UIT: Ravage #208 van 19 april 1996
De werkelijkheid achter de glossy façade
'We leven in een mijnenveld, elke stap kan de laatste zijn'
Op het door de PKK afgekondigde staakt het vuren die vergezeld ging van de dringende oproep tot onderhandelingen, heeft de Turkse staat gereageerd door intensivering van militaire en politionele acties. Dat is de conclusie van de Nederlandse delegatie dit jaar het Koerdische nieuwjaarsfeest bijwoonde.
Als een van de uit twaalf Europese landen afkomstige delegaties bezochten zeven mensen uit Nederland Turks-Koerdistan. In het kader van het Koerdische Newroz (nieuwjaarsfeest) hebben zij zoveel mogelijk vieringen bijgewoond en onderzoek gedaan naar de mensenrechtenschendingen door de Turkse staat. Hiervoor zijn uitgebreide interviews gehouden met de mensenrechten organisatie IHD, een vrouwengroep, een jongerengroep en afdelingsbesturen van de Volkspartij voor Democratie HADEP, journalisten en de onderwijs vakbond Eöitim-sen.
De nieuwe rechtse coalitieregering van de Partij van het Juiste Pad (DYP) en de Moederlandpartij (ANAP) poogt zich met alle geweld op een lijn te stellen met andere zogenaamde 'moderne democratieën' in West-Europa. Op alle mogelijke manieren tracht ze de terreur tegen de Koerdische bevolking te verhullen.
Vorig jaar heeft de Turkse staat 'ontdekt' dat Newroz eigenlijk een oud Turks feest is en dat de Koerdische kleuren, rood-groen-geel, eigenlijk Turkse kleuren zijn. De betekenis heeft men terug gebracht van bevrijdingsfeest tot lentefeest. Dit jaar is het voor het eerst, omgedoopt tot 'Nevruz', als Turks nationaal feest gevierd. 'Nevruz' werd in een aantal grote steden gevierd met prominente politici en populaire artiesten. Hiermee probeert men de werkelijke gang van zaken te verloochenen en de schijn van culturele vrijheid op te houden.
Door hard optreden van leger en politie en de inzet van groot materieel, tracht de Turkse staat de traditionele Newroz viering onmogelijk te maken. In 1992 liep de viering uit op een bloedbad. Desondanks proberen de Koerden ieder jaar weer hun feest op hun manier zo massaal mogelijk te vieren.
In de stad Diyarbakir werd een manifestatie gehouden ter gelegenheid van Newroz 1996. Al tijdens een van de eerste toespraken werd gesommeerd het plein te verlaten. Op het moment dat de menigte aanstalten maakte hieraan gehoor te geven, werden zij omsingeld door pantservoertuigen die vervolgens op hun inreden. De politie baande zich een weg door de menigte en begon er hevig op los te slaan. Als gevolg van dit geweld vielen er vele gewonden en werden meer dan tweehonderd mensen gearresteerd. Hieronder bevonden zich vrouwen van 70 à 80 jaar. Enkele van hen zaten op 27 maart nog steeds vast.
Voor geen enkele stad of dorp is een vergunning voor de Newroz-viering verleend. Daags voor Newroz patrouilleerden pantserwagens door de stad, waarbij de bevolking gewaarschuwd werd om geen vuren te ontsteken. Bij het ontsteken van vuren zou de stad platgebrand worden. Daarom is op veel plaatsen Newroz binnenshuis gevierd.
In Mardin werden kleine vuurtjes ontstoken, waarop direct arrestatie volgde. In Batman werd tien dagen voor de viering een vergunning aangevraagd, waarop vele 'preventieve' arrestaties volgde. De mensen probeerden in hun straat op kleine schaal Newroz te vieren. Zij die bij een vuur werden aangetroffen werden gearresteerd.
Arrestaties
De avond en nacht voor Newroz reden in Kiziltepe pantsers en jeeps bij het politiebureau af en aan. Op de ochtend van Newroz was de bedrukte stemming voelbaar. Duidelijk was dat die nacht en avond 'geruisloze acties' hadden plaatsgevonden. Een man die de nacht in Kiziltepe had doorgebracht vertelde ons dat er daar in één wijk al tien mensen waren gearresteerd. Na de viering bleek dat er rond de 500 arrestaties waren verricht.
