Naar archief

UIT: Ravage #203 van 9 februari 1996  

Een 'schone' wapenleverancier 

Hollandse Signaal Apparaten 

Het in Hengelo gevestigde bedrijf Hollandse Signaal Apparaten kwam onlangs in het nieuws vanwege een op stapel staande wapenorder met Indonesië. Het bedrijf had en heeft een heel arsenaal aan landen als klant die het met de mensenrechten niet zo nauw namen of nemen. Martin Broek van de antimilitaristische onderzoeksgroep AMOK dook voor ons in de boeken en brochures en maakte een dwarsdoorsnede van dit besmette bedrijf. 

Hollandse Signaal Apparaten NV, gevestigd te Hengelo, is de grootste wapenproducent van Nederland. Het is het enige bedrijf van de Nederlandse defensie-industrie dat voorkomt in de lijst van 's werelds grootste defensiebedrijven van het Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI, op plaats 87. Het heeft producten geleverd aan meer dan veertig landen. 

Begin januari 1990 werd Holland Signaal Apparaten NV (HSA) overgenomen door het Franse Thomson-CSF. Het werd daarmee onderdeel van op defensie gebied de grootste elektronica wapenproducent van Europa. Thomson is actief op het gebied van elektronica met toepassingen op het terrein van de consument, de industrie en defensie. Er werken 105.000 mensen in 120 verschillende afdelingen. De jaaromzet is ongeveer 14 miljard dollar. 

Volgens een medewerker van HSA waren er twee belangrijke redenen voor die overname. De commerciële aanleiding waren de stijgende kosten van de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen; samenwerkingsverbanden zijn noodzakelijk om deze oplopende kosten het hoofd te bieden. Daarnaast betekende het einde van de Koude Oorlog dat in veel landen werd gesproken over het verlagen van defensiebudgetten.  

In 1990 was de waarde van de verhandelde wapens met ruim 30 procent teruggelopen ten opzichte van 1989.

Een groot voordeel van de overname was dat Thomson nu toegang kreeg tot die markten die in het verleden door HSA werden aangeboord. Vooral de Duitse markt is daarbij belangrijk. HSA levert veel van de radar- en computertechnologie die op Duitse marineschepen, ook voor de export, wordt ingebouwd. 

Het andere voordeel die Thomson met de overname binnenhaalde is de kennis van Hollandse Signaal Apparaten. De Goalkeeper, infra-rood detectie, radar en commando- en controlesystemen van HSA kunnen qua kwaliteit concurrerend werken op de wereldmarkt.  

Geschiedenis 

In 1922 werd in Hengelo de N.V. Hazemeyers Fabriek van Signaalapparaten opgericht met als doel het produceren van vuurleidingssystemen. De systemen waren een licentieproduct van een Duits ontwerp (Siemens en Halske). Binnen het bedrijf nam Duitsland een belangrijke plaats in. Een groot deel van het management en personeel was Duits. Bovendien had Siemens via haar dochter 'NV Internationale Patenthandel' 35 procent aandelen in de firma. Het bedrijf was dan ook vooral bedoeld om de ontwapeningsclausules uit het vredesverdrag van Versailles te omzeilen.  

In mei 1940 kreeg Duitsland de fabriek onbeschadigd in handen, omdat de Nederlandse legerleiding weigerde de fabriek op te blazen. In de Tweede Wereldoorlog nam het aantal werknemers toe van 886 in 1940 naar 1298 in 1944.  

Tijdens de oorlog werd het bedrijf verwoest. In 1945 werd het weer opgebouwd en kwam in bezit van de Nederlandse staat. In 1947 werd de naam gewijzigd in Hollandse Signaalapparaten. De herbewapening van Nederland en West-Duitsland gaf HSA een belangrijke afzetmarkt. In 1956 werd het grootste deel van het bedrijf overgenomen door Philips (8% Nederlandse staat). (*) 

Waarschijnlijk is het bekendste product van HSA de Goalkeeper. Dit snelvuurkanon tegen luchtdoelen haalde vooral tijdens de Golfoorlog uitgebreid de pers. Pas later werd bekend gemaakt dat het kanon tijdelijk faalde in de Perzische Golf. Inmiddels zijn er vijftig Goalkeepers verkocht. Andere wapens spreken minder tot de verbeelding en dat maakt het voor antimilitaristen moeilijk het bedrijf in de hoek te plaatsen daar waar het hoort, die van de wapenindustrie.  

