Naar archief

UIT: Ravage #204 van 23 februari 1996  

Het weekboek van remko van broekhoven 

Remko van Broekhoven is naast docent op de School voor Journalistiek tevens hoofdredacteur van Transit, een opiniemaandblad voor "dromers, denkers en doeners". Van dit blad verscheen vorige maand het eerste nummer op de markt. Remko hield de afgelopen week een dagboek bij en maakt ons deelgenoot van zijn twijfels.

Maandag 12 februari 1996

Met enige moeite - de maandag eigen - mijn bed uit. Het ochtendritueel: douchen, koffie zetten, kat te eten geven, en de krant lezen met een bak yoghurt erbij. Nadat ik een weekplanning heb gemaakt (die ik vanavond weer in stukjes zal scheuren), de trein naar Breda gepakt. Daar praat ik met uitgever Paul en voormalig Konfrontatie-maatje Gertjan over onderzoeksjournalistiek. Bij Transit willen we die toespitsen op de botsing tussen individuele of collectief handelende burgers en de bureaucratie van overheid of grotere ondernemingen.  

Voorlopig missen we tijd, geld, ervaren journalisten en goede contacten om dit soort journalistiek in de praktijk te brengen. Dus proberen we met de contacten die we wél hebben, stukje bij beetje de stap te maken van artikelen die gebaseerd zijn op veronderstellingen of aanwijzingen, naar verhalen met ijzersterke bewijzen. Het gesprek met Paul en 'GJ' galoppeert van concrete ideeën op dit vlak via een discussie over het belang van een sportnet naar de conclusie dat links dringend geld bijeen moet brengen om in deze tijd van Bolkestein en andere neoliberale natuurrampen niet alleen te kunnen overleven, maar ook door te breken met nieuwe initiatieven.   

Even voor zessen kom ik thuis. Daar tref ik mijn vriendin Helen, die het huis vandaag slechts heeft verlaten voor de boodschappen. Ze voelt zich hondsberoerd, wacht op therapie bij het RIAGG, en vindt in de tussentijd dat ze tien jaar van haar leven heeft weggegooid met de studie rechten die ze vorig jaar afsloot. Op haar in gepraat. Ze gaat naar zangles, ik kruip achter het scherm voor een Transit-column over mijn moeder en doe een uurtje krachttraining, begeleid door vette house-beat. Ik sluit de avond af met het literaire tv-programma 'Na een korte wandeling...' dat schrijver Stephan Sanders, waarmee ik net twee weken op Cuba ben geweest, weer een pratend gezicht op de beeldbuis maakt.

Dinsdag 13 februari

Een dag vol versnipperde activiteiten. Wat financiële gaten repareren, even op de School voor Journalistiek - waar ik les geef - langs, en dan naar Transit. Gebeld met een journalist van De Journalist, die wat over Transit wil melden. "Je verwacht nu zeker dat het een heel groot stuk wordt", zegt hij, me zorgvuldig voorbereidend op de onvermijdelijke dreun. Nee, dat verwacht ik niet. Ik bel de persvoorlichter van Milieudefensie, om haar te vragen hoe zij november vorig jaar de media benaderd heeft bij de blokkade van een startbaan op Schiphol. Over deze actie ging een examenopdracht van mijn vak Nieuwsbericht, en nu wil ik de studenten een soort rollenspel laten doen waarin zij zelf de persbenadering bij deze actie moeten opzetten. De voorlichter geeft na enige aarzeling de gevraagde informatie, en zegt dat ze best eens op school langs wil komen om over haar werk te praten met studenten. Dat doen we dus.  

Als ik tegen half zes bij Helen ben, schrijf ik haar een Valentijnskaart die ze morgen via de PTT zal ontvangen. Bizarre ervaring, samenwonen. Om 20.15 uur nemen we de bus naar het enige overdekte zwembad dat Utrecht rijk is. Na een twintigtal baantjes te hebben getrokken, stap ik uit het bad. Ik vergast Helen op een college over de idiotie van een land dat z'n zwemmers maar één bad per stad biedt waarin iedereen tegen elkaar op botst en velen - zoals ik - een volgende keer thuis blijven omdat ze het te vol vinden. We komen tot rust onder de zonnebank, het middel waarmee ik wanhopig probeer mijn Cuba-bruin te behouden. Relaxed naar huis, om daar de NRC nog even door te bladeren en in bed te stappen.

