Naar archief

UIT: Ravage #208 van 19 april 1996  

Afslanken,optuigen of demonteren? 

VN Secretaris Generaal Boutros Boutros - Ghali pleit in een zeer lezenswaardig artikel, in het maart/april '96 nummer van Foreign Affairs, voor een nieuwe leiderschapsrol voor zijn wereldorganisatie. Na de Koude Oorlog groeit de belangstelling voor mondiale thema's. Tegelijkertijd is er sprake van fragmentatie op wereldschaal. Het beheersen van deze dynamiek vergt een onafhankelijke Secretaris Generaal (SG) die over de vereiste fondsen en middelen beschikt om in kwesties van mensenrechten, democratie, markten, conflicten en niet-gouvernementele samenwerking het pleit in het voordeel van de mens in acute nood te kunnen beslechten. 

Zo nu en dan hoor of lees je, her en der, precies het omgekeerde. Ja, ook politici die juist pleiten voor het afslanken van de Verenigde Naties. Van de VN en zeker van deze SG, verwachten ze weinig heil. De VN neemt teveel hooi op de vork, zonder capaciteitsuitbreiding terwijl ook veel overtollig bureaucratisch vet weg kan. Ineffectieve praatcolleges als UNCTAD en FAO kunnen, binnen deze zienswijze, sowieso verdwijnen. Hierbij vraagt men zich niet altijd even consciëntieus af wat hiervan het netto effect is. Zeer hoge effectiviteit is een bijzonder zeldzaam goed. En niet iedereen heeft evenveel inzicht in de slimme omgang met groepen (landen). 

Hoeveel interne instabiliteit veroorzaakt zo'n maatregel in het thuisland? Is het misschien de trigger voor weer een nieuwe burgeroorlog? Doorbreek je zo de huidige plutocratische structuur van de wereldorde waarin een handvol grote machtige landen het voor het zeggen heeft? Of moeten we uiteindelijk streven naar een fundamenteel nieuwe structuur met één mondiaal bestuur voor de hele mensheid? 

Het is waar dat we door het afbreken van de politiek-economische compartimenten na de Koude Oorlog niet langer te maken hebben met een gesegregeerde wereld. De trend naar globalisering en integratie binnen één wereldmarkt heeft echter niet alleen verstrekkende economische gevolgen. Ook de politiek-bestuurlijke effecten doen zich wereldwijd gelden. Maar hebben we voor het beheersen of althans het in goede banen leiden van deze dynamiek een met meer bevoegdheden opgetuigde SG en VN nodig? 

De moderne wereld is (gelukkig) niet homogeen. Je ziet een adembenemende variëteit van honderden culturen, binnen het verband van zo'n 200 natie-staten en territoria die allemaal hun nationale onafhankelijkheid willen doen gelden. Door historische conditioneringsfactoren is dit - tot nu toe - het algemene referentiekader. Naar analogie van de vrije mens wil de onafhankelijke staat verantwoordelijkheid nemen voor de eigen toekomst en eist daarbij het recht op om een hoofdrol te spelen in de eigen 'nationale missie'. 

Dit is zeer in het kort een compendium van het principe van de zelfbeschikking en de zelfrealisering van natie-staten. In de dagelijkse praktijk moet de mens echter samenwerken (evenals de staat overigens) om te overleven en om toch te bereiken wat hij niet alleen aan kan. Toen Roosevelt voor het eerst in de geschiedenis het woord Verenigde Naties gebruikte bedoelde hij specifiek die combinatie van 26 landen die zich, tegen januari 1942, hadden verenigd in de strijd - op leven en dood - tegen de AS-mogendheden. Ze moesten met alle middelen blijven samenwerken totdat de AS-mogendheden definitief waren verslagen en niemand mocht op eigen houtje een aparte vrede sluiten. 

De Grote Alliantie tegen de perfide agressors, die in de jaren '30 onmogelijk leek, was nu - door deze nieuwe historisch conjuncturele factoren - weliswaar veel te laat maar toch: eindelijk, een feit. Gedurende de oorlog werd tijdens een serie conferenties door Roosevelt, Stalin en Churchill de basis gelegd voor de na-oorlogse internationale organisatie. In 1950 maakte het Koreaanse conflict echter nieuwe breuklijnen zichtbaar en de wereld werd vervolgens ondergedompeld in een 40-jaar durende Koude Oorlog tussen de twee supermachten. 

