Naar archief

UIT: Ravage #204 van 23 februari 1996

Trance-dance: van stenen- tot sample-tijdperk

Een van de redenen waarom de house-beweging weleens de 'punk van de jaren negentig' is genoemd, heeft te maken met het 'betaalbaar' worden van vooral de Atari-computers en de steeds betere geluidskaarten voor de PC. Niet dat Opa als oud-punkie nu zo gelukkig is met deze botte generalisatie. Ik vind dat er een wereld van verschil ligt tussen de strijdbaarheid van de ouwe punk en de neo-hippie-achtige 'luv & pies' ideologie van de party-minnende, pillen-slikkende XTC-generatie. Maar... met een beetje creativiteit kun je voor een kleine duizend gulden op de PC een complete thuis-studio inrichten.

Do It Yourself: met een kabeltje van radio of tv naar de PC kun je zelfs Mr. G.B.J. Hitlermann zijn kijk op de wereld in een house-deuntje van 136 BPM (Beats per Minute) inbedden. Lach niet te vroeg jongelui! Dit plaatje (G.B.J.) is al een bescheiden hit geweest in house-DJ-kringen. Omdat het gebruiken van samples (een sample is een technisch procédé, waarbij via hoogfrequente meting een analoog signaal wordt omgezet naar digitale informatie/waarden, zeg maar, een computerbestand) zich (nu nog) in een soort juridisch niemandsland bevindt, is het technisch mogelijk om het hele Concertgebouworkest onder de 'pre-set: Strings' van je sampler in te voeren.

Omdat dit een bespreking van twee cd's moet worden laten wij de technische compulingo voor wat het is en beginnen meteen aan het basismateriaal. Het basismateriaal voor 'sampling' is goede 'geluidsdragers', zoals cd's, lp's en cassettes in wettelijk jargon (BUMA/Stemra) heten.

De cd Bushfire met muziek en Aboriginal-gezang van de Mowanjum-stam uit Australië is niet alleen prachtige traditionele Tribal-muziek, maar leent zich uitstekend voor 'sampling' daar er absoluut geen sprake is van auteursrechten. Net als de zogenaamde 'griotten' in Afrika dient muziek in de Aboriginal-cultuur vooral voor het overdragen van hun orale geschiedenis van generatie op generatie. Anders gezegd, de Aboriginal-beschaving heeft nooit gedacht in termen van wat hier 'geestelijk eigendom' (Bach, Mozart, Orff, Lennon-Mc.Cartney, etc.) wordt genoemd, maar in termen van 'Alles is van Iedereen'.

Het instrumentarium gebruikt op Bushfire bestaat slechts uit de didjeridoo (een door termieten uitgeholde boomstam met een uniek geluid) en stokken en stenen als percussie. Sinds de 'Oertijd' is het instrumentarium in deze traditionele Aboriginal-muziek dus niet veranderd . Bushfire bevat twee 'liederen-cycli' te weten Wongga en Djunba die verhalen over dieren (mug, buffel, modder-lijster etc.), initiatie-riten (liefde, geboorte, gewonde krijger, body painting) en de zogenaamde Mukurul, de droomtijd.

De Mukurul is een van de meest verbijsterende aspecten van de Aboriginal-cultuur. Aboriginals geloven dat men haar of zijn dromen in een 'parallelle wereld' beleeft, waarin de belevenissen aldaar van grote invloed zijn op het aardse hier en nu. Het zou te ver voeren om in het bestek van een cd-bespreking hierover uit te weiden. Voor de meer geďnteresseerden wil ik graag verwijzen naar de ecologische thriller The Last Wave van de Australische (politieke) filmmaker Peter Weir uit 1977.

In deze adembenemende, apocalyptische film raakt een blanke advocaat van het 'Bureau voor Rechtshulp', die een groep 'Abo's' helpt in hun strijd tegen een groots waterwinnings-project op voor hun heilige grond, in de ban van de 'Mukurul'. Deze 'whitey' ziet daarna al zijn burgelijke zekerheden, zijn hele bestaansrecht, volledig afbrokkelen, terwijl om hem heen alles ten prooi valt aan de natuur-elementen. Die natuur-elementen (bosbrand, bliksem, cycloon, draaikolk, komst vreemdeling, etc.) zijn ook prominent aanwezig in de liederen over de 'Mukurul'.

Bushfire is, zoals veel muziek in dit genre, 'live' in het veld, in the bush, opgenomen, in het kader van een antropologisch onderzoek. Het vergt een heel open geest om ruim een uur lang geconcentreerd naar didjeridoo's, tegen elkaar geslagen stokken en stenen, en een volkomen onbekende taal te luisteren. Toch... voor liefhebbers en doorzetters beslist een aanrader, deze cd verdient beter dan slechts het 'geluidsdocument' van een 'antropologisch veldonderzoek' te zijn.

