Naar archief

UIT: NN #187 van 16 juni 1995   

Oud-kraker kan het 'wel schudden' 

Maar liefst binnen een maand Fl 27.000 moeten betalen, omdat je je dertien jaar geleden met een groepje mensen hebt lopen sjorren aan een busje van de marechaussee, waarna het omviel. Het overkwam 'unlucky' Paul B. onlangs, die destijds als één van de vele honderden krakers in verzet kwam, vanwege de ontruiming van het kraakpand de Lucky Luyck in Amsterdam. Inmiddels zijn z'n vrienden een geldinzamelcampagne begonnen. 

Rookwolken boven Amsterdam. De beelden van een brandende tram gaan de wereld rond. November 1982 laat de kraakbeweging weer eens haar tanden zien. Met een op een militaire operatie gelijkende verdedigingsactie, hopen de krakers de ontruiming van een kraakpand in de Jan Luyckenstraat te verhinderen. Het gaat hard tegen hard. Het verzet is zo heftig, dat burgemeester Polak de noodverordening uitroept. Na een aantal stevige confrontaties tussen de ME, versterkt door de marechaussee, en de krakers, wordt het kraakbolwerk de Lucky Luyck ontruimd.  

Op het nabijgelegen Museumplein worden de stenen uit de grond gerukt, onder meer enkele busjes van de marechaussee zijn het doelwit. De bestuurder van een van die busjes kiest eieren voor z'n geld en laat de wagen onbeheerd achter. Dat had hij natuurlijk niet moeten doen, maar verstandig was het wel. Een aantal krakers begint aan het busje te sjorren, waarna het omklapt. Van dit voorval zijn door de politie foto's gemaakt. De meeste krakers hebben bivakmutsen op, Paul D. niet.  

Arrestatie 

Een maand na dit voorval wordt Paul opgeroepen door de sociale recherche van de sociale dienst voor een gesprek. Hoewel hij van zichzelf wist dat hij niet fraudeerde, voldeed Paul aan dit verzoek. Het gesprek verliep relaxed, er werd wat gebabbeld over z'n sollicitatiepogingen, waarna hij weer kon gaan. Buiten het kantoor van de sociale recherche werd hij echter opgewacht door de politie. Met z'n paspoort in de hand belandde hij in de cel.  

De officier van justitie eiste naar aanleiding van het incident met het marechausseebusje aanvankelijk poging tot doodstraf en openlijke geweldpleging in vereniging. Paul werd uiteindelijk veroordeeld wegens openlijke geweldpleging ("schudden aan het busje"), kreeg drie maanden voorwaardelijk en moest een boete betalen van Fl 750.  

Na deze uitspraak kwam Defensie in actie. Men stuurde Paul een schadeclaim van Fl 13.000. Volgens Defensie bleek het bewuste busje na afloop van de rellen dermate zwaar beschadigd te zijn geweest, dat er voor duizenden guldens aan opgeknapt moest worden. Z'n advocaat liet Defensie vervolgens weten dat Paul geen vernielingen aan het busje had aangericht, maar er slechts aan had geschud. Nadat het busje was gekanteld, heeft het nog uren op straat gelegen middenin het strijdtoneel. Vele mensen kunnen er naderhand letterlijk en figuurlijk tegenaan gelopen zijn. Het is dus onterecht om alle materiële schade in de schoenen te schuiven van Paul.  

Maar Defensie bleef hardnekkig volharden in haar eis. Paul had zich in hun ogen schuldig gemaakt aan een misdrijf in vereniging en zou als enige voor de volle honderd procent op moeten draaien voor de geleden schade. Om het anderhalve jaar ontving Paul een nieuwe schadeclaim, iedere keer verhoogd vanwege de wettelijk vastgelegde rente en andere kosten. Laat maar waaien, heeft Paul al die tijd gedacht.  

Totdat Defensie in 1992 een civiele procedure in gang zette, om alsnog via de rechter de schadeclaim te kunnen innen. Pauls advocaat, Antoinette van Pinksteren, zag de zaak aanvankelijk niet zo somber in. Het komt zelden voor dat dergelijke juridische zaken worden aangespannen en gewonnen worden door de eiser. Men besloot ook aan de civiele procedure geen enkele ruchtbaarheid te geven, daar de inschatting werd gemaakt dat publiciteit enkel averechts zou kunnen werken.  

Betaling binnen maand 

Op 28 april jl. ontving Paul de uitspraak van rechter M.C. Scholten. Defensie werd in het gelijk gesteld en Paul diende binnen een maand een bedrag van Fl 27.000 te betalen. Dit bedrag is zo hoog opgelopen vanwege de jaarlijkse rente en de gemaakte proceskosten. Je begrijpt dat zo'n uitspraak hard aankomt bij iemand met een lager dan modaal inkomen. Er volgde een gesprek met Defensie, waarin gesproken werd over een betalingsregeling.  

Maar Paul 'wenste' liever het bedrag in een keer te betalen. Hij leende een bedrag van Fl 15.000 en stortte dat op de rekening van Defensie. Het tweede deel zou 'spoedig volgen'. Enkele vrienden besloten een comité op te zetten, met als doel het inzamelen van het totaalbedrag. Na enige weken diep nadenken, stelde men een lijst samen van wel vierhonderd personen, die begin jaren tachtig actief zijn geweest in de kraakbeweging van Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. De meeste tijd ging zitten in het opsporen van de nieuwe adressen. De aangeschrevenen werden verzocht een donatie van minimaal Fl 100 te storten op het gironummer van het steuncomité. 

Twee weken na aanvang van deze inzamelactie is er reeds Fl 7000 binnen. Paul is momenteel nog in overleg met z'n advocaat of men in hoger beroep zal gaan tegen de uitspraak. Dit zal geen schorsende werking hebben op het betalen van de schadeclaim. Overigens zitten er aan een hoger beroep opnieuw veel kosten verbonden en de kans dat Paul alsnog in het gelijk wordt gesteld, is klein. Binnenkort zullen we in dit blad uitvoeriger ingaan op deze zaak.  

Alex van Veen

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1995