Naar archief

UIT: NN #198 van 1 december 1995† † †

Het vergif van shell

Ondanks wereldwijde protesten werd het doodvonnis van Ken Saro-Wi≠wa en de acht andere MOSOP-leiders in de nacht van 10 november 1995 uitgevoerd. De wereld reageerde geschokt. Ook Shell stond van alle daken te schreeuwen hoe erg ze de executie wel niet vond en waste haar handen in onschuld. Maar treft Shell werkelijk geen schuld?

In het zuiden van Nigeria vocht een volk voor haar bestaan. De half miljoen mensen die samen het Ogonivolk vormen is ťťn van de 250 volkeren die Nigeria rijk is. Hun woongebied ligt in de River State tussen de twee belangrijke oliesteden Port Harcourt en Warri in de delta rivier van de Niger. Naast alle andere rotte plekken op deze aarde waar Shell zich bevindt, heeft het Brits-Nederlandse concern zich in 1958, ondanks de protesten van de lokale bevolking ook in dit moerasgebied gevestigd. †

Toen in 1994 de protesten van de Ogoni op een hoogtepunt kwamen besloot Shell het gebied te verlaten en concentreerde men zich op andere gebieden in Nigeria. Bij hun vertrek uit Ogoniland nam men echter niet de moeite om de door het concern aangerichte vervuiling en de achterblijvende rotzooi op te ruimen. Zodoende bleef de lokale bevolking zitten met de door Shell aangerichte puinhoop. Shell-Nigeria bezit enkele honderden boorputten, petrochemische industrie, tien olievelden, 86 pompstations en 6200 oliepijpleidingen, waarmee de Nigerdelta in het zuidwesten van Nigeria wordt doorsneden. †

In de afgelopen 36 jaar pompen ze naar schattingen van MOSOP (Movement for the Survival of the Ogoni People) 900 miljoen ton aardolie naar de oppervlakte. Het staatsbedrijf NNPC van het Nigeriaanse militaire bewind bezit momenteel 58 procent van de aandelen van Shell-Nigeria. Shell is verantwoordelijk voor de technische aspecten van de joint-venture terwijl het Nigeriaanse bewind de inkomsten uit haar aandelen opstrijkt. †

De olie van Shell voorziet het militaire bewind van 90 tot 95 procent van de exportinkomsten en is goed voor 80 procent van het nationale inkomen. Van deze hoge olie opbrengsten wordt bijna niets teruggestopt in het gebied. Het merendeel van de bevolking is straatarm en moet leven in een gebied met enorme vervuiling van lucht water en grond. Scholing, medische voorzieningen en begaanbare wegen zijn slechts voor de kleine elite van het land beschikbaar. †

Het gebied waar de Ogoni leven stond voor de aanwezigheid van Shell bekend als "de etensmand van de staat". De traditionele beroepen als boer of visser zijn inmiddels bijna geheel verdwenen. Door de ernstige vervuiling is de lokale bevolking niet meer in staat om zichzelf te voeden met goederen uit het eigen gebied. Op deze klassieke wijze maakte Shell de infrastructuur van de omgeving kapot. †

Dat dit gegeven het militaire bewind en Shell geen slapeloze nachten bezorgt mag inmiddels duidelijk zijn. De junta doet alles om de hartelijke betrekkingen met de multinationale oliemaatschappijen, de partners van de NNPC,te houden zoals ze zijn en Shell wast haar handen in onschuld door te stellen dat ze alleen gebruik maakt van de situatie zoals ze die bij haar vestiging in het land aantrof. †

"Shell-Nigeria kan zich niet mengen in binnenlandse politiek en rechtspraak van het land. Dat is ons bedrijfsprincipe". Aldus H. Bonkers, woordvoerder van Shell-Nigeria in de Volkskrant van 3 november 1995. †