Nadat we een paar uur rond gelopen hadden in Kiziltepe namen we de bus naar Nusaybin. Hier was het leger nadrukkelijk aanwezig: tanks, pantsers, sluipschutters, arrestatievoertuigen en helikopters. Speciale eenheden stonden op strategische punten en zouden de viering op brute wijze hebben verstoord als buitenlandse waarnemers zich op dat moment niet in de buurt bevonden. Toch zijn er verschillende vuren ontstoken.
Aangekomen bij het vuur barstte het gejoel en gejuich los. Meer dan honderd mensen bevonden zich in de kleine straatjes waaronder slechts enkele ouderen. Het was een drukte van jewelste met klappende en fluitende kinderen. Teruglopend maakten enthousiast schreeuwende kinderen om ons heen er gelijk een spontane demonstratie van. Ze riepen vrijheidsleuzen en 'leve de PKK!'
De Turkse staat voert een genocide-politiek volgens een vaste strategie. Elke uiting van Koerdische identiteit wordt beschouwd als een overtreding van de grondwet en vervolgd onder de wetten op de staatsveiligheid. Standaard beschuldigingen zijn 'lidmaatschap van de PKK' en 'terrorisme'. Daarnaast worden de Koerden verdreven van het platte land. Irrigatiekanalen worden dichtgegooid, akkers verwoest, elektriciteits- en telefoonverbindingen afgesneden en dorpen worden door het leger leeggehaald en vernield. Op deze wijze wordt de Koerdische bevolking in de steden bijeengedreven en kan daar strenger gecontroleerd worden. Het land buiten de steden wordt militair gebied. Zo probeert men de guerrilla's van de PKK volledig van de bevolking af te snijden.
Ongeveer 5 miljoen Koerden zijn gevlucht vanwege de staatsterreur. In totaal zijn er drieduizend dorpen verbrand, het afgelopen jaar al driehonderd. De vluchtelingen trekken naar grote steden als Istanbul, Ankara, Adana, Izmir, Diyarbakir. In een tot twee jaar tijd is het aantal inwoners van Diyarbakir toegenomen van 380 duizend tot 1.5 miljoen. Ook in kleinere plaatsen vestigen vluchtelingen zich aan de stadsrand. Uit Kozluk bij Batman zijn 50 duizend mensen geëmigreerd.
Veel Koerden zijn bereid vluchtelingen 's winters op te nemen in hun huizen, maar gezinnen zijn groot en woningen niet al te ruim. De armoede is, vanwege de economische situatie van het land en de uitbuiting van de Koerden in het Zuid-Oosten van Turkije, erg groot. Vluchtelingen zijn genoodzaakt zichzelf onderdak te verschaffen en wonen in tentenkampen of zelfgemaakte 'huizen', zonder riool, elektra of watervoorziening. Aan de weg van Diyarbakir naar Urfa zijn vijfhonderd huizen gebouwd, maar deze worden bewoond door de dorpswachters, een burgermilitie van de staat.
De Turkse staat houdt de samenleving in een ijzeren greep. Deels is dit zichtbaar door de nadrukkelijke aanwezigheid van leger en politie in het straatbeeld. Voor het overgrote deel speelt dit zich af in het schemerdonker van de staatsbureaucratie, de gevangenissen, de martelkamers van leger en politie en de geheime operaties van talloze veiligheidsdiensten. Achter de glossy façade van de staatspropaganda schuilt een op fascistische leest geschoeide schijndemocratie. Oppositie voeren is per definitie onmogelijk en kritische maatschappelijke organisaties en media vormen het dagelijkse doelwit van de autoriteiten. Desondanks proberen mensen zich te organiseren.
Mensenrechten
De IHD is een onafhankelijke landelijke organisatie die op basis van de 'Universele verklaring van de rechten van de mens' - ook door Turkije ondertekend - stelling neemt tegen de structurele schending van mensenrechten in Turkije. Zij registreert, doet onderzoek, maakt rapporten en geeft publicaties uit die ze nationaal en internationaal onder de aandacht brengt.
Zaken die de IHD aan het voetlicht brengt, betreffen alle mogelijk denkbare gevallen van mensenrechtenschendingen variërend van censuur, ontslag, intimidatie, mishandeling, verkrachting en marteling tot moord en deportaties. De Turkse probeert dit alles geheim te houden en werkt hen voortdurend tegen. Daardoor laten de gepubliceerde gevallen slechts een deel zien van wat in werkelijkheid plaatsvindt.
