Naar archief

UIT: NN #99/100 van 19 december 1991  

Vrouwenhandel ter diskussie 

Informatiebijeenkomsten over Vrouwenhandel stonden centraal op de Internationale Protestdag 'Geweld tegen Vrouwen'. In tegenstelling tot de aktiviteiten op Internationale Vrouwendag 8 maart, waar de straat als podium fungeerde, speelde het gebeuren zich nu merendeels in zalen af. Een volledig overzicht ontbreekt, maar in ieder geval ontmoetten vrouwen in Leiden, Groningen en Amsterdam elkaar om het thema Vrouwenhandel te bespreken. 

In Huize Maas te Groningen zagen vijftig vrouwen allereerst de video 'Westwärts', dat een behoorlijk totaalbeeld geeft van vrouwenhandel. Daarna Leonore die gitaar speelde en zong over geweld tegen vrouwen. Vervolgens was het de beurt aan de vrouwen van de (ex)Werkgroep tegen Vrouwenhandel uit Groningen. Zij vertelden het een en ander over vrouwenhandel en over hun werk. Ze werken zelf nogal binnen de gebaande paden, via de politie enzo. 

Als de politie in Groningen een vrouw heeft opgepakt en ze vermoeden dat er sprake is van vrouwenhandel, bellen ze de Werkgroep of de Stichting tegen Vrouwenhandel. De vrouw krijgt dan een aantal dagen om te bedenken of ze aangifte wil doen. Doet ze geen aangifte, dan wordt ze meteen het land uitgezet. Als ze wel aangifte doet is ze niet veel beter af: eerst door de hele justitiële molen gehaald en vervolgens wordt ze meestal alsnog het land uitgezet.  

Officieel hebben de vrouwen van de Werkgroep het liefst dat er wel aangifte wordt gedaan, al erkennen ze wel dat het een lijdensweg voor de betreffende vrouwen is. Er kwam een diskussie in Huize Maas opgang over het vreemdelingenbeleid. Dit met name na de uitspraak van iemand van de Werkgroep over strengere kontrole op schijnhuwelijken. Aanwezigen vroegen zich af of die steeds strenger wordende kontrole op huwelijken tussen Nederlanders en buitenlanders niet gewoon een vorm van illegalenjacht is.  

De vrouwen van de Werkgroep zijn voorstandster van het idee dat alle buitenlandse prostituees hier een verblijfsvergunning kunnen krijgen. Een van hen vond ook dat alle mensen die hier naartoe vluchten. hier zouden moeten kunnen blijven. Dit in verband met de ongelijke situatie in de wereld. Tegelijkertijd hebben zij niet de indruk dat de politiek het met deze dingen eens is. De Werkgroep streeft naar een permanente verblijfsvergunning voor slachtoffers van vrouwenhandel die aangifte hebben gedaan. Het is niet zeker of de politiek deze eis inwilligt. 

Forumdiskussie 

In Leiden troffen 45 vrouwen elkaar in het LVC. Daar vond een forumdiskussie plaats over vrouwenhandel, georganiseerd door vrouwen uit Den Haag en Leiden. Aan het forum namen deel de organisaties Osnova, een feministische Poolse vrouwengroep die zich ondermeer bezig houdt met de handel in huwelijken, de Stichting tegen Vrouwenhandel, de Zedenpolitie uit Den Haag en de Rode Draad, belangenorganisatie van en voor (ex) prostituees.  

Er wordt onder meer gepraat over wat de deelneemsters aan het forum nu eigenlijk zelf onder vrouwenhandel verstaan, waar de handel door ontstaat en hoe die georganiseerd is. Vervolgens sprak men over de illegaliteit van en verblijfsvergunningen voor vrouwen. Er zijn gronden waarop buitenlandse vrouwen in Nederland mogen blijven. 

Veel verhandelde vrouwen komen met een toeristenvisum binnen; deze is drie maanden geldig. Er mag echter niet op gewerkt worden. Veel vrouwen in de prostitutie doen dit toch. Een artiestenvisum is zes maanden geldig en er wordt op gewerkt, met name in de (seks-)clubs. Door middel van een huwelijk kan een vrouw een verblijfsvergunning krijgen. Ze heeft echter pas recht op een zelfstandige verblijfsvergunning als ze drie jaar onafgebroken getrouwd is geweest en heeft samengewoond.  

Deze verschillende verblijfsmogelijkheden bieden verhandelde vrouwen weinig zekerheid. Voor het toeristen- en artiestenvisum geldt dat verhandelde vrouwen als vee getransporteerd worden tussen de verschillende Westeuropese landen als het de handelaren te heet onder de voeten wordt. Veel vrouwen komen echter nooit de deur uit, mede uit angst om door de politie opgepakt te worden. 

Ook het feit dat een vrouw drie jaar getrouwd moet blijven, maakt het moeilijk om uit een gedwongen situatie te stappen. Een uitzondering hierop is als er een vermoeden van, vrouwenhandel bestaat. Vrouwen mogen dan zolang het strafproces duurt in Nederland blijven. Maar omdat vrouwenhandel zo ongrijpbaar is en de dwang en uitbuitingssituatie het vrouwen haast onmogelijk maakt om aangifte te doen, komt hier weinig van terecht. Ook het feit dat de politie in de landen van herkomst niet bepaald zachtzinnig met prostituees omgaan, is er een oorzaak van dat vrouwen niet snel aangifte zullen doen. Dit vermindert dan weer hun kans om in Nederland te mogen blijven.   

De Haagse Zedenpolitie probeert op allerlei manieren het vertrouwen van de gemigreerde hoeren te krijgen om, in geval van uitbuiting, misleiding of dwang, de handel te kunnen aanpakken. De Zedenpolitie vraagt in Den Haag nooit naar de verblijfsstatus of paspoort van deze vrouwen. In andere steden wordt er in het gunstigste geval bij vermoeden van vrouwenhandel de Zedenpolitie of Stichting Tegen Vrouwenhandel ingeschakeld.  

In de provincie gaat dat veel moeizamer. Vrouwen mogen meestal niet om humanitaire redenen in Nederland blijven, ook al hebben ze aangifte gedaan en getuigd tegen handelaren. De Rode Draad kwam met een geheel andere oplossing voor het illegaliteitsprobleem. Zij vertelde dat je bij een notaris een akte van samenwoning (van een lesbische relatie) op kan laten stellen! 

De deelnemende organisaties aan het forum in het LVG vonden dat deze diskussieavond een goed initiatief was om mensen te informeren over vrouwenhandel. De Stichting Tegen Vrouwenhandel heeft verschillende werkgroepen in het hele land, waar mensen zich als vrijwilliger/ster kunnen aanmelden. 

Ook is het mogelijk om zelf het prostitutie- en vreemdelingenbeleid in de eigen stad/regio te onderzoeken en druk uit te oefenen. De Rode Draad vindt het belangrijk om beeldvorming rond prostitutie in het algemeen bij te stellen, evenals de rol van seksualiteit. De dubbele moraal ten aanzien van seksualiteit is nog volop aanwezig. Voor wat betreft vrouwenhandel geldt tevens dat racistische denkbeelden doorbroken moeten worden en dat wij onze eigen rol in racisme onderkennen.  

Osnova benadrukte het belang om te proberen te begrijpen wat er in de wereld gaande is. Daarbij moeten we de posities van vrouwen en mannen overdenken en de diskussie blijven aangaan. De Zedenpolitie benadrukte naast alle voorlichting en geboden hulpverlening, dat vrouwen vooral weerbaarder moeten worden, ook in Nederland. Geweld tegen vrouwen is een maatschappelijk probleem. 

Filippijnse vrouwen 

Het Amsterdamse Vrouwenhuis De Pijp kende een matige opkomst, waar men allereerst keek naar een film over vrouwenhandel. Daarna verzorgde een medewerkster van de Werkgroep Vrouwenhandel Am*dam een toespraak over de verwikkelingen waarin vier Filippijnse vrouwen in terecht gekomen zijn. De vrouwen waren afkomstig uit verschillende streken van de Filippijnen, levend onder armoedige omstandigheden. Via een wervingsadvertentie kwamen de vier elkaar tegen in Manila, waar ze een opleiding volgden voor kultureel danseres met aantrekkelijke vooruitzichten. Ze hadden daar geen geld voor, maar een schuldbekentenis ondertekenen voldeed.  

Na voltooiing van de training vertrokken zij met andere Filippijnse vrouwen naar Cyprus, waar ze in april '89 onmiddellijk aan het werk werden gezet op kontraktbasis voor 6 maanden, voor opvoering van onder meer Filippijnse dansen. Na vier maanden werd de vrouwen een nieuw kontrakt voorgelegd: een akkoordverklaring om elders in Europa tewerk gesteld te worden. Als ze niet akkoord gingen, zou hun salaris voor de laatste twee maanden niet uitbetaald worden. De vier vrouwen ondertekenden het kontrakt noodgedwongen en kwamen oktober '89 In Nederland aan. 

Ze werden op het vliegveld afgehaald en vervoerd naar een tijdelijk verblijfadres. Dezelfde avond werden ze tewerk gesteld In een klub, waar ze naakt moesten dansen en met de klanten naar boven moesten gaan. Ze waren hierdoor zeer geschokt en protesteerden hiertegen. Ze werden echter gedwongen, omdat ze hun schulden terug dienden te betalen, zoals 30.000 gulden 'bemiddelingskosten'. Ze waren overgeleverd aan een handelaar, de taal onmachtig en hadden geen kontakten in dit land. Ze werden als gevangenen behandeld, afgeschermd van de buitenwereld. Door hun weerbarstige houding werden ze konstant in andere klubs tewerkgesteld, ontvingen geen geld maar werden wel regelmatig geïntimideerd en mishandeld.  

Na hun ontsnapping vluchtten ze in een taxi naar de Filippijnse ambassade in Den Haag. Het ambassadepersoneel gedroeg zich belachelijk; ze deden moeilijk over het betalen van de taxichauffeur, maakten duidelijk dat de ambassade geen opvangtehuis is. Men weigerde de vrouwen te helpen, lieten slechts weten dat de wervingsorganisatie waarmee de vrouwen aanvankelijk in zee gegaan waren, een illegale organisatie is.  

Gedesillusioneerd stapten de vrouwen naar de politie en deden aangifte. Voor hen een hele stap, daar de Filippijnse politie door en door korrupt is. Via de politie kwamen ze in kontakt met de Stichting tegen Vrouwenhandel. Ze kregen advies van de stichting en een veilig onderkomen. Er werd een rapport geschreven over de verwikkelingen waarin de vrouwen terecht gekomen zijn. Een rapport om de mensen hier duidelijk te maken hoe belangrijk het is een goede opvang en begeleiding te hebben voor slachtoffers van vrouwenhandel. Maar ook om te rapporteren aan vrouwenorganisaties in de Filippijnen, om nieuwe vrouwen te behoeden voor eenzelfde lot. Eind december '89 zijn de vrouwen teruggekeerd naar de Filippijnen. 

(Bronnen: Leef in Chaos, De Peueraar en Nieuwsbrief Platform tegen Vrouwenhandel)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991