Vervuiling

De pijpleidingen die het Nigerdelta gebied doorkruisen zijn sterk verouderd. Door het gebrekkige onderhoud ontstaan op veel plaatsen verroeste en gebroken leidingen waardoor de olie het milieu kan aantasten. Zoals in juli en augustus 1993, toen veertien dagen lang een lekke pijpleiding niet gerepareerd werd. Naar schattingen van MOSOP is er inmiddels ruim 330 miljoen liter olie het grondwater ingelopen. Op zeven plaatsen en op korte afstand van de Ogonidorpen bulderen al meer dan dertig jaar, 24 uur per dag gigantische gasvlammen. †

Het gas dat men aantreft tijdens de olieboringen beschouwt Shell als een "nutteloos" nevenproduct en wordt daarom voor het grootste deel afgefakkeld. Door de uitstoot van de petrochemische industrie lijden veel Ogoni aan lichamelijke klachten als ademhalingsstoornissen en misselijkheid. De gemiddelde levensverwachting van de Ogoni is dan ook maar 45 jaar, tegen 57 jaar elders in Nigeria. †

Om bij de Ogoni en de westerse wereld de illusie te wekken dat het Nigeriaanse bewind begaan is met het lot van haar inwoners vroeg men een schadevergoeding aan Shell. Deze schadeloosstelling zou ten goede van de Ogoni worden gebruikt. De Ogoni hebben deze uiterst geringe "vergoedingen" als belachelijk van de hand gewezen. De aangerichte schade door luchtvervuiling is bovendien vrijwel onmogelijk te becijferen. Shell's argument dat het concern niet verantwoordelijk is voor het milieubeleid van de Nigeriaanse regering is naar ons idee misdadig en zelfs voor Shell moeilijk staande te houden. †

Het tweede argument dat Shell voor haar beleid aanvoert, stelt dat het als particuliere onderneming geen recht heeft zich in de binnenlandse aangelegenheden van een soevereine staat te mengen. Dat ook dit argument niet opgaat, lijkt ons wel duidelijk. Na jarenlang een beleid van ontkenning te hebben gevoerd, ging Shell in januari 1995 overstag. In een publieke aankondiging meldde Shell een onafhankelijk milieu onderzoek te laten verrichten. De kosten van dit "onafhankelijke" onderzoek bedroegen twee miljoen gulden. Dit bedrag valt in het niets vergeleken bij de eisen van het Ogonivolk. Shell presenteerde dit plan als een gebaar van goede wil, maar de Ogoni zagen het terecht als het zoveelste bewijs dat ze met een kluitje in het riet werden gestuurd. †

Een concern als Shell heeft een enorme financiŽle betekenis voor de militaire machthebbers. Hierdoor is Shell wel degelijk in staat om haar invloed ten gunste van het Ogonivolk aan te wenden. Dat Shell hier geen gebruik van maakt, is naar ons idee een bewuste keuze voortkomend uit het beleid dat Shell overal ter wereld voert. Een werkelijke verandering zal de economische belangen van Shell schaden. Shell ontleent haar bestaan aan de uitbuiting van mens en milieu. †

Hoewel het zelfs voor Shell duidelijk zal zijn dat hun beleid mens-, dier- en milieu-onterend is, verwachten wij geen werkelijke veranderingen die door Shell zelf en op eigen initiatief ontwikkeld worden. Met hypocriete aanbiedingen en leugens probeert Shell haar straatje schoon te vegen. De frustratie onder de bevolking en het meedogenloze optreden van de militairen hebben Ogoniland in een spiraal van geweld gestort. Het huidige militaire regime heeft een zeer slechte staat van dienst. De bijna tot president gekozen Abiola zit zonder vorm van proces gevangen evenals een groot aantal leiders van vakbonden en groeperingen die zich inzetten voor het herstel van de democratie. †