Tijdens de Golfoorlog werden de technische hoogstandjes van de Amerikaanse wapenindustrie dagelijks uitgebreid in beeld gebracht en waren het symbool van de Westerse overmacht. Als je nu stelt dat de HSA-technologie niet aan een land als Turkije of Indonesië mag worden verkocht, dan is steevast het verweer dat dit geen wapens zijn. Dat dit nonsens is, zou geen betoog behoeven. Toch moet iedere keer opnieuw worden uitgelegd dat ook al knallen de HSA-producten niet, ze toch een integraal onderdeel van die knalwapens vormen. Het opsporen en volgen en vervolgens begeleiden van een granaat of raket naar zijn doel is immers minstens zo belangrijk als de uiteindelijke explosie.  

Het bekende argument dat de ontwikkelings- en onderzoeksresultaten uit de defensie-industrie ook goed zijn voor andere productie, de zogenaamde spin-off, wordt gelukkig door HSA zelf bestreden. Conversie is niet mogelijk, want: "de kwaliteitseisen in de defensie-elektronica zijn dermate hoog dat wij op de civiele markt nauwelijks kunnen concurreren", aldus een woordvoerder van HSA in oktober 1994. 

Omzet 

De omzet - 5% civiele productie - van HSA is tijdens de topjaren bijna 1 miljard gulden geweest. In 1994 was dit na een lichte stijging ten opzichte van de voorgaande jaren weer ƒ 660 miljoen - "een uitstekend jaar" - en ook de negatieve resultaten die het bedrijf sinds 1990 boekte werden weer kleiner. De bezuinigingen op Defensie hebben de omzet van HSA doen dalen. Tot het moment dat ook het Nederlandse defensieapparaat de bezuinigingen inzette, was het Nederlandse ministerie van Defensie jaarlijks goed voor zo'n ruwe ƒ 200 miljoen van de HSA omzet.  

Vorig jaar kreeg HSA weer zo'n grote order van de Nederlandse overheid voor de ontwikkeling van een radar (APAR) die bedoeld is voor marineschepen die Nederland in de 21ste eeuw in dienst zal nemen. APAR zal ook door de Duitse en Canadese marine in dienst worden genomen. De drie landen samen geven zo'n ƒ 200 miljoen - de Nederlandse overheid ƒ 73 miljoen - uit om het systeem te ontwikkelen. HSA verwacht dat de order 2400 manjaren werk op zal leveren. Er werken overigens een kleine drieduizend mensen bij HSA.  

Daarnaast wordt nog een andere radar (SMART-S en -L) voor deze schepen ontworpen die mogelijk ook op een nieuw fregat, dat momenteel wordt ontworpen door Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië, zal worden ingebouwd. Ook Turkije heeft al aangegeven belangstelling voor SMART te hebben.  

HSA heeft verschillende vestigingen (HSA Hengelo - Hoofdvestiging; HSA Communication in Huizen; Signaal Special Products in Zoetermeer; en HSA-USFA te Eindhoven). Per vestiging wordt gewerkt aan verschillende produkten. Iedere vestiging kent zijn specialisme. Aan de grotere projecten wordt door alle vestigingen gewerkt, maar het eindproduct komt veelal uit Hengelo.  

Zuid-Afrika 

Een berucht voorbeeld van de export van HSA was de levering van radarapparatuur voor de in Duitsland ontwikkelde marineschepen die later onder een ander typenaam via Israël opdoken in Zuid-Afrika. Het bedrijf had en heeft overigens een groot aantal landen als klant die het met de mensenrechten niet zo nauw namen of nemen (Argentinië, Griekenland tijdens het Kolonels-regime, Indonesië, Turkije, Chili, etc.).  

Meer dan veertig landen maken gebruik van de producten van HSA. Daar komen er ieder jaar een paar bij en andere landen vallen weer af. Turkije en Indonesië (zie kader) zijn nog steeds grote klanten voor het bedrijf. Vorig jaar werd door HSA aan België, Duitsland, India, de Filippijnen, Koeweit, Zuid-Korea, Maleisië, Oman, Pakistan, Qatar, Thailand en Turkije geleverd en in 1996 lijken er orders uit de Verenigde Arabische Emiraten en Indonesië aan te komen.  

In verband met de order voor Korea gaat HSA samenwerken met het bedrijf Samsung, ook al genoemd in verband met Fokker. HSA leverde in 1991 twee Goalkeepers voor een Koreaanse destroyer. In november 1995 kwam daar een nieuw contract voor levering van nog vier Goalkeepers bij.  

Bij deze tweede order is afgesproken dat Sumsung Electronics Co. door assemblage en licentieproductie mee zou werken aan deze order. Dergelijke afspraken zijn er ook bij de installatie van de commando centrale en de vuurleidingsapparatuur waaraan het eveneens Koreaanse bedrijf GoldStar een bijdrage zal leveren. Door dergelijke contracten verspreiden wapens en productiekennis zich naar regio's die deze wapens kunnen betalen. 

Economische aspecten zijn een deel van de overweging bij het al dan niet leveren van wapens volgens het Nederlandse wapenexportbeleid. Slechts zelden verbiedt de Nederlandse overheid dan ook de levering van wapens aan landen die volgens de Nederlandse richtlijnen niet in aanmerking zouden komen. Dit terwijl erg veel mensen 'die handel' krankzinnig vinden.  

Freek de Jonge bracht dit in een reactie op de moord op de Nigeriaanse schrijver Ken Saro-Wiwa als volgt onder woorden: 'In wat voor wereld leven we waar een wapenboycot een strafmaatregel is.' Minister Pronk, Generaal b.d. de Graaf, de marinier Homan, enzovoorts kunnen aan deze lijst van kritische mensen worden toegevoegd. Eigenlijk lijkt iedereen wel tegen wapenhandel, maar waarom stopt die dan niet. Welke stappen moeten gezet worden om die mooie praatjes die zo goed klinken om te zetten in daadwerkelijke maatregelen? 

Martin Broek 
Medewerker van Anti Militaristisch Onderzoeks Kollektief 

Noot

(*) Zie voor meer informatie 'Dossier Philips USFA/Crypto', Onkruit 1992; en 'Signaal, je werk je geweten'.   

[ kader ] 

Vuurleidingsapparatuur voor Indonesië

Op 23 november 1994 sloot Hollandse Signaal Apparaten een contract met Indonesië voor de levering van vuurleidingsapparatuur ter waarde van 45 miljoen dollar. De apparatuur wordt vanaf 1996 geplaatst op patrouilleschepen van de Duitse firma Lürssen. Onderdeel van het contract is ook de levering van technologie in licentie aan een tweetal Indonesische bedrijven. Hierdoor worden zij in staat gesteld om delen van deze hoogwaardige technologie zelf te produceren en te testen. De opbouw van de Indonesische defensie-industrie krijgt hiermee een belangrijke impuls.  

De politiek om een eigen defensie-industrie op te bouwen is momenteel een van de meest omstreden politieke projecten in Indonesië, zowel bij de oppositie als in de regering zelf. Berichtgeving over deze peperdure onderneming heeft in 1994 geleid tot gedwongen stopzetting van een drietal Indonesische tijdschriften.  

Eind 1995 werd bekend dat HSA de komende maanden verwacht wederom een contract met Indonesië af te kunnen sluiten voor de levering van vuurleidingsradars, eveneens voor Duitse patrouilleschepen. Deze order zou zo'n ƒ 75 miljoen op moeten leveren.  

