Naar archief

UIT: Ravage #201 van 12 januari 1996  

Holiday in turkey 

Amsterdam, 29 december 1995. Eergistermiddag om drie uur 's middags, plaatselijke tijd, eindelijk weg uit de hel. Wat een ervaring hebben wij achter de rug! Het begon precies een week geleden op vrijdagmiddag, 22 December, op het Attaturk-vliegveld in Istanbul. Wij passeerden de douane omdat we op het punt stonden naar Nederland terug te keren na een verblijf van vier dagen in Istanbul. Helaas ging de terugreis niet door. Het moment dat onze tassen werden opengemaakt was het begin van een reis door de hel. 

Het begon allemaal met het verzoek van iemand met wie wij aan de praat raakten om voor hem een aantal boeken mee naar Amsterdam te nemen. Hij vraagt of wij die boeken willen afgeven bij een boekhandel in Amsterdam. Boeken zijn geen heroïne of andere drugs en wij zien geen bezwaren. Per slot van rekening zou het hem honderden guldens besparen en over de post was het te "gevaarlijk". 

Wij hebben wel door dat het om boeken gaat waarvan de inhoud de Turkse regering niet zal bevallen. Daar hebben wij, om het zacht uit te drukken, wel begrip voor en we besluiten dan ook gewoon het "risico" maar te lopen. Wij zijn per slot van rekening Europeanen en die lopen nu eenmaal veel minder risico om te worden gemarteld, te "verdwijnen" of te worden vermoord. Helaas loopt het niet zo soepel als wij hopen... 

Op het moment dat de tassen open worden gemaakt, begint de ellende. Meekomen! is het bevel. Wij lopen braaf mee naar een kantoortje van de politie op het vliegveld. Daar worden al onze tassen op z'n kop gezet en worden wij gefouilleerd. Linda moet zich volledig ontkleden. Er wordt een verklaring opgesteld door de politie waarin onder andere wordt gesteld dat wij heen en weer naar Turkije reizen om propaganda het land in en uit te smokkelen voor de DHKP/C, een revolutionaire beweging in Turkije.  

Deze subjectieve interpretatie van een pipo op het vliegveld heeft ons de rest van ons verblijf in Turkije achtervolgd. Wij zijn terroristen. Wij moeten deze in het Turks opgestelde verklaring ondertekenen. Dat doen we dus niet want wij kennen geen Turks. Dat Linda hen wel verstaat hebben we wijselijk voor onszelf gehouden. 

Na verloop van tijd worden wij afgevoerd naar het gebouw van de anti- terreurpolitie vlak bij de wijk Aksaray. Een enorm gebouw waar je alleen kunt komen via een parkeergarage waarna je op een enorme binnenplaats komt met aan beide kanten een enorme flat van een verdieping of zeven. Later blijkt dat onder in het ene flat-gebouw de cellen van de immigratiedienst gevestigd zijn. 

Wij worden meegenomen naar een kamer op de vijfde verdieping. Wanneer we daar binnen komen, zitten daar naast een aantal rechercheurs twee verfrommelde mannen met enorme wonden aan hun hoofd versuft voor zich uit te kijken, gemarteld dus. Later zien we door de open deur heen drie geblinddoekte vrouwen van begin twintig voorbij schuifelen. Achteraf vernamen we dat er die dag een heleboel mensen zijn gearresteerd die tegen de verkiezingen protesteerden. Ze werden gemarteld en sommigen zitten nu nog vast.  

In de ruimte liggen op kasten allerlei in beslag genomen tijdschriften en posters. Wij hangen tijdens het verhoor de vermoorde onschuld uit en houden ons van de domme. Een ons verder onbekend persoon had ons benaderd met de vraag of wij die boeken naar Amsterdam mee wilden nemen. Wij konden ons niet voorstellen dat zo iets verboden was.  

Het verhoor gaat in gebrekkig Engels en is niet zo zwaar. Linda die heel goed Turks verstaat, moet vaak op haar tanden bijten om niet te laten merken dat ze de smerige praatjes en grapjes die ze onderling over ons uitwisselen verstaat. Er wordt haar bijvoorbeeld recht in haar gezicht verteld dat ze haar allemaal stuk voor stuk zullen verkrachten. Ik zal daarbij moeten toekijken, waarna ik zelf aan de beurt kom. Ze geloven ons voor geen meter; wij zijn terroristen die propagandamateriaal het land in en uit smokkelen, punt uit. 