Naast publicatie, biedt de IHD ook hulp aan de slachtoffers. Vanwege het tekort aan middelen en mogelijkheden, is dit beperkt tot het bezoeken van mensen, bemiddelen voor juridische hulp en het opvangen van ex-gevangenen die gemarteld zijn. Voor dit laatste zijn onlangs rehabilitatiecentra opgericht, die ondanks hun korte bestaan, al zwaar overbelast zijn.
Door haar werk is de IHD ook zelf slachtoffer van de repressie en wordt ze op alle mogelijke manieren in haar werk belemmerd. Toegang tot gevangenissen, dorpen, etc. wordt geweigerd. Telefoons worden afgetapt. Publicaties worden in beslag genomen. Kantoren zijn het doelwit van razzia's. Vijftien afdelingskantoren zijn inmiddels gesloten. Medewerkers worden geïntimideerd, gearresteerd, gemarteld en vermoord. Alleen op dit moment lopen er al zeven rechtszaken tegen de landelijke voorzitter en secretaris. Desondanks blijven zij met hun werk doorgaan.
Dat geldt ook voor de onderwijsvakbond Egitim-sen. Deze is in 1990 ontstaan uit een fusie van de kemalistische (Turksnationalistisch) en de sociaal-democratische onderwijsvakbond. Ze streeft naar verbetering van het onderwijs en van de positie van het personeel. Ze doet haar best om gelegaliseerd te worden, maar ondanks de kemalistische invloed wil dit maar niet lukken.
De afdeling Diyarbakir heeft ongeveer 2500 leden, waarvan ongeveer de helft vrouw. Twintig leden vermoord, twintig zwaar gewond geraakt en er zitten er honderden gevangen. Op dit moment loopt tegen een van de bestuursleden een procedure in het kader van de 'anti-terreur'-wet vanwege een interview waarin hij over de situatie in zijn klas sprak.
De kritiek van de bond op het onderwijs komt overeen met dat van de studenten. Ze zijn dan ook solidair met de studentenprotesten en helpen mee bij het organiseren van persconferenties en demonstraties. In Diyarbakir proberen ze zoveel mogelijk samen te werken met andere organisaties. Voorbeelden hiervan zijn hun deelname aan het 'Democrasi Platform', welke van 1 tot en met 3 december '95 een symposium organiseerde over de oorlog, vrede, democratie en verkiezingen. Ook waren ze betrokken bij vrouwendag-activiteiten.
Tenslotte is er ook nog de Democratische Volkspartij HADEP. Dit is een brede alliantie van democratisch gezinde en vrijheidslievende mensen. Aangezien het opzetten van een onafhankelijke organisatie bijna onmogelijk is geworden, organiseren velen zich onder de naam van Hadep. Een van die activiteiten was deelname aan de verkiezingen van 24 december. Door grootschalige fraude en intimidaties hebben zij ondanks hun grote aanhang en populariteit, geen vertegenwoordigers in het parlement gekregen. Ook na de verkiezingen is de staat doorgegaan mensen af te straffen vanwege vermoedde Hadep-sympathieën.
In Diyarbakir bestaan grote actieve vrouwen- en jongerengroepen. Beiden organiseren cursussen op het gebied van taal, cultuur, politieke vorming, journalistiek (om de gaten van vermoorde mensen en arrestante te vullen), feminisme en geschiedenis. Daarnaast werkt de vrouwengroep sterk aan ondersteuning van getroffen families. Met vrouwendag hebben ze een conferentie en een feest georganiseerd. Dit werd door meer dan tweeduizend mensen bezocht en was een groot succes.
Dat de druk van de staat op de Hadep groot is, spreekt uit de vele intimidaties, razzia's, arrestaties, gemartelde en vermoorde leden en sympathisanten. Veel dorpen die hun sympathie voor Hadep bij de verkiezingen hebben laten blijken zijn inmiddels ontruimd. Op de avond voor ons vertrek uit Dyarbakir, vond een inval plaats in hun ruimte in Baglar. Tijdens de vier uur durende inval werden twintig mensen mishandeld en gearresteerd.