Naar archief

UIT: Ravage #207 van 5 april 1996

'Voorbij de toeristenval'

Neêrlands koloniale cultuurgeschiedenis op Sint Maarten te boek gesteld.

Kennelijk om te voorkomen dat hij als een onnozele buitenlander te kijk zou staan, verbleef Sypkens Smit van juli 1979 tot december 1981, met onderbrekingen, op het (voor de helft) Nederlands Caribisch, maar overwegend Engelstalige eilandje Sint Maarten en schreef daar, vijftien jaar later, een boekje over dat nu is verschenen onder de pretentieuze titel Beyond the tourist trap - a study of SxM culture.

Het is haast niet te geloven, maar amper 44 pagina's verder (in een tekst verluchtigd met inleiding, voorwoord, credits & plichtplegingen, gedichten en foto's) loopt Sypkens Smit al in de eerste toeristische voetklem; terwijl hij zelf heel goed weet dat de toeristenbelazerij op SxM is uitgegroeid tot een volwaardige industrie en daar zelfs verheven is tot dé nationale sport.

Op pagina 44 meldt hij ons, gewichtig, dat volgens sommige van zijn bronnen, Peter Stuyvesant's geamputeerde rechterbeen ergens in de buurt van het SxMse Fort Belair (waarvan zelfs een illustratie is opgenomen) begraven ligt. Terwijl iedere nuchtere Nederlander, die maar enigszins in de SxMse literatuur en geschiedenis is ingevoerd wéét dat Stuyvesant, na de verloren slag tegen de Spanjaarden onder leiding van Fajardo, zwaar gewond naar Nederland is afgevoerd, alwaar zijn rechterbeen is geamputeerd.

Hiermee was ook de laatste Nederlandse poging, om het strategisch gelegen eiland met de fabelachtige zoutpannen met geweld in bezit te krijgen, definitief mislukt. En zo zwalkt Sypkens Smit van de ene folkloristische val naar de volgende toeristische booby-trap waarin hij - steevast - tuimelt. Het boekje laat zich, kortom, van A tot Z lezen als het reisverslag van een typische Hollandse boerenhufter in de West; met de beloofde studie van de SxMse cultuur heeft het echter weinig te maken.

Terwijl het - met enig overleg - toch heel anders had gekund. Immers Sypkens Smit had op zich zeer behoorlijk materiaal voor een werkelijk fantastische SxMse cultuurgeschiedenis tot zijn beschikking. Onder andere zelfs genealogieën van twee bekende SxMse families: de PETERSON's en de VAN ROMONDT's, waarvan de lokale schertsfiguur "DC" van Romondt (initialen op zijn Engels uitgesproken) als "Koning" of zelfs "Keizer" van het miniscule, (naar ik meen ook door Boudewijn Büch en de Heineken-ontvoerders gefrequenteerde) eilandje Tintamarre, de bekendste telg werd.

Sypkens Smit weet - tussen de regels door - zijn grote bewondering voor deze twee SxMse geslachten nauwelijks te bedwingen, maar dat is uiteraard niet voldoende voor een overtuigende behandeling van zo'n vijf eeuwen SxMse cultuurgeschiedenis; van Columbus' "ontdekking" van het Arowakken en Cariben-eiland tot en met het Heden (±1500 - ±2000).

Het eiland SxM ligt exact in de strategische Noord-Oost hoek van het Caribisch Bekken. Dit is de kortste verbinding tussen Europa (lees Spanje) en Meso-Amerika. De geostrategische positie-waarde was destijds van onschatbare betekenis. Het ligt verder niet zoals bijvoorbeeld de ABC-eilanden Aruba, Bonaire en Curacao "opgesloten" in het Caribisch Bekken, maar benutte historisch, vanuit de bijzondere ligging, een dubbele vocatie: Caribisch èn Atlantisch.

Bovendien konden van hieruit de belangrijke Grote Antillen, Cuba, Jamaica, Hispaniola en Puerto Rico, in de Noordelijke Sector van het Caribisch Gebied, worden bedreigd terwijl ook controle kon worden uitgeoefend op de Oostelijke Sector, die de eilandenboog omvat van Sombrero in het Noorden tot en met Trinidad in het uiterste Zuiden.