Woensdag 14 februari

Op de fiets naar school geprobeerd het voordeel in te zien van ijskoude tegenwind. Een les Persbericht gegeven, met het gebruikelijke plezier, enthousiasme en enige spijt waar soms sarcasme om de hoek komt kijken. Na de les hoor ik dat ik in het volgende trimester les kan blijven geven: Persbericht, en Media & Mensenrechten, een vak dat ik in samenwerking met Amnesty aan zal bieden.  

Even na twaalf uur aanwezig op de redactie van Transit. We bespreken de kopij van nummer 2. Er zijn maar weinig stukken bij die we zonder verdere bewerking willen plaatsen, dus besluiten we de verschijning een week uit te stellen, en zijn we vervolgens frustrerend veel tijd kwijt aan het maken van nieuwe afspraken. In het café praten we na 16.00 uur informeel verder, en concluderen dat we de financiële en organisatorische beslommeringen rond het nieuwe blad toch wat onderschat hebben. Gevolg is dat we - in ieder geval voor mijn gevoel - te weinig toekomen aan inhoudelijke politieke en journalistieke discussie of actie.  

Om 18.17 uur pak ik samen met Helen de trein naar Rotterdam. We gaan eten bij een goede vriendin die met een Cubaan is getrouwd. Het wordt een heerlijke ontspannen avond. We praten erop los - vooral over Cuba, dat Marianne, Joaquín en ik missen, en Helen nog steeds niet kent; eten een fenomenale door Joaquín bereide maaltijd; en steken een Havana in de hens. Ik voel weer even hoe ik wil leven, zonder zorgen over vermeende verantwoordelijkheden, zonder streven naar wat ik zou moeten zijn.

Donderdag 15 februari

Even na tienen op kantoor, waar ik een paar telefoontjes voor Transit doe. Met een medewerker gepraat wiens stuk over Maria-verering duidelijk beter kan. Ik vind het telkens weer moeilijk mensen op journalistieke onvolkomenheden te wijzen, maar als ik dat niet zou doen, ontwikkelen we ons niet. Met redactie-assistente Monique bekijk ik de ruimte waar we vanaf 1 maart zitten, en beantwoord ik wat bezorgde vragen van de stichting die daar met ons zal 'samenwonen' over onze uitstraling.

Na een les Persbericht ben ik tegen 15.30 uur terug op het Transit-kantoor. Daar zal ik een paar uur lang stukken redigeren. Gecontroleerd op spelling, goedgekeurd door de kernredactie, zijn de artikelen nu overgeleverd aan mij of aan adjunct-hoofdredacteur Rob om nog eenmaal doorlopen te worden en te worden voorzien van kop en intro. Ik behandel een zestal columns over moeders - thema van dit nummer - en een interview met Mient-Jan Faber dat is bedoeld voor 'Het Verhoor'. Als ik om 19.30 uur een roti heb opgegeten en koffie heb gezet, wacht ik vergeefs op het bestuur van onze uitgever, stichting WEB. Even na achten volgt het telefoontje dat ik een vrije avond heb: de vergadering is al aan de gang, in Amsterdam. Eenmaal thuis wijd ik me aan de nodige hersenloze passiviteiten, met de nadruk op tv: Beverly Hills 90210, Barend en Van Dorp, en zappen maar!  

Vrijdag 16 februari 

Al voor negenen op de School voor Journalistiek, om mijn twee lessen van volgende week voor te bereiden. Daarna naar Transit, waar Rob aan het redigeren is. Even later komt beeldredacteur Rop, die zich aan de taak zet de stukken 'opmaak-klaar' te maken. Een ronduit lacherige en cynische sfeer dreigt te ontstaan, waarbij hele delen van Jiskefets 'Debiteuren, Crediteuren' (ghi, ghi, ghi...) de revue passeren.  