Na het verhoor besluit men ons apart te houden van de andere arrestanten die om politieke redenen zijn opgepakt. We zouden eens te veel mee mogen krijgen over hoe die worden behandeld... Wij worden afgevoerd naar het cellenblok van de vreemdelingenpolitie.  

Verklaring 

De tweede dag worden we 's morgens om een uur of tien voor verhoor uit de kooien gehaald. Weer naar het gebouw van de antiterreurpolitie. Daar leg ik een formele verklaring af. Het is zesendertig uur na onze arrestatie en we hebben nog niks te eten of drinken gekregen. De afgelopen nacht heb ik niet kunnen slapen in verband met de onmenselijke omstandigheden. De in het Turks opgestelde verklaring onderteken ik met "no food, no water, no sleep, can not read Turkisch". Wanneer ze dat zien, krijgen we zowaar een Turks theekopje met nescafe! Dat smaakt erg lekker! Na de verklaringen is het tijd voor foto's en vingerafdrukken. Met minder dan vijftig vingerafdrukken nemen ze geen genoegen.  

Vervolgens worden we afgevoerd naar een staatsveiligheids-rechtbank (DGM) waar we voor een onderzoeksrechter moeten verschijnen. Die verlangd dat we eerst een medische verklaring halen in een ziekenhuis waarin staat dat we lichamelijk in orde zijn en dus niet gemarteld. Waarschijnlijk had hij op dat moment al besloten dat we zouden worden vrijgesproken. Overigens hebben we geen één keer een telefoontje of iets dergelijk kunnen plegen, hebben we geen advocaat gezien en hebben we geen idee wat ons boven het hoofd hangt. In het ziekenhuis kunnen we na 48 uur ons eerste broodje, een stukje cake en een blikje warme icetea kopen. Dat is smikkelen.  

Twee dokters stellen zonder medisch onderzoek te verrichten een verklaring op dat we lichamelijk in orde zijn. Vervolgens worden we weer naar het gerechtsgebouw gebracht. Daar moeten we wachten in cel die vol staat met revolutionaire graffiti. Daar krijgen we het wel koud van. Je kunt er zeker van zijn dat die personen die dat daar op hebben geschreven vermoord of verdwenen zijn, of in een gevangenis weg zitten te rotten. 

De rechter ziet waarschijnlijk wel in dat hij geen zaak tegen ons kan beginnen en beveelt onze vrijlating. Dan wordt duidelijk hoe ondemocratisch Turkije is. Eenmaal uit de rechtszaal besluit de antiterreur politie dat we niet zullen worden vrijgelaten. We gaan nog een keer terug naar de antiterreurafdeling waar een hoge piet een handtekening onder een beschikking zet, zodat wij kunnen worden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie.      

Terwijl we daar wachten, zien we weer drie mensen geblinddoekt door de gangen schuifelen. Een rechercheur stormt de kamer waar wij zitten binnen, grist nog een blinddoek van een kast en rent weer naar buiten. Ondertussen probeert een aantal agenten van de antiterreurafdeling een gezellig praatje met ons aan te knopen. Helaas voor hen verstaat Linda Turks en wat ze onderling allemaal zeggen is nou niet van dien aard dat we zin hebben op die vriendelijke praatjes in te gaan. Wanneer een van de mensen die we kort daarvoor over de gang zagen schuiven, wordt gemarteld en keihard begint te gillen, krijgen de agenten ineens zin in muziek en zetten ze de radio aan. Dit om te voorkomen dat wij het gegil van de mensen die een paar kamers verderop worden gemarteld, horen.    

Kooien 

Wanneer het papiertje er eindelijk is, worden we weer afgevoerd naar de vreemdelingendienst. Bij de overdracht zegt de antiterreuragent: "Dit zijn terroristen die we niet veroordeeld kunnen krijgen. Sla ze, verkracht ze en vermoord ze maar. Ze zijn niet langer onze verantwoordelijkheid." Vervolgens komen we terecht in een hel op aarde die "vreemdelingen bewaring in Turkije" heet. Daar treffen we een nog onbekend aspect van het fascisme in Turkije aan: de onmenselijke behandeling van vreemdelingen in Turkije die problemen hebben met hun paspoort of hun visum. 

