UIT: Ravage #203 van 9 februari 1996
Onschendbaarheid onder vuur
Honduras was in de jaren tachtig niet, zoals haar buurlanden, in een burgeroorlog verwikkeld. Toch kregen de militairen dezelfde oppermachtige positie als hun collega's over de grenzen. Omdat de politieke situatie op Honduras minder turbulent was, het kende geen krachtige verzetsbeweging die de strijd had aangebonden met de heersende machten, en het tevens grensde aan de roerige buurlanden Guatemala, El Salvador en Nicaragua, kreeg het land een spilfunctie in de militaire controle over de regio. Het werd het "vliegdekschip" van de Verenigde Staten.
Inmiddels is de situatie in de regio drastisch gewijzigd: de Koude Oorlog is voorbij, de Sandinisten zijn uit de regering verdwenen, de burgeroorlog in El Salvador is formeel ten einde, en het neoliberale gedachtegoed is algemeen ingevoerd. In de regio wordt tegenwoordig getracht de macht van de militairen voorzichtig terug te draaien. De overmatig uitgeruste legers zijn politiek niet meer nodig en bovendien te duur geworden.
In Honduras wordt onder de in 1994 gekozen liberale president Carlos Reina de strijd aangegaan met de militairen: de dienstplicht is afgeschaft en militairen die in de jaren tachtig nog ongestraft de vuile oorlog hebben uitgevoerd zijn voor het gerecht gedaagd. Dit laatste staat op gespannen voet met het amnestiedecreet van 1991, waarin nog een generaal pardon werd geschonken aan allen die daarbij betrokken zijn geweest.
Kim Henry schreef in het laatste nummer van Central America Report dat het al dan niet terechtstaan van militairen die worden verdacht van mensenrechtenschendingen de lakmoesproef zal vormen voor zowel de onafhankelijkheid van het nieuwe civiele rechtssysteem in Honduras als voor het succes van de regering Reina in haar strijd tegen de militaire elite.
Getuigen
Op een morgen in april 1982 werden zes jonge studenten van de Universiteit van Honduras ontvoerd uit een klein appartement in het centrum van Tegucigalpa. Zij kregen meerdere malen te horen dat ze zouden worden vermoord als ze niet zouden praten. Geen van hen verwachtte ooit nog te kunnen worden opgeroepen om te getuigen tegen hun ontvoerders.
Midden vorig jaar echter, heeft het Bureau van de Procureur Generaal voor de Mensenrechten - geheel onverwacht - tien militairen in staat van beschuldiging gesteld voor de ontvoering en verdwijning. Eén van hen was kolonel Alexander Hermández van de paramilitaire politie FUSEP. Deze actie past in de opstelling die de regering Reina heeft gekozen ten opzichte van de militairen. De president zelf heeft reeds bij meerdere gelegenheden gezegd dat zijn regering vastbesloten is een einde te maken aan het onbestraft laten van de mensenrechtenschendingen. De eertijds ontvoerde studenten zijn inmiddels opgeroepen te getuigen in deze zaak.
Alle verdachten waren lid of informant van het Bataljon 3-16 van de militaire inlichtingendienst. Deze door de CIA getrainde dienst was volgens Democratische senatoren in de Verenigde Staten "verwikkeld in een campagne van systematische ontvoering, mishandeling en moord op verdachte 'subversieven' gedurende de jaren tachtig".
Ondanks het ontbreken in Honduras van een burgeroorlog of een krachtige verzetsbeweging, zijn er tussen 1981 en 1984 in totaal toch 184 vakbondsmensen, mensenrechtenactivisten en studenten verdwenen. Een groot aantal van hen is vermoord. Volgens de senatoren waren Noordamerikaanse functionarissen op de hoogte van deze campagne. Achter de schermen steunden ze deze zelfs indirect.
In de periode dat Bataljon 3-16 haar duistere praktijken uitoefende, ontvingen de Hondurese militairen grootschalige hulp van de Verenigde Staten. In ruil daarvoor boden zij de CIA de vrije hand om Honduras te gebruiken als springplank voor operaties tegen de Sandinisten en het FMLN in de buurlanden Nicaragua en El Salvador. Al te kritische geluiden door activisten of georganiseerde verzetsbewegingen waren daarbij absoluut ongewenst.
Nu, een decennium later, reageert de CIA zeer defensief op bekendmakingen van haar nauwe banden met Bataljon 3-16. Geteisterd door onthullingen over het Iran-Contraschandaal en, recenter, over haar rol in moordpartijen door het Guatemalteekse leger, poogt zij de beschuldigingen van zich af te schuiven. Directeur John Deutch heeft in september verklaard dat de acties van de CIA in Honduras in de jaren tachtig onder toezicht stonden van een 'onafhankelijke groep'.
Tanks
Niet langer in de rug gesteund door de CIA, lijken de Hondurese strijdkrachten de aanval als de beste verdediging te zien. Zij hebben zeer agressief gereageerd op de beschuldiging. De advocaat Carlos López heeft, met het amnestiedecreet van 1991 in de hand, geëist dat de beschuldiging tegen de tien militairen worden ingetrokken. Zijn cliënten tarten het bevel van onderzoeksrechter Roy Medina en weigeren voor de rechtbank te verschijnen.
In augustus 1994 gingen ze nog een stap verder. De Nationale Ombudsman voor Mensenrechtenzaken, Leo Valladares, verzocht toen de regering Clinton de archieven over Bataljon 3-16 vrij te geven, opdat verder onderzoek naar verdwijningszaken mogelijk zou worden. Het leger antwoordde met het mobiliseren van eenheden en het samentrekken van tanks rond de hoofdstad.
Naast dit publieke machtsvertoon maken zij zich schuldig aan intimidatie van iedereen die zich niet zonder meer neerlegt bij het amnestiedecreet. Juridische ambtenaren die de zaak in behandeling hebben zijn bedreigd, het kantoor van onderzoeksrechter Medina is beschoten, en de rechter zelf heeft al een hele stroom dreigementen ontvangen.
Het is dan ook nauwelijks een verrassing dat hij het verzoek van de Openbare Aanklager om de beschuldigden te laten arresteren nog steeds niet heeft uitgevoerd. Ombudsman voor Mensenrechtenzaken Leo Valladares heeft zich zelfs gedwongen gezien zijn gezin naar het buitenland te brengen wegens de voortdurende bedreigingen.
Milton Jimenez zal die ochtend in april 1982 niet snel vergeten. Niet minder dan 15 bewapende mannen in burgerkleding drongen het appartement binnen en ontvoerden hem en vijf van zijn politiek actieve medestudenten. Eerst werden zij naar een politiebureau gebracht, en later van daaruit naar de geheime cel waar zij werden mishandeld.
Het is inmiddels bekend dat deze cel de plaats was waar ontvoerde studenten en vakbonds- en mensenrechtenactivisten routinematig werden gemarteld en vermoord. De groep waar Milton toe behoorde is uiteindelijk de dans ontsprongen omdat twee van hen dochters waren van een regeringsfunctionaris die met succes hun vrijlating heeft bepleit.
Inmiddels is Milton een gerespecteerd advocaat in Tegucigalpa en voert hij onvermoeibaar campagne, in zowel binnen- als buitenland, tegen de amnestie. Hij is in afwachting om te worden opgeroepen als getuige in de eerste civiele rechtszaak ooit in Honduras gehouden tegen militairen die worden beschuldigd van ontvoering met geweld.
Arie Romein
Redacteur van Amërica Ventana