UIT: NN #191 van 25 augustus 1995
De smeris leert het ook nooit
Onlangs verscheen het COT-rapport, dat op verzoek van de burgemeester in Utrecht werd samengesteld naar aanleiding van het grootschalige oppakbeleid van demonstranten die wilden protesteren tegen een actie van de CP'86. Mark Venema van het Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme heeft nogal wat kritiek op de evaluatie. Hij pleit onder meer voor een beter overleg tussen justitie en antifascisten, om te komen tot een effectiever beleid aangaande het tegengaan van openbare activiteiten van extreem-rechts.
Zaterdag 4 maart 1995. De Utrechtse binnenstad ziet blauw van de wouten. Overal in de binnenstad worden, met behulp van het deskundige oog van de politie, 'links uitziende mensen' opgepakt en voor enkele uren in het voetbalstadion Galgewaard opgesloten. Aanleiding? De CP'86 had een demonstratie in Utrecht aangekondigd...
Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft het onafhankelijke Crisis Onderzoeks Team (COT) uit Leiden een rapport geschreven over de rol van de Utrechtse politie hierin. Burgemeester Opstelten had hiertoe, om zijn geschonden blazoen te zuiveren, opdracht gegeven. Er werd door hem tevens op aangedrongen om in het evaluerende rapport aanbevelingen op te nemen over de wijze waarop de politie om zou moeten gaan met openbare activiteiten van extreem-rechts.
Hiermee wilde hij de te verwachten kritische vragen van de media voor zijn over het optreden van het Utrechtse korps en de, onder zijn leiding, verkeerd genomen beslissingen op 4 maart. Dit is hem gelukt. De media besteedden slechts aandacht aan de aanbevelingen en conclusies die in het rapport zijn opgenomen en blikten niet meer terug op de gebeurtenissen in maart.
Storende fouten
Het rapport begint al met een aantal storende fouten of misverstanden waarop latere conclusies te herleiden zijn. Het COT gaat er min of meer vanuit dat de publieke opinie mede een reden is geweest om de demonstratie van de CP'86 en de tegendemonstratie van KURF (Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme) te verbieden. Dit wordt verder niet toegelicht en is volgens mij ook onzin.
De uiteindelijke beslissing van de burgemeester was ook mede gebaseerd op recente ordeverstoringen op het Centraal Station van Utrecht (jongerendemonstratie van 14 december 1994) en op de vrees dat na Rijswijk, Apeldoorn en Rotterdam (1) in Utrecht, zo vlak voor de verkiezingen van de Provinciale Staten, de 'finale' zou plaatsvinden. De vrees was aanwezig dat deze knokpartij tussen extreem-rechts en de antifa's zo'n honderd nazi's aan zou trekken en zo'n vierhonderd linkse activisten. Beiden versterkt met gasten uit het buitenland.
Deze volkomen overspannen inschatting werd gemaakt door de diverse inlichtingendiensten, die haar bronnen nooit prijsgeven. Alle opgeblazen verhalen vooraf, gebruikt om het beleid door te drukken, werden achteraf ontkracht. Bij de 161 gearresteerde linkse demonstranten werd geen wapentuig gevonden en er is nauwelijks verzet bij arrestatie geweest. De CP'86 kwam met hooguit vijftien mensen in actie. (Overigens werd er bij één gearresteerde CP'er wel een steekwapen gevonden.)
Wat vertegenwoordigers van KURF gemerkt hebben van de stugge houding die gestimuleerd werd door de veiligheidsdiensten, kwam naar voren in het gesprek dat men op 2 maart had met de korpschef en één van de leidinggevende commandanten. Onze vreedzame bedoelingen werden vriendelijk maar beslist weggewuifd. Er werd gesteld dat wij het niet in de hand zouden kunnen houden. Ook werd het getal van 400 gewapende autonomen weer genoemd.
Naar aanleiding van dit voorbeeld pleit KURF voor een beter overleg van justitie met antifascisme groeperingen. Deze laatsten kunnen veel betere inschattingen maken over de handel en wandel van extreem-rechts. Het tekort aan informatie bij politie en aanverwanten over deze lieden is ook (te) groot. Als zij zich telkens baseren op inlichtingen van de veiligheidsdiensten, kunnen zij het gevoerde beleid niet meer aanpassen. Veiligheidsdiensten gaan altijd van het ergste uit en proberen hiermee hun bestaansrecht te bewijzen.
Wat er ook behoorlijk mis ging in de voorbereidingen van 4 maart is de overname van het gehele pakket aan wetsartikelen uit Rotterdam. Hiertussen bevond zich ook het inmiddels beruchte artikel 435a, waarmee je mensen op uiterlijke kenmerken, 'die blijk geven van een bepaald staatkundig streven' kunt aanhouden en arresteren. De politiek gevoelige lading van dit artikel heeft de Utrechtse politie volkomen over het hoofd gezien.