Terwijl de slomere exemplaren van Homo Sapiens zich nu nog bezig houden met kwesties van Mooi en Lelijk, (terwijl Design en Kunstgeschiedenis daar al een poosje van zijn afgestapt en het liever hebben over goede of slechte kunst, slim of dom ontwerp) en angsthaasjes zich - doodmoe van het eeuwig thuiszitten - in grote overmoed wagen aan, in hun perceptie levensgevaarlijke vluchten naar hun favoriete toeristische bestemming, dienen de eerste mutanten van de Nieuwe Sapiens zich aan die wel weten wat te doen. Dezen beseffen namelijk dat een staat ook het historisch moment is dat de staat beleeft. Het Sovjet-blok bestaat niet langer. 

We leven niet meer in een twee-polige wereld. Je kunt gaan en staan waar je wil. Nu pas wordt Shakespeare's woord werkelijkheid. Wanneer hij in Henry V optekent: "Elk mens is het vrolijkst als hij ver van huis vertoeft." We hebben te maken met andere historisch conjuncturele factoren en ook met structureel nieuwe omstandigheden; namelijk één aardbol onder Amerikaanse hegemonie. En biedt dat voldoende veiligheid voor de hele planeet? 

Men kan de Amerikanen veel verwijten. Men kan ze er echter niet van betichten dat ze vluchten voor de internationale plichten die een afgeleide zijn van hun nieuwe rol in de nieuwe wereld van na de Koude Oorlog (vide: Koeweit,Haïti,Bosnië). Toch blijft het maar zeer de vraag of de Amerikaanse suprematie ook vanuit ethisch - politieke invalshoek zo wenselijk is. Biedt de nieuwe één-polige mondiale machtsstructuur voldoende vrijheids- en veiligheidsgaranties? Veronderstelt de nieuwe structuur persé één globale visie? Als je consequent doorredeneert moet de veiligheidsraad worden afgeschaft. Voor iedere substantiële beslissing op wereldschaal is nu namelijk nog steeds unanimiteit vereist, terwijl het veto voor de vijf grootmachten nog steeds stoelt op de oude gedachte van de nationale soevereiniteit, die juist oorlogen veroorzaakt. 

Onze moderne wereld en de hedendaagse mensheid zijn verdeeld in grote en kleine natie-staten, die nog moeten leren dat ze zelfs in kwesties die ze als vitaal beschouwen, hun onafhankelijkheid moeten durven opgeven voor het hogere doel. Zo krijg je, op den duur, een VN die het beste in de mensheid belichaamt: permanente vrede en de ondubbelzinnige politieke wil tot internationale samenwerking ten faveure van de hele mensheid.  

Van hieruit is het vervolgens een kleine stap naar hetgeen, met de huidige stand van de technologie, feitelijk reeds mogelijk is: de inrichting van een nieuwe en nadrukkelijk democratische wereldorde, ter doorbreking van de huidige gedateerde plutocratische structuur waarin een handvol grote natie-staten beschikt over het vetorecht. Een passende oplossing op basis van de historische conjuncturele factoren van 50 jaar terug, maar feitelijk niet langer van deze tijd. 

Het doorbreken, ja de demontage van nationale structuren is vermoedelijk zelfs imperatief om de mondiale honger-, armoede-, gezondheidszorg-, milieu-, vrede- en veiligheidsproblematiek effectief aan te pakken. Steeds meer besef je dat het natie-staat concept té vaak de sociale voortgang van de mensheid blokkeert. Dit zie je dagelijks in Irak, Libanon, Syrië, Israël, Somalië, Liberia, Ruanda, Burundi, Groot-Brittannië, Ierland, om enkele van de meest opvallende voorbeelden van het moment te noemen. Daarom bezint men zich op een nieuw hoofdstuk in de wereldgeschiedenis: de fase na de natie-staat.  

Daarop zit de mensheid momenteel te wachten. Het ontstaan van de natie-staat is immers geassocieerd met de opkomst van bourgeoisieën, die zich politiek economisch en cultureel, binnen een afgebakend (maar met geweld uitbreidbaar) territoir, lieten gelden. Voor déze tijd, waarin niet alleen de economie, maar ook de politiek en de cultuur vreedzaam globaliseren, blijkt het in toenemende mate een ineffectieve oplossing. In sub-nationaal verband moet het bestuur dichter naar de burgers. Gelijktijdig groeit de behoefte naar een hecht supra-nationaal verband. De wereld moet nu voorbij de natie-staat; niet om een wereldoorlog te winnen maar juist om interne-, interstatelijke-, en regionale conflicten te voorkomen en om de broze vrede voor nog eens minimaal 50 jaar te helpen bewaren.

Al Peterson

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996