Naar archief

UIT: Ravage #207 van 5 april 1996

De reconstructie van een omstreden tentoonstelling.

Zestig jaar geleden, in het Olympisch jaar 1936, werd in het Amsterdamse Gebouw 'De Geelvinck' een internationale tentoonstelling gehouden onder de treffende titel D.O.O.D. - De Olympiade onder Dictatuur. Sinds 27 maart is van deze D.O.O.D.-tentoonstelling een reconstructie te zien in het Gemeentearchief van Amsterdam.

De Amsterdamse politie zat er destijds in 1936 behoorlijk mee in zijn maag. Immers, Adolf H. gold toen nog als 'bevriend staatshoofd' en Commissaris Versteeg voorzag dan ook "groote probleemen" met het voornemen van de D.O.O.D.-organisatoren om "affiches te doen aanbrengen, voorstellende een kogelstooter, die een groot hakenkruis in zijn nek draagt, en daardoor belangrijk in zijn bewegingen wordt belemmerd."

In een brief aan Burgemeester de Vlugt, gedateerd 22 augustus 1936, maakt deze gezagsgetrouwe diender zich niet zozeer zorgen over het lichamelijk ongemak voor de 'kogelstooter' in kwestie, maar des de meer over de vraag: "wat de Duitsche zaakgelastigde hiervan zouden vinden?" In afwachting van een eventueel gemeentelijk verbod stelt de commissaris dan ook voor om de reclame-onderneming 'Remaco' het dringende advies te geven, deze affiches niet op gemeentezuilen aan te plakken.

De aanleiding voor de D.O.O.D.-tentoonstelling is tamelijk bizar: tijdens een inventarisatie van het politie-archief werd duidelijk dat de Amsterdamse overheid destijds de voorbereidingen van deze tentoonstelling op de voet volgde. Vlak voor de opening in 1936 werd dan ook daadwerkelijk ingegrepen.

Wegens "in hooge mate beleedigend voor het hoofd van den Duitschen Staat" werden door Justitie onder meer de volgende werken verwijderd: een tekening met een afbeelding van Hitler en een blok met bijl; jongensboeken, die volgens het onderschrift de lievelingslectuur van Hitler zouden uitmaken (N.B.: het betreft hier Old Shatterhand-boeken van Karl May, wie is er niet groot mee geworden?) en een schilderij waarop Hitler en Goering als 'stamhoofden' werden afgebeeld.

Nog bleek 'den Duitschen zaakgelastigde' niet tevreden. Daarop ging Burgemeester de Vlugt persoonlijk in Gebouw 'De Geelvinck' kijken, en liet daarop de een karikatuur van Rijksminister Goebbels; een spotprent van Duitsche minister Goering, met fakkel en het woord 'terreur' en een plaat, die de terreur van de Hitler-regering uitbeeldde, in beslag nemen. Van een aantal zogenaamde 'folterkamer-tekeningen' van kunstenaar Karl Schwesig moesten de onderschriften worden afgeplakt.

Net als een eerdere tentoonstelling 'De Roode Droom' over een eeuw sociaal-democratische kunst is ook deze D.O.O.D.-expositie een feest van herkenning voor de liefhebbers van strijdbare kunst en ware Agit-prop. Dit is Kunst uit een tijdperk waarin Kunst geacht werd te Confronteren, het Volk 'wakker te schudden', kortom, aan te zetten tot Strijd! En dat beviel de toenmalige machthebbers niet.

Amsterdam had net twee jaar eerder de 'Jordaanoproer' achter de rug en dan nu zo'n tentoonstelling van radicale kunstenaars tegen het opkomend fascisme, dat tastte ons 'neutraliteitsbeginsel' maar aan. Onder het mom van propaganda of 'belediging van een bevriend buurland' werden dit soort manifestaties vantevoren streng gecontroleerd, en soms verboden.

Zo maakt 'het gezag' zich in 1936 ook bezorgd over de 'vredesstands' die in Gebouw de Geelvinck tijdens deze tentoonstelling een plaats hebben. "De ervaring heeft geleerd dat op deze zogenaamde 'vredesstands' opruiende, antimilitaristische, de landsverdeediging ondermijnende en vaak tot dienst- weigering aansporende brochures, pamfletten en platen worden getoond of aangebooden."