Ordehandhaving
De samenstellers van het COT-rapport veroordelen wél het gevoerde één-scenario beleid van 4 maart. Er was geen weg terug. Het primaire doel was ordehandhaving maar het blijkt wel uit de praktijk dat het openbare orde beleid m.b.t. de omgang met extreem-rechts niet altijd werkt. Hier kom ik later nog op terug.
Het COT ziet ook in dat agenten eigenlijk ongeschikt zijn voor zelfstandige beoordelingen i.v.m. overtredingen van het demonstratieverbod. Zij hebben niemand de reden van aanhouding gemeld (of het waren opmerkingen als "vandaag is het in Utrecht verboden om te staan"). Aan geen enkele arrestant is verteld waar men heen werd gebracht en er werden mensen opgepakt die met de beste wil van de wereld niet aan het demonstreren waren (zelfs ver buiten het centrum, op het CS).
Ook de administratieve afhandeling en registratie van de arrestanten liet te wensen over. Er werden later slechts vier aanhoudingsformulieren terug gevonden waarop artikel 435a als aanhoudingsgrond werd vermeld. Van een onbekend aantal arrestanten zijn geen formulieren meer. Dit wekte inderdaad, zoals het COT concludeert, achteraf de indruk dat men zich verschool achter administratieve fouten (verkeerd ingevulde formulieren).
Het COT onderkent een ander probleem van justitie ten opzichte van extreem-rechts. Justitie doet spitwerk naar strafbare uitingen van extreem-rechts, maar structureel onderzoek naar de politieke en maatschappelijke beweegredenen van extreem-rechts vindt men eigenlijk tijdverspilling. Hierdoor blijft de kennis over extreem-rechts hangen in algemeenheden en wordt elke actie van hen een openbare orde probleem.
Dit speelt extreem-rechts in de kaart m.b.t. de aandacht in de media en wordt men bevestigd in zijn op repressie gefixeerde maatschappijbeeld. Men ziet het politie-apparaat meer als maatschappelijk gegeven, niet als een starre uitvoerder van het wetboek. Voorkomen is beter dan genezen, toch? Hier komt weer die samenwerking met antiracisme groeperingen om de hoek kijken. Dit voorkomt ook dat elke activiteit gericht tegen extreem-rechts tot een openbare orde probleem verwordt.
Het rapport geeft ook aan dat de overheid vaak eerder overgaat tot het verbieden van extreem-rechtse demonstraties waarmee free publicity voor extreem-rechts wordt verzorgd. Het is nooit gezegd dat er bij een demonstratieverbod ook inderdaad niet wordt gedemonstreerd. En het verbieden staat op gespannen voet met een aantal grondrechten. Het geeft extreem-rechts de kans om te roepen dat er in ons land met twee maten gemeten wordt.
Hier vergeet het COT echter iets. De extreem-rechtse demonstraties zijn tot nu toe altijd verboden op grond van de te verwachten openbare orde problemen tussen tegendemonstranten en marcherende nazi's. In het rapport wordt nergens gesteld dat extreem-rechtse demonstraties überhaupt gevaarlijk zijn, beledigend voor een groot deel van de bevolking, dat er verboden leuzen worden geroepen, dat er verboden symbolen worden meegevoerd.
Kortom, het ondemocratische karakter, hun intolerantie jegens minderheidsgroeperingen, hun (gewelddadig uitgedragen) fascisme is nooit een reden geweest voor een verbod. Als de overheid dat nu eens zou doen, zou dat een hoop duidelijkheid verschaffen en tegelijkertijd bij de bevolking meer begrip opleveren.
Onderscheid
Het COT maakt verder een onderscheid tussen 'fatsoenlijk' rechts en 'rabiaat' rechts. De onderlinge banden van gewelddadige nazi-groeperingen en zich als 'fatsoenlijk' rechts manifesterende groepen, maakt het voor de overheid moeilijk om inschattingen te maken van de te verwachten gebeurtenissen bij extreem-rechtse activiteiten. Als je voortaan als overheid extreem-rechtse bijeenkomsten inhoudelijk gaat verbieden, ben je ook van dit probleem af.