De ernst keert terug als ik van Rob hoor dat de bestuursvergadering van gisteren Transits eerste nummer niet erg juichend heeft ontvangen. Het demoraliseert me: wie zit er nu eigenlijk te wachten op dit blad, wat is de bijdrage die we leveren aan de vorming van nieuwe linkse alternatieven, in hoeverre heb ik het afgelopen half jaar de verwachtingen te hoog opgeschroefd en de doelen te ver weg gesteld? 

's Avonds aan tafel praat ik de problemen van me af, en doet Helen - al lang blij dat ze zich even niet met haar eigen sores hoeft bezig te houden - dienst als 'de vrouw van'. Ik kom tot de conclusie dat zodra het blad werkelijk geen perspectief meer biedt voor datgene wat me boven alle bezigheden uit drijft - de creatie van een machtige tegenbeweging voor het neoliberale falen - ik ermee stop en een nieuwe activiteit zoek. Op de buis vind ik zielerust bij The Blues Brothers.  

Zaterdag 17 februari 

Lekker uitslapen tot twaalf uur en wakker worden met de zaterdagkrant. Ik word onaangenaam getroffen door Stephan Sanders' column in de Volkskrant, al voor de vierde achtereenvolgende keer over Cuba, en zo mogelijk nog negatiever dan de voorgaande drie keren. Ik word kwaad van de welluidende maar onwelriekende wijze waarop Stephan over Cuba schrijft: "alle misstappen, verdraaiingen en leugens van links worden er nog een keer vertoond, in wat hopelijk een laatste voorstelling zal worden."  

Misschien ben ik wat naïef geweest toen ik op het vliegtuig stapte om samen met hem op Cuba aan een reportage te werken, maar meer dan door Cuba en haar onmiskenbaar gecorrumpeerde revolutie ben ik teleurgesteld door deze man die ik graag mag maar wiens anti-communisme blind maakt voor de verworvenheden die op Cuba zijn gerealiseerd. En als hij in zijn column aankondigt: 'de volgende week meer', kijk ik met angst en beven vooruit: word ik nu in dat verhaal een goedgelovige handlanger van Fidel, of schrijft Stephan mijn zeurderige vragen bij zijn eigen werkwijze simpelweg uit zijn verhaal? Lees het in uw landelijk ochtendblad. 

De zaterdagmiddag besteed ik aan schoonmaken. 's Avonds komt een vriend op bezoek, fotograaf Piet den Blanken, met wie ik eerder naar Nicaragua, El Salvador en - alweer - Cuba ben gereisd. Piet komt samen met z'n zoontje en 'dus' bakken we frites. Het valt maar matig in de smaak, en de kaassoufflé's noemt de kleine man 'smerig'. Piet vertelt hem dat-ie beter kan zeggen dat hij het 'niet lekker' vindt. Ik wacht er nog even mee, met een kind.

Zondag 18 februari

Opnieuw uitgeslapen, opnieuw in de zaterdagbijlagen van NRC en Volkskrant gedoken, met op de achtergrond Reiziger in Muziek en Buitenhof, gevolgd door Disney-films. 's Middags wandel ik met Helen naar het bos, waar we de Moeder aller Ruzies maken. In een pannekoekenhuis praten we het - bijna letterlijk - uit, en terwijl de tranen over onze wangen rollen (en een volledig restaurant ons bevreemd aan moet staren), stel ik vast dat ik simpelweg te weinig liefde en zorg in huis heb voor deze vrouw die mijn vaste vriendin heet te zijn. Maar omdat we geen van beiden ervandoor willen gaan nu we nog amper twee maanden samenwonen, leunen we tenslotte tegen elkaar aan als twee gewonde boksers in de ring. Wanneer komt de knock out? Of is deze strijd tussen twee seksen en twee mensen onvermijdelijk voor wie zo nodig samenleven wil? Uitgeput stappen we tegen half twaalf in hetzelfde bed.  

Remko van Broekhoven    

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996