Opvoeding

In de reconstructie, die tot 19 mei in het Gemeentearchief te bezichtigen is, staat al deze correspondentie tussen 'het Bevoegd Gezag' en de D.O.O.D.-organisatoren uitgestald. Ook de krantenknipsels over deze affaire staan keurig in vitrines te kijk.

Zoals die fijne 'gezond verstand-krant' uit die tijd Volk en Vaderland. Onder de kop: "Gesubsidieerde liederlijkheid" berichtte die krant (algemeen Leider: Ir. A.A. Mussert) al over een van de tentoonstellings-onderdelen, het toneelstuk 'De Beul' van Per Lagerkvist. Dat dit soort 'bolsjewistische barbarij' allemaal maar kon.... Het documentaire aspect van deze tentoonstelling geeft een helder inzicht in hoe de toenmalige bestuurders dachten over dit soort 'kunstuitingen'.

Maar er valt in het Gemeente Archief nog veel meer te zien. De vele inzendingen zijn per land ingedeeld, en om duidelijke redenen komen de Duitse bijdragen vanuit Parijs, waar zich uit kringen van ballingen het Kollektiv Deutscher Kuenstler had gevormd. Naast prachtig werk van Albert Hahn sr. en jr., Max Ernst, Otto Freundlich en Boris Taslitsky zijn op deze tentoonstelling ook foto's te zien van een jonge Eva Besnyo, Cas Oorthuys of Emiel van Moerkerken.

Heel bijzonder zijn de vitrines onder de noemer 'Opvoeding'. Hier zien wij niet alleen originele Duitse speelgoed-soldaatjes, maar ook een tinnen Adolf in karakteristieke pose achter zijn spreekgestoelte. Daarbij ook een gitzwarte spotprent 'Heilige avond bij Stormbannfuhrer Killeke'. Te zien is een idyllisch NSDAP-modelgezin, kindertjes in uniform rond de kerstboom. Nadere bestudering leert ons dat op de cadeau-tafel een gruwelijk spel staat uitgestald: het Concentratiekamp-spel. Compleet met miniatuur-prikkeldraad, kampbewakers, en slachtoffers. De tekst eronder: "Papa, als de klokken luidden, gooien we dan met traangasbommen?".

Omdat Kohl en Kok het tegenwoordig goed met elkaar kunnen vinden zal er niemand meer vallen over de tekst boven een vitrine vol 'rassenleer'- boeken, met vlotte titels als Rassendammerung van Prof.Dr.Med. Karl Uftel. Het boekje, (uitgegeven door het Zentralverlag der N.S.D.A.P.) ligt temidden van rassen-determineer-tabellen met haarstalen en iris-voorbeelden. De tekst boven de vitrine is afkomstig van een Volkswacht uit Essen, die op 9 november 1929 schreef: "Voor de eerste maal zag ik Hitler van nabij. Gezicht en hoofd van slecht ras. Bastaard-type, laag-vliegend voorhoofd, lelijke neus, brede jukbeen-lagen, kleine ogen, donker haar, gezichtsuitdrukking van een opgewonden waanzinnige. 's Mans raszuivere observatie was zijn tijd dus ver vooruit.

Ook een ander groot misverstand wordt op deze fraaie tentoonstelling naar 'de mestvaalt van de geschiedenis' verwezen. Niet Herr Dokter Goebbels, Reichsminister fur Aufklarung und Propaganda, sprak de historische woorden: ,,Wenn ich das wort "Kultur" hor, greif ich nach mein pistol''. Deze gevleugelde nazi-kreet komt van ene Schlageter, aangeduid als 'nationaal-socialistische held', en moet luidden: als ik het woord 'cultuur' hoor, haal ik de haan van mijn Browning over. Het is maar dat u het weet. Voor als u deze fraaie tentoonstelling gaat bezoeken. Dit is Kunst die bijt.

Simon van Leeuwen

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996