Naar archief

UIT: NN #173 van 18 november 1994   

Politie molesteert antifascistische journalist 

Al weer op 22 september werd de Weense journalist Wolfgang Purtschneller door beambten van de Weense politie zwaar verwond, gearresteerd en verder mishandeld. De vrijdag ervoor was hij als spreker aanwezig op een informatiebijeenkomst m.b.t. het "Kaindl-proces".  

Al bij zijn terugkeer op maandag 19 september werd hij op het vliegveld van Wenen door de recherche opgewacht en gecontroleerd. Het is de tweede aanval van de Weense politie op geëngageerde journalisten in de laatste tijd: bij een manifestatie van de leider van de Oostenrijkse rechts-radicale populistische Freiheitliche Partei österreichs (FPö), Jörg Haider, was de Hamburgse journalist Oliver Ness het slachtoffer. 

Wolfgang Purtscheller gaat op de avond van 22 september naar een Berthold Brecht-voorstelling. In de foyer van het theater wordt een Afrikaan gecontroleerd door agenten in burger. Ze willen de man arresteren. Op de vraag van Purtscheller waarom dat gebeurt wordt hij uitgescholden en een horde geüniformeerde agenten stormt het foyer binnen. Hij wordt in een hoek van de ruimte geduwd en een agent slaat hem met de vuist in het gezicht en deelt hem mee: "Jij zwijn, je bent gearresteerd". Hij hoort nog de opmerking van een andere agent: "Dat is hem, die kennen we, pak hem". 

Daarna wordt hij bewusteloos geslagen en door de agenten het gebouw uitgesleept. Buiten komt hij weer bij bewustzijn; hij ligt op zijn buik, de handen geboeid op zijn rug, in zijn eigen braaksel op het trottoir. Een beambte staat op zijn hoofd, een tweede op zijn zitvlak, een derde draait zijn knie om. Samen met een andere arrestant wordt hij overgebracht naar een bureau en in elkaar geslagen. Voor de cel wordt hij op zijn rug gelegd en de beambten lopen herhaaldelijk over zijn gezicht. Wanneer de commandant verneemt dat Purtscheller journalist is, zegt hij tegen zijn ondergeschikten: "Collega's, we hebben een goede verklaring nodig, kom mee naar de kamer hiernaast, we moeten iets afspreken". 

Men weigert hem medische verzorging. Een erbij gehaalde politie-arts bekijkt hem in het half-donker vanaf vier meter afstand en zegt: "Optreden, dat hoef je toch niet meer, jij zwijn". Na zijn vrijlating constateert een arts zware zwellingen op de schedel, een lichte hersenschudding, zware schaafwonden over het hele lichaam, een gezwollen stuitbeen en een gezwollen rechterknie, een gescheurde meniscus en verschillende gescheurde spieren.  

Purtschellers notitieblokken, waaronder een elektronisch apparaat, werden ondanks het wijzen op het redactiegeheim, in beslaggenomen. Twee beambten van de Staatspolitie gaven als reden voor de inbeslagname dat er gegevens over personen van de neonazi-scene in zijn opgeslagen. Later wordt hij daar ook over ondervraagd. Het gaat specifiek om drie Duitse neonazi's waarnaar Purtscheller in verband met de bombriefcampagne van Oostenrijkse en Duitse rechts-extremisten onderzoek deed, Arnulf-Winfried Priem en Bendix Wendt (beide uit Berlijn) en Peter Naumann (uit Wiesbaden).  

Purtscheller kreeg in 1994 de Staatsprijs voor buitengewone journalistieke prestaties. Hij publiceerde boeken en TV-documentaires over de achtergrond-structuren en de mensen achter de schermen van het fascistische netwerk in de BRD en Oostenrijk. Bij NN staat een zeer goed boek van Purtscheller over het bruine netwerk in de kast (Aufbruch der Völkischen). Met een namenlijst met zo'n 400 actieve nazi's daarin, van de A van Althans, Bela Ewald, tot, hoe toevallig, Zündel, Ernst. Ook maakte Purtscheller de betrokkenheid van Duitse neonazi's bij de bombriefaanslagen in Oostenrijk van december 1993 bekend. Verder bracht hij in de openbaarheid dat een groot deel van de Weense politie vergeven is van de neonazi's.  

Sinds mei 1993 hing er op veel Oostenrijkse bureaus, commissariaten en kazernes een pamflet van de Notgemeinschaft der Sicherheistwachebeambten, afgekort "NS". De naam is afgeleid van een met de FPö verwante organisatie. Het pamflet bevat een verzameling van theses, spreuken etc. waarvan de stijl reikt van de FPö tot de Oostenrijkse afdeling van de Gesinnungsgemeinschaft der Neuen Front (GdNF), de Volkstreue Ausserparlamentarische Opposition (VAPO).  

Purtscheller is de Oostenrijkse Staatspolitie en de Vreemdelingen-politie een doorn in het oog. Bovendien is hij lastig voor de Berlijnse politie, omdat hij er steeds weer op wees dat de Berlijnse Staatsveiligheidsdienst niets deed om de bombriefaanslagen op te lossen, hoewel alle sporen wezen naar bovengenoemde Duitse neonazi's. Hij denkt dan ook dat de Berlijnse Staatsveiligheidsdienst achter de in de inleiding vermeldde persoonscontrole op het vliegveld van Wenen steekt. Deze veiligheidsdienst leidt in Berlijn het "Kaindl-proces" tegen vijf antifascisten. Tijdens het onderzoek gaf de Berlijnse Staatsveiligheidsdienst de personalia van de antifa's die werden beschuldigd van de aanval, door aan de aanklager. Ook bij de Berlijnse politie werden in de afgelopen jaren steeds weer neonazi's ontmaskerd. (bron: Göttinger Drucksache 165, 28.10.1994, APS)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1994