Naar archief

UIT: Ravage #205 van 8 maart 1996    

Moord in friesland 

Nick Cave heeft in zijn tijd als zanger van de Australische groep The Birthday Party altijd op enthousiast publiek in krakers-kringen mogen rekenen. Begin jaren '80 viel deze, duidelijk door Captain Beefheart geïnspireerde, groep weliswaar niet direct op door strijdbare teksten, maar hun heftige podiumoptredens maakten veel goed. Pure agressie, verpletterende optredens. Het kon niet goed blijven gaan. Tracey Pew, de vleesgeworden Australische rouwdouwer die copulerend met zijn bas over het podium kroop, overleefde de gigantische hoeveelheden drank & drugs niet. Zijn vervanger Barry Adamson bleek te beschaafd voor de muzikale geweldserupties, die The Birthday Party eigen was. Caveman Nick koos na het einde van dit feestje voor de zwartste blues denkbaar, wat resulteerde in de monumentale LP The Firstborn is dead. Zijn obsessie met Dood, verderf, religie en verval zijn inmiddels een handelsmerk geworden. Zijn ode aan de elektrische stoel 'The Mercy Seat' (de Genadestoel) een voorlopig hoogtepunt in zijn oeuvre. 

Onlangs is zijn nieuwste CD uitgebracht, met als titel Murder Ballads. Met, u raad het al, allemaal fijne liederen over Moord & Doodslag. Wie nu denkt dat het een zwartgallige plaat vol Doem en Duisternis zal zijn kent Nick Cave nog niet. Voorspelbaarheid, daar heeft hij een broertje Dood aan... Met zijn huidige groep 'The Bad Seeds' en aangevuld met enige vrouwelijke collega's, heeft Cave van Murder Ballads een heerlijk perverse Moordplaat gemaakt. Zijn duet met Kylie Minogue ('Where the wild roses grow...') bracht hem voor het eerst in zijn leven in aanraking met het verschijnsel 'hit-parade', al vrees ik dat Kylie-fans flink zullen moeten slikken van het verder gebodene op deze CD. In songs als 'O'Malley's Bar' en 'The Curse of Millhaven' kruipt Cave zeer overtuigend in de huid van een seriemoordenaar. 'Ballad of Joy' is, ondanks de titel, een angstaanjagend spookverhaal en ook in 'The Kindness of Strangers' loopt het dodelijk af.  

Moord is het lijd-motief van deze gruwelijk mooie CD. Een oude R&B-hit als 'Stagger Lee' uit de jaren '50 wordt in de versie van Cave helemaal opgepoetst voor de negentiger jaren. Met PJ Harvey gaat hij een duet aan in 'Henry Lee'; Henry Lee was de, echt bestaande!, hoofdpersoon uit de cult-film Henry: Portrait of a Serial Killer, van de regisseur John Mc.Naughton. Het is het gruwelijke relaas van een geboren 'loser' die samen met een zwakbegaafde vriend uit pure verveling een spoor van lijken trekt door tal van staten in de VS. Zomaar...'cause it ain't do nothin' to me'. 'Lovely creature' lijkt ook geïnspireerd op zo'n waargebeurd moord-drama. Dit keer over twee vriendinnetjes uit Nieuw- Zeeland, die de moeder van een van hen vermoorden 'om te kijken of ze het wel konden'. 

Nee, Cave is geen macho. Ook vrouwen zijn tot dit alles in staat lijkt hij met dit nummer te willen zeggen. Dit Nieuw-Zeelandse moordverhaal is ook reeds verfilmd, als Heavenly creatures. Al deze zware liederen worden op wel zeer luchtige manier bezongen, met een ouderwets Hammond- orgeltje, vette country-violen, veel la-la-la-gezang, en refreintjes als ,,All of God's children have all got to die''. De kettingzaag, een bijl, het jachtgeweer met afgezaagde loop, rattengif, een handig Zwitsers zakmes, of gewoon vastgeketend aan het bed verhongeren in een desolate prairie, la-la-la, la-la-la-la... ,,She sat by the bed, and thought of home''. Op de achtergrond klinkt hartverscheurend gehuil van PJ Harvey, terwijl Cave temerig zingt: ,,So mothers, keep your girl at home, don't let her wander off alone, oh-oh...'' 

'Murder Ballads' is een ode aan Mr. Smith & Mr. Wesson, om een van de vele fraaie tekstregels aan te halen. Het hoesje ziet eruit als een lieflijk kinderboek, vol poesie-plaatjes. Wie twijfels heeft aan Cave's morbide gevoel voor humor kan zijn lol nog op bij het slotnummer. Hier wordt Bob Dylan's 'Death is not the End' (hoe verzint-ie het?!) verkracht en vermoord met gast-vocalen van Blixa Bargeld en Pogue Shane Mc.Gowan, zoals gewoonlijk te dronken om zelfs maar een noot goed te zingen. Het is een flauwe, voor-de-hand-liggende woordspeling, die wel vaker gemaakt zal worden. Murder Ballads is letterlijk een Moord-plaat, waarmee Nick Cave eens te meer laat horen dat hij zeker een van de meest markante (pop) persoonlijkheden is van dit decennium. (Warm)Bloedig aanbevolen! 

