Naar archief

UIT: NN #121 van 15 oktober 1992 – Thema 'Kinderen'  

'Niemand snap meer waar de vijand zit' 

Kinderopvang en het alibi van de gemeenten 

Kinderopvang als basisvoorziening is al twintig jaar een eis van de vrouwenbeweging en van steeds meer mannen. Hoewel de overheid sinds 1990 wat meer geld aan de kinderopvang uitgeeft, lijkt dit doel achter de horizon verdwenen. Door de verschuiving naar bedrijfskinderopvang vallen vooral vrouwen met de rottigste baantjes uit de boot. Primitief antikapitalisme verschaft gemeenten een alibi om het zo te laten. 

Rond kinderopvang was in de jaren tachtig veel te doen. Er waren manifestaties tegen de verhoging van de ouderbijdragen, ouders demonstreerden samen met stakend personeel van kinderdagverblijven voor betere arbeidsomstandigheden en lonen, er kwamen crèches bij - waarbij soms ook de kraakbeweging een rol speelde, de FNV zette zich vanaf 1987 in voor bedrijfskinderopvang. 

Sindsdien is het terrein er niet overzichtelijker op geworden. De diskussies gaan saai en ingewikkeld over veranderende subsidieregelingen, centralisatie en decentralisatie, geoormerkte Oortgelden.. Veel mensen zijn het spoor bijster, je hoort er niet veel meer over. Oerdegelijke Hollandse vooroordelen over de Goede Moeder steken weer de kop op, zelfs in radikale kringen. Eén ding weet iedereen zeker: zo gauw je drie maanden zwanger bent haal je een bewijs bij de dokter en reserveer je snel een plaatsje op de wachtlijst. Het thema lijkt bij links wat uit de mode. Daar is niet de minste aanleiding toe. 

Om mannen en vrouwen gelijkwaardig aan de maatschappij te laten deelnemen moet kinderopvang net als onderwijs een basisvoorziening zijn - dat is al twintig jaar een eis van de vrouwenbeweging. Nederland is met zijn 2 procent kinderopvang en een tekort van 100.000 kindplaatsen een van de achterlijkste landen van Europa. Ter vergelijking: in Denemarken is er opvang voor 70 procent tot 80 procent van de kinderen - bij een zelfde collectieve lastendruk. 

Over ontwikkelingen in de kinderopvang interviewden we Ans Pelzer. Ze is projectleidster Kinderopvang bij het Vrouwensecretariaat van de FNV. Er gaat sinds kort meer overheidsgeld naar kinderopvang. Bedrijven kunnen nu subsidie krijgen voor de kinderopvang voor werknemers - een stimulans voor het verleggen van de strijd.  

Pelzer is niet echt enthousiast. Het nieuwe beleid verschaft gemeenten een alibi om minder te doen en bovendien: "Ieder dorp In Nederland heeft wel een grafisch bedrijfje. Al die grafische bedrijfjes moeten bij al die gemeenten een premie gaan aanvragen. Het zou veel sneller gaan via een centrale regeling. Dat is dus niet gelukt en dat betekent dat van alle kanten de zaak stagneert." Zowel vrouwengroepen, vakbeweging als werkgevers protesteren tegen het nieuwe overheidsbeleid rond kinderopvang. 

Eerst maar een technisch verhaal. Sinds 1990 is de Stimuleringsmaatregel Kinderopvang van kracht. De overheid heeft sinds dat jaar 300 miljoen extra geïnvesteerd in kinderopvang. 130 miljoen daarvan is afkomstig uit belastingmaatregelen, de beroemde Oortgelden. Met een deel van dat geld kunnen bedrijven korting krijgen op de huur van plaatsen in kinderdagverblijven. De regeling geldt tot en met 1993.  

Pelzer: "Dat dit geld via een landelijke rijksregeling is bestemd voor voorzieningen was een belangrijke gewonnen slag. Maar het geld is tenslotte toch gedecentraliseerd naar de gemeenten gegaan. Gemeenten mogen verder zelf bezien hoe ze dat regelen met bedrijven."  

De duw in de rug die de bedrijfskinderopvang krijgt, sluit overigens aan bij het beleid waarmee de vakbeweging al in 1987 begon. Sinds dat jaar probeert ze om kinderopvang óók via het arbeidsvoorwaardenbeleid te regelen, dus via CAO-afspraken.  

