Naar archief

UIT: NN #96 van 31 oktober 1991   

Konspiradio op de balkan 

Reisverslag 

Sinds eind augustus heeft de Hongaarse hoofdstad Boedapest haar eigen illegale, subkulturele radio. Zoals we al schreven in NN #93 praat het Hongaarse parlement in december over nieuwe mediawetgeving. Tot die tijd maakt de Hongaarse radiogroep niet alleen radio, maar is ook aktiegroep; ze moeten zichzelf en hun zendertje uit de handen van de politie zien te houden en aan de andere kant ook nog eens politieke druk op parlementariërs uitoefenen om te zorgen dat de aan te nemen wetten niet te veel op die in Duitsland gaan lijken, want dan zou community-radio helemaal onmogelijk zijn. Kortom, een wespennest. Wat is er leuker dan een wespennest? Dus, in de bus, een paar weken naar Budapest

's Maandagmorgen blijkt de flat waar we voorlopig logeren omgetoverd te zijn tot radiostudio. We worden wakker midden in de platenkollektie. In de kamer naast ons zit een groep Hongaarse kollega's voor ons onbegrijpelijke berichten in de mikrofoon te spreken. Koffie. Wat is er aan de hand? Het blijkt dat ze de uitzending opnemen die later op de dag ergens vandaan uitgezonden zal worden. 

Tegen de tijd dat we echt wakker geworden zijn, hebben zij al vier uur uitzending op de band staan. Onze aandacht is inmiddels volledig gericht op een foto op de voorpagina van de ochtendkrant: een tiental politieagenten probeert een Dacia van haar plek te duwen. We krijgen kommentaar van onze kollega's: de politie heeft aangekondigd de komende week verscherpte verkeerskontroles in de stad te houden.  

Wie zich in Boedapest op straat waagt, begrijpt dat dat volledig zinloos is. De verkeerschaos (iemand is vergeten een ringweg om de stad aan te leggen, zodat al het verkeer door het centrum moet) is er de oorzaak van dat het speciale politieteam nog niet in staat geweest is radio Tilos uit de lucht te halen. Als ze de zendlokatie ongeveer bepaald hebben, moeten ze er in hun autootjes ook nog heen en dat duurt tijdens het spitsuur wel een paar uur. Of we mee willen naar de plek waarvandaan uitgezonden zal worden? Natuurlijk! 

De chef van het politieteam 

Even later zitten we in een flat een paar straten verderop. De zender staat op het buro voor het raam geparkeerd, de antenne is aan een bezemsteel in de dakgoot geknoopt. We hebben uitzicht op het nationaal museum, dat aan de overkant van de straat ligt. Om vier uur precies gaat de zender aan en het eerste bandje wordt in het cassettedeck gestopt. 

Twee van de drie Hongaren verdwijnen ogenblikkelijk naar buiten en gaan in de zon zitten op de trappen van het museum. Na tien minuten hebben wij ook genoeg van het kijken naar de zender en het luisteren naar het bandje. We gaan ook de zon in en laten G. alleen achter in de flat. We voegen ons op de trappen bij de twee Hongaren en beginnen sterke verhalen over Amsterdam te vertellen. 

Een klein kwartier later komt er een man met grijs haar de trappen van het museum opgelopen. Hij komt in onze buurt staan. Ik heb hem niet direkt in de gaten, m'n Amsterdamse kollega en de Hongaren wel. Even later komen drie auto's het museumterrein opgescheurd. Daar komen minstens tien mensen uit, die de trappen beginnen te beklimmen. 

Bij mij begint iets te dagen, de Hongaren zeggen dat wij maar eens een eind moeten gaan wandelen. Dat doen we dan maar. We lopen schuin de trap af, bij de meute politieagenten in burger vandaan. De man met het grijze haar, de chef van het speciale team, moet een beslissing nemen. Onze gezichten kent hij nog niet, die van de Hongaren wel. 

Dus neemt hij de foute beslissing en komt met z'n hele gevolg achter ons aan. Hij loopt vlak achter ons en begint tegen ons te praten. We reageren niet en lopen gewoon door. Hij begint te schreeuwen. Of we Magyar zijn of zo. We stoppen en draaien ons om. Hij begint ogenblikkelijk aan het jasje van m'n maatje te trekken. Die begint terug te trekken. Grijshaar maakt gebaren dat we mee moeten komen. De rest van z'n team verzamelt zich om ons heen. Ze zijn onze Hongaarse kollega's helemaal vergeten en die zien hun kans schoon om 'm te smeren.  

Ik herinner me wat iemand de avond ervoor had gezegd: als je je aan arrestatie onttrekt mogen ze meteen schieten, als je een smeris slaat kan je levenslang krijgen. M'n maatje is wat beter bij de les. Hij begint te vragen wie ze zijn en wat ze moeten. "Rendörség, Polizei". Ja, dat kan iedereen wel zeggen. "Show your identity-card!" Grijshaar begint in z'n zakken te voelen. Hij wordt zenuwachtig, want hij heeft dus geen ID bij zich. .Hij moet één van z'n ondergeschikten vragen om een pasje te tonen, Zijn autoriteit is stevig aangetast. Hij mag nu wel het jasje vasthouden. Hij haalt een fototoestel uit een van de zakken. Hij is zichtbaar teleurgesteld als het een ordinaire Pentax blijkt te zijn en geen zender.  

We mogen gaan en ze beginnen ons te volgen. Een Hongaarse radiokollega acht de situatie genoeg genormaliseerd om zich bij ons te voegen, de uitzending is inmiddels ook stopgezet. We gaan een paar straten verderop op een terras een biertje zuipen. Allerlei mannen en vrouwen houden zich onopvallend in de omgeving van het terras op. Als we ze aankijken, draaien ze hun gezicht af.  

Na twee potten bier besluiten we dat het nu wel lang genoeg geduurd heeft en dat we ze maar kwijt moeten proberen te raken. Een kerk en een universiteitsgebouw later zijn we ze kwijt. 's Avonds krijgen we te horen dat Grijshaar aan de hoofdkommissaris zijn verontschuldigingen heeft moeten aanbieden voor het feit dat-ie 't verprutst heeft. Er is sprake van dat het politieteam vervangen wordt door een groep andere agenten. 

Vieze boekjes 

Voor de volgende uitzending wordt de taktiek drastisch gewijzigd. Eén zender gaat in een auto en daarmee wordt ergens in de stad uitgezonden totdat de politie te dicht in de buurt is. Daarna wordt met een andere zender uitgezonden vanuit een flat ergens op één van de heuvels. De auto kiest een andere lokatie en begint weer uit te zenden zodra dat vanuit de flat onmogelijk is geworden. Dat moet genoeg zijn om te zorgen dat de politie de vier uur die de uitzending duurt bezig is met de verkeersproblematiek in de binnenstad.  

Wij gaan mee naar de flat. Dat blijkt het huis te zijn van de ouders van een broer en zus die bij de radio werken. