mezelf daarnaar toe werken is wat anders. Kwestie van discipline en doorzetten. Ik maak een pan hutspot. 's Avonds om tien uur komt Abel uit de tuin. Hij ziet er uit als een beest en stort zich op de hutspot.
Magda van der Ende