Het is een echte hel op aarde. Een ruimte met daarin een hele grote kooi die door middel van betonnen muren in drieën is gesplitst. Op deze manier hebben ze drie kooien van circa vijf bij tien meter gemaakt. In die kooien zitten ongeveer vijftig personen, een kooi waar vrouwen in zitten is iets minder vol.  

De omstandigheden zijn verschrikkelijk. Er is niet genoeg ruimte voor iedereen om op de grond te liggen. Als je geen geld hebt, kun je niets te eten kopen en laat men je daar gewoon verhongeren. Voor de ongeveer 150 gevangenen zijn er twee ongelofelijk smerige toiletten (twee gaten in de grond) die tijdens ons verblijf (van vrijdagavond tot en met woensdagochtend), geen enkele keer worden schoongemaakt. Er zijn geen douches, de ramen staan tegen elkaar open; iedereen heeft last van zijn of haar keel en is snotverkouden.  

Er wordt één keer schoongemaakt in al die tijd dat wij daar zitten, niet in de kooien zelf, maar er om heen. Toen konden we lekker een paar uur chloor snuiven. Een persoon bij mij in de kooi heeft er al meer dan dertig dagen op zitten. 

Het eten dat je kunt kopen, beperkt zich tot klef witbrood met een heel dun bruin korstje dat je gehemelte kapot maakt en worst of kaas. Aan het eind kan ik niets meer door m'n keel krijgen en als ik nu aan witbrood denk moet ik nog steeds bijna overgeven. De stoelgang is voor iedereen zeer moeilijk. Bij Linda in de kooi zit een vrouw die daar al vijfentwintig dagen zit en wiens spijsvertering helemaal naar de knoppen is. Ze kan geen hap meer door haar keel krijgen en heeft het gevoel alsof ze een steen in haar buik heeft. In mijn kooi is niet genoeg ruimte voor iedereen om te liggen en dat moet dus in overleg.  

Het ergste echter zijn de bewakers. Rondom de kooien lopen de meest fascistische machtswellustelingen die ik ooit heb meegemaakt. Ze vinden altijd wel een aanleiding om iemand met een houten knuppel een klap te geven, om volstrekt onduidelijke redenen collectieve straffen uit te delen of ons een paar uur niet naar de wc te laten. Dag en nacht, aan een stuk door, laten ze hun houten knuppels over de tralies ratelen zodat slapen er bijna niet inzit. Ze proberen de andere gevangenen tegen ons op te zetten met de beschuldiging dat wij communistische terroristen zijn - dit lukt slechts gedeeltelijk.  

Ook zijn ze corrupt. Roken is officieel verboden maar ze handelden wel in sigaretten (met een riante winstmarge natuurlijk). Ik zie met eigen ogen hoe een gevangene honderd dollar aan een bewaker geeft om een snellere afwikkeling van zijn zaak te bewerkstelligen. Ze pikken constant eten, sigaretten of van het schaarse fruit van de gevangenen dat soms van buiten af door familie of vrienden wordt binnen gebracht.

Seksuele diensten   

Bij Linda in de kooi zitten voornamelijk prostituées uit het voormalige Oostblok die zonder geldige verblijfsvergunning zijn opgepakt. Ze worden regelmatig door de bewakers gedwongen tot het verlenen van seksuele diensten voor een pakje sigaretten of iets dergelijks. Soms komen er een aantal agenten de meisjes keuren, waarna de in hun ogen mooiste meisjes (sommigen vijftien jaar en in verwachting) worden meegenomen om in een ander gebouw als slaven schoon te maken. Eén bewaker is verliefd op een van die meisjes van ongeveer 15 jaar. Wanneer ze het waagt een woordje te wisselen met een van de mannen in de kooi waar ze langs loopt op weg naar het toilet bewijst hij zijn liefde voor haar door haar een klap in het gezicht te geven. Meneer is jaloers... 

