UIT: NN #121 van 15 oktober 1992
Geweigerd op schiphol
'Geweigerd op Schiphol' is een notitie over de werkwijze van de Koninklijke Marechaussee inzake het weigeren van asielzoekers op de luchthaven Schiphol in de periode mei '91 - juli '92. Deze notitie is een vervolg op de in juni '91 door VVN uitgebrachte notitie 'Ook al verzoekt de vreemdeling niet met zoveel woorden om asiel...'.
19 Augustus 1991, Somalië, 2 personen. Twee Somalische asielzoekers komen 19 augustus 's ochtends met een KLM-vlucht uit Dar es Salaam (Tanzania). Zij hebben Tanzania mogen verlaten door te stellen dat zij via Amsterdam en Zürich (Zwitserland) naar Zagreb (Joegoslavië) willen gaan. Van meet af aan hebben zij echter de intentie gehad asiel te vragen in Nederland.
Bij aankomst op Schiphol vragen zij de Koninklijke Marechaussee nadrukkelijk om asiel. Desondanks worden zij korte tijd later toch met tickets en paspoort op het vliegtuig naar Zürich gezet. Daar ontdoen zij zich van paspoorten en tickets. Als gevolg hiervan worden zij teruggestuurd naar Amsterdam, alwaar zij wederom diverse keren nadrukkelijk om asiel vragen.
Zij worden echter opgesloten in het passantenverblijf in de transitruimte. Zonder hun bagage verblijven zij daar tot 21 augustus. Die dag worden zij 's avonds met geweld in het vliegtuig gezet waarmee zij onder begeleiding van grensbewakingsbeambten terugvliegen naar Dar es Salaam (Tanzania). De Tanzaniaanse autoriteiten willen de twee echter niet toelaten.
Onder begeleiding vliegen zij door naar Malawi (waar zij nog nooit zijn geweest). Ook de autoriteiten van dit land willen de twee echter niet toelaten. Uiteindelijk vliegen zij, dit keer zonder begeleiding van de twee grensbewakingsbeambten, terug naar Amsterdam. Daar arriveren zij op 24 augustus en vragen zij voor de derde keer om asiel; dit keer worden zij wel tot de asielprocedure toegelaten.
Bovenstaande gegevens staan ook vermeld in het door een kontaktambtenaar van het ministerie van Justitie opgemaakte verslag van het nader gehoor. Beschreven voorbeeld is er één uit vele. Die wantoestanden, door de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op Schiphol veroorzaakt, zijn door Vluchtelingenwerk Nederland (VVN) gedurende een lange periode grondig bestudeerd.
De resultaten van dat onderzoek heeft VVN in september '92 neergelegd in de notitie 'GEWEIGERD OP SCHIPHOL'. Het is een notitie over de werkwijze van de Koninklijke Marechaussee inzake het weigeren van asielzoekers op de luchthaven Schiphol in de periode mei '91 - juli '92. Deze notitie is een vervolg op de in juni '91 door VVN uitgebrachte notitie 'OOK AL VERZOEKT DE VREEMDELING NIET MET ZOVEEL WOORDEN OM ASIEL...'.
VVN inventariseert en beschrijft in het eerste rapport 20 en in het tweede 19 situaties waarbij in totaal 240 vluchtelingen in eerste instantie de dupe worden van de werkwijze van de KMAR op Schiphol.
Met beide notities toont VVN aan dat struktureel het recht op toegang tot de asielprocedure geschonden wordt door de KMAR. Naar aanleiding van de eerste notitie beloofde Kosto een onderzoek in te stellen naar eventuele onrechtmatigheden in de werkwijze van de KMAA. Dit onderzoek stelde niets voor en in een brief aan VVN d.d. 15-8-'91 liet Kosto weten dat er niets aan de hand was. Ook nu weer lijkt het er in Kosto's eerste reaktie op de vervolgnotitie, dat er niets aan de hand zou zijn... Hieronder een korte bespreking van de notitie.
Asiel verzoeken
Vluchtelingen die via Schiphol aankomen en in Nederland trachten asiel aan te vragen, melden zich over het algemeen bij de doorlaatpost van de KMAR. Zij vullen een formulier in, waarin zij om asiel verzoeken, de asielprocedure is gestart. Er wordt vervolgens, meestal na een paar dagen, een interview over de vluchtmotieven afgenomen door een kontaktambtenaar van justitie. Wordt het asiel verzoek 'kennelijk ongegrond' beoordeeld, da krijgt men geen toegang tot Nederland en word men op grond van artikel 7a vreemdelingenwet gedetineerd en naar het 'grenshospitium' over gebracht. In de andere gevallen mag men Nederland in en wordt men overgebracht naar een Opvang Centrum.
