Naar archief

UIT: Ravage #205 van 8 maart 1996    

Franssen, wat maak je me nou? 

Extreem-rechts een dagje uit 

Even was hij de bekendste burgemeester van het land. Jan Franssen heeft met het toestaan van een betoging van extreem-rechts in Zwolle een hoop commotie veroorzaakt. De reacties waren veelal negatief van aard; de burgemeester kreeg van links tot rechts het verwijt om de oren gesmeten dat hij met het toestaan van de demonstratie de voedingsbodem voor extreem-rechts heeft vergroot. Aan de andere kant heeft Franssen de discussie over een landelijk verbod van extreem-rechts weer van vers bloed voorzien. 

Als burgemeester Franssen van Zwolle de bedoeling had een discussie los te maken met zijn toestemming voor een demonstratie van CP'86/NVP en CD, dan is hij daarin geslaagd. Politici, bestuurders en de publieke opinie zijn opgeschrikt door de beelden van extreem-rechtse betogers die ongehinderd door de stad marcheerden en riepen om 'eigen volk eerst' en 'Nederland blank'.  

Het verlenen van een vergunning aan de extreem-rechtse betogers, was voor Franssen geen al te moeilijke beslissing. "Heel graag had ik de demonstratie willen voorkomen, maar dan moet ik daarvoor wel eerst een deugdelijk juridisch instrumentarium hebben. Wij leven in een rechtsstaat die haar grondwet hoog acht. Dan kunnen wij niet met gezochte argumenten grondwettelijke aspecten opzij zetten. Wanneer wij in onze samenleving bepaalde geluiden niet willen horen, dan moet de rijksoverheid regelend optreden."  

Het toelaten van de demonstratie was gedeeltelijk bedoeld als politiek signaal, zegt Franssen in NRC Handelsblad. "Ik constateer dat demonstraties van extreem-rechts bij de burger gevoelens oproepen die diep gaan. Extreem©rechts is heel bedreigend. Daar moeten we met z'n allen iets aan doen. Wat ik wil is dat de minister van Binnenlandse Zaken en de Tweede Kamer komen met beleid op nationaal niveau, dat ze deze zaak niet overlaten aan burgemeesters die met hun rug tegen de muur staan."  

Franssen wil dat de politiek effectiever optreedt tegen extreemªrechts. "Er moet een veel actiever beleid komen van politie en justitie", vindt Franssen. "Nu worden lang niet alle mogelijkheden benut. De intrekking van zendtijd bijvoorbeeld. En als bepaalde zaken in de wet niet helder genoeg geformuleerd zijn, dan moet je die veranderen. In artikel 140 (deelname aan een criminele organisatie) en 137c (discriminatoire uitingen) van het Wetboek van Strafrecht is op dit moment zelfs ontzetting uit het kiesrecht niet als bijkomende straf opgenomen. Ik vind dat in zulke gevallen ook het demonstratierecht zou moeten kunnen worden ingetrokken."  

Richtlijnen 

Voor zijn roep op 'richtlijnen' uit Den Haag krijgt de burgemeester vooralsnog echter geen steun. Zijn collega-korpsbeheerders en burgemeesters tonen weliswaar begrip voor het feit dat Franssen de demonstratie toeliet, maar voelen niets voor wettelijke verboden of politieke richtlijnen. Franssen is de eerste die de praktijk doorbreekt van overheden die extreem-rechtse betogingen verbieden.  

Het landelijk beraad van korpsbeheerders vergaderde oktober vorig jaar over dit onderwerp. Een ruime meerderheid kwam toen tot de conclusie dat burgemeesters te vaak oneigenlijk gebruik maken van de wet teneinde extreem-rechts te dwarsbomen. Het recht op demonstratie dient voor iedereen gelijkelijk te gelden. De kopstukken van extreem-rechts waren na afloop van hun 'ordentelijk' verlopen demonstratie door Zwolle de burgemeester zeer erkentelijk voor zijn medewerking. Ze verkeerden in een soort van overwinningsroes.  

De vraag is of die vreugde wel terecht is. Immers, men kon ditmaal weliswaar onbelemmerd en voor het oog van de registrerende tv-camera's hun racistische leuzen scanderen, maar of dat nou zo wervend overkomt bij het publiek valt te betwijfelen. Extreem-rechts maakt reeds geruime tijd gebruik van het recht op demonstreren, om daarmee de publieke aandacht te trekken. Het wordt door hen uit strategische overwegingen als propagandamiddel gebruikt.  

Er zijn perioden dat extreem-rechts, en dan met name de CP'86, vrijwel wekelijks een vergunning aanvraagt om ergens te mogen demonstreren. Een weigering van een dergelijke demonstratie op grond van de te verwachten openbare orde problemen, levert hen steevast publiciteit op. Wanneer extreem-rechts te kennen gaf zich niets van een verbod aan te zullen trekken, kwamen de antifascisten in het geweer.  

De beelden van grote groepen gearresteerde antifascisten zijn ons ondertussen genoegzaam bekend, terwijl de fascho's onderwijl de gelegenheid aangrepen om in allerijl een andere plaats te bezoeken om zonder noemenswaardige problemen in groepsverband hun verderfelijke ideeën in het openbaar te kunnen spuien. Hiermee vangen de fascho's twee vliegen in één klap: ze meten zich in de publieke opinie een underdogpositie aan ("ons wordt het recht op vrije meningsuiting onthouden"), terwijl ze elders op straat alsnog hun racistische en fascistische ideeëngoed kwijt kunnen.  

Om die reden valt er veel voor de stap van Franssen te zeggen. We hebben weer eens kunnen constateren hoe eng een demonstratie van extreem-rechts kan zijn. De politie heeft tijdens de tocht opnamen gemaakt. Het Openbaar Ministerie in Zwolle onderzoekt de mogelijkheid om de demonstranten te vervolgen voor het roepen van racistische leuzen. Tevens hebben we gezien dat de antifascisten veel meer mensen op de been kunnen brengen als het nodig is. 

Verbod 

Wat het gebeuren in Zwolle ook weer duidelijk maakte, is het gebrek aan strategie van de antiracistische beweging. De gedragingen van extreem-rechts worden heel nauwlettend in de gaten gehouden, maar zolang organisaties als de CD en CP'86/NVP in het kiesstelsel zijn opgenomen, zullen ze zich blijven beroepen op het recht van demonstreren en vergaderen. Het is lovenswaardig en noodzakelijk dat de antiracistische beweging te hoop loopt tegen demonstraties en bijeenkomsten van extreem-rechts, maar zolang die clubs niet verboden zijn, zullen ze iedere gelegenheid aangrijpen om zich te manifesteren. En geef ze eens ongelijk.  

Het is om die reden ronduit merkwaardig te noemen dat veel antiracistische groepen tegen een verbod van extreem-rechtse organisaties zijn. Het netwerk van antifascistische groepen, verzameld onder de naam Anti Fascistische Actie (AFA), strijdt het meest fanatiek tegen extreem-rechtse initiatieven op straat. Toch wordt er ook binnen AFA nauwelijks gediscussieerd over het nastreven van een verbod van partijen als de CP'86. Binnen AFA gaat het meestal meer over de vorm van de acties dan over de inhoud.  

Maar het is toch raar om te ageren tegen een bijeenkomst van extreem-rechts, terwijl je je niet uitspreekt over een verbod van die partij. Er heerst binnen de antiracismebeweging al jaren grote verdeeldheid over de vraag of politieke organisaties als de CP'86 verboden moeten worden. Tegenstanders zien er geen heil in, daar extreem-rechts nog verder ondergronds zal gaan en daarmee ongrijpbaarder wordt. Voorstanders wijzen naar de situatie in Duitsland, waar de fascistische stroming sterk aan krachten heeft ingeboet sinds een aantal belangrijke organisaties werden verboden.  

De handelwijze van Franssen, hoe riskant ook, kan beschouwd worden als een stapje in de richting van een verbod op de CP'86 en een radicaliserende CD. Wie kan er voor zijn dat openlijk racistische partijen op kosten van de gemeenschap de straten bevuilen met hun smerige propaganda en gewelddadige praktijken? Om te komen tot een verbod is een langdurig proces, maar het zal de stuiptrekkingen van extreem-rechtse gedrochten als die zich manifesteerden in Zwolle danig doen beïnvloeden. Het nastreven van een verbod van fascistische partijen als de CD en CP'86 zou een speerpunt moeten worden van de antiracistische beweging. 

Alex van Veen   

[ kader ] 

SAMEN DE STRAAT OP 

Onder het motto 'Geen fascisten op de straat' kwamen zaterdagmiddag 24 februari op initiatief van AFA en een aantal minderheidsgroeperingen duizend mensen de straat op in Zwolle. Directe aanleiding van hun protest was de betoging van honderdvijftig lieden van extreem-rechts eerder die dag. De CP'86 en de CD demonstreerden tegen het feit dat het hen tot nu toe niet is gelukt om vergaderruimte te boeken in Zwolle en omgeving.  

Voorafgaande aan de antiracismebetoging, voerde een groepje antifascisten actie bij de woning van CD'er J. de Jong aan het Binnenhof in Hardenberg. De Jong, voorzitter van de CD-Kring die in Overijssel vaste voet aan de grond probeert te krijgen, was tijdens de actie niet thuis. De actievoerders maakten de buurt duidelijk met wat voor een heerschap men hier te doen heeft. De Jong heeft goede contacten met de gewelddadige CP'86 en het verboden ANS.  

De Jong, die aangifte deed van onder meer het bekladden van zijn tuinhek, stelt P. Kraayer van GroenLinks en AFA uit Zwolle in een brief persoonlijk verantwoordelijk voor deze actie. "Mijns inziens bent u nu een stap te ver gegaan", schrijft De Jong. "Deze gewelddadige actie op mijn vrouw en kinderen vind ik het bewijs dat u leiding geeft aan een gewelddadige criminele terreur organisatie."  

Het Comité Samen tegen Fascisme in Hoorn heeft zaterdag 2 maart gedemonstreerd tegen extreem©rechts in het algemeen en CD-raadslid C. Rietveld in het bijzonder. Een kleine 150 mensen gaven gehoor aan de oproep. In een petitie, die na afloop werd aangeboden aan de fractievoorzitter van GroenLinks, werd de Hoornse gemeenteraad verzocht zich in te spannen voor een verbod van de extreem-rechtse partijen CD, CP'86 en Nederlands Blok, het stopzetten van geldstromen naar deze organisaties en om alle racistische manifestaties van de CD in Hoorn bij voorbaat te verbieden. In het bijzonder werd gedoeld op het landelijke congres van de CD, dat Rietveld in Hoorn wil organiseren. 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996