Bij de vrouwen is de sfeer veel harder dan bij de mannen. Ze zijn meer individueel bezig om te overleven en wat hebben ze anders te bieden dan hun lichaam? Het trieste is dat, en de daarbij horende concurrentiestrijd uiteindelijk toch niets oplevert. Voor de bewakers zijn de vrouwen gewoon goedkope lustobjecten waar ze mee kunnen doen wat ze willen zonder een grotere tegenprestatie dan bijvoorbeeld een sigaret.

Bij de mannen is de atmosfeer veel relaxter. Ik heb eigenlijk zelden zoveel menselijke waardigheid ontmoet. Geen enkele keer maar ik een onderlinge ruzie mee. Alles wordt gedeeld, van eten tot sigaretten. Iedereen zorgt voor elkaar. Als er iemand probeert te slapen, wordt hij door de anderen toegedekt. Al met al hebben de mensen in de kooien stuk voor stuk meer menselijke waardigheid in hun pink dan de bewakers in hun hele lichaam. Zoveel mensen, zo dicht op elkaar gepakt en geen onvertogen woord onder elkaar. Ik stel me voor wat er zal gebeuren als je vijftig van die bewakers in dezelfde ruimte opsluit. Ik denk dat het een bloedbad wordt.  

Ik neem me voor om, als ik terug in Nederland ben, naar Amnesty International te gaan om hierover te berichten. Dit mag niet langer zo doorgaan, dit is onmenselijk. Dieren worden over het algemeen beter behandeld dan migranten in Turkije.  

Vliegtickets 

's Maandags worden we eindelijk officieel geregistreerd als gevangenen. Tot die dag hebben we nergens geregistreerd gestaan. Later hoor ik dat de mensen thuis bang waren dat ook wij zouden "verdwijnen." Dat is gelukkig meegevallen maar de ambassadeur kon ons niet eerder dan dinsdag vinden. 

Op woensdag worden we dan eindelijk het land uit gezet. Dat gaat trouwens ook niet van een leien dakje. 's Morgens vroeg moet Linda met een rechercheur mee in een taxi (op haar kosten) naar een reisbureau. Daar kan ze twee tickets voor een vliegtuig naar Frankfurt kopen. Meer geld (eurocheques) hebben we niet. Wanneer ze eindelijk terug is, weten we nog niet of ze ons wel zullen laten gaan. We hebben met eigen ogen gezien hoe een Chinees die vroeg waarom hij niet weg mocht - hij had een paspoort en een ticket - met een aantal klappen in het gezicht de kooi weer in wordt geslagen.  

Bij Linda in de kooi zat een vrouw die een ticket had voor een vliegtuig dat maandagochtend om elf uur vertrok. Toen het vliegtuig vertrok zat zij echter nog steeds gevangen. Weg hoop op vrijheid, weg geld voor ticket... Linda vermoedde dat dit gebeurde omdat zij als enige persoon in de vrouwenkooi nog wel eens een kritisch geluid naar de bewakers toe uitte. 

Wij brengen nog een aantal uren in onzekerheid door, maar uiteindelijk worden we toch in een auto gezet en naar een politiegebouw bij het vliegveld vervoerd. De kosten voor dit vervoer 1.250 duizend Tl (Ongeveer ƒ 37,50) worden ons daar ook nog in rekening gebracht. Een andere gevangene die tegelijkertijd met ons naar het vliegveld wordt gebracht hoeft niets te betalen. Bestolen door de politie dus. 

Waarschijnlijk hebben we onze vrijlating te danken aan het feit dat mensen in Nederland hadden gedreigd naar de pers te stappen. Anderen die we daar achter hebben gelaten, hadden minder geluk. Ze deinsden er zelfs niet voor terug om mensen een ticket te laten kopen om ze dan vervolgens het vliegtuig te laten missen... 

Nu weer terug in Nederland, hebben we nog steeds geen enkel tastbaar bewijs in de vorm van een papiertje of iets dergelijks dat we zes dagen vast hebben gezeten en voor een rechter hebben gestaan. Het enige bewijs dat we niet alles hebben verzonnen, is waarschijnlijk de agenda van de ambassadeur waar we op tweede kerstdag een kort telefonisch gesprek mee hebben gehad.  

Afsluitend kan ik zeggen dat ik nooit meer naar Turkije op vakantie wil.

Tabe

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1996