Het enige wat Ernst Langhout en Nick Cave gemeen hebben is een merkwaardige voorkeur voor een wat nasaal zingende folkartiest met de naam Zimmerman. De Friese zanger/gitarist/componist Ernst Langhout draait al ruim twintig jaar mee in de 'alternatieve' muziekscene. In de zeventiger jaren als onvervalste 'folkie' in groepen als Haggis, begin jaren tachtig was hij actief in de poëtische new-wave band The Visitor en sinds 1990 is hij teruggekeerd naar zijn 'roots' in het folk-circuit. Als je dit leest lijkt het een grillig muzikaal verleden, maar Langhout is altijd zijn principes trouw gebleven. Als frontman van The Visitor was hij bij mijn weten de enige Nederlandse new-wave hippie; de woede van de punk kwam ook bij Ernst uit zijn tenen, maar om ten behoeve van zoiets vaags als 'image' een kapper te bezoeken, geen haar op zijn hoofd die er zelfs maar over dacht. 

Behalve musicus is Langhout ook activist; met name in Rusland en Polen was hij betrokken bij veel ecologische acties, zoals Rock for Clear Water (actie tegen de gigantische vervuiling van de Wolga) en Tjernobyl. Over Tjernobyl schreef hij het nummer 'Tears in the snow' met ijzingwekkende klaagzang van de Bulgaarse 'Bisserov Sisters' als achtergrondkoor. Dit nummer staat ook op zijn nieuwste CD 'Nea foar altyd', als 'Triennen yn e snie'.  

Zoals de titel al doet vermoeden is 'Nea foar altyd' een volledig Frysk-talig album, met enkele hoogtepunten van de voorgangers 'Songs', 'Eye of the Cyclone' en 'Handful of Illusions' in een Friese versie. Sommige nummers zijn stevige live-uitvoeringen van het werk van laatstgenoemde CD/boekwerk: "binne bewurke opnames fan CD-presentaasje mei The Hones en Big Tree, yn Het Bolwerk te Snits op 28 jannewaris 1995" aldus de hoes. The Hones, dat is Ernst zijn akoestische begeleidingsband, en Big Tree, dat is elektrisch, en hoe! 

Het gevaar van een Frysk-talige CD is al gauw dat de gemiddelde randstedeling het af laat weten. ,,Wat moet ik met teksten die ik niet kan verstaan???'' is als gauw de reden. 'Nea foar altijd' is echter van een andere orde als in dialect gezongen albums van Rowwen Heze (Limbabwe) of de trots van de Achterhoek, Normaol. Ten eerste natuurlijk omdat het Frysk geen dialect is, maar een volwaardige Noord-Germaanse taal, verwant aan het oude Keltisch. Ten tweede omdat er een paar curieuze juweeltjes op staan.  

"Wild Thing" van the Troggs gooit hoge ogen voor de kwalificatie 'meest gecoverde popsong aller tijden'. Het lied is dan ook al vele malen verkracht door amateuristische popcombootjes die er niet in slagen de bezieling van het origineel erin te leggen. Maar 'Wyld ding' brengt het op relativerende wijze terug naar de essentie; een lekker rauwe popsong, dat even wild klinkt in de garage in een of andere Amerikaanse 'burb als in een boerenschuur in een Frysk dorp onder Snits. In dit geval is die Fryske taal wel de factor, dat deze uitvoering boven de dertien in een dozijn-versies uit tilt. De scheurende gitaren doen de rest wel. 

Bob Dylan's "All along the Watchtower" is een oude favoriet van Ernst, en ook al vele malen gecoverd. Maar deze uitvoering heeft een vet rockende gitaar van Eduard Hovinga, en de openingsregels ,,moat hjir dochs in utwei weze, sei de joker tsjin'e dief, it sit hjir allegearre yn'e ties, it jouwt mar gjin belies'' klinkt toch een heel stuk anders als het klagelijke geneuzel van de heer Zimmerman. Dylan is poëzie om te lezen, maar niet om aan te horen natuurlijk... 

Gelukkig staan op deze CD genoeg van Ernst zijn eigen composities om dit alles goed te maken. 'Stilte foar de stoarm', 'De busdoekfearkeapers','De struner' of de live-uitvoering van 'Fryslan moat stikken yn ut Snitser Bolwerk. Laat het niet gezegd worden dat Ernst Langhout de confrontatie uit de weg gaat. 

M.C. Simonski 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996