Naar archief

UIT: NN #198 van 1 december 1995       

15 Jaar blauwe aanslag  

1980. Het jaar van de Kroningsrellen, de Vondelstraat, de Prins Hendrikkade, en, als klap op de vuurpijl: de kraak van de Blauwe Aanslag in Den Haag. Vijftien jaar gekraakt, reden voor een terugblik door één van de bewoners.  

Toen het leegstaande belastingkantoor, gesitueerd aan het Haagse Buitenom aan de rand van de Schilderswijk werd gekraakt, stond dat niet op zichzelf. In dat lege complex schuilde een geweldige potentie aan verzet. Verzet van een volksbuurt die haar verloedering niet pikte, maar bovenal verzet van een militante beweging die bereid was om terug te slaan. Het pand zelf zag eruit als een grimmige burcht, maar viel in de praktijk echter nauwelijks te verdedigen. Het is heel groot, om de meter zit een raam. Aan de achterkant grenzen hofjes, een school, en, toen nog, een gammele schutting. Het was dus zaak om de stad met open vizier te bestrijden.  

Onder het motto "...en weer verbeteren krakers de stad..." werd er hard gewerkt om het moedwillig gesloopte kantoorpand om te toveren in "Blauwe Aanslag-eenheden". Het geasfalteerde binnenterrein, ooit domein van door de staat geconfisceerde auto's, werd omgeploegd tot tuin. Op de begane grond ontstonden bedrijfjes en tal van activiteiten. Maar hoe vredelievend de bewoning en bedrijvigheid er ook uitzag, hier had de kraakbeweging de Nederlandse leeuw wel stevig bij zijn ballen. Hoe kon de belastingbetaler worden uitgelegd dat er in een tijd van woningnood een groot complex jarenlang stond te verkrotten?  

De staat, die Den Haag verziekt met haar kantoren, wilde graag af van die lastige krakers. Ze probeerde bijvoorbeeld om de nieuwe bewoners van elektriciteit te onthouden, wat met de actie "gas geven, licht aan" met succes werd bestreden. Uiteindelijk wist de staat via een gigantische deal met de gemeente Den Haag, een onderlinge ruiltransactie van panden en grond waaronder een aantal gekraakte panden, de Blauwe Aanslag te lozen.  

De gemeente bewandelde als nieuwe eigenaar duidelijk een andere strategie, en stuurde al snel onderhandelaars op de krakers af. Daar is uiteindelijk, mede onder druk van de door de sociale dienst gedreigde krakerskorting, in 1986 een overeenkomst uitgerold. In de zogeheten "intentieverklaring" spraken beide partijen zich uit te willen streven naar behoud van de Blauwe Aanslag, en dat fasegewijs aan te pakken.  

De eerste fase hield het wegwerken van het achterstallig onderhoud in, met gebruik van de 600 duizend gulden die de gemeente de staat bij de ruiltransactie had bedongen. Fase twee behelsde het aanbrengen van verbeteringen met behulp van anderhalf miljoen gulden rijkssubsidie, die inmiddels met een speciaal Blauwe Aanslag-oormerk ook al op de gemeenterekening gloorde. De derde fase tenslotte zou tot een definitieve legaliseringstatus moeten leiden.  

De gemeente accepteerde schijnbaar de krakers, wat leidde tot een relatieve rustperiode. Het werd vooral een technisch gebeuren, met bijvoorbeeld bouwkundige onderzoeken, bouwteam-vergaderingen en zelfs onderhandelingen met aannemers. Slechts even werd het technische gewauwel opgeschrikt. Op 19 september 1987 - de dag van een antifascistische demo in Haarlem en een demo tegen de bezuinigingspolitiek van Lubbers & co in Den Haag - braken er rellen uit bij de Blauwe Aanslag. De demonstratie tegen de crisispolitiek was namelijk flink uit de hand gelopen, waar extreem-rechts van profiteerde door mee te gaan vechten aan politiezijde, tegen de demonstranten.  

Nadat het vechtend circus bij de Aanslag was aanbeland, lokte de politie veel demonstranten weg, trok zich terug, en keek vervolgens lachend toe hoe een opgefokte menigte de Aanslag anderhalf uur lang kon aanvallen. Nadat uiteindelijk de GroenLinks wethouder uit het linkse college bereid bleek zijn gewicht in de schaal te gooien, greep de politie eindelijk in. Veel te laat: een belegering van tien dagen was geboren. Dankzij geweldige steun uit het hele land heeft de Aanslag die periode van fascistisch geweld kunnen bolwerken.  

In 1989 besloot de gemeente tot de bouw van een nieuw stadhuis: het startsignaal om in navolging van de staat het Haagsche centrum op grote schaal en in hels tempo te slopen. Het bleek tevens een breekpunt in het linkse stedelijk verzet. Er ontstond een diepe crisis, zodat de gemeente ongestoord haar gang kon gaan met haar cityvormingsplannen: herstructurering van het verkeer, veel dure koopappartementen, kantoorbouw in overvloed, vercommercialisering van cultuur, prestigeprojecten, het gebruikelijke arsenaal.  