De patrouille-activiteiten van de Indonesische marine rondom Oost-Timor zijn vorig jaar geïntensiveerd om mensen te onderscheppen die het eiland via de zee proberen te ontvluchten. Aanleiding hiertoe was de vlucht per boot van achttien Oosttimorezen die erin slaagden om Australië te bereiken en daar politiek asiel aanvroegen.  

Bij wapenleveranties waar een smet op rust wordt steeds weer het economische aspect als meest ultieme argument gebruikt. Alsof er niet ook andere criteria zijn die mee moeten tellen. Een Indonesische mensenrechtenactivist vertelde ons dat hij wel begrip heeft voor het argument dat banen belangrijk zijn, maar hij voegde er aan toe dat "het bij ons om mensenlevens gaat." 

In Nederland sprak minister Pronk zich uit tegen de nieuwste leverantie van HSA. Hij staat daarin niet alleen. In België sprak de kamercommissie voor Buitenlandse Zaken zich vorig jaar uit dat er 'voorlopig' geen nieuwe vergunningen voor wapenleveranties aan Indonesië zouden worden verstrekt. Een standpunt dat ook Zweden en Finland innemen.  

Zuid-Afrika - waar de marketing van de defensie-industrie voor een belangrijk deel op Azië is gericht - heeft in augustus van het afgelopen jaar besloten alle mogelijke leveranties aan Indonesië op te schorten. In de Verenigde Staten is een boycot van kleine, lichte en relbestrijdingswapens aan Indonesië van kracht. Ook het militaire trainings- en opleidingsprogramma (IMET) van de Verenigde Staten is met verwijzing naar de mensenrechtenschendingen in Indonesië stop gezet. Italië heeft al in 1993 een wapenboycot naar Indonesië ingesteld en tenslotte heeft het Europees Parlement in 1994 een resolutie aangenomen die er bij de lidstaten "op aandringt om alle militaire hulp en wapenverkopen aan Indonesië te stoppen."   

In Nederland heeft het CDJA op 16 december jl. een amendement

aangenomen tegen alle vormen van wapenleveranties aan Indonesië. Stringentere maatregelen tegen wapenhandel naar Indonesië worden ook door mensenrechtengroepen in Zwitserland, Groot Brittannië, de Bondsrepubliek en Canada bepleit. Het leveren van wapens aan landen in spanningsgebieden en het leveren van wapens die gebruikt kunnen worden voor de onderdrukking van de eigen bevolking zijn volgens de Nederlandse richtlijnen voor wapenuitvoer niet toegestaan. Criteria waaraan Indonesië niet voldoet. Indonesië houdt nu al twintig jaar Oost-Timor bezet, in weerwil van een tiental resoluties van de Verenigde Naties, en deinst er niet voor terug militaire middelen te gebruiken om in deze bezettingspolitiek te volharden.  

Er zijn al heel wat brieven verzonden naar kamerleden en ministers. GroenLinks heeft kamervragen gesteld en de wapenlevering is door veel media opgepikt. Op Indonesië rust een smet. Om Oost-Timor kon al bijna niemand meer heen. Maar ook West-Papoea en de onderdrukking van de Indonesische bevolking zelf, door één van de langst zittende dictators ter wereld, komt steeds prominenter in beeld.  

Westerse regeringen zeggen dat ze de mensenrechtensituatie in Indonesië willen verbeteren door stille diplomatie, omdat een krachtig openbaar standpunt een ongewenste reactie oproept en dat er al verbeteringen optreden. De levering van wapens laat zien dat het ze geen ernst is, ze steunen een militair regime. Minister Pronk zegt dat Nederland iedere schijn zou moeten vermijden dat ze de militairen in Indonesië steunt en geeft daarmee een degelijk argument om van levering af te zien. 

Een kleine winst is het wel dat de order die nu nog afgesloten moet worden de pers haalt en er zelfs enig protest tegen mogelijk is. De order van eind 1994 werd alleen door de militaire pers opgemerkt, terwijl het om ongeveer hetzelfde product voor hetzelfde type schepen ging. (M. Broek)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996