Naar archief

UIT: NN #115 van 23 juli 1992† †

Indonesische verzetsstrijders tijdens de duitse bezetting

'Historische banden' tussen landen zoals die tussen IndonesiŽ en Nederland, worden door leden van de wederzijdse elites vaak gememoreerd als argument om de status quo voort te zetten. Maar er is ook een band van verzet tegen de heersende machten. In de Tweede Wereldoorlog waren in Nederland verblijvende IndonesiŽrs aktief in het verzet tegen het nazisme. De schrijver van onderstaand artikel zou willen dat die solidariteit van zijn oude landgenoten een vervolg krijgt in de solidariteit van Nederlanders in de strijd tegen het Suharto-regiem.

De ceremonie van de kranslegging op de Dam op 4 mei 1992 heeft mij zeer ontroerd. Op de TV zag ik koningin Beatrix, prins Claus en kinderen, gevolgd door prominenten, politieke leiders en veteranen van de Tweede Wereldoorlog. Ik vond het plechtig en indrukwekkend, hoewel het een jaarlijks gebeuren is.†

Om de dag van de bevrijding van de bezetting van het nazisme, het militarisme en het racisme te herdenken, ben ik de daaropvolgende dag speciaal naar de Dam gegaan om het gedenkteken van nabij te zien en om vooral diegenen eerbiedig te gedenken die een halve eeuw geleden slachtoffers zijn geworden in het verzet. Ik probeerde mij in te leven in de geweldige strijd en opoffering die verzetsstrijders hebben geleverd. Ik probeerde mij voor te stellen water toen gebeurde!†

Het schoot me zomaar te binnen, de namen van verscheidene straten in de Indische buurt. An sich irrelevant, maar de gedachte aan de verzetsstrijders riep bij mij onbewust de Indonesische straatnamen in mijn verbeelding: Minahassastraat, Malukustraat, Javastraat, Irawan Soejonostraat enz. En ook namen als "Perhimpunan (vereniging) Indonesia" (PI), "Roepi" (een acronym voor Indonesische studenten vereniging) en andere. De eerste was politiek-gezind, terwijl de tweede a-politiek was. De vraag rees toen bij mij wat hun rol was tijdens de Duitse bezetting, wat hun bijdrage was aan het Nederlandse verzet, wie Irawan Soejono was.†

Schouder aan schouder

Voor het uitbreken van de oorlog en tijdens de Duitse bezetting telde Nederland maar weinig IndonesiŽrs. Waarschijnlijk niet meer dan achthonderd. Ook zij hebben, evenals alle Nederlanders zwaar geleden onder het Duitse juk. Bovendien was tijdens de bezetting alle communicatie met het vaderland IndonesiŽ totaal verbroken. Er kon ook geen geld overgemaakt worden. Desondanks hebben zij schouder aan schouder met de Nederlandse verzetsstrijders tegen de Nazi's gevochten en samen met het Nederlandse volk geleden.†

Toentertijd vertoonde de Indonesische gemeenschap een sociale gelaagdheid. Er waren academici, studenten, journalisten arbeiders, zeevolk, dominees, ja zelfs huishoudelijke medewerksters. Zeer velen waren lid van de "Perhimpunan Indonesia" (PI), anderen van de "Roepi" of van de een of andere plaatselijke Indonesische vereniging. Al deze verenigingen hebben eendrachtig met Nederlandse organisaties samengewerkt in het verzet tegen het Nazisme, militarisme en racisme van Hitler, die de inwoners van het land van molens onderdrukte.†

Enkelen waren aktief als medewerkers in de ondergrondse pers. Zij hielpen bij de uitgave van periodieken als Indonesia, Feiten, Majallah (= Tijdschrift), De Bevrijding, De Vrije Pers, De Vrijheid, Vrij Nederland e.a. Er was ook een goede samenwerking met De Waarheid, Het Parool en Trouw. Door middel van die periodieken probeerde men de verzetsgeest van het ganse volk aan te wakkeren en levendig te houden.†

Er waren ook IndonesiŽrs die deelnamen aan de ondergrondse (fysieke) strijd tegen. de 'Duitsers. Samen met Nederlandse verzetsstrijders vochten zij tegen het fascisme. Zij boden weerstand aan deportatie en Arbeitseinsatz, zij hielpen met allerlei karweitjes als onderduikers in huis nemen, sabotage en spionagewerk, vervalsingen van documenten, aanvallen doen op distributiebureaus, enz.†

Knokploegen

Eťn van de knokploegen heette "Soerapati", de naam van een nationale held. Toen een van hen gesneuveld was, een zekere Irawan Soejono, werd de Indonesische verzetsgroep in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten naar hem genoemd. Deze verzetsgroep had z'n hoofdkwartier in Leiden. In Amsterdam telde de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten vele PI-leden.†

In het verzet tegen de Duitsers waren de aktiviteiten van de IndonesiŽrs gecentraliseerd in Amsterdam en Leiden. In Leiden werden militaire oefeningen gehouden in de kelder van een wolfabriek, de post van de kommandotroepen en de redactie van De Bevrijding waren gehuisvest in de woningen van Nazir Datoek Pamontjak en Hadiono Koesoemo Oetoyo, centra van ondergrondse acties. †

Deze laatste was de leider en coŲrdinator van contactpersonen met Nederlandse verzetsstrijders en onderduikers (had hiervoor een groot adressenbestand), had de zorg over proviandering, was de coŲrdinator van saboteurs, vervalste documenten, was een van de medewerkers van de ondergrondse media. Leiden was tevens de ontmoetingsplaats voor en met Hagenaren.†

De Nederlandse regering heeft Koesoemo's activiteiten tijdens de bezetting zeer gewaardeerd. Hij werd in 1945 "beloond" met een benoeming tot lid van de Noodgemeenteraad van Leiden. In Rotterdam heeft zich vooral Tengku Jusuf Mudahdalam als lid van een knokploeg verdienstelijk gemaakt. Hij heeft o.a. een politiepost aangevallen waar hij 4 Waltherpistolen heeft afhandig gemaakt. Daarnaast heeft hij samen met z'n Hollandse medestrijders nog 2 karabijnen en 5 pistolen inclusief ammunitie bemachtigd. Van z'n Hollandse collega's heeft hij (samen met andere Indonesische strijders) geleerd hoe zij die wapens moesten hanteren. Die vaardigheid bleek nuttig te zijn voor een succesvolle aanval op een distributiecentrum voor levensmiddelen in Den Haag. Op een goede dag kwamen zij in contact met een Nederlandse verzetsman die zijn kommandant was kwijtgeraakt. Deze gaf hen wapens en ammunitie die de RAF had gedropt.†

Studentenverzetsgroep

In september 1944 werd in Leiden een Indonesische studenten verzetsgroep opgericht, de 4de studenten-sectie van de Leidse Binnenlandse Strijdkrachten. De leider van deze groep was iemand van de PI. Van de Rotterdamse verzetsgroep onder T. Jusuf Mudahtlalam kreeg deze Leidse sectie wapens. De fiets was het enige transportmiddel en het vervoeren van die wapens ging via sluipwegen om de Duitse controleposten te mijden. Het duurde dagen voordat de stenguns, pistolen, granaten en ammunitie in Leiden aankwamen.†

Naast deze fysieke ondergrondse verzetsstrijd hielpen IndonesiŽrs ook Nederlanders en joden die door de Duitsers achtervolgd of gezocht werden, met onderduiken. De PI die in verscheidene steden haar afdelingen had, had een heel groot bestand van adressen voor onderduikers. Zo hebben bijvoorbeeld PI-leden in de jaren '42 en '43 joodse kinderen van Amsterdam naar onderduikadressen in de Veluwe vervoerd. (En veertig jaren daarna ontmoette toevallig een van die kinderen inmiddels arts geworden - de IndonesiŽr die hem toen had geholpen).†

Op 23 november 1940 namen PI-leden deel aan de stakings- en protestactie van de Delftse studenten, toen zij ageerden tegen de ongegronde schorsing van joodse hoogleraren van de TH, zoals Josephus Jitta, Waterman en Dantzig. Een paar dagen daarna, op 26 november, demonstreerden PI-leden te Leiden als protest tegen de schorsing van Prof Meijers. Nadat de Duitsers in december een razzia hadden gehouden in de Leidse Universiteit, moesten PI-leden in deze stad onderduiken.†

100 IndonesiŽrs gedood

Hoe voorzichtig deze Indonesische verzetsstrijders zich ook gedroegen, toch waren er onder hen die pech hadden. Zij werden gepakt, gemarteld, in de gevangenis gestopt of zelfs naar een concentratiekamp getransporteerd. En zijn nooit meer teruggekomen! Even slecht was het lot van de IndonesiŽrs die toevallig in opleiding waren voor officier. Zij werden als krijgsgevangenen beschouwd. Gewone IndonesiŽrs - niet-aktivisten die gepakt werden kwamen terecht in gevangenissen als Vught, Scheveningen en Amsterdam e.a. Niet weinigen stierven, als vele Nederlanders, van de honger of vanwege TBC of ten gevolge van martelingen omdat zij niet de gevraagde inlichtingen wilden verschaffen.†

Totaal verloren er ongeveer 100 IndonesiŽrs hun leven in deze verzetsstrijd tegen de Duitsers. "Bij een geschat aantal van achthonderd IndonesiŽrs in Nederland is het sterftecijfer (percentagegewijs) bijna twee keer zo hoog als dat van de Nederlandse bevolking als geheel", aldus 'De Ondergrondse Pers 1940-1945'. Een zekere D. Harris in de Volkskrant van 13-5-92 beweerde: Volgens de meest betrouwbare schattingen bestond hooguit 3% van de Nederlanders uit echte verzetsmensen. En de overgrote rest van ons volk stond erbij en keek ernaar.†

Van de PI-leiders mogen wij de namen gedenken van P. Loebis, Sidartawan, Djajeng Pratomo, Moen Soendaroe, Dradjat Doerma Keswara, Poetiray, Kajat, Hamid en Bhima Jodjana. En niet te vergeten student Irawan Soejono, lid van de Binnenlandse Strijdkrachten die op 13 januari 1945 tijdens een razzia in Leiden door een SS'er op straat werd neergeschoten. Hij werd neergeknald toen hij bezig was een stencilmachine te verhuizen, waarmee pamfletten gedrukt werden. Andere slachtoffers die wij niet willen vergeten zijn: Makatita, Latuparisa, Mas Soemitro, Ds Max Wignyosoehardjo, en Annie Manusama.†

Er zijn nog velen wier namen wij niet kennen. Bij mijn bezoek aan Buchenwald zag ik bijvoorbeeld op de dodenlijst 4 IndonesiŽrs zonder naam. (Na onderzoek bleek Bhima Jodjana een van die vier te zijn). Eind mei 1945 kwamen IndonesiŽrs terug van de concentratiekampen. Het waren Djajeng Pratomo, Poetiray, Dradjat Doermakeswara en 90 matrozen.†

Vrijwilligers in dezelfde ondergrondse

Veel Nederlanders die op de hoogte waren van al deze feiten hebben ook tot op de huidige dag - een halve eeuw na het gebeuren - veel waardering en respect getoond tegenover de onvergetelijke opofferingen en diensten van de IndonesiŽrs tijdens het verzet tegen het nazisme voor de bevrijding van Nederland.†

