UIT: NN #174 van 2 december 1994
The power of the beat
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Amsterdamse rocktempel Paradiso verscheen De duivel in vermomming, een boekje waarin een zestal Nederlandse essayisten en een Amerikaan op zoek gaan naar de essentie van de rockmuziek.
Het boekje begint met een vertaling van een aantal bladzijden uit het schitterende Lipstick Traces. A Secret Story of the Twentieth Century van Greil Marcus dat in 1989 verscheen en dat je als je geluk hebt nog wel ergens in de ramsj kunt vinden. Marcus trekt een spoor van de middeleeuwse protestante sekteleider Jan van Leiden die zichzelf in 1534 in de Duitse stad Münster tot nieuwe Christus ("I'm Christ") liet kronen, via Dada, de Lettristen en de Situationisten naar de Punk.
Sex Pistols-zanger Johnny Rotten droeg in werkelijkheid de naam John Lydon. Volgens Marcus is de naamsovereenkomst meer dan toevallig want bijna viereneenhalve eeuw later diende Lydon Van Leiden van repliek. "I'm an Antichrist", zo luidde de openingsregel van de Sex Pistols-song Anarchy in the U.K. Gewoon een popsong, een would-be hit uit vervlogen tijden, een goede grap? Misschien, maar wel een grap vertelt met "een stem die alle maatschappelijke feiten ontkende en met die ontkenning bevestigde dat alles mogelijk was." Rockmuziek als revolte tegen de saaiheid van het dagelijks bestaan, daar gaat ook De Duivel in Vermomming over.
"Rock is het enige medium dat - in esthetische en politieke zin - nog iets over het leven heeft te melden dat steekhoudend is", aldus Karin Spaink in haar mooie essay 'Grafherrie en seriemoordenaars', over deathmetal. "Deathmetal bindt veel loslopend gevoel van ongemak dat bij (of in) veel mensen rondzwerft, en brengt dat naar buiten. De meeste bandjes grossieren weliswaar niet in politieke teksten zoals de punk dat deed (...) en voorts zijn ze sowieso onverstaanbaar; maar hoe dan ook biedt deathmetal een stem voor een validatie van de verscheurdheid die veel mensen ervaren. Al is het maar door te schreeuwen."
Popcriticus Nik Cohn zei ooit: "Met rockmuziek kun je niets zeggen, je kunt er uitsluitend een fantastisch geluid mee maken..." De auteurs van deze bundel sluiten zich hier bij aan. Wie het belangrijk vindt dat bands politiek correcte boodschappen uitdragen heeft weinig van rockmuziek begrepen. De popmuziek dient in de eerste plaats om die gevoelens te uiten die buiten de 'normaliteit' vallen en 'politiek correcte' praatjes vallen daar binnen.
Karin Spaink moet bijvoorbeeld erg lachen om Type O Negative, de band die eind 1991 zo'n beetje heel politiek correct Nederland op haar dak kreeg omdat ze zich schuldig zouden maken aan fascisme, seksisme en andere slechte zaken. Aanleiding was o.a het nummer 'Kill You Tonight' waarin zanger Steele zingt over zijn vriendin die hem bedrogen heeft. Karin Spaink begreep het feministisch protest niet zo goed, zij kan haar lachen nooit inhouden als Steel bozig monkelt "I know you're fucking someone else" en de rest van band hem vrolijk up-tempo pestend herhaalt: "He knows you're fucking someone else".
Bovendien, had Jimi Hendrix niet een zelfde soort tekst over Joe die op oorlogspad ging vanwege een overspelig liefje? "Hey Joe, where you going with that gun in your hand?" De teksten zijn op een paar woorden na identiek. "Hendrix kwam ermee weg, met dat neerhalen van mevrouwen, maar hij was dan ook populair en werd politiek oké bevonden. Typ O Negative mocht dat allemaal niet", aldus Karin Spaink.
Typ O Negative heeft inmiddels op humoristische wijze teruggeslagen: ze brachten een t-shirt in omloop met daarop een tekst waarin ze zich verantwoordelijk stellen voor de meest opzienbarende rampen van de afgelopen decennia, van de Golf-oorlog tot Aids en van de slavernij tot het broeikaseffect en zelfs voor hun eigen vernietiging. (Het schijnt trouwens dat wanneer je Type O Negative achterstevoren draait, je tussen de groeven door kunt horen dat ze 'we love you, we love you, we love you' zingen.)
Ook VPRO-presentator Jaap Boot gaat in op de verhouding rock-'n-roll versus politiek. Hij citeert daarvoor Lester Bangs: "De 'politiek' van rock-'n-roll is dat veel jongeren af en toe uit hun huid geblazen willen worden door de meest verschroeiende voortstuwende brandstof die ze kunnen vinden, om voor een nacht te kunnen doen alsof die nacht de rest van hun leven betreft, (...) toen ze uit zichzelf geblazen werden en uit de monotonie waar het meeste leven, ongeacht waar of wanneer, uit bestaat. Toen ze bliksem aten en niets anders, levend of dood, ze kon schelen."
Maar dit verklaart niet het fenomeen dat Boots tijdens een optreden van de metalband Slayer in de Leidse Groenoordhallen aanschouwde. "De band, die tot dan toe het ene nummer naadloos aan het andere reeg, valt even stil. Als het gejuich enigszins verstomt, balt zanger Tom Araya zijn vuist naar het publiek en vraagt: 'DO YOU WANNA DIE????!!!' En uit tien-, twintigduizend kelen klinkt een hartstochtelijk 'YEEEEAAAAAHHH!!!!'. Het antwoord verdringt in de orkaan van het volgende nummer dat nog harder, nog sneller en nog dodelijker is dan alle vorige tezamen."
Wat Boots fascineert is dat jongeren in hun zoektocht naar lol inmiddels kennelijk zo verbeten te werk gaan dat het plezier het masker van de dood kan dragen: "Is het bestaan van grote groepen jongeren werkelijk zo ondraaglijk van verveling en monotonie dat alleen de allerextreemste kicks het hoofd schoon kunnen blazen. (...) Is dit de terugslag van verveling. Is dit de ultieme vorm van repressieve tolerantie? Tienduizenden kinderen in een veehal opsluiten en ze daar gezamenlijk laten schreeuwen dat ze dood willen?" Of is het 'YEEAAAHHH' van de Slayerfans eigenlijk en soort NEE? "We ain't gonna take it - no more!", zoals Tom Robinson zong. Boots weet het niet en nodigt alle sociologen, ouders, predikanten, ministers en filosofen uit om ook eens te komen kijken naar 'dit feest van de lachende slachter'.
Wat Boots wél weet: The beat doorbreekt de saaiheid van het dagelijks leven, het geeft voor een moment het gevoel dat je leeft. The beat is in die zin een goede graadmeter voor de toenemende verveling in deze doorgedraaide spektakelmaatschappij. De geschiedenis van de rock-'n-roll als het ontstaan en harder, sneller worden van the beat. Van de tikkende voet van John Lee Hooker tot de ondansbare 200 beats per minuut in de gabberhouse.
Maar er is meer! 'The power of the beat': achterin het klaslokaal zachtjes, steeds harder op de tafel trommelen en bemerken dat je de sfeer in het lokaal kunt beďnvloeden en de leraar de stuipen op het lijf kan jagen. Onrust zaaien, jezelf verliezen, overschrijding, dat is wat de beat (met ons) doet. The beat als medium en boodschap, of in de terminologie van BILWET: als derde lichaam.
Maar kun je hier ook kritisch over schrijven? BILWET: Het derde lichaam danst, het onttrekt zich aan ideologiekritiek: je komt erin of het doet je niks, een tussenweg is niet mogelijk. "Omdat de kritiek geen raad weet met het derde lichaam, beperkt ze zich tot luisteren en interesseert ze zich voor instrumentbeheersing, act en de politiek-sociale en culturele achtergronden van de bandleden".
De meeste popcritici draaien om de hete brij heen, ze laten zich niet verleiden door de muziek, maar menen een kritische afstand te moeten bewaren. Dit verklaart wellicht waarom ik als muziekliefhebber en muzikant elke popblad na een paar minuten verveeld terzijde leg. Dit boekje heb ik echter in een ruk uitgelezen en kan ik van harte aanbevelen. Al blijft dertig gulden wel erg veel voor een middagje leesplezier.
Freek Kallenberg
De Duivel in Vermomming; Greil Marcus, Bilwet, Karin Spaink, Jaap Boots, Hubert Smeets. Martin Bril, Dirk van Weelden. Uitgeverij Nijgh & van Ditmar, Amsterdam, 1994. ISBN 90 388 1372 4.