Tenslotte: hier lag de strategische toegangsweg naar al het goud en zilver van Mexico en Peru, waardoor de Hollandse gretigheid in de eerste plaats was opgewekt. Maar reeds lang voordat de eerste Nederlander (Pieter Schouten) op 5 oktober 1624 voet aan wal zette op SxM, werd de schitterende rede van het strategische eiland reeds intensief bevaren door Spanje's concurrenten, waaronder Engelsen, Fransen, Denen en Zweden. De Engelse Koningen Jacob I (James I) en zijn zoon Karel I (Charles I) hadden hun verworven soevereine rechten in het Caribisch Gebied overgedragen aan hun edelen.

Toen de Hollanders in het derde decennium van de 17de eeuw wat serieuzer naar SxM gingen kijken, leefden er aan de andere kant van het eiland reeds zo'n 14 Franse families. Permanente vestiging was mogelijk nadat Captain James Peterson (voor zover bekend de eerste Peterson in het Caribisch Gebied), als Gezagvoerder van de "Hopewell", het contact met de buitenwereld begon te onderhouden.

Sypkens Smit volgt de Peterson's echter pas vanaf 1690 in het Caribisch Gebied. Hij wijst erop dat de oorsprong van de naam wordt betwist. Opeenvolgende bezetters vernietigden elkaars documenten en archieven, zodat veel schriftelijk bronnenmateriaal definitief verloren is gegaan. De Russische emigré-schrijver Vladimir Nabokov voert in zijn autobiografie 'Speak Memory, Geheugen Spreek', de Peterson's ten tonele.

Deze tak van de familie krijgt het voorvoegsel 'de' voor de naam geplaatst en fungeert als belangrijke steunpilaar van de Russische aristocratie: Natalja Dmitrijevna, echtgenote van Ivan de Peterson, die in 1904 Russisch consul is in Den Haag, Dmitri Ivanovitsj (Mitik), Ivan Karlovitsj en Pjotr Ivanovitsj die Nabokov als zijn Londense neef 'Peter' introduceert. Peter's vader Ivan, schijnt ook een aardig getalenteerde tekenaar te zijn geweest. Althans voor zover Nabokov dat kon beoordelen.

Cptn. James Peterson, de stamvader van de SxMse Peterson's, beschikt gelukkig over meer strategisch inzicht dan Sypkens Smit. Op dit meest strategische eiland van het Caribisch Gebied laat hij zijn oog dan ook vallen op het meest strategische plekje: de landtong (alluviale zandgronden - Kwartair) die de Simpsonbay-lagune scheidt c.q. bijna volledig afsluit, van de Caribische Zee. (Dit kustgebied is op SxM bekend als de Low Lands/Terres Basses). Via de lagune kan de latere Franse hoofdstad Marigot aan de andere kant van het eiland, maar ook aan de overzijde van het lagunewater, moeiteloos - geen douane op SxM - "binnendoor" per boot worden bereikt. Zo begint zich hier de vroegste post-Columbiaanse SxMse samenleving te ontwikkelen.

De Hollanders die in het gebied voor De West-Indische Compagnie (WIC) opereren, wekken veel afschuw vanwege hun heb-, drank- en vraatzucht. Ze breiden niettemin hun actieradius uit en bezondigen zich aan uiteenlopende illegale activiteiten, zoals moord, roof, kaapvaart en smokkelhandel. Frans goud ondermijnt intussen De Triple Alliantie tussen Zweden, Engeland en Nederland en in 1670 sluiten de Engelse en Franse Koningen zelfs een geheim verdrag in Dover waarvan de spits tegen Nederland is gericht. In Holland en Zeeland overhandigt men weer kaperbrieven aan Cornelis Evertsen (de jongere) aangezien de beruchte Crijnssen reeds was overleden.

Colbert fluisterde Jean-Charles de Baas, Gouverneur Generaal van de Franse Caribische bezittingen intussen in, dat hij De Zonnekoning Lodewijk XIV geen groter plezier kon doen, dan "de Hollandse handel tegen te werken" en de Hollanders van hun eilanden te verdrijven "als dit mogelijk was zonder geweld te doen aan de overeenkomsten die Zijne Majesteit met ze heeft." De Nederlanders zijn niet op de hoogte van de geheime Frans/Britse alliantie en Engeland's oorlogsverklaring (nog voor de Franse) veroorzaakt zelfs de val van Johan de Witt (de leider van de Nederlandse Verenigde Provincies).