In 1990 meldden zich 6.827 en in 1991 3.774 asielzoekers op Schiphol. Dat dit aantal dusdanig is afgenomen, is direkt gevolg van bewust beleid. Beleid dat zowel nationaal als in Schengenverband wordt vastgesteld. Doel van dat beleid is o.a. vreemdelingen zoveel mogelijk buiten Europa te houden. Effektief middel daartoe is die intensieve kontrole op geldige papieren (paspoorten, visa). Die kontroles vinden plaats nog voordat een vluchteling kenbaar kan maken dat hij of zij om asiel verzoekt. In verschillende stadia is deze kontrolerende 'lange arm' aktief:
* bij het uitstappen, de 'gate-checks', in de slurf, of in het vliegtuig, door personeel van de KMAR
* bij het instappen, kontroles door de vliegtuigmaatschappijen; hen wordt namelijk een hoge boete opgelegd indien zij personen zonder geldige reisdokumenten vervoeren en bovendien draaien zij op voor de kosten van het terugvervoeren van betrokken personen
* er zijn plannen in voorbereiding waarbij het beleid wordt dat de KMAR luchtvaartmaatschappijen in landen van herkomst assisteert bij incheck-procedures, informatie zal verschaffen aan vliegtuigmaatschappijen over geldigheid van papieren en over de non-acceptatie door Nederland van vluchtelingen uit diverse landen (Ghana en Nigeria zijn aangewezen als proefterreinen voor deze KMAR 'hulp').
Dit soort kontroles vinden met name plaats bij de zg. risikovluchten en risikolanden. Dat zijn dus die landen uit welke Nederland geen vluchtelingen accepteert. Dit is overigens in wezen in tegenspraak met het individuele toetsingskarakter van asielverzoeken, wat Nederland zegt te hanteren.
Ondanks het feit dat bezit van geldige papieren irrelevant is waar het vluchtelingen betreft, wordt blijkbaar nog steeds niet begrepen door de autoriteiten dat vluchten veelal niet netjes kan, met alle bijbehorende papieren etc. Uit een UNHCR-rapport uit '90 blijkt dat zo'n 80 procent van de asielzoekers die in Nederland zijn aangekomen niet over de vereiste papieren beschikt. Die 80 procent is vooral afkomstig uit landen waar de mensenrechtensituatie slecht is.
Vaak wanneer een vluchteling wél in het bezit is van een geldig paspoort, wordt dat weer tegen hem gebruikt en zeggen de autoriteiten hier, dat het wel mee zal vallen met je vluchtelingschap als je nog aan die papieren kon komen.
Recht op toegang tot de asielprocedure
Ieder heeft het recht asiel aan te vragen. Het woord 'asiel' hoeft hierbij niet te vallen. Elk asielverzoek moet in behandeling genomen worden, met alle daarbij behorende rechten voor de verzoeker. Dit alles is opgetekend in diverse (internationale) verdragen en rechtsregels:
Vreemdelingenwet, Grensbewakingscirculaire en rechtspraak werken expliciet uit wat de Universele Verklaring, het EVRM en het Vluchtelingenverdrag bepalen:
* Wie om asiel vraagt, moet worden toegelaten tot de asielprocedure.
* Het is niet aan de grensbewakingsambtenaren omte beoordelen of een asielzoeker gegronde reden heeft om te vrezen voor vervolging.
* Grensbewakingsambtenaren moeten zorgvuldig beoordelen of een verzoek om toelating tot Nederland als een asielverzoek moet worden opgevat.
Belemmering van toegang tot de asielprocedure
Naast alle kontroles bij in- en uitstappen wordt het voor een vluchteling steeds moeilijker in Nederland asiel aan te vragen.
Ook daaromtrent bestaan vele internationale verdragen, zoals de Schengenakkoorden die de Tweede Kamer uiteindelijk toch ondertekende op 25 juni '92.
In Europees verband wordt het visumbeleid geharmoniseerd. Er komt een éénvormig visum. De Schengenpartners hebben een lijst van plm. 115 landen opgesteld waarvoor de visumplicht zal gelden. Vooral landen waar veel vluchtelingen vandaan komen staan op die lijst.
In juni '92 is er door de EG-ministers belast met immigratie-aangelegenheden een voorstel gedaan tot harmonisatie van het begrip 'land van eerste ontvangst'. Dat voorstel houdt in dat een asielzoeker die in een ander land is geweest waar hij om asiel had kunnen verzoeken geen toegang meer krijgt tot de procedure in het land waarnaar hij is doorgereisd.
In de notitie doet VVN een aantal aanbevelingen:
* Er moet een onafhankelijk orgaan komen dat de werkwijze van de KMAR op Schiphol inspekteert en kontroleert of deze het in de richtlijnen neergelegde beleid juist uitvoert.
* De in de notitie gedokumenteerde schendingen van het recht op toegang tot de asielprocedure moeten grondig worden onderzocht door justitie.
* De KMAR moet een instruktie krijgen met de expliciete opdracht iedere asielzoeker op Schiphol conform het in de richtlijnen neergelegde beleid te behandelen.
* Daarin moet de KMAR ieder die op Schiphol asiel aanvraagt wijzen op zijn/haar rechten/advokaat/rechtshulp. Toezicht van de rechtshulpverlening op het belangrijke moment van indiening va het verzoek wordt dan mogelijk. De UNHCR of een daartoe gekwalificeerde organisatie zoals VVN zou altijd toegang moeten kunnen hebben tot asielzoekers (m.n. op luchthavens).
* De UNHCR moet worden betrokken bij de KMAR opleiding, zoals bijvoorbeeld in België.