De Blauwe Aanslag was ondertussen intern aan het rommelen, terwijl aannemers als Kattevilder (Delft) en de Bouwmaat (van de Vakgroep uit Utrecht) met gemeentelijke toestemming het achterstallig onderhoudsgeld spendeerden in de ramen en het dak van de Blauwe Aanslag.  

Het cityvormingsgevaar naderde echter via de Vaillantlaan. De wegverbreding aldaar moest haar vervolg krijgen aan het Buitenom, het adres van de Aanslag. Na een diepe slaap ontwaakte de Aanslag eindelijk in 1993. Ze begon de gemeente ter verantwoording te roepen, en wat bleek: de gemeente wilde niet meer investeren in de Blauwe Aanslag, en bereidde een verkeersvariant voor die zelfs moest leiden tot sloop. Al was het laat, er moest tenminste aangetoond worden dat de gemeente moedwillig aanstuurde op sloop. 

Er werd hard gewerkt aan een alternatief voor de weg, een haalbaarheidsonderzoek werd uitgevoerd, en er werd aansluiting gezocht met andere (actie)groepen. Tegen beter weten in. Maar toen in 1994 de architectuurwerkplaats de Ruimte haar intrek nam aan het Buitenom raakte het alternatief in een stroomversnelling. De gemeente werd zo sterk het vuur aan de schenen gelegd dat zelfs de VVD een pleidooi hield voor de Ruimte-variant, met behoud van de Aanslag. Een wonder was geschied, er was weer hoop.  

Niet alleen de Blauwe Aanslag werd bedreigd; ook panden als TZT en Iets Vrijers werden door de gemeente voor sloop genomineerd. Tegenover deze aanval op de alternatieve cultuur bloeiden initiatieven als het blad de Schijnbeweging en de vrije radiozender 'Tonka'. In 1994 vond de landelijke manifestatie tegen stadsvernieling plaats, waarin duidelijke linken werden gelegd met andere stedelijke projecten. De beruchte Tramtunnel bijvoorbeeld, fanatiek bestreden door actiegroep 'de Kern GeWond' en kleine ondernemers in de binnenstad, geldt als een van de cruciale projecten in het stadscentrum. Natuurlijk stond de dreigende wegverbreding voor de Blauwe Aanslag niet los van de overige ontwikkelingen.  

Hoewel, het alternatieve plan van de Ruimte leek op eigen kracht te kunnen overleven. Na het zogenaamde linkse college kent Den Haag sinds 1989 een breed college van de vier grote partijen. Op 12 januari 1995 bleek weer eens hoe makkelijk de rijen in deze democratie zich sluiten. Ondanks een geweldig brede steun die de Aanslag zich inmiddels had verworven, ondanks het jaren gevoerde beleid om de Blauwe Aanslag te behouden, en ondanks een goed onderbouwd alternatief plan waarin zelfs tegemoet werd gekomen aan de gemeentelijke malafide wensen voor het autoverkeer, werd na een zeer tumultueuze vergadering ijskoud besloten tot sloop. De Aanslag werd met zes arrestanten en een geweldige kater opnieuw wakker.  

In 1995 kent de Blauwe Aanslag nog steeds een geweldige keur aan mogelijkheden en activiteiten. Zo wonen er zo'n vijftig mensen, met name in woongroepen, zit er een Voko, een bioscoopzaaltje, eetcafé Water & Brood, drukkerij Adelante, actiecentrum Krisus, Kraakgoep Haaglanden, Turks/Koerdische bibliotheek, kledingwinkel Blaudruk, zeefdrukkerij Catapam, een timmerwerkplaats, een concertkelder, oefenruimtes, ateliers, architectuurwerkplaats de Ruimte, een buurtpark en meer.  

Iets Vrijers en TZT bestaan echter al niet meer, het nieuwe stadhuis is geopend en de binnenstad is een grote bouwput. De tramtunnel daarentegen is nog steeds niet definitief, en het gekraakte Bezembos in hartje stad heeft tegen de verwachting in een toekomst van tenminste vijf jaar. Het principebesluit voor sloop van de Blauwe Aanslag ligt er wel, maar moet een nog zeker anderhalf jaar durende procedure doorlopen, waarin nog juridische kansen schuilen.  

De Aanslag is daar al mee aan de slag gegaan, maar ook 'het comité voor een breder Buitenom' is uit het niets verschenen om de strijd te versterken. Vijftien jaar Blauwe Aanslag tegenover een onzekere toekomst. De strijd is taai, maar nooit verloren!  

Patrick van IJzendoorn

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1995