Pelzer: "Het was een zeer pragmatische stap; we konden wel blijven roepen dat de overheid moet zorgen voor een basisvoorziening maar dat doen ze tot sint juttemis niet. Dus laten we het dan ook maar via CAO-afspraken doen. Dan gebeurt er in ieder geval wat en het haalt de druk wat van de ketel. Dus die lijn van de bedrijfskinderopvang was in feite al ingezet voor de overheid iets deed. Daarvoor hadden we in Nederland een capaciteit van minder dan één procent van de kinderen onder de vier - belachelijk weinig. Nu is het een procent of drie, vier, nog steeds heel weinig." 

Klotebaantjes 

Over de bedrijfskinderopvang werden in 1987 hevige diskussies gevoerd. Met name Greetje Lubbi, voorzitster van de Voedingsbond, vreesde dat de bedrijfskinderopvang de overheid een alibi zou verlenen om zich minder in te zetten voor kinderopvang als algemene voorziening.  

Pelzer: "Het dramatische is dat op dit moment precies gebeurt wat toen is voorspeld. Een aantal gemeenten - Rotterdam is daar een duidelijk voorbeeld van - brengt het aantal gesubsidieerde plaatsen terug en neemt er alleen nog maar bedrijfskinderopvang bij. Hele grote groepen zijn daar absoluut niet mee gebaat. Sowieso valt dertig procent van de werknemers onder geen enkele CAO. Met name vrouwen zijn oververtegenwoordigd in wat wij flexibele arbeidsrelaties noemen: tijdelijke contracten, afroepcontracten. Die komen van zijn lang zal ze leven niet in aanmerking voor plaatsen op een kinderdagverblijf. Dat betekent dat juist alle kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt volledig het nakijken hebben."  

Wat zijn de kwetsbare sektoren? "Voedingsindustrie, ook alles wat er zit op tijdelijke kontrakten want een werkgever betaalt geen fl. 1600,- extra per maand voor een tijdelijke arbeidsplaats. Sowieso alle flexibele arbeidsplaatsen, thuiswerksters - dat is een hele grote groep, kleine middenstand. Dat zijn dan toch groepen die nooit meer aan de bak komen. Wat je dan overhoudt is kinderopvang voor mensen in geformaliseerde arbeidrelaties en in de regel vrij goeie arbeidsvoorwaarden."  

Je hoort wel eens mopperen over carrièrevrouwen die hun kinderen ergens kwijt moeten. Pelzer: "(zucht) Ach ja. Het rare met kinderopvang is altijd weer in Nederland dat het onmiddellijk, ook door links, getrokken wordt In dat soort ideologische definities over wat vrouwen met hun kinderen behoren te doen. Het gaat nooit over de vraag wat mannen met hun kinderen moeten doen. Al die kerels werken dus ook en dan zijn er niet een aantal dames die opstaan en zeggen: moeten wij weer wat regelen voor de kinderen. De ideologische vertekening zit hem ook in dat soort termen erop plakken als stallen, wegduwen. Het gaat om de eeuwige diskussie, die nergens zo hardnekkig is als in Nederland, en uiteindelijk is terug te leiden op de definitie van: 'wat is een goede moeder?' Volgens mij komt het voort uit een ontzettend gereformeerde en christelijke traditie, want het is bijna niet te verklaren waarom in Nederland iedere keer weer die debatten terugkomen. Over dat het slecht is voor kinderen - er is nog nooit, nooit één onderzoek geweest dat in die richting wijst, integendeel."  

"Die moeders worden dan tegelijkertijd ook nog uitgekreten voor carrièrewijven. Als je kijkt naar de arbeidsmarktpositie voor vrouwen is dat dus absolute lulkoek. Er is nog steeds sprake van een zeer grote ongelijkheid in de kwaliteit van de vrouwenarbeid. Als je ooit na wilt denken over gelijkheid, dan zitten de sleutels natuurlijk toch in de betaalde arbeid. Er zijn toch decennia lang vrouwen bij ontbreken van betaalde arbeid in de armoedeval terecht gekomen. Bovendien, het kan zo zijn dat misschien de populatie van kinderdagverblijven voor een belangrijk deel bestaat uit Kinderen van beter opgeleide vrouwen en mannen, maar dat is tegelijkertijd een reden om zwaar te blijven pleiten voor een basisvoorziening. Want als er gebeurt wat er dreigt te gebeuren dan komen alle mensen die voor de poen moeten werken - in de klotigste baantjes - voor dit soort voorzieningen niet meer in aanmerking. En dan, wat je ziet in de Verenigde Staten, komen de kinderen van arme ouders in ontzettende klote voorzieningen terecht." 

Primitief antikapitalisme 

"Als issue van de linkse beweging is het eigenlijk volledig verworden. En dat heeft ook iets te maken met de complexiteit van de diskussie. En wat er denk ik met heel veel linkse groepen is gebeurd: dat er aanvankelijk rond de bedrijfskinderopvang zoiets ontstond als 'primitief antikapitalisme'. 'Als die werkgevers niet meedoen draaien we toch die werkgevers een poot uit'. Maar daardoor werd alleen de rekening verlegd en we schieten er maatschappelijk gezien geen donder mee op. Overigens betalen de werkgevers in Nederland ook in vergaande mate. De komt op die manier wereldwijd niet voor. In andere landen doet de overheid dat, maar die vertikt het hier."  

Wat bedoeld was om even de druk van de ketel te halen zodat er meer ruimte kon komen bij de gesubsidieerde opvang, dreigt te verkeren in het omgekeerde. Het gesubsidieerde circuit wordt afgebroken en gemeenten hebben een fantastische smoes om er niets meer aan te doen. "En niemand snapt meer waar de vijand zit", zegt Pelzer. 

Ze is niet optimistisch over de komende jaren - temeer omdat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zich er hard voor maakt dat het geld helemaal gedecentraliseerd wordt. "De ervaring leert dat dan alle dingen die voor vrouwen van belang zijn - hoewel kinderopvang theoretisch gesproken ook voor mannen van belang is - daarin verdwijnen. In november wordt hierover een beslissing genomen. De vrouwengroepen zijn allemaal tegen maar ik denk dat de VNG een niet demokratisch gecontroleerde belangengroep - dat wint. Je ziet dat decentralisatie een doel op zich wordt." 

Perspektief 

De FNV heeft een heel praktisch stappenplan gemaakt voor werknemers die voor kinderopvang willen strijden: een werkgroep vormen, dingen uitzoeken, meningen peilen, manieren om de zaak aan de orde te stellen, verder gaan na een eerste mislukking, etc. Dat van onderaf beginnen, via een werkgroepje van het personeel, loopt dat soepel? "Dat hangt van de sector af. Ik denk dat de tijd voorbij is dat kinderopvang het lachertje was, ook bij onze leden, ook bij ondernemingsraden. Het heeft nu wel een wat serieuzere status gekregen."  

Er zijn resultaten: 50 procent van de CAO's bevat afspraken over kinderopvang. Pelzer: "Dat is spectaculair voor vrouweneisen in de CAO. Als je kijkt naar onderwerpen als positieve aktie, sexuele intimidatie, daarmee gaat het allemaal veel en veel slechter. Wat niet wegneemt dat het ook bevochten moet worden. Want er heerst soms de naïviteit dat als je de werkgever nou maar duidelijk maakt dat ie er belang bij heeft, dan regelt ie dat wel. Het is natuurlijk lang niet altijd zo dat de werkgever er belang bij heeft. (Al eerder noemde ze het voorbeeld van het winkelbedrijf waarbij het tot voor kort de gewoonte was om meiden rond hun achttiende te ontslaan en weer goedkope jonge krachten in dienst te nemen). Ik heb altijd gezegd: begin maar, als je er doorheen komt, durft de werkgever niet meer terug. Ook in sectoren waar we vreselijk veel moeite hebben gehad een beetje geld los te rammelen, had ik het idee: dat komt wel goed, want binnen een jaar wordt de druk - door het grote aantal aanvragen - zo opgevoerd dat ze niet meer terug kunnen. En dat is in de praktijk ook zo." In de bedrijfskinderopvang zit wel perspektief, beaamt ze. 

Herverdeling van arbeid 

Een andere verdeling van arbeid als alternatieve route naar gelijke posities van mannen en vrouwen? "Herverdeling van betaald en onbetaald werk, natuurlijk. Dan kom Je terug op de oude diskussies over arbeidstijdverkorting. Maar dan nog is het niet gezegd dat mannen die zorg op zich nemen. Bovendien gebeurt het de komende jaren niet. En zelfs bij drastische arbeidstijdverkorting tot drie of vier dagen blijf je kinderopvang nodig hebben. En allebei twee en een halve dag, tja, ik sta te veel in de vakbondspraktijk van alle dag om daar ook nog maar serieuze gedachten aan te wijden. Ik denk dat het al heel wat is als we een recht op deeltijdarbeid realiseren, zodat de mannen die dat willen in ieder geval een deeltijdbaan kunnen krijgen. Dat is iets waar we de komende tijd op koersen. Uit onderzoeken blijkt dat 20 tot 30 procent van de mannen dan inderdaad wat minder willen werken. Ik denk dat dit de komende jaren wel een reëlere doorbraak kan betekenen." 

De kinderopvang is er maar tot vier jaar, daarna is er weer hetzelfde probleem door de nauwelijks bestaande naschoolse opvang. "Ja, dat is ook een ramp. In Nederland zie je dan ook veel dat vrouwen op grote schaal hun arbeidspatroon aanpassen aan het ontbreken van voorzieningen. Jullie kunnen natuurlijk wel een interessante discussie voeren over wel of geen kinderen (dit n.a.v. een ander artikel in dit themanummer. P.) maar het is wel zo dat Nederland weliswaar het hoogste aantal bewust kinderloze vrouwen heeft maar toch krijgt natuurlijk de overweldigende meerderheid wel kinderen. Dat is gewoon iets waar iedereen mee te maken heeft." 

Akties 

In het verleden waren er wel akties vanuit de kinderopvang zelf. Die hebben de afgelopen jaren geleid tot een wat beter salaris en eerlijkere funktiewaardering. Zijn er nu nog akties uit die hoek? "Ik spreek regelmatig ook crècheleidsters toe: neem weer eens het voortouw in een aantal diskussies. Ik denk dat het momenteel onder gaat in alles wat die meiden op hun dak hebben. Ze moeten in een zeer korte tijd uitbreiden, ze moeten die bedrijfskinderopvang erbij doen, ze zitten - zeker in een stad als Amsterdam - met voortdurende problemen rond de personeelsvoorziening. Er worden zware eisen gesteld. Ze moeten opeens pedagogische werkplannen schrijven, ze moeten dit, ze moeten dat. Ik denk dat ze ontzettend ondergaan in wat er in de waan Van de dag allemaal moet gebeuren. Vroeger was het zeker in Amsterdam een zeer militante groep."  

"We zijn wel weer bezig met een aantal vrouwengroepen een coalitie te smeden, maar daar komt de term basisvoorziening niet meer in voor. Het lijkt erop of iedereen uit een soort pragmatisme van de dag bedacht heeft dat dit nooit lukt in Nederland. Daarmee is de eis ook volledig onder tafel verdwenen."  

Je kunt demonstreren, handtekeningen verzamelen, eens op een partij stemmen die… "Op dit onderwerp laten alle politieke partijen het afweten, zeker wanneer het gaat om meerjarenplannen. De suggestie is gewekt dat er heel veel is gebeurd voor de kinderopvang. Maar er is ook grotesk verzuimd door alle politieke partijen wat er moet gebeuren na 1993, als de Oortgelden ophouden."  

"Ik denk ook dat door die bedrijfskinderopvang heel weinig mensen de politieke diskussie nog overzien. De grote afwezigen in de kinderopvangdiskussie zijn ook altijd de ouders. Ouders roeren zich niet waar het gaat om kwaliteit, waar het gaat om ouderbijdragen en ook niet waar het gaat om het leggen van een claim op de uitbreiding van voorzieningen. Je zit natuurlijk ook in een ontzettend kwetsbare positie."  

Wat zouden ouders kunnen doen? "Je kunt allerlei politieke eisen op tafel leggen, zeker waar het gaat om kwaliteitsverbetering. Daar zouden ouders zich veel meer kunnen roeren en organiseren. Nu krijg je dat binnenkort in Krasnapolsky WVC, met in het kielzog de VNG en de VOG (organisatie van non-profit ondernemingen), een conferentie organiseren over gebruikers. De gebruikers zelf zijn niet uitgenodigd." 

Peter van Ostade 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1992