In aanmerking genomen dat de meeste lezers van dit blad in 'het Rijke Noord-Europa' wonen, met haar hoog-technologische 'beschaving' maken wij nu, analoog aan wijlen voorzitter Mao |-))) een Grote Sprong Voorwaarts, en wel naar Future Sound of London, kortweg F.S.O.L. Deze 'groep' bestaat in feite uit twee door technologie geobsedeerde whizz-kids\programmeurs, Brian Dougans en Gary Cobain (geen familie!). Het instrumentarium van F.S.O.L. bestaat uit computer/sampler. De heren gaan er prat op dat er geen regulier muziekinstrument op hun platen te beluisteren is, slechts midi-bestanden en samples.

Een cd als Bushfire is voor F.S.O.L. heerlijk 'basismateriaal' die in hun Earthbeat-studio in London naar hartelust digitaal opgeslagen en gemanipuleerd kan worden. Eerder pasten zij dit procédé toe op traditionele muziek uit de oerwouden van Irian Jaya, wat de prachtplaat Papua New Guinea (vinyl, 12") opleverde. F.S.O.L. maakt geluidscollages, waarbij een radio-wereldontvanger dienst doet als muziekinstrument. Arabisch gezang? Pittige statements? Dom, maar toch ook weer curieus geleuter? Sampelen die handel! Kan verwerkt worden.

Na twee eerdere cd's, Accelerator en het ambient\ambitieuze Lifeforms leverde het duo vorig jaar hun voorlopig hoogtepunt af met de cd I.S.D.N. ISDN is een cd, dat eigenlijk geen cd zou moeten zijn. Via de machtige glasvezelkabels van de Integrated Services Digital Network (waarmee men in supersnel tempo tekst, beeld & geluid via het Internet kan doorgeven aan wie dat maar wenst) zag F.S.O.L. hun hoogste ideaal binnen handbereik.

ISDN is een 'live'-cd, vanuit de Earthbeat-studio's per modem verzonden aan allerlei uiteenlopende radio-stations (college-radio in Amerika, vrije radio's, de BBC en onze eigen VPRO) overal ter wereld. Je kon ouderwets een tape laten meelopen met de radio, maar je kon het ook op de PC 'down- loaden' compleet met psychedelische 'computer-graphics' en tekstbestanden. ISDN laat zich beluisteren als een overdonderende trip door het landschap van de 'nieuwe media'.

Snoeiharde 'bass-loops' worden afgewisseld met flarden klassieke piano, fragmenten van documentaires gemixed met machine-geluiden, traditionele muziek wordt gereduceerd tot een sample Mexicaans koperwerk danwel Indiaase 'Kundalini'-dansen. Het is een kakofonie van geluid, volgens de makers 'noizic': "50% control, 50% chaos; sequenced multi-tracks fusing with vomiting samplers all held together by a stoical Yage (= geluidsman)."

Het aardige van F.S.O.L. is dat ze, heel correct, de bronnen noemen waaruit 'gesampeld' wordt. Dit leidt tot amusante sleeve-notes als: "Acoustic bass-loops sourced from the album 'Cavatina' by John Williams, then put through the machines." Of "Guitar-textures sourced from Robert Fripp". Zijn befaamde 'Frippertronics' krijgen dus een extra nabewerking, overigens tot genoegen van de maëstro zelve. Het is onmiskenbaar Robert Fripp op gitaar, maar hij was tijdens opnamen nergens te bekennen.

Op de rand van pure heiligschennis is het sampelen van het volstrekt unieke, gedempte trompet-geluid van Miles Davis, zeker voor jazz-puristen. De ironie wil echter dat Miles zelf in zijn laatste levensjaren ook dol was op dit soort speelgoed. Tot verdriet van velen zat hij tijdens zijn laatste concerten op het North Sea Jazz Festival meer aan synths en samplers te morrelen dan dat hij op een van zijn gekleurde trompetten blies. Het lijkt dus veilig om aan te nemen dat Miles Davis bij het horen van ISDN tussen zijn tanden zou hebben gefloten, en een lijzig "Cooooooool, maaaan!" zou hebben laten horen.

Inmiddels is de sample-tip Bushfire naar F.S.O.L. ge-e-maild (fsol@fsol.demon.co.uk) en is het nu dus uitkijken naar de eerstvolgende F.S.O.L. broadcasts. Voor wie geprikkeld is door de combinatie traditionele Aboriginal muziek vs. high-tech, COIL's Love's Secret Domain bevat een paar fraaie voorbeelden van deze 'symbiose' tussen Stenen- en Sample-tijdperk. Ook heeft Amphex Twin gebruik gemaakt van de biologisch-dynamische mogelijkheden van de Didjeridoo als natuurlijk equivalent van de synthesizer.

M.C. Simonski

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996