Op SxM krijgt intussen de familie Peterson, door ijver en wijs beleid, spoedig het hele gebied van de Low Lands - van Simpsonbay tot Long Bay - in handen. De rest van het kleine eiland is te geaccidenteerd en heuvelachtig voor iedere vorm van grootschalige landbouw. Daarom begeven de Hollanders die voor de WIC opereren zich ook voornamelijk in de kaapvaart, slavenhandel en de eveneens zeer lucratieve zoutwinning. De zoutwinning ( "natte mijnbouw" in open gedeeltelijk natuurlijke zoutpannen) geschiedt met behulp van de onvrijwillige arbeid van Afrikaanse slaven. Dat was mogelijk sinds de inname in 1637, van het Portugese bolwerk Sao Jorge Da Mina, aan de Goudkust (nu Ghana). Na de verovering doopten de Hollanders het fort om tot Kasteel Elmina.

De Peterson's verspreiden zich intussen naar andere delen van het eiland, het Caribisch Gebied en de rest van de Nieuwe Wereld, maar voor meer dan tweehonderd jaar komt men te Simpsonbay toch nog slechts een handvol namen tegen. Allereerst de Peterson's en verder: HALLEY, WILLIAMS, VLAUN en LEJUEZ. De Simpsonbayers worden er geboren en als ze sterven begraaft men ze in de achtertuin van het eigen huis, zoals dat ook op het naburige eilandje Saba de gewoonte is.

De Simpsonbayers ontwikkelen ook hun eigen gebruiken, zeden en gewoonten, een eigen taal, eigen muziek en zelfs een eigen bouwstijl met lage woningen die bestand zijn tegen praktisch de allerformidabelste orkanen. Vanaf Simpsonbay vertakt de familie Peterson zich in volgende generaties naar andere delen van het eiland en ze vestigen zich ook in andere beroepen, o.a. de lokale levensmiddelenhandel, maar belangrijke takken blijven zich toeleggen op de internationale handel, scheepvaart en visserij vanuit Simpsonbay en het hoofdstadje van SxM, Philipsburg.

Te Simpsonbay ontstaat praktisch een staat binnen de staat op een klein eilandje dat nota bene verdeeld is in twee jurisdicties: een Frans en een Nederlands domein. Dat is echter ook wel nodig want als de koloniale overheden, na perioden van extreme droogte of na een vernietigende orkaan, het weer laten afweten, moeten leden van de Simpsonbayse families handelend optreden zodat de hele SxMse bevolking niet van de honger omkomt.

De meest ingrijpende gebeurtenissen in het idyllische dorpje zijn de orkanen die het gebied periodiek bedreigen. De beruchte - en fatale - orkaan van 1819 reduceert het hoofdstadje Philipsburg tot ruïnes, terwijl Simpsonbay bijna van de kaart wordt geveegd. Het oog van de orkaan trekt praktisch over het dorpje heen en brengt ook nog een verbinding tot stand van de lagune met de open zee. De orkaan van 1848 doet deze opening weer teniet.

Ook na een orkaan, in 1829, is er weinig werk voor de 1200 slaven op de kleine SxMse plantages. Teenstra die de eilanden in 1836 bezoekt geeft een deprimerende beschrijving van Simpsonbay, na weer zo'n catastrofale orkaan. Maar zoals na iedere nieuwe calamiteit krabbelen de oertaaie Simpsonbayers weer op, om de positie in te nemen c.q. op te vullen waartoe men op SxM sinds de vroeg 17de- Eeuwse Cptn. Peterson geroepen lijkt.

De van Romondt's doen hun intrede op SxM in de 19de eeuw, in 1801 om precies te zijn, als het grote territoriale spel al voorbij is. Door gebrek aan huwelijkspartners onderhouden ze onderling incestueuze relaties. Het van oudsher vriendelijke eiland begint nu ook faam te verwerven als smokkelaarsoord. Daarom komt in Cole Bay ook een douane-post. Er circuleren ook verhalen en anecdotes waarin de politie wordt belazerd.

De van Romondt's krijgen het ook aan de stok met Gouverneur van der Zee. De van oorsprong Nederlandse familie probeert op een gegeven moment ook om SxM aan de Amerikanen te verkopen. De meest kleurrijke telg van de van Romondt's, is de lokale schertsfiguur Diederick Christiaan, die bekend stond als "DC". "DC" verwierf zelfs in Frankrijk de nodige vermaardheid als "Koning" of "Keizer" van Tintamarre. Het miniscule eilandje ten noord-oosten van SxM waarop hij zich van 1902 tot 1932 terugtrok van de bewoonde wereld en alwaar hij zich snel verrijkte.