Het lijkt mij goed toe een van die vele waarderingen speciaal te vermelden en te citeren, namelijk die van H.M. van Randwijk, zoals die gepubliceerd is in De Bevrijding van 26 mei 1945, no. 1: 'Na vijf jaren samenwerking. De samenwerking tussen Nederland en IndonesiŽ is ouder. Eeuwen ouder! (...) en daarop doelden wij toen wij dit opschrift kozen. In de donkere bezettingsjaren, die thans achter ons liggen, groeide er tussen ons een samenwerking op basis van gelijkheid en kameraadschap. Wij waren allen vrijwilligers in hetzelfde ondergrondse leger. Deze vrijwilligheid heeft de band nooit in gevaar gebracht, integendeel, juist daardoor kon hij zo hecht worden als hij geworden is. Het was de vrijwilligheid, die de grond toebereidde voor de schone bloei van vriendschap, trouwen wederzijdse waardering. Wij leerden elkaar beter begrijpen en wij beseften hoe wij samen, ieder op zijn eigen plaats vochten voor dezelfde idealen van vrijheid, menselijkheid, recht en waarheid.(...) Het werk, dat wij gemeenschappelijk in oorlogstijd verrichtten, moet in de vrede worden voortgezet. Wij zijn bereid!' (Ondertekend:) H.M. van Randwijk, hoofdredacteur van Vrij Nederland.†

Ook de regering heeft haar waardering getoond voor de aktiviteiten en diensten van IndonesiŽrs tijdens het verzet. Mr R.M. Soejono, vader van de doodgeschoten Irawan, was minister in de regering-in-ballingschap in Engeland. R.M. Setiadjit was lid van de Grote Adviescommissie der Illegaliteit. Soenito was lid van de Nationale Adviescommissie. Roestam Effendi was lid van de Tweede Kamer, zoals (in 1945) ook Setiadjit.†

Datuk pamontjak was lid van de Eerste Kamer. R. Abdulkadir Widjojoatmodjo was secretaris van een Nederlandse Delegatie in Washington en werd daarna benoemd tot resident van de Molukken. Last but not least, ook de wetenschappers hebben niet nagelaten woorden van waardering te uiten betreffende de oprechte verzetsstrijd van de IndonesiŽrs. Op de 37ste herdenkingsceremonie van de Nationale Herrijzenis (op 25 mei) te Leiden zei Prof. Cleveringa - de aanstichter van de protestactie te Leiden in november 1940 - o.a.: (....) 'Waar er sprake was hier in Nederland van verzet, behoefden wij niet te vragen: Waar zijn de IndonesiŽrs? Zij waren er en stonden op hun post. Zij hebben hun offers gebracht. Zij waren in de concentratiekampen, zij waren in de gevangenissen, zij waren overal.'†

Solidair tegen Suharto

Indonesische bannelingen hier en nu in Nederland in verzet tegen de dictatuur van Suharto stellen u Nederlanders de vraag: "Waar zijn de democratisch gezinde Nederlanders, geestgenoten van Van Randwijk? Bovengenoemde IndonesiŽrs vochten solidair met Nederlandse verzetsstrijders tegen het nazisme, tegen dictatuur, tegen racisme van Hitler, alhoewel die IndonesiŽrs feitelijk niets met Hitler te maken hebben. Wanneer helpen Nederlanders - ook diegenen die niets met Suharto te maken hebben - ons in onze strijd tegen Suharto's dictatuur, tegen zijn racisme, tegen zijn vertrapping van de mensenrechten? Wanneer bent u solidair met ons en steunt u onze vrijheidsstrijd? Waar toch is die band van samenwerking en die vriendschap om samen te vechten voor vrijheid, menselijkheid en recht, zoals Van Randwijk dat bedoelde, gebleven? Is het niet beschamend als wij moeten ervaren dat vluchtelingenorganisaties als de VVN en de SVA en andere particuliere en officiŽle instanties ons van het kastje naar de muur sturen als wij om hulp vragen? Niet eens de vraag om samen te vechten, neen, alleen de vraag om hulp om hier voorlopig te 'leven' wordt van de hand gewezen!"†

Na de oorlog gingen die leden van de PI naar IndonesiŽ terug waar zij belangrijke leiders werden. Wij blijven ze gedenken vanwege hun grote verdiensten in de verzetsstrijd tegen militarisme, fascisme en racisme.†

Imam Sutoto (secretaris Stichting 'Rumah Kita')

Uit het Indonesisch vertaald door H.H. ONG†

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1992