Naar archief

UIT: NN #164 van 24 juni 1994† †

Mol in solidariteitsbeweging

Paul Oosterbeek infiltreert bij ruim 25 organisaties ††

De kopieermachine en de printer als informatiebron bij uitstek. De verbeterde uitdraaien, de mislukte kopieŽn, de opengemaakte enveloppen en de gekopieerde faxen; het hele hebben en houden van meer dan 25 ideŽle organisaties verdwijnt al jaren rechtstreeks via infiltrant Paul Oosterbeek naar de burelen van het bureau Algemene Beveiligings Consultants bv (ABC) in Vinkeveen. Vooral veel zogenaamde 'zachte informatie' komt op deze manier naar buiten. Op te starten onderzoeken, voorstellen voor campagnes, acties of bijeenkomsten. Maar ook afgewezen subsidieverzoeken, regelmatige briefwisselingen en belangrijke faxberichten. Het onderzoekbureau Jansen & Janssen volgde de infiltrant voor onbepaalde tijd, bracht z'n werkterrein in kaart, onderzocht het bureau ABC en schetst de mogelijke effecten van deze wel zťťr opzienbarende undercover-operatie.† †

1.

HET NETWERK VAN DE INFILTRANT

Paul Oosterbeek is zijn infiltratie in 1986 gestart bij Osaci. Met Osaci als basis is een enorm netwerk te reconstrueren. Paul ontdekte al snel hoe makkelijk het is om jezelf te introduceren bij linkse organisaties. Wie bij de ene club werkt en daar kennelijk vertrouwd wordt, komt zonder veel moeite binnen bij de volgende. Paul infiltreert op verschillende manieren.úĚ Bij sommige organisaties werkt hij als vrijwilliger. Bij een groot aantal andere organisaties, actiegroepen en individuen duikt hij onregelmatig op. Een derde en meer recente methode is het ophalen van oud papier bij tientallen organisaties. Een overzicht.†

Voor zover bekend dook de nu 33-jarige Paul Oosterbeek, die zichzelf steevast uitgaf voor Marcel Paul Knotter, voor het eerst op in 1985 bij een bijeenkomst ter ondersteuning van de Tupamaros-beweging in Uruguay. Paul stak hier een vaag verhaal af over het vechten tegen onderdrukking in de Derde Wereld. Hij viel die avond erg op, men vertrouwde hem niet. Ook in de jaren daarna liet hij af en toe zijn gezicht zien als er een avond over dit onderwerp werd georganiseerd. †

Paul Oosterbeek is zijn infiltratie in 1986 gestart bij Osaci - een overkoepelende kerkelijke organisatie die onderzoek doet naar investeringen in de Derde Wereld. Osaci was toentertijd gevestigd in Amsterdam en is later verhuisd naar Utrecht. Infiltratie bij Osaci was voor Paul om verschillende redenen een goed beginpunt. Allereerst kon hij op deze manier informatie verzamelen over de activiteiten van Osaci zelf waar juist op dat moment gestart werd met onderzoek naar Nederlandse investeringen in Zuid-Afrika, in het bijzonder door Van Leer, producent van olievaten. Ten tweede kon hij zich - door misbruik te maken van het vertrouwen dat in hem werd gesteld - overal presenteren als 'documentalist bij Osaci'. De organisatie wordt na verloop van tijd bovendien zijn enige post- en contactadres.†

Gemiddeld werkt hij ťťn keer per week een halve dag bij Osaci. Hij heeft onder andere het archiefsysteem opgezet en verricht veel werk voor de documentatie. Zijn specialisaties zijn Zuid™Afrika, wapenhandel en Nederlands Ė Zuid-Afrikaanse vriendschapsclubs. Sinds 1989 is Paul voor Osaci bezig met een brochure over pro-apartheidsorganisaties in Nederland. Die brochure verschijnt uiteindelijk in 1993, als mosterd na de maaltijd: de situatie in Zuid-Afrika had zich toen al ingrijpend gewijzigd. Het schrijven van de brochure was slechts een middel - een onderdeel van Paul's zorgvuldig opgebouwde achtergrondverhaal. †

Het laatste half jaar verschijnt hij onregelmatig bij Osaci, maar hij haalt de dagen wel in. In de loop der jaren heeft Paul hier bijna de status van een vaste medewerker gekregen. De laatste paar maanden had hij een sleutel van het kantoor. Nadat in die periode is ingebroken wilde hij direct z'n sleutel inleveren omdat hij naar eigen zeggen niet als verdachte in aanmerking wilde komen. De overige medewerkers vonden dit een vreemde reactie. †

Hij maakte trouwens (voor zover bekend) weinig gebruik van de sleutel. Alleen in het begin ging hij wel eens 's avonds werken op kantoor, later nooit meer. Hij is bij Osaci in Utrecht ťťn keer tijdens een weekeinde door een medewerker aangetroffen op zolder. Naar eigen zeggen was in slaap gevallen. De medewerkers van Osaci vonden dat er altijd een waas van geheim≠zinnigheid rond Paul hing. Ze concludeerden daaruit dat hij meer in de radicale hoek zat. Zijn contacten met het Fascisme Onder≠zoeks Kollektief (FOK) en het Antimilitaristisch Onderzoekskollektief (Amok) versterkten dat beeld. †

Code

Met Osaci als basis is een enorm netwerk te reconstrueren. Paul ontdekte hoe makkelijk het is om jezelf te introduceren bij linkse organisaties. Dat het noemen van de naam van een wederzijds bekend iemand in bepaalde kringen dť code is om ergens binnen te komen, heeft hij maximaal uitgebuit. Wie bij de ene club werkt en daar kennelijk wordt vertrouwd, komt zonder moeite binnen bij de volgende. Paul infiltreert op verschillende manieren. Bij enkele organisaties meldt hij zich aan als vrijwilliger: Osaci, Schone Kleren Overleg en Shipping Research Bureau. Hij werkt bij hen als documentalist, hij onderhoudt het archief en wijdt zich aan de computers. †

Bij een groot aantal andere organisaties, actiegroepen en individuen duikt Paul onregelmatig op. Meestal op zoek naar informatie over multinationals, rechtse groepen of wapenhandel. De onderwerpkeuze sluit aan bij zaken waar de desbetreffende club zich mee bezighoudt. In ruil belooft Paul allerlei 'intern' of 'geheim' materiaal. Hij roemde zijn contacten met de Franse vakbond CGT of met ondernemingsraden van grote bedrijven. Van die beloftes komt meestal niets terecht of het materiaal valt erg tegen. †

Een derde en meer recente methode is het ophalen van oud papier bij tientallen organisaties. Met een stenciltje over een nieuwe trampoline voor de gymzaal of een verhaal over de ANC-school in Mozambique kost het hem weinig moeite zijn nieuw verworven contacten over te halen hun oud papier aan hem mee te geven. Ook hier gebruikte Paul zijn netwerk opbouw; via het Schone Kleren Overleg en Osaci regelde hij bij Somo, XminY en een verzamelgebouw aan de Amsterdamse Minnahassastraat dat hij het oud papier mee kreeg. Eenmaal toegang tot een organisatie of pand regelde hij met de medegebruikers ook een ophaalschema. †

Als knapste staaltje van zijn werk moet de infiltratie van het Shipping Research Buro genoemd worden. Niemand, geen journalist of actievoerder wist de precieze locatie van dit kantoor. Het bureau onderzocht structureel het transport van illegale olietransporten naar Zuid-Afrika. Dit onderzoek werd met de grootste geheimhouding uitgevoerd. †

December 1988 ontstond het eerste contact met Paul en het Shipping Research Bureau. Wegens zwangerschapsverlof van een van de medewerksters was er behoefte aan een nieuwe tijdelijke kracht. Een bestuurslid suggereert Paul, op voorspraak van een medewerker van Osaci. Osaci was toen al naar Utrecht verhuisd. Vanaf januari 1989 heeft hij bij Shipping Research gedurende 5 ŗ 6 maanden eenvoudige klussen verricht.†

Vanaf het begin werd hij door de vaste medewerkers niet erg vertrouwd, voornamelijk vanwege vaagheid over achtergrond, werkzaamheden en verblijfplaats. Als hij naar het toilet ging grapten de medewerkers dat hij daar bandjes zat in te spreken. Hij is daarom nooit alleen in het kantoor gelaten en werd niet toegelaten bij hun vergaderingen. Ondanks het feit dat hij altijd in prullenbakken liep te neuzen mocht hij een half jaar blijven. Hij gaf een adres in de Bijlmer op. Hij zei daar op kamers te wonen bij huisbaas Koos Olivier, "een knorrige oude baas die het niet op prijs stelt als er voor Paul gebeld wordt". †

In september 1989, nadat Paul alweer vertrokken was, heeft hij dit adres laten veranderen in het adres van Osaci als postadres voor toezending van de nieuwsbrief 'Shipping Research Bureau Newsletter'. In de tijd dat hij bij Shipping Research Bureau werkte zei hij onder andere onderzoek te doen naar rechtse organisaties en goede contacten te onderhouden met de Franse vakbond CGT. Van dit kanaal is nog gebruik gemaakt in een poging de Franse vakbond te stimuleren informatie te leveren over olie-leveranties door Total vanuit Frankrijk aan Zuid-Afrika. Verder zei Paul geregeld naar BelgiŽ en Frankrijk te reizen met vrachtwagens. Hij werd voor zijn activiteiten beloond met strippenkaarten. Sindsdien is er alleen contact geweest via het ophalen van oud papier. Ook het papier van de buren van het Shipping Research Bureau - Awepaa - gevestigd op hetzelfde adres wordt opgehaald. Het Shipping Research Bureau is inmiddels opgeheven. †

Archipel

Het Schone Kleren Overleg houdt zich bezig met een campagne tegen de uitbuiting van arbeiders en arbeidsters in de textielindustrie. Paul is tijdens een seminar in Dordrecht - georganiseerd naar aanleiding van het verschijnen van een boek over de confectie, samengesteld door SOMO - voor het eerst opgedoken. Hij was erg geÔnteresseerd. In het najaar van 1990 werd door het Schone Kleren Overleg een informatiekrant uitgegeven waarin een oproep werd geplaatst voor vrijwilligers. †

Paul reageerde meteen maar een medewerker die hem niet vertrouwde hield het contact af. Via anderen kwam hij toch op het kantoor terecht en al snel werkte hij er ťťn dag per week, ook alleen. Hij heeft er computerprogramma's geÔnstalleerd en deed algemeen (archief) werk voor het Schone Kleren Overleg. Hij hield zich op de achtergrond, wilde niet bij vergaderingen zijn en opende niet eens de nieuwe post. Hij vertelde in het bezit te zijn van een groot archief over de Brenninkmeijers, maar heeft nooit iets laten zien. †

In de tijd dat Paul er werkte bestond het Schone Kleren Overleg uit de organisaties Konsumenten Kontakt, Landelijke India Werkgroep, NOVIB, Filippijnengroep en het Bangladesh Solidarity Centre. Later is de FNV erbij gekomen. De campagne was sterk op C&A gericht. Af en toe bleek het bedrijf snel te kunnen reageren op acties dia vanuit het Schone Kleren Overleg werden georganiseerd. Tijdens een van de acties was het de bedoeling dat mensen aan de kassa in C&A filialen gingen vragen waar de kleren geproduceerd werden. C&A had onmiddellijk kaartjes klaar liggen waarop de vragen konden worden ingevuld. †

Het kantoor van het Schone Kleren Overleg is gevestigd in het gebouw Archipel aan de Minahassastraat in Amsterdam. Archipel is een verzamelgebouw voor kritische groepen, zoals het Nicaragua Komitee, A SEED, BanglaDesh Solidarity Centre, Komitee IndonesiŽ, Offensief, tijdschrift Casablanca en Stichting Verbiedt de Kruisraketten. †

Sinds 1990 wordt ook dŠŠr door Paul het oud papier opgehaald. Hij deed dit ten bate van de Oecomenische Scholengemeenschap Augustinus College in Amsterdam-Zuid. Hij toonde hiervoor ook een papiertje van het Augustinus College met informatie over de 'papier ophaaldagen' voor een of ander goed doel. Paul kwam op eigen initiatief langs en erg onregelmatig. Regelmatig bleek dat Paul het oud papier selecteerde. Dozen met oude brochures liet hij vaak staan, alleen dozen met divers papier (kopieŽn, brieven, ect.) nam hij mee. Uiteraard waren niet alle groepen voor Paul interessant. Het meeste oud papier belandde echter op een grote stapel.†

Informatielek

Tot voor kort huurde de organisatie Wemos ook een kantoor in het Archipel-verzamelgebouw. Deze Werkgroep Medische Ontwikkelingssamenwerking houdt zich bezig met de wereldvoedsel≠problematiek. Wemos is onder andere betrokken bij de boycotcampagne tegen producenten van babyvoeding en medicijnen die agressief adverteren in de Derde Wereld. Vooral Nestlť is doelwit van de campagne. †

Het laatste jaar had Wemos tot twee keer toe te maken met een serieus informatielek. De eerste keer bleek een subsidievoorstel aan de Europese Commissie DG8 (ontwikkelingssamenwerking) - dat door hen samen met een Engelse en Duitse zusterorganisatie was opgesteld - anderhalve maand nadat het verstuurd was in handen gekomen te zijn van de industrie. Het tweede geval betrof een door Wemos verzonden brief naar veertien zusterorganisaties, met de vraag naar recente overtredingen van een WHO-code. Deze brief bleek later in handen te zijn gekomen van de koepel van babyvoedingsindustrie in Parijs. De brief werd als troef uitgespeeld om de geloofwaardigheid van de aangeschreven groepen in twijfel te trekken. †

Jaap Kemkes van Wemos: "Bij een gesprek met de babyvoedingsindustrie probeerden wij duidelijk te maken dat het niet onze bedoeling was een bepaald bedrijf aan de schandpaal te nagelen. De vertegenwoordigers van de industrie legden toen als troef het concept van dat subsidieverzoek op tafel. Daaruit moest blijken dat wij ons wel degelijk bezighielden met 'company campaining'." †

Het concept van de aanvraag werd voorjaar 1993 opgesteld door een Engelse zusterorganisatie en voor commentaar naar Wemos en Duitse collega's gestuurd. Meer exemplaren waren er niet in omloop en geen van de betrokkenen had belang bij een lek. Toch was het concept al na anderhalve maand in het bezit van de industrie. "We hebben lang gezocht naar de oorzaak van dit informatielek. Zelfs de mogelijkheid dat de fax werd afgetapt werd niet uitgesloten. Een sluitende verklaring kwam er echter niet. Sindsdien houden we er rekening mee dat alles wat de deur uitgaat in principe overal terecht kan komen". †

Waar Wemos niet aan dacht was het oud papier. Iedere binnengekomen fax wordt gekopieerd op 'normaal' papier. Het origineel komt bij het oud papier terecht, hetgeen bij Wemos wordt opgehaald door Paul Oosterbeek. †

Oud papier

Awepaa (Association West European Parliamentarians for Action against Apartheid) is de Nederlandse 'parlementariŽrs tegen apartheid-club', met als meest prominente vertegenwoordiger Jan Nico Scholten. Ongeveer twee jaar geleden bleek er vertrouwelijke correspondentie van J.N. Scholten in De Telegraaf te zijn gepubliceerd. De medewerkers van Awepaa dachten dat er iemand stiekem materiaal kopieerde. Aan het oud papier, dat Paul op hun kantoor inzamelde, werd niet gedacht. Paul kwam bij Awepaa terecht, omdat hun kantoor grensde aan dat van het Shipping Research Buro. †

Recentelijk, 22 april jl., bleek er opnieuw correspondentie te zijn uitgelekt. Ditmaal tussen Scholten en de directeur van het Europese directoraat voor ontwikkelingssamenwerking Livi. In de hoop meer materiaal te vinden voor een 'haatcampagne' tegen Awepaa reisde Telegraaf-journalist Joost de Haas naar Zuid-Afrika voor onderzoek in het ANC-archief. De Telegraaf beschuldigde de Awepaa-delegatie, op bezoek in Zuid-Afrika, van het verkwisten van gemeenschapsgeld. Op last van de rechter moest De Telegraaf een rectificatie plaatsen. †

Het Awepaa-gebouw heeft sinds dit laatste incident uit voorzorg maar een papierversnipperaar aangeschaft en een nieuw slot op de voordeur laten zetten. Paul heeft zijn contact met Awepaa rustig afgebouwd. Om alle verdenkingen uit te sluiten heeft hij er nog twee keer zakken met papiersnippers opgehaald. Paul heeft bij ook bij Kairos enkele jaren lang oud papier opgehaald. Hij werd erg gewantrouwd en kwam vaak met het "meest wonderlijke materiaal aanzetten". De medewerkers vonden hem een vreemd figuur, ze vermoedden "een psychiatrisch- of inlichtingendienst verleden". †

Sinds een jaar haalt hij oud papier op bij Pax Christi in Utrecht. Soms drie weken niet, dan weer elke week. Paul is geÔntroduceerd via iemand die zowel in het bestuur van Osaci als Pax Christi zit. Pax Christi is naast het IKV ťťn van de grotere organisaties binnen de vredesbeweging. Ze richtte zich vroeger vooral tegen de stationering van kernwapens in Nederland. Momenteel richt ze zich voornamelijk op ex-JoegoslaviŽ. Pax Christi maakt deel uit van zeer veel samenwerkingsverbanden en in die zin komt er wel veel materiaal over andere organisaties - vooral in de Derde Wereld - bij Pax Christi binnen. †

Via Osaci kwam Paul regelmatig op de documentatie-afdeling langs van SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) voor allerlei onderzoeken die hij deed. Meestal gericht op belangen in Zuid-Afrika, de laatste jaren meer voor de textielbranche. Sinds eind 1989 haalt hij ook daar het oud papier op. †

Verder haalt hij oud papier op bij het Transnational Instituut (TNI), South African exchange research team (SAERT, sinds kort opgeheven) en Transnational Info Exchange (TIE). Deze organisaties zitten samen in een gebouw in Amsterdam, waar ook het SOMO was gevestigd voordat deze organisatie introk bij XminY op de Keizersgracht. TIE probeert contacten te leggen tussen vakbonden uit verschillende landen die bij hetzelfde bedrijf zijn aangesloten. Sinds 1991 haalt Paul oud papier op bij XminY. Interne notulen van XminY werden door Joost de Haas gepubliceerd in het artikel 'De tentakels van RaRa' in De Telegraaf van 24 juli 1993. †

Greenpeace

Hermes Consultancy was een bedrijfje dat onderzoek deed naar de grondstoffenhandel. Ze deed o.a. onderzoek voor SOMO naar Zuid-Afrikaanse kolen, voor Greenpeace naar uraniumwinning in Afrika, voor Osaci naar Franse mijnbouw in Niger en voor Novib naar wapenhandel met Mozambique en EthiopiŽ. In april/mei 1991 levert Paul hen wat informatie over Franse bedrijven in Niger. Paul zegt dat hij contacten heeft met een Franse vakbond.†

In opdracht van Hermes doet Paul onderzoek bij het ministerie van Economische Zaken. Overigens niet tot tevredenheid van Hermes, en het werkverband eindigt hiermee. Hij kreeg voor zijn verrichte arbeid wel betaald door Hermes. Via een ingewikkelde truc bereikte hij dat het geld niet op z'n eigen rekening werd gestort. Ook hier lukte het om z'n cover vol te houden. †

Volgens Paul woonde hij in Vinkeveen samen met een zekere Koos. Vroeger woonden ze samen in de Bijlmer, maar daar moesten ze weg wegens schulden van Koos. Koos is werkeloos en doet er iets bij in de catering. Hermes heeft in 1991 het telefoonnummer dat Paul hen had gegeven een paar keer gebruikt. Koos nam altijd de telefoon op en Paul belde dan later terug. Paul deed altijd wat vaag over zijn huisvesting. Hij was actief bij de wereldwinkel Abcoude en zou misschien in een nieuw pand van de wereldwinkel gaan inwonen. Dit blijkt niet waar. De wereldwinkel Abcoude heeft pas sinds anderhalf jaar een pand, daarvoor stonden ze op de markt. Ze kennen er geen Marcel-Paul. †

Met Hermes als referentie zocht Paul ongeveer een half jaar geleden contact met Greenpeace. Hij drong erg aan op een afspraak, maar Greenpeace hield het contact af. Paul bleef aandringen. Hij vertelde dat hij een grote opdracht met vertaalwerk voor de Franse vakbond had gedaan. Hierdoor ging het nu financieel beter met hem. Ook recentelijk heeft hij nog een paar pogingen ondernomen om bij Greenpeace binnen te komen. Greenpeace is niet zo lang geleden een campagne begonnen tegen chloorbedrijven. †

Via het Schone Kleren Overleg heeft Paul eind 1990\begin 1991 gevraagd of hij bij de Filippijnengroep Nederland in Utrecht het oud papier op kon halen. Tot eind 1992 was het Europese secretariaat van de Filippijnse oppositiepartij het National Democratic Front (NDF) op hetzelfde adres gevestigd. De Filippijnengroep Nederland en de in de Filippijnen verboden oppositiebeweging NDF worden met naam en toenaam genoemd in het BVD jaarverslag van 1991. De BVD heeft geprobeerd informanten te werven binnen de Filippijnse oppositie. †

In het pand zitten nog twee andere Filippijnengroepen, beide met vergelijkbare informatie. Ze houden zich niet met bedrijven bezig. Er is wel veel contact met de Filippijnse oppositie Mogelijk zijn er via Paul documenten uitgelekt. Een artikel in De Telegraaf, gebaseerd op "documenten in het bezit van deze krant" maakt de Filippijnse oppositie uit voor "extremisten" die zich in dienst stellen van een "anti-Libisch complot". Informatie over een LibiŽ overleg is mogelijk gelekt via deze weg. †

Radicale groepen

Bij de volgende organisaties heeft Paul nooit gevraagd om oud papier. Hij voelde wel aan dat bij deze clubs - voortgekomen uit de kraak- en actiebeweging - zoiets niet op z'n plaats was. Met alweer Osaci als referentiekader had hij vanaf eind 1988 contact met het Fascisme Onderzoeks Kollektief. Sinds die tijd kwam hij 2 ŗ 3 keer per jaar langs voor materiaal voor zijn brochure over Nederlands - Zuidafrikaanse vriendschapsclubs. Tegen het FOK vertelde hij af en toe in de haven van Antwerpen te werken, tanks schoonmaken, dat verdiende goed. †

Bij het documentatiecentrum De Stelling in Den Bosch is Paul ook regelmatig langs geweest. Zijn interesse ging hoofdzakelijk uit naar bedrijven met investeringen in Zuid-Afrika. Ook hier hetzelfde verhaal: hij beloofde veel, maar kwam bijna nooit met iets concreets. Paul propageerde de 'vuilniszakken methode', op die manier zou hij bepaalde lijsten van de Rotary hebben gevonden. †

In diezelfde periode, rond 1989, heeft Paul contact met het Antimilitaristisch Onderzoeks Kollektief in Utrecht. Hij heeft waarschijnlijk voor een deel meegewerkt aan een onderzoek naar de levering van computers aan Zuid-Afrika. Daarnaast kwam hij af en toe met kleine vragen, maar wel altijd in verband staand met Zuid-Afrika. Ook hier suggereerde hij goede contacten te hebben met de Franse vakbond CGT. Een heel enkele keer nam hij informatie mee over de Franse wapenindustrie. Toen Amok zelf contact met CGT op wilde nemen hield Paul de boot af. Z'n contacten bleken volgens z'n zeggen buiten de top om te liggen en waren niet 'officieel'. †

In 1989 komt Paul op het archievenoverleg, een informele bijeenkomst van Jansen & Janssen, Amok, FOK, etc. Paul valt op omdat hij totaal geen achtergrond heeft. Paul wist van de - toen zeer recente - oprichting van Control Risk Benelux, die analyses maakt van de actiebereidheid hier in het kader van Zuid-Afrika. Hij zou 'binnenkort' meer informatie krijgen. Paul sprak zijn grootste wens uit: een informant worden binnen Control Risk (!).†

Paul wilde via het archievenoverleg ook in contact komen met mensen die 'meer wisten' van de buit van de inbraak in 1987 bij de Amsterdamse vestiging van het Zuidafrikaanse conglomeraat de Anglo-American. Actievoerders maakten toen belastende documenten buit over witwasroutes. Paul dook na de Shell-blokkade in 1989 in Amsterdam op in een onderzoeksgroepje naar Nederlandse investeringen in Zuid-Afrika. Hij had allerlei informatie waar hij heel geheimzinnig over deed: over een Nederlandse Bank, over de Statenbank die undercover dingen deed met Zuid-Afrikaans geld in Nederland. Later kwamen de andere leden van de groep erachter dat Paul alle informatie gewoon van de Anti-Apartheids Beweging Nederland (AABN) had.††† †

2.

PROFIELSCHETS PAUL PIETER OOSTERBEEK

Groot, fors, sportief. Bruin haar, beetje krullen. Mensen die hem vaker gezien hebben noemen hem wat betreft uiterlijk de zoon van Nordholt. Enigszins streng gezicht. Kleedt zich netjes en onopvallend, broek en trui, overhemd eronder; sportief jack (stillenjack). Doet geen moeite zich te kleden zoals de mensen bij de organisaties waar hij infiltreert. Valt op doordat hij 'netjes' praat. Voor de meeste organisaties was dit niet voldoende om er echt iets aan te doen. Gelijk een tevreden mol kon Paul Pieter Oosterbeek ruim zeven jaar snuffelen en wroeten in de vertrouwelijke papieren van de solidariteitsbeweging.†

Bijna iedereen die Marcel, zoals hij zichzelf noemde, is tegengekomen, had een raar gevoel bij hem. Van er klopt-iets-niet tot regelrecht verdacht. Dit onbehaaglijke gevoel had een aantal oorzaken: verdacht uiterlijk, geen verifieerbare achtergrond, geen adres en onbereikbaar, geen sociaal gedrag, geen verjaardagen, nooit op de foto, geen social talk, neuzen in prullenbakken, geheimzinnig doen, altijd interne stukken of geheime informatie beloven en daar niet mee komen, onberekenbaarheid, afspraken niet nakomen, niet op komen dagen, vlak van tevoren afbellen, namen van derden gebruiken als referentie bij nieuw contact - die kennen mij - ook als hij daar niet vertrouwd werd. Of op combinaties daarvan. †

Voor de meeste organisaties was dit niet voldoende om er echt iets aan te doen. In de loop der jaren is hij wel een aantal keren aangesproken waarom hij geen adres of achtergrond had, maar het lukt hem altijd om zich daar uit te praten. Hij logeert tijdelijk, is net aan het verhuizen, woont op kamers waar hij niet gebeld kan worden, etc. Soms geeft hij op bang te zijn voor represailles vanwege zijn 'activiteiten' met multinationals. Zijn houding was ongrijpbaar, hij kwam niet opdagen op afspraken en vertoonde nimmer het gedrag dat van een 'typische' infiltrant wordt verwacht. †

Hij hoefde niet zo nodig door te dringen tot de 'harde kern' of tot de 'echte geheimen'. Organisaties waar hij werkte lieten hun wantrouwen varen als bleek dat hij niet naar vergaderingen kwam, niet eens de notulen hoefde te hebben en zelfs de nieuw binnengekomen post liet liggen. Wanneer het vuur hem wel te na aan de schenen werd gelegd, verdween hij een tijdje uit beeld. Deze low profile-aanpak garandeerde een voortdurende toegang tot allerlei clubs. †

Organisaties waarbij hij langer gewerkt heeft (Osaci, Shipping Research, Schone Kleren Overleg, SOMO) hebben van tijd tot tijd hun verdenkingen laten varen. Juist op die momenten stelde hij zich erg op de achtergrond op, hij reageerde dan juist helemaal niet en dat pleitte hem weer vrij. Een kerkelijke organisatie als Osaci verklaarde Paul's geheimzinnigheid vanuit zijn contacten met 'radicalere' clubs zoals AMOK en het FOK. En zo is de cirkel rond. †

Valse naam

Het belangrijkste onderdeel van zijn cover is zijn valse naam - Marcel Paul Knotter. Bijkomstigheid van het gebruik van een valse naam is dat Paul nooit openlijk zijn girorekening of officiŽle papieren gebruikte bij de organisaties waar hij infiltreerde. Hij vroeg daarom geen geld en als betalingen onvermijdelijk waren gebruikte hij de giro van andere organisaties om het geld op te laten storten. †

Het is hem gelukt om zeven-en-een-half jaar lang nooit iemand zijn adres te geven. Wie contact met Paul wilde opnemen kon dat doen via postbus 88 in Abcoude (die op naam staat van Koos Olivier). Aan sommige mensen gaf hij een telefoonnummer wat gebeld kon worden om een boodschap voor hem achter te laten. Dat nummer was het privť-nummer van diezelfde Koos Olivier. In de begintijd was dat ergens in de Bijlmer, later een nummer in Vinkeveen waar Olivier toen woonde. Een enkele keer gaf hij ook het bijbehorende adres van Olivier. De laatste paar jaar is hij alleen te bereiken op Osaci, waar hij een halve dag per week werkt. Dat is ook zijn postadres. †

De redenen waarom hij zijn adres niet gaf waren vaag: op kamers bij knorrige huisbaas (= Koos Olivier) die niet wil dat hij gebeld wordt, slechts tijdelijk logerend, aan het verhuizen en dus niet te bereiken, erg op zoek naar nieuwe woonruimte, woont bij een/zijn vriendin. Bij doorvragen komt het verhaal dat hij bang is voor represailles, vanwege een familiegeschiedenis dan wel vanwege zijn activiteiten met multinationals. Ook noemde hij als reden de computer met een gigantisch personenbestand bij hem thuis, die afgeschermd moest worden.†

Wie ťcht wilde weten waar Marcel Pauls motivatie voor het onderzoekswerk vandaan kwam, kreeg een emotioneel verhaal opgediend. Zijn diepgewortelde afkeer van rijke families en multinationals heeft te maken met zijn jeugd. Zijn familie is ooit iets aangedaan door een Frans bedrijf, waardoor zij hebben moeten verhuizen. Welk bedrijf dit grote onrecht had veroorzaakt werd nooit duidelijk, hij gaf de indruk dat het in Frankrijk was gebeurd. Het gesprek werd vervolgens vakkundig op het bedrijf of de familie gebracht die de interesse had van degene met wie hij op dat moment zat te praten. Iedereen die dit verhaal gehoord heeft, brengt het achteraf in verband met een andere multinational. †

Uiteindelijk bleek dit verhaal een kern van waarheid te bevatten. Zoals Marcel Paul een variatie is op zijn echte naam, is ook de familiegeschiedenis niet helemaal gelogen. Paul liegt nooit 100 procent. Dat maakt een jarenlang dubbelleven wat overzichtelijker. Als kind woonde Paul met zijn ouders pal naast een fabriek die enorm veel geluidsoverlast veroorzaakte. Een jarenlange strijd werd vijftien jaar geleden door de fabriek afgekocht met een huisje buiten de stad. De ouders en hun twee zonen hebben voor een symbolisch bedrag voor de rest van hun leven gebruiksrecht van dit huis. Het bedrijf in kwestie is een Frans bedrijf, de geschiedenis speelt zich echter af in Nederland. Paul woont op dit moment bij zijn ouders, nog steeds in hetzelfde huis. †

Bij het ophalen van oud papier bij linkse organisaties is Paul altijd samen met Koos Olivier. Olivier zit achter het stuur van een Subaru met een heel kleine laadbak. Dat heeft verschillende voordelen. Paul is nooit alleen, er staat altijd iemand buiten op hem te wachten. De geringe ruimte in de auto is een goed excuus om een selectie te maken en onverkochte brochures en oude kranten te laten staan. Paul geeft bijna iedereen het idee dat hij geen rijbewijs heeft. Toch blijkt hij wel te kunnen rijden, hij heeft zelfs een auto, een blauwe Mitsubitsi Colt. Het papier werd opgehaald in opdracht van het bedrijfje Algemene Beveiligings Consultants in Vinkeveen.† †††

3.

ALGEMENE BEVEILIGINGS CONSULTANTS BV

Het kantoor van Algemene Beveiligings Consultants bv (ABC) is gevestigd in Vinkeveen aan de Groenlandsekade 25, gelegen tussen de snelweg Amsterdam - Utrecht en de Vinkeveense plassen. Een hoge muur en een metalen gesloten poort ontnemen het zicht op het bedrijf. Hier is onverwacht bezoek niet welkom. Naast de poort is een videocamera in de muur aangebracht en ook op het terrein staat een camera.†

ABC houdt hier niet alleen kantoor, het is tevens het privť-adres van ABC directeur Peter Siebelt. Behalve Siebelt en Paul Oosterbeek werken er nog twee jonge mensen. De infiltrant Paul Oosterbeek heeft zich altijd van de schuilnaam Marcel Paul Knotter bedient. Als laatste verleent een wat oudere man zijn diensten aan het bedrijf. Hij rijdt Paul rond bij het ophalen van het oud papier en doet af en toe andere klusjes voor ABC. Algemene Beveiligings Consultants (tel. 02949 - 1726) loopt niet met haar activiteiten te koop. Het bedrijf adverteert nauwelijks en reageert afwerend op vragen van de pers. †

Zelfs een branche-tijdschrift als het blad Preventie krijgt in een artikel over beveiligings-adviesbureau's weinig van Siebelt los (Preventie, december 1991). Het bedrijf heeft vier medewerkers en doet geen mededelingen over haar omzet of het aantal opdrachten per jaar. Over de activiteiten van ABC is Siebelt in het blad Preventie heel vaag. "We brengen adviezen uit die de totale beveiligingsproblematiek betreffen", aldus Siebelt. †

Volgens de statuten van ABC is het doel van het bedrijf: "Recherchewerkzaamheden op strafrechtelijk en privaatrechtelijk gebied voor bedrijfsleven en overheden." Andere doelstellingen zijn: "VIP protectie en advies en onderzoek en advies met betrekking tot de algemene beveiligingsproblematiek." Als enige van alle in het artikel genoemde adviesbureau's wil ABC geen referenties geven. "We praten niet over onze klanten", zegt Siebelt. Wťl laat Siebelt weten "niet voor iedereen te werken" en "een potentiŽle klant moet passen binnen de bestaande groep klanten". †

De klantenkring van ABC bestaat voornamelijk uit multinationals. Deze bedrijven ondervinden de meeste weerstand van kritische groepen. ABC adviseert bedrijven hoe om te gaan met stakingen en infiltreert in de Derde Wereld beweging. De informatie die zo word verzameld maakt het multinationals mogelijk zich voor te bereiden op boycot-campagnes. "Je hebt natuurlijk organisaties die door beleggingen in en contacten met bepaalde landen in de belangstelling staan van terroristische groepen. Het kan ook zijn dat een bedrijf ten onrechte denkt geen risico te lopen, maar intussen staan ze er niet bij stil dat ze geld hebben geÔnvesteerd in een omstreden project in Zuid-Afrika of IsraŽl, om maar iets te noemen. Dan staan ze opeens wel op een lijst. Ik denk dat bedrijven zich daarvan steeds meer bewust moeten zijn en in het uiterste geval zal zo'n investering ongedaan moeten worden gemaakt. Ze buigen dan wel voor de druk van bepaalde groepen, maar het is wel beter dan een aanslag." (Parool, 10 mei 1986). †

Dat ABC niet voor iedereen werkt lijkt vooral te maken te hebben met de door ABC aangeboden diensten - brieven, notulen, faxen en andere documenten van kritische groeperingen. Dit is materiaal voor een selecte groep klanten die prijs stellen op discretie en een constante stroom informatie. ABC levert niet alleen advies maar vooral harde informatie over plannen en campagnes van kritische Derde Wereld groepen. †

Af en toe laat Siebelt zich tijdens een interview als een adviseur profileren, voor de oplettende lezer lijkt hij echter vooral over zijn eigenlijke activiteiten uit te wijden. Zo waarschuwt Siebelt tegen bedrijfsspionage - "mensen, soms zelfs de directeur, die 's avonds in de containerbak van de concurrent kruipen om gegevens te pakken te krijgen." (Parool, idem). Op de achtergrond speelt bij de activiteiten van ABC ook nog een vermoeden van een politieke motivatie: "De anti-kernwapenbeweging brainwasht de jeugd onbewust" (HP magazine 20 oktober 1984). De Telegraaf lijkt wat dat aangaat ook meer dan een gewone klant. Het materiaal dat ABC aan De Telegraaf levert is bij uitstek bedoeld voor een 'haat-campagne', onder andere tegen de persoon van Jan Nico Scholten en organisaties als XminY. †

Peter Siebelt

De directeur van Algemene Beveiligings Consultants bv, Peter Siebelt, heeft zonder meer een kleurrijk verleden. Deze in 1946 geboren Kerkradenaar was voorbestemd voor de Limburgse kolenmijnen. Na een korte opzichtersopleiding in zestig centimeter nauwe gangen hield hij het echter voor gezien. Hij werd bulldozerbestuurder in Aken en DŁsseldorf. In Amsterdam begon hij als bewaker van de nieuwe Schipholtunnel. Een reputatie als bokser had hij al gevestigd - "Ik was een wilde jongen toen" (HP magazine, 20-10-84). †

Als bewaker en uitsmijter van een IsraŽlisch restaurant zette hij de volgende stap in het beveiligingswerk. Daar maakte hij voor het eerst kennis met bombrieven. Later begon hij voor zichzelf een restaurant, maar ook dat liet hij weer vallen toen zijn verhuurder werd doodgeschoten. Hierna probeerde hij het een poosje als croupier in Duitsland, maar daar begon hij te 'walgen van mensen'.†

Op de bouwterreinen van de nieuwe Bijlmermeer vond Siebelt een baan als bewaker. In ruil voor het bewaken van een bouwterrein mocht hij een woonwagen betrekken en al gauw kwam hij bij de betreffende aannemer in loondienst. In de Bijlmermeer stond Siebelt bekend als 'Inspector McCloud' en ook wel als 'Cowboy', omdat hij tijdens de autoloze zondagen te paard achter de vandalisten aanging. Geen sloot of bouwput was hem teveel, zijn viervoeter sprong er gemakkelijk overheen. †

Volgens Siebelt zat de beveiligingsbranche toen anders in elkaar dan nu. Tegenover bendes, inbrekers en vandalen stond hij, met uitzondering van zijn hond, alleen op de wereld. Gemiddeld had hij elk jaar tweehonderd heterdaadjes. Siebelt's wereldbeeld en benadering van het beveiligingsvak kreeg vorm in de Bijlmer. "Je krijgt een dierlijk instinct. Je wordt een soort vechtmachine, want je reageert automatisch. Er was geen alarmcentrale, de communicatie was miserabel, dus bleef je iedere dag trainen. Zodra die mensen hun hand in de zak staken, lagen ze al op de grond. Zo heb ik het er levend van af gebracht". †

Voor anderen gold dat helaas niet. Siebelt's dierlijk instinct bracht hem bijna in de cel. Op weg naar een friettenthouder annex bendeleider die hij wilde waarschuwen tegen herhaald wangedrag op de door Siebelt bewaakte bouwterreinen, stuitte hij op de bende zelf. Het daarop volgende gevecht kostte een bendelid het leven, toen hij ten gevolge van Siebelt's vuistslag met het hoofd op de stoep belandde (HP magazine, idem). †

Hierna besloot Siebelt voor zichzelf te beginnen. In 1976 richtte hij in Amsterdam het bedrijf Siebelt Beveiliging bv op. Het bedrijf heeft een alarmcentrale in een onontgonnen deel van de Bijlmer. De surveillanten rijden met volkswagen en hond naar alarmmeldingen of doen hun controle-rondes in gebouwen die onder hun hoede staan. In 1982 heeft het bedrijf al veertig medewerkers en in 1984 zelfs honderd. Siebelt Beveiliging surveilleert, voorkomt het kraken van huizen, verricht onderzoek en registreert alarmmeldingen. †

Peter Siebelt houdt zich echter ook met heel andere zaken bezig. Bij Ogem adviseerde hij de directie tijdens bedrijfsbezettingen. Volgens eigen zeggen heeft hij veel ervaring met stakingen en biedt hij zich graag aan om de directie te beveiligen. In 1984 waarschuwt hij Boskalis voor een naderend stakingsrisico. Voor dit werk richt Siebelt in 1983 Algemene Beveiligings Consultants bv op. In 1986 verkoopt hij Siebelt Beveiliging aan Randon. Zijn privť financiŽn heeft hij in Siebelt Holding BV ondergebracht, deze BV is ook op de Groenlandsekade 25 ondergebracht. †† ††

4.

BEWEEGREDENEN VOOR DE INFILTRATIE

Een totaalbeeld van de activiteiten van Algemene Beveiligings Consultants uit Vinkeveen is nog niet te geven. Duidelijk is dat het particuliere beveiligingsbedrijf via Paul Oosterbeek een schat aan informatie verzamelt heeft over solidariteitsgroepen, derde wereld- en anti-apartheidsorganisaties en allerlei actiegroepen. Deze informatie wordt geselecteerd, verwerkt en maakt uiteindelijk deel uit van risico-analyses die opgesteld worden voor verschillende bedrijven, multinationals en pers. Ook geheime diensten moeten niet uitgesloten worden. †

Algemene Beveiligings Consultants (ABC) moet tenminste een aantal vaste opdrachtgevers hebben om de hoeveelheid geld bij elkaar te krijgen waarvan zij vier werknemers kan betalen. Of is ABC, gevestigd in het tuinhuis van de eigenaar, niet meer dan een cover van een keurig bedrijf - of dito dienst - voor het opknappen van het vuile werk? Een inschatting van de klantenkring - of opdrachtgevers - van ABC kan vooralsnog alleen gemaakt worden op basis van Paul's netwerk, voor zover dat nu is gereconstrueerd. Als hij ergens infiltreert doet hij dat niet zomaar. Wat hij de moeite van het ophalen waard vindt, daar moet een (potentiŽle) afnemer voor zijn. †

Multinationals als klant ligt het meest voor de hand: (grote) bedrijven die er graag geld voor over hebben om te weten wat hen te wachten staat. Om eventuele problemen met actiegroepen goed in te kunnen schatten of om investeringsplannen van bijvoorbeeld de kerken in de gaten te houden. Of om een strategie te ontwikkelen die de schade - van bijvoorbeeld een boycot of actiecampagne - zo veel mogelijk binnen de perken houdt. De klantenkring is in de loop der jaren zeker veranderd. De verschuiving van Paul's interessegebied, van Zuid-Afrika naar voedselproblematiek en milieu, duidt hierop. Naast de op onderwerp gerichte organisaties, stelt Paul veel belang in plekken waar informatie samenkomt, zoals bijvoorbeeld Pax Christi. †

Contacten met geheime diensten zijn niet uitgesloten. Soms snijdt het mes aan twee kanten. Een aantal organisaties waar hij oud papier ophaalt richt zich namelijk niet direct op bedrijven of bedrijfsonderzoek, maar op solidariteit met bepaalde landen. Een aantal van hen staan sowieso al in de belangstelling van geheime diensten. De Filippijnengroep Nederland en de Filippijnse oppositie partij NDF bijvoorbeeld, worden met naam en toenaam genoemd in het eerste jaarverslag van de BVD.†

Pagan

ABC is opgericht in 1986, de tijd waarin de anti-apartheidsbeweging haar hoogtepunt kende. Een grote beweging met veel acties lopend van boycot-acties ŗ la Boycot Outspan tot RARA-aanslagen en acties tegen Shell. Nederlandse bedrijven met belangen in Zuid Afrika willen weten wat hen te wachten staat. Het aanbieden van interne informatie of risico-analyses op basis daarvan blijkt een gat in de markt. †

In de Verenigde Staten begint voormalig Nestlť-directeur Rafael Pagan een adviesbureau speciaal om bezigheden van actiegroepen in kaart te brengen. In de tien jaar dat hij zich voor Nestlť bezighield met een strategie tegen de boycot-acties bouwde Pagan een uitgebreid bestand op van groepen met invloed op bedrijven. Uit het Neptunus-rapport, een strategieplan tegen de internationale Shell-boycot, blijkt dat Pagan ook in Europa een van zijn mannen als journalist bij de anti-apartheidsbeweging informatie liet inwinnen. Pagan adviseerde Shell vooral in gesprek te blijven met de invloedrijke kerkelijke groeperingen - tevens grote investeerders - om hen argumenten te leveren tegen de boycot. Persoonlijke en spontane contacten met activisten moesten gestimuleerd worden, omdat dat zeer bevorderlijk kan zijn voor meer open en minder vijandige gesprekken. Pagan International staat volgens NRC Handelsblad "bekend als een soort mini-CIA en werkt via een lobby- en informatiesysteem van discrediteren en stigmatiseren van tegenstanders." (24-12-86) †

In toenemende mate vindt halverwege de jaren tachtig een demonopolisering van het politieke inlichtingenwerk plaats. Bedrijfsbeveiliging, het maken van risicoanalyses en VIP™protectie, komen steeds vaker in handen van gespecialiseerde particuliere beveiligingsbedrijven. Vooral internationaal opererende bedrijven hebben meer en meer behoefte aan op maat afgeleverde politieke informatie. †

In dezelfde periode worden in Nederland de mogelijkheden afgetast voor een gemeenschappelijk initiatief van bedrijfsleven en overheid, o.a. naar aanleiding van de Makro branden. In deze 'public-private-partnership' zou informatie over mogelijk criminele en politieke dreigingen samengebracht kunnen worden. De nota Wie keert het geweld in Nederland. Bedrijfsleven, politie en (politiek) geweld van de Stichting Maatschappij en Politie waarschuwt tegen "allerlei bedrijfjes die zich 'specialiseren' in het verzamelen van inlichtingen over personen en groepen ten behoeve van bedrijven." De Stichting Maatschappij en Politie is bang dat "wanneer de overheid onvoldoende inspeelt op de huidige ont≠wikkeling de kans groot (is) dat het bedrijfsleven zich afkeert van de overheid en er een situatie ontstaat waarin ondernemers vaker het heft in eigen hand nemen." †

In 1990 blijkt in het boekje Criminaliteitsbeheersing van dezelfde stichting dat de situatie gewijzigd is. Politiek geweld is niet langer de focus van alle aandacht. Uit gesprekken met een groot aantal bedrijven blijkt echter dat zij, ten aanzien van criminaliteit, behoefte hebben aan informatie over klanten, sollicitanten, criminelen en pressie/actiegroepen. †

Particuliere inlichtingendienst

ABC heeft zich duidelijk gericht op de markt van politieke inlichtingen voor het (internationale) bedrijfsleven. In combinatie met het netwerk van Paul Oosterbeek bevestigt dit het karakter van ABC: politieke inlichtingen voor een selecte groep industriŽlen. In die zin is ABC geen advies- of recherchebureau dat naar aanleiding van een duidelijk omschreven opdracht een onderzoek uitvoert. ABC lijkt veel meer op een particuliere inlichtingendienst die continue informatie verzamelt. Vanuit het 'monitoren' van de hele Derde Wereld beweging heeft ABC een enorme achtergrondkennis opgebouwd. †

In toenemende mate lijkt het internationale bedrijfsleven een beroep te doen op bedrijven voor het vergaren van politieke inlichtingen. Het pas uitgekomen boek Het Politiecomplex van A.B. Hoogenboom geeft duidelijk weer dat het bedrijfsleven vaak een dubbelzinnige houding heeft ten opzichte van de landelijke inlichtingendiensten. De politieke kleur van de bewindslieden kleurt teveel de informatie die van die diensten vandaan komt. Daardoor wordt te weinig aandacht besteed aan gevoeligheid voor dreigingen die politiek gezien geen hoge prioriteit hebben maar commercieel gezien wel. In het boekje Criminaliteitsbeheersing blijkt ook dat de BVD binnen de samenwerking met bedrijven liever informatie verzamelt dan weggeeft. De particuliere inlichtingendiensten springen in dit gat. †

In hoeverre de Nederlandse markt wordt bevolkt door dit soort bedrijfjes is onduidelijk. In Het Politiecomplex worden veel particuliere beveiligers geÔnterviewd en maar twee van hen zeggen zich op de markt van politieke inlichtingen te begeven. Relatief een klein aantal, maar aan de andere kant zijn de activiteiten van sociale bewegingen sinds het begin van de jaren negentig ook flink afgenomen. †

De vraag blijft in hoeverre ABC geheel zelfstandig opereert of fungeert in een groter geheel of zelfs als dekmantel voor bedrijven die hun vingers niet willen branden. Uit Paul's verhalen kwam meer dan eens naar voren dat hij vaak in BelgiŽ en Frankrijk verbleef. Ook wisselde hij af en toe informatie uit die hij in die landen had opgedoken. Mogelijk maakt ABC deel uit van een internationaal netwerk van particuliere beveiligers dat onderling contact onderhoudt en zo nodig gegevens uitwisselt. †

Gezien de activiteiten van ABC is op bedrijfsniveau samenwerking met geheime diensten zeker niet uitgesloten. Op het terrein waarop ABC zich begeeft zijn op wereldschaal veel bedrijven en geheime diensten actief. Of ABC maakt sowieso deel uit van een groter netwerk of er is minimaal sprake van contacten en informele uitwisseling van gegevens. †

Een medewerker van het Trans National Institute wijst op het gevaar dat informatie bij hen vandaan terechtkomt in het buitenland. "Als dat zo is zijn de gevolgen niet te overzien. Organisaties waarmee TNI werkt hebben in eigen land vaak veel last van de geheime dienst. Ze moeten er van uit kunnen gaan dat de samenwerking met ons veilig is." †

Vergunning

Eind 1992 is een nieuwe Wet op de Particuliere Beveiligingsorganisaties in werking getreden. Voor het doen van particulier beveiligingswerk is een vergunning verplicht. Daarnaast moet elk particulier recherchebureau dat een onderzoek verricht dit melden bij de plaatselijke politie. Deze wet is vooral gebruikt om het kaf van het koren te scheiden in de beveiligingsbranche. Allerlei schimmige beunhazen konden nu van de markt worden verwijderd. †

De vraag is of een bedrijf dat zich voordoet als adviesbureau ook onder deze wet valt. Volgens de afdeling Bijzondere Wetten van het Ministerie van Justitie heeft ABC geen vergunning voor recherchewerkzaamheden. In een tijd waarin veel discussie is over de controle op inlichtingendiensten en politie en vooral ook op de methoden die toegepast worden bij infiltratie dringt de vraag zich op wie de particuliere inlichtingendienstjes als ABC controleert. Waar de politie aan allerlei regels lijkt gebonden, blijkt de particuliere beveiligingsbranche nog steeds de vrije hand te hebben. Met het ophalen van oud papier onder valse voorwendselen maken Paul Oosterbeek en zijn opdrachtgever ABC zich schuldig aan oplichting. Dit wordt nog eens extra ondersteund door het feit dat hij ook een valse naam gebruikt. †

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden vanuit het voormalig verzet allerlei particuliere inlichtingendienstjes. De bekendste daarvan - de SOAN - word beschreven in Gladio der vrije jongens van De Graaff en Wiebes. Interessant hieraan is dat de BVD destijds de strijd aanbond met deze organisaties omdat zij een inlichtingenmonopolie wenste. Er moest een eind komen aan de gevaarlijke 'situatie van particulier gewroet en ongekanaliseerde waakzaamheidsdrang'. Wat betekent dat voor de situatie in 1994? Heeft de BVD nog steeds een inlichtingenmonopolie of duldt zij nu ook particuliere inlichtingendiensten aan haar zijde? Vermoedelijk mogen dit soort bedrijfjes hun werk blijven doen zolang ze de BVD niet voor de voeten lopen en af en toe ook wat waardevolle informatie richting Den Haag sturen.†

Openheid

De Derde Wereld beweging heeft zich nooit al te druk gemaakt over interne veiligheid. Organisaties die steun verleenden aan verzetsbewegingen elders namen extra aandacht van vreemde heren op de koop toe. Het risico van infiltratie werd afgedaan als overdreven paranoÔa. Vrijwilligers werden met open armen ontvangen. De meeste organisaties kennen natuurlijk een hoge mate van openheid. De stap ergens actief te worden moet niet te groot zijn. Alleen radicalere clubs bleven wantrouwig ten opzichte van mensen die de juiste codes voor gedrag en kleding niet kenden.†

Actiegroepen zijn echter niet alleen interessant voor de geheime dienst. Ook het bedrijfsleven heeft er belang bij op de hoogte te blijven van activiteiten van de Derde Wereldbeweging. Om eventuele problemen met belangengroeperingen goed in te kunnen schatten of om investeringsplannen van kerken in de gaten te houden. Of om een strategie te ontwikkelen die de schade - van bijvoorbeeld een boycotcampagne - zo veel mogelijk binnen de perken houdt. Bedrijven verzamelen geen informatie om daar vervolgens niets mee te doen. † †

Buro Jansen & Janssen

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1994