In 1994 moest de schrijver en Nobelprijswinnaar Wole Soyinka Nigeria ontvluchten voor een dreigende arrestatie die hoogst waarschijnlijk zijn dood tot gevolg zou hebben. Het woord "mensenrechten" komt dan ook niet voor in het woordenboek van het huidige regime dat de bevolking van Nigeria onderdrukt. In deze onderdrukking word het regime financieel onder≠steund door de inkomsten die het uit haar aandelen van Shell-Nigeria ontvangt. †

Bedreiging

Ken Saro-Wiwa, een 54-jarige schrijver richtte in 1990 de Organisatie voor Overleving van de Ogoni - de MOSOP op en meldde zijn volk als ťťn van de eerste Afrikaanse volkeren aan bij de UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization) de tegenhanger van de Verenigde Naties. De strijd van MOSOP richt zich voornamelijk tegen Shell en minder tegen het Nigeriaanse regime omdat deze pas in 1977 in het bezit van aandelen van Shell kwam. De MOSOP eiste herstel van het milieu, meer autonomie voor de verarmde Ogoni en een aandeel in de opbrengst van olie. Door deze eisen en de vreedzame acties die MOSOP organiseerde, kreeg ze een steeds bredere ondersteuning van de lokale bevolking. †

Het militaire regime zag een steeds groter gevaar in MOSOP schuilen. De populariteit van de Ogoni-organisatie nam vormen aan die een werkelijke financiŽle bedreiging voor Shell en dus het Nigeriaanse regime ging betekenen. De militairen raakten in paniek en reageerden met grof geweld. Vanaf 1990 werden zo'n tweeduizend mensen van de Ogonistam door de soldaten vermoord. In de zomer van 1993 werden 56 Ogoni vermoord toen hun boot terugkeerde uit Kameroen. †

De daders lieten twee vrouwen ontsnappen en vertelden hun dat zij behoorden tot de Andoni, een buurvolk van de Ogoni, in de hoop een etnische oorlog tussen de beide stammen te veroorzaken. Echter, volgens Saro-Wiwa leven de Ogoni en de Andoni al jaren in volstrekte harmonie met elkaar. De regering en Shell haasten zich om zo snel mogelijk te verklaren dat het ging om een etnisch conflict tussen de beide volkeren. Een maand na de moordpartij vielen veiligheidstroepen twee Ogonidorpen binnen, en vermoordden honderden Ogoni en verwoestten de huizen. Duizenden Ogoni sloegen op de vlucht. †

Op 4 januari 1993 protesteerden driehonderdduizend Ogoni op vreedzame wijze tegen Shell. Shell voelde zich bedreigd en schortte enkele weken later alle activiteiten in het gebied op. Sindsdien heeft het militaire regime, dat een grote inkomstenbron verloren zag gaan, een ware terreur uitgeoefend onder de Ogoni: willekeurige arrestaties, buitengerechtelijke executies en vernietiging van de dorpen maakten deel uit van de tactiek. Bij deze slachtingen werden 1800 mensen vermoord. †

Begin 1995 lekte een geheim rapport van de Nigeriaanse majoor Paul Okuntimo uit. Deze majoor is verantwoordelijk voor de orde in Ogoniland. In dit rapport schreef hij ondermeer dat Shell werkzaamheden onmogelijk waren "tenzij genadeloos militaire acties zouden worden ondernomen". Verder stelde hij de inzet van 400 militairen voor en suggereerde hij 'psychologische strategieŽn' uit te voeren, zoals het verdrijven van Ogoni uit hun dorpen. Negen dagen na het uitlekken van dit rapport werden vier Ogoni-leiders vermoord. Hun dood werd door het militaire regime en Shell in de schoenen van Ken Saro-Wiwa en acht andere MOSOP-leiders geschoven. †

Op 6 februari 1995 werden Saro-Wiwa en zijn acht medestanders voor het eerst formeel in staat van beschuldiging gesteld. Ze zouden de jongeren hebben opgehitst tot de gruwelijke moord op de vier traditionele Ogonileiders. Ken Saro-Wiwa en de MOSOP hebben echter een traditie van geweldloos verzet. Door de jaren heen heeft MOSOP zich altijd afzijdig gehouden van geweld. Het Ogonivoik en MOSOP rouwen om de dood van hun leiders. †

De kans is dan ook erg groot dat het Nigeriaanse regime de vier mannen heeft vermoord in de hoop paniek en verdeeldheid onder de Ogoni te zaaien. Het proces waarvoor een speciaal tribunaal werd ingesteld vond plaats achter gesloten deuren. De leden van het tribunaal bestonden uit hooggeplaatste ambtenaren en militairen van het Nigeriaanse regime. Een hoger beroep tegen de uitspraak was bij voorbaat al verloren. †

Vanaf het moment dat het Nigeriaanse regime de opdracht gaf om de vier traditionele Ogoni leiders te vermoorden was het voor hun duidelijk dat Ken Saro-Wiwa en zijn medestanders moesten hangen. In de maanden dat Saro-Wiwa zonder vorm van een democratisch proces in de gevangenis zat werd hij regelmatig in elkaar geslagen. Hij werd gedurende tien dagen geketend en medische behandeling voor zijn hoge bloeddruk en hartklachten werden geweigerd. †

Doodstraf

Na de arrestatie van Saro-Wiwa en zijn medestanders kondigde het Nigeriaanse regime een nieuwe wet aan. Op deelname aan een Organisatie die betrokken is bij de protesten tegen Shell zal voortaan de doodstraf staan. Een paar dagen later voerde Shell met de Nigeriaanse ambas≠sadeur bij het Gemenebest in Londen een overleg. Bij dit overleg tussen topmensen van Shell, de ambassadeur en diverse militairen werd besproken hoe men de negatieve publiciteit omtrent het ophangen van Saro-Wiwa en zijn medestanders kon minimaliseren. †

Tijdens dit geheime overleg dat door het Britse dagblad The Guardian openbaar werd gemaakt, stelde de ambassadeur Abubaka voor dat Nigeria de tegenaanval zou zoeken met een grote advertentiecampagne. Bovendien zou het Nigeriaanse regime een televisiedocumentaire van Shell kunnen sponsoren. De functionarissen van Shell wilden daarbij niet betrokken worden. Shell voelde niets voor de suggestie om actievoerende bedrijven en instellingen, zoals de Bodyshop, Greenpeace en Amnesty International die allen honderd procent overtuigd waren van de onschuld van Saro-Wiwa en de acht andere MOSOP-leiders rechtstreeks aan te vallen. Een op een dergelijke manier georganiseerde tegenaanval zou te riskant zijn voor Shell. Als de media het opzetje tussen het Nigeriaanse regime en Shell zouden ontdekken kon de campagne in hun nadeel gaan werken. †

De internationale gemeenschap en diverse mensenrechten organisaties protesteerden tegen de gevangenschap en de geplande doodstraf van Saro-Wiwa en zijn acht mede gevangenen. Er werd gedreigd met econo≠mische sancties als Nigeria zou besluiten de geplande doodstraf uit te voeren. Als klap op de vuurpijl kwam Shell in de week van 6 tot 12 november met een persbericht in het nieuws. †

In Nova verklaarde de topman van Shell, C. HerkstrŲter dat hij een persoonlijke brief aan de militaire Junta in Nigeria had geschreven waarin hij om clementie voor Saro-Wiwa en de andere MOSOP-leiders had gevraagd. Het was natuurlijk nooit de bedoeling van Shell om dit schrijven in de publiciteit te brengen omdat men de voorkeur aan de zogenaamde 'stille diplomatie" gaf. †

Wat Shell in werkelijkheid verstaat onder 'stille diplomatie' werd al duidelijk tijdens het geheime overleg met de Nigeriaanse ambassadeur in Londen in het begin van dit jaar. De reden voor deze vlaag van valse barmhartigheid moet men dan ook veel eerder zoeken in het feit dat het imago van Shell voor de zoveelste keer een fikse deuk op zou lopen als Saro-Wiwa zou worden opgehangen, immers de media en diverse mensen- en milieu organisaties hadden al verklaard dat Shell mede schuldig zou zijn aan de dood van Saro-Wiwa en de andere MOSOP-leiders. De druk op Shell werd te groot en om haar imago enigszins te redden besloot het concern een slijmbriefje naar het Nigeriaanse regime te schrijven waarin het concern de junta verzocht om de grootste tegen≠stander van Schol-Nigeria niet op te knopen. †

Boycot

Ondanks alle protesten werd het doodvonnis van Ken Saro-Wiwa en de acht andere MOSOP-leiders in de nacht van 10 november 1995 uitgevoerd. De wereld reageerde geschokt op de brute moord op Saro-Wiwa en de acht andere MOSOP-leiders. Er werden tal van economische sancties tegen Nigeria aangevoerd. De lidstaten van de Europese Unie stelden tijdens een vergadering in Brussel dat het hoog tijd werd om een wapen embargo tegen Nigeria in te stellen. Van een olieboycot wilden ze echter niets weten, omdat een dergelijke boycot de belangen van de lidstaten te veel zou schaden. De Wereldbank onderzocht de mogelijkheid om haar steun aan Nigeria stop te zetten. Shell stond van alle daken te schreeuwen hoe erg ze de executie wel niet vond. †

Echter een dag na de executie werd bekend dat Shell opnieuw wilde gaan investeren in de bouw van een LNG-fabriek in Nigeria. Met deze investering was een bedrag van vier miljard gulden gemoeid. In deze LNG-fabriek wil men volgens het persbericht van het concern een deel van het gas dat men momenteel nog affakkelt gaan verwerken. Op een dergelijke manier kan Shell een bijdrage leveren aan het verbeteren van het milieu. De werkelijke reden is natuurlijk dat Shell financieel profijt van deze fabriek zal hebben. Zonder winst geen investeringen is het motto van Shell. †

Dat Shell absoluut geen moreel bezwaar heeft tegen hun aanwezigheid in Nigeria word nogmaals bewezen door de woorden van de directeur van Shell-Nigeria in de Volkskrant van 16 november '95: "Ik zie geen technische of commerciŽle problemen waardoor het project niet door zou kunnen gaan", aldus Alan Detheridge. Het nieuwe project wordt gedragen door Agip (ItaliŽ 10%), ELF (Frankrijk 15%), Shell (Engeland/Nederland 24 %) en NNPC (Nigeria 49 %). †

De lijken van de negen milieu- en mensenrechtenactivisten zijn nog niet eens koud of de aasgieren verdelen de nieuwe buit. Onder het mom van "goed voor het milieu" vergroten ze hun winsten en hebben geen moeite om samen te werken met de moordenaars van onschuldige mensen. †

Arjen Meester

Bronnen: Actieblad NN #179; de Volkskrant van 3, 4, 15, 11, 17 november 1995; Wordt Vervolgd #3 '95; Funest; Vrij Nederland van 18 november 1995; Shell, productie, verwerking en verkoop, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) ISBN 9O-6224-151-4††

[ kader ]†

OPROEP

Antifa-Leeuwarden roept alle andere organisaties op om actie te ondernemen tegen Shell. Dit concern heeft meerdere malen bewezen dat het volkomen lak heeft aan het leed dat dictatoriale regimes veroorzaken bij hun landgenoten. Bedrijven als Shell maken grof misbruik van de situatie en wassen vervolgens hun handen in onschuld. Ook roepen wij alle andere organisaties op om de Nederlandse overheid onder druk te zetten om stappen tegen Shell te ondernemen en om hun eigen aandeel in de ellende van andere mensen te veranderen. Wij starten nu met een Shell boycot voor onbepaalde duur.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1995