Aan het begin van de 20ste eeuw introduceert men op SxM dan ook een nieuw fiscaal systeem. Bij de oudere oertaaie Simpsonbayers die zich nooit door een zuchtje wind uit het veld lieten slaan, leidt dat tot de compositie van een veelzeggend liedje waarin onder andere Wallace en Willoughby Peterson zich erover beklagen, dat ze nu op last van de Gouverneur, belasting moeten betalen voor hun paarden, huizen, en landerijen.

Na de afschaffing van de slavernij wordt de situatie soms precair. Vooral tijdens perioden van extreme droogte. Ook hevige regenval maakt de zoutpannen voor jaren onbruikbaar, zodat er op het eiland geen of nauwelijks werk is te vinden. Gelukkig hebben deze eilandbewoners zichzelf vanaf het prille begin ook leren vissen en dankzij de Kapiteins van Simpsonbay is er voor de hele bevolking dagelijks verse vis beschikbaar, alsook garnalen, krab en kreeften. Sypkens Smit citeert dat je voor een paar 'sous' meer kreeg dan je op kon. In de Vissteeg op SxM kon je voor 20 cent een moot Koningsvis kopen of twee snappers voor een dubbeltje.

Een nu, ook door Sypkens Smit nog niet opgehelderde kwestie, blijft de grote aanhankelijkheid van de Simpsonbayers aan het Nederlandse Koninklijke Huis van Oranje. Het komt tot uiting in liedjes die men spontaan componeert zoals in 1909 naar aanleiding van de geboorte van Prinses Juliana. Of in de befaamde Simpsonbay zeil-regatta's op Koninginnedag. Het soort waterfestijn dat binnen het hele Nederlandse Rijk nog steeds slechts te vergelijken is met de festiviteiten, in de gracht waar nu het afgesloten Rokin is, waarmee Amsterdam Maria de'Medici verrastte, naar aanleiding van haar bezoek aan de hoofdstad, in 1638.

Maar het narratief meest krachtige en ook beklijvende beeld dat Sypkens Smit ons - zijns ondanks - opdist, is vervat in een citaat van Wim Lampe, de Gezaghebber van SxM die in de jaren '70 optekent hoe de vissers van het idyllische dorpje Simpsonbay omstreeks 1915, en in nog vele daarop volgende jaren, een goede vangst aankondigden door op een zeeschelp te blazen: "De aankomst van de vissers-vloot op SxM was de belangrijkste gebeurtenis van de dag. Ik kan me nog levendig herinneren hoe ik de boten zag binnenvaren met een goede vangst. Nog ver op zee zonden ze signalen uit door op een grote zeeschelp te blazen, zodat iedereen wist dat er vis onderweg was.

De allerlekkerste vis was de 'Jack' (Jackfish) een type red-snapper. Door op een bijzondere manier op de schelp te blazen, gaven de vissers reeds van verre te kennen hoeveel Jacks je op die dag kon krijgen voor een 'bit', dat is 15 cent. Zodra het geluid van de schelp werd gehoord trok iedereen naar het strand en als het een rijke vangst was, kreeg je niet minder dan tien Jacks voor een bit. De mannen bleven op hun schelp herhalen: "Tien Jacks voor een bit". Maar zelfs als je minder kreeg, kon een bit altijd een grote familie voeden. Het was genoeg voor een behoorlijke maaltijd."

Al met al een leerzaam boekje, maar overduidelijk om andere dan door de schrijver bedoelde redenen. Sypkens Smit verliest zich namelijk te vaak in de petite-histoire, waardoor de grote lijnen van het verhaal en de bredere cultuur-historische context waarbinnen de SxMse cultuur zich op lokaal niviau ontwikkelt, verloren dreigt te gaan.

Vijftien jaar heeft het werkje stil gelegen en dat is aan de tekst te zien. Vermoedelijk heeft de schrijver na vijftien jaar besloten om, met hier en daar een herschrijving en een bewerking, zijn werkje aan te passen aan de eisen van een bepaalde politieke opportuniteit. Maar zo wordt wel de echte cultuurgeschiedenis van SxM geweld aangedaan en zelfs vervalst. Zodat het ongetwijfeld vele werk, iedere wetenschappelijke relevantie verliest.

Sypkens Smit's fixatie op de Peterson's en de van Romondt's gaat bovendien helaas ten koste van andere vooraanstaande en gewone SxMse families die allemaal ongetwijfeld minstens evenveel aan de vorming van de SxMse cultuur hebben bijgedragen. De rol van de families JAMES, MARLIN, SALMON, LYNCH en BELL die bijvoorbeeld een uitermate belangrijke rol spelen in het huidige democratiseringsproces van de SxMse politieke en bestuurlijke cultuur, blijft totaal onbesproken. Terwijl de sluwe oude vos Claude Wathey, nog flink wat lof krijgt toegezwaaid.