In overleg met, jawel, antiracisme-groeperingen bekijk je de figuren achter bijvoorbeeld de 'fatsoenlijke' rechtse clubjes. Op basis hiervan verbied je de demonstratie vanwege haar politieke inhoud. Simpel? Helaas, ik denk niet dat de overheid het probleem op deze manier aan wil pakken. Het COT denkt dat je 'rabiaat' rechts wel kunt laten verdwijnen door hen constant met processen achter de broek te zitten. Ik denk van niet. 'Rabiaat' rechtse personen en splintergroepen zullen altijd blijven bestaan. Het gaat juist om het wegnemen van de voedingsbodem van racisme (waarin ook fascisme weer een plek vindt) en daar ligt zeker een taak weggelegd voor de overheid. Dat is bijvoorbeeld het bijstellen van het gevoerde beleid t.o.v. asielzoekers en door te stoppen met stemmingmakerij in de media over migranten.
Volgens mij valt de overheid ook te vaak terug op de simpele tegenstelling extreem-rechts/extreem-links, als excuus voor de inzet van een grote politiemacht en het verbieden van van alles en nog wat. Antiracisme hoeft niet per definitie politiek of links te zijn. Brede lagen in de bevolking (denk aan kerken/migranten/scholen) moeten niets hebben van racisme/fascisme. Dat dit niet altijd even radicaal is, onderken ik. De koppeling met seksisme wordt niet gemaakt, evenmin dat de wortels worden gezocht in de door mannen gedomineerde samenleving, onze behoudende maatschappij.
Om van het effect af te komen dat een verboden extreem-rechtse demonstratie ook automatisch een verboden antiracisme demonstratie tot gevolg heeft, heeft het COT het volgende gevonden. Een demonstratierooster! Eén risicovolle demonstratie per dag, vol met afspraken en sancties (problemen? volgende keer niet) en het vastleggen van het aantal demonstranten (krijg je dan strafpunten als je het opgegeven aantal niet haalt? En waar blijven de mensen die 'teveel' zijn, in het stadion?).
Nee, beste COT'ers, hier slaan jullie de plank wel heel ver mis. Dit neigt naar een dictatuur. Ik vind dat een antiracisme demonstratie te allen tijde doorgang moet kunnen vinden. Zeker als de overheid met zulke maatregelen komt! Ook het gescherm met juridische kaders moet maar eens afgelopen zijn. Aan de ene kant stelt het COT dat die duidelijker moeten worden, al die regeltjes. Aan de andere kant pleiten ze voor dat onderscheid tussen 'fatsoenlijk' en 'rabiaat' rechts, waarbij 'fatsoenlijk' dan binnen de marge van zogenaamde juridische kaders mag of probeert te opereren.
Ik denk juist dat zodra rechts, hoeveel stropdassen ze ook om hebben, beledigend of bedreigend jegens personen of bevolkingsgroepen is, dit niet op een weegschaaltje van wetjes moet worden afgewogen. Kan dit nou wel of kan dit nou niet? Nou, niet dus. Dan krijg je situaties zoals in het provinciehuis in Utrecht dit jaar, waar drie extreem-rechtse partijen (CD, CP, Nederlands Blok) met racistisch materiaal op een politieke markt stonden. De politie wilde, ondanks een kopie van een gerechtelijke uitspraak over één van hun leuzen, de boel niet weghalen.
Ook het maken van de Hitlergroet is niet strafbaar. Pas als er bij wordt geroepen (dat ga ik hier niet opschrijven), dan overtreed je de wet. Ook hier wordt weer voorbijgegaan aan het intimiderende, provocerende, beledigende karakter van zo'n daad.
Discussie
Ik heb niet alle details van het rapport behandeld, maar de grove lijnen wel. Het is jammer dat de discussie binnen KURF over strategieën tegen extreem-rechts nog niet gevoerd is, maar ik hoop dat dit snel gebeurd. Misschien dat het aantal oplossingen die hierboven min of meer in de handen van de overheid zijn gelegd wat hoog is. Het staat buiten kijf dat je racisme met z'n allen op welke plek dan ook moet bestrijden, in al haar verschillende facetten.
Hierbij vergeet ik natuurlijk de overheid niet. Racismebestrijding begint in je hoofd en niet bij de minister van Justitie! Ik hoop dat bovenstaand stuk een handleiding kan zijn voor een komende discussie over de bestrijding van extreem-rechts. Deze mag natuurlijk ook op deze pagina's worden uitgeschreven...
Overigens heeft ook KURF de gebeurtenissen van 4 maart zeker niet laten liggen. Inmiddels zijn er 68 klachten verzameld en er wordt nu gekeken hoe we aan geld kunnen komen om de diverse (arme) klagers hun klacht te kunnen laten indienen (kost 110 gulden aan rechtsbijstand). KURF zelf heeft het verbod op de eigen demonstratie aangevochten. Hierover volgt in september uitspraak.
Marco Venema
Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme