Naar archief

UIT: NN #137 van 27 mei 1993   

VROUWENVERVOLGING 

'Hekserij' roept bij veel mensen associaties op met gothische sferen, lentefeesten, of in het meest banale geval beelden uit het Hans & Grietje en Tita Tovenaargenre. Afgezien van mensen die zichzelf op meer serieuze basis als heks beschouwen, is de term 'hekserij' historisch gezien er echter een van een zeer beladen soort. In de late middeleeuwen werden talloze mensen, meest vrouwen, die verdacht werden van het beoefenen van hekserij en andere 'duistere magie', op afschuwelijke wijze om het leven gebracht. Hoeveel slachtoffers de heksenvervolgingen, onderdeel van de roemruchte 'Inquisitie', hebben gekost is nooit precies duidelijk geworden. Wél dat het, ook in de toenmalige 'Nederlanden', om duizenden, tienduizenden, moet zijn gegaan. 

Rond de 15e eeuw hadden mannen met zogeheten 'magische krachten' veel aanzien. Vooral onder de universitair opgeleide geestelijkheid (die uitsluitend uit mannen bestond), bevonden zich veel 'geleerde tovenaars'. Dit was zo'n beetje in de tijd dat Amerika werd "ontdekt", dat de menselijke anatomie beter begrepen werd enzovoorts; en in de versnelling van de wetenschappen waren slimmeriken er ook van overtuigd, dat de mens de magische kracht had om 'helse geesten' op te roepen en te bezweren.  

Vanuit een vrome, strenge gelovigheid zag men het belang van het bezweren van de duivel hier in (die huisde in zowat alles wat niet-christelijk was). De mannelijke tovenaars werden er vrijwel nooit van verdacht dat ze hun 'magische krachten', waarmee die duivel bezworen zou moeten worden, van de duivel zelf zouden hebben gekregen. Voor zover daar wél sprake van was, werden de betrokken geestelijken niet vervolgd of anderszins lastig gevallen.  

Heksengebroed  

Dit lag faliekant anders met zogenoemde 'heksen'. De angst voor duivelse krachten, en de macht van de duivel om die kracht over te dragen op mensen, werd uitsluitend geprojecteerd op het 'heksengebroed'. De kerk heeft hierbij een zeer belangrijke leidende rol gespeeld. In allerlei door hoge geestelijken opgestelde geschriften werd gewaarschuwd voor "bezeten vrouwen die mensen en vee doen omkomen", en die ernstige ziekten wisten te verspreiden. Als 'heks' werden overigens niet uitsluitend vrouwen aangemerkt; ongeveer één op de vijf mensen die op de brandstapel omkwamen, of tijdens een 'drijfproef' verdronken, waren mannen. 

Dat een overgrote meerderheid van de slachtoffers het levende bewijs voor. Zulke bloedingen konden slechts worden veroorzaakt door seksuele gemeenschap met een wezen dat over een bovenmenselijk geslachtsapparaat beschikte. Dus geen 'gewone man', maar de duivel. Aangezien de duivel op prenten en in verhalen altijd in de gedaante van een dier tot het vrouwelijk geslacht behoorde, geeft evenwel aan dat er ook heel wat andere drijfveren achter de vervolgingen staken dan 'angst voor de duivel'; maar daarover later meer. 

In 1484 gaf Paus Innocentius (sick) een volmacht aan twee "inquisiteurs" (heksenjagers) om in het gebied wat nu ongeveer Duitsland bestrijkt, heksen te vervolgen. Deze twee, Sprenger en Institorius, werden in een aantal gebieden echter niet toegelaten. Lagere geestelijken zoals bisschoppen, en meer wereldlijke 'gezagsdragers' zagen zo'n jacht binnen hun gebied niet zitten. De angst voor heksen was kennelijk nog niet genoeg om zich heen geslagen.

Om daar wat aan te doen werd onder pauselijk toezicht een handboek geschreven, dat als een van de gruwelijkste werken uit de menselijke geschiedenis bekend zou worden; de "Malleus Maleficarum" (Heksenhamer). Het was een soort handleiding, waarin men aanwijzingen kon vinden over hoe een heksenproces tot stand gebracht zou moeten worden, waaraan men een heks zou kunnen herkennen, enzovoorts.  

Maar bovenal was het werk feitelijk een soort zwartboek, gericht tegen "de vrouw". Volgens de Heksenhamer zouden vrouwen sneller bij "het slechte" betrokken raken dan mannen, omdat ze "babbelziek, sneller beïnvloedbaar en passioneel" (dus geneigd tot het kweken van haat- en wraakgevoelens) zijn, en bovendien intellectueel gezien ondergeschikt aan de man. Vrouwen willen op alle mogelijke manieren hun passies en lusten bevredigen, en zijn daarmee een gemakkelijke prooi voor de duivel, aldus de Heksenhamer. 

Het feit dat vooral de hogere geestelijkheid, de toplaag binnen de kerk, tot de heksenvervolgingen heeft aangezet zou men als een aanwijzing kunnen zien dat zij via het aankweken van angst, hun monopoliepositie met betrekking tot het contact met het "hogere" wilde garanderen.  

Maar daarmee is nog niet verklaard waarom het overgrote merendeel van de slachtoffers van deze christelijk aangezette massahysterie tot het vrouwelijk geslacht behoorde. Naast - of wellicht méér dan - angst voor de duivel, speelden mannelijke seksuele frustraties en angst voor vrouwen een grote rol. Dit kan worden afgeleid uit het soort van beschuldigingen dat vrouwelijke 'heksen' kregen te horen voor ze op afschuwelijke wijze werden vermoord. 

Het boze  

Bij verhoren ging men altijd diep in op het seksuele leven van het slachtoffer, waarover onder zware folteringen de meest onwaarschijnlijke verhalen werden verteld. De inquisiteurs waren vooral nieuwsgierig naar de manier waarop de veronderstelde heks in contact met "het boze" (c.q. de duivel) was gekomen. Gezien de eerder genoemde 'passies en lusten' waaraan vrouwen volgens kerkelijke geschriften leden, lag het voor de hand dat vrouwen hun magische krachten van de duivel overnamen via seksueel verkeer. Een vrouw die haar maandelijkse bloeding doorstond, was daar werd afgebeeld, werden de betrokken vrouwen daarmee sowieso beschuldigd van bestialiteit, waarop de doodstraf stond. 

Ook de 'per geslachtsdaad beperkte tijdsduur' van de mannelijke potentie was (is?) kennelijk een bron van frustratie; men stelde dat de geslachtsdriften en potentiekrachten van de duivel schier onuitputtelijk waren, en dat de duivel daarom als sekspartner op het lijf van de 'sekshongerige vrouw' geschreven was. 

De heksenvervolgingen van de middeleeuwen waren en zijn nog immer voer voor massapsychologen en historici. Allerhande verklaringen zijn ervoor ontwikkeld (zoals het 'massaneurotisch hysterieverschijnsel') die allen in min of meerdere mate gemeen hebben dat ze ingaan op het overduidelijke antifeministische karakter ervan.  

Hoe dan ook is bij de heksenvervolgingen de macht van patriarchaal instituut nummero 1, de kerk, in al haar geledingen duidelijker naar buiten gekomen dan ooit tevoren of erna. Een instituut dat tot de dag van vandaag haar walgelijke ideeën over sekseverhoudingen blijft uitdragen, wellicht met minder directe gevolgen als ruim 500 jaar geleden, maar meteen impact die er wezen mag.  

Bas

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1993