Gloedvol en met trots informeerde Nobel Laureaat Derek Walcott, uit het naburige St.Lucia, mij vorig jaar, na zijn gastrede in de aula van de Universiteit van Amsterdam, over zijn Nederlandse consanguine relatie: de familie Marlin op SxM. Is in de slordige index en in het hele boek niet te vinden. Bekende muzikale families als de Blyden's, ook in Amsterdam actief en alom bekend bij de lokale media en bij bezoekers van de meest gerenommeerde discotheken van Europa - van de Olivia Valère te Puerto Banús tot en met de Caribbean Club aan de Nieuwe Uilenburgerstraat in Amsterdam - (o.a. band "Caribbean Express"); de Blydens worden wel genoemd maar blijven eveneens onbesproken in deze cultuurgeschiedenis.

Andere families die zich reeds eeuwen op SxM bevinden en de cultuurontwikkeling hebben gestuwd, worden niet eens genoemd. Terwijl verder vaak namen, jaartallen, en zelfs sexe en geslachten door elkaar worden gehusseld. De tekst is ook vaak gesteld in uiterst gebrekkig Engels. Hoogst waarschijnlijk heeft deze in de Antilliaanse/Arubaanse context verder onbeduidende Nederlandse scribent, zich op sleeptouw laten nemen in een klein SxMs spel van anderen, dat hij niet overziet.

Veel is echter ongetwijfeld gewoon terug te voeren tot het feit dat de schrijver zich van te voren niet goed heeft gedocumenteerd en ingelezen in zijn onderwerp. Was dat wel het geval, dan had hij bijvoorbeeld ongetwijfeld kennis genomen van de sublieme, door Harry Hoetink ingeleide studie, van Frances Karner, over de Sefardisch Joodse Gemeenschap op Curaçao. In slechts een kwart van de door Sypkens Smit benutte pagina's, schetst Karner aan de hand van deze bevolkingsgroep, een zeer volledig, overtuigend en inzichtelijk beeld van deze gemeenschap waar praktisch van generatie op generatie de culturele ontwikkeling die het eiland Curaçao doormaakt, aan is af te lezen. Jammer genoeg slaagt Sypkens Smit daar ten aanzien van SxM niet in. Schrijven is een moeilijk vak en een Nobelprijs op afstand is al een flinke troost. Misschien kunnen de Peterson's hem tenminste leren vissen.

De WIC bestaat niet meer en in 1948, na een verblijf van anderhalve eeuw op SxM, sterven ook de van Romondt's, uit in de mannelijke lijn. Tenminste de wettelijke tak. De buitenechtelijke - vaak zgn. "gemengdbloedige" - nazaten zijn als zodanig echter ook niet te herkennen omdat het bij deze familie, in tegenstelling tot bij de Peterson's, niet gebruikelijk was om de buitenechtelijke "off-spring" wettelijk te erkennen. De SxMse Peterson's echter zijn: 'still going strong'. Vanuit SxM hebben ze zich weer over zes continenten van de hele planeet verspreid (voor zover bekend geen permanente Peterson bewoning op Antarctica) zodat het voor telgen van dit geslacht mogelijk is om een complete wereldreis te maken, binnen de familie, hetgeen de meer gefortuneerde Peterson's dan ook regelmatig doen.

Nabokov wist er alles van. Door gezonde vermenging komen de Peterson's reeds generaties in alle schakeringen voor, zodat ook mensen met bijvoorbeeld een inmiddels uitgesproken Chinees uiterlijk deze in de Nieuwe Wereld uit SxM stammende familienaam voeren. Het is praktisch niet te geloven maar hoewel het oude zeevaarders en vissersgeslacht zich naar alle mogelijke beroepen en plekken op de aardbol heeft vertakt, toch blijft het idyllische vissersdorpje na eeuwen, nu nog een vast en belangrijk referentie-punt en een authentieke bron van eenheid. Niet alleen voor de Peterson's overigens, want er is nauwelijks een familie op SxM te vinden, die niet, op de een of andere wijze, genetisch of aangetrouwd, aan de Peterson's uit het idyllische oer-krachtdorpje Simpsonbay is geparenteerd.

Leon d'Elmina

Sypkens Smit, M.P. Beyond the tourist trap - a study of St.Maarten culture. Foundation for Scientific Research in the Caribbean Region, Amsterdam, 1995. 262 pp.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996