Naar archief

UIT: NN #198 van 1 december 1995       

Een typisch punkinterview 

Je kent het wel. Je zit in een café en probeert in gesprek te komen met de persoon tegenover je aan tafel. Je doet je best sympathiek over te komen, geďnteresseerd te klinken en leuke vragen te stellen. Je gesprekspartner zit echter bewegingloos, met afhangende schouders, armen hangend tussen de benen en staart voortdurend naar het plafond om te benadrukken dat je daar niet zo welkom bent. Dit gevoel kreeg ik ook tijdens het interview met Alice Donut gitarist Mike Jung in de kleedkamer van de Melkweg, vlak na het optreden, zaterdag 18 november. 

Het 'heilige moment' waarop de communicatie ontstaat, wilde maar niet komen. Na elke vraag die ik stelde, werd de kloof tussen ons alleen maar groter. Van interactie was geen sprake. Als ik Kim Deal van de Breeders mag geloven, was er sprake van een typisch 'punk' interview. Bands hebben gewoonlijk een hekel aan interviews en dat kan ik me ook wel voorstellen. Je reist alle hoeken van de aardbol af, geeft heel veel energie tijdens concerten, slaapt onderweg, eet junkfood en dan moet je ook nog allerlei soorten slijmballen je kleedkamer tolereren...  

OK. Dan geen interview. Fijn. Maar daar zal de gemiddelde platenmaatschappij niet zo blij mee zijn. Ze moeten toch hun 'producten' kunnen verkopen! En ik, vrijwillige journaliste met 'idealen', zit daar tussenin. Ik heb niets met die 'music business' te maken. Ik interview graag bands omdat ik van bladen als Muziekkrant Oor niet wijzer wordt. Ik doe het met plezier, in tegenstelling tot veel prof-journalisten die het slechts voor de centjes doen. En toch, of juist daarom, word ik behandeld als een stuk vuil en mishandeld door anderen (vooral platenlabels).  

Misschien had ik de pech dat zanger Tom Antona te moe was, bassiste Sissi Schulmeister nergens te bekennen en drummer/trombonist Steve Moses ergens anders verbleef. Voor mij bleef alleen gitarist Mike Jung over die geen enkele zin in een gesprek had, want hij "verveelt zich altijd dood tijdens interviews".  

Ik dus ook, in dit geval. Gelukkig probeerde Ultra Bidé gitarist Satoru Ito die ook aan tafel zat het nog gezellig te maken. Maar... Het optreden was prima gegaan, lekker swingend en prachtige momenten. Bijvoorbeeld toen drummer Steve Moses zijn trombone bespeelde en Ultra Bidé drummer Tada zijn plaats innam. Het voorprogramma was ook heel intens. De Japanners van Ultra Bidé, die overigens in New York wonen en samen met Alice Donut op tournee zijn, gingen allemaal uit hun dak met nummers die af en toe aan The Melvins deden denken.  

Maar ja, het interview... Beide bands toeren samen drie maanden door Amerika, Canada, Japan en Europa. Als je in New York bent, moet je naar de East Village gaan. Daar is de 'place to be' en daar komen ook enkele leden van Alice Donut vandaan. Leuke bands kun je in de Brownies en Maxfish zien. Je moet echter niet denken dat men daar tijdens een concert uit hun dak gaat, want daar dansen mensen evenmin als in Amsterdam.  

Zoals Jung zei: ,,het gedrag van het publiek verschilt niet van land tot land, maar van stad tot stad en van avond tot avond. Ik kan niets zeggen over het gedrag van het publiek in Nederland of Amsterdam, omdat we daar maar een keer per jaar optreden.'' ,,En in Tokyo is het niet anders, daar danst men ook niet'', aldus Satori, ,,maar in Osaka wel.''  

Jung: ,,Als het publiek niet reageert, moet je het zelf doen. Je moet in staat zijn om het concert anders te kunnen ervaren, misschien is er iets aan de hand waar je je niet van bewust bent. Geen reactie is ook een reactie, maar je moet jouw 'job' blijven doen.''  

Alice Donut zit al vanaf het begin, zo'n acht jaar geleden, bij Alternative Tentacles. Volgens Jung zitten ze daar ook wel lekker, bovendien zijn er geen andere aanbiedingen. Hij is wel nieuwsgierig hoe het is om voor een 'major label' te werken, maar realiseert zich dat Alice Donut niet de gelegenheid zal krijgen dit ooit nog te doen.  

Jung: ,,We zijn er niet zo mee bezig. Ik ben dankbaar om in staat te zijn te doen wat ik doe. Maar van muziek word ik 'slechts' gelukkig. Ik zou graag van mijn muziek willen leven, daar mijn brood mee verdienen, maar het is me nog niet gelukt. Iedereen in de band heeft bijbaantjes, wat we allemaal doen is niet van belang. Onze voormalige gitarist Richard Marshall had zelfs geen huis, hij woonde bij verschillende mensen in, een nacht hier, een andere daar. Het is een andere manier van leven. In deze wereld moeten we allemaal proberen te overle­ven, maar hoe we het allemaal aanpakken, verschilt van mens tot mens.''  

En dus wilde hij niet vertellen wat de bandleden doen om brood op de plank te krijgen. Jammer, vind ik, want dat zou een manier kunnen zijn om popmuziekanten van hun voetstuk te halen en tussen ons, de gewone grijze gehaktballen, te laten (be-)staan. Ik ben er zeker van dat er ontzettend veel muzikanten rondlopen die hun brood met smerige baantjes verdienen. Misschien is het niet goed voor hun 'image' om dit bekent te maken, of gewoon een kwestie van privacy. Ik denk trouwens dat er geen enkele afwasser in de band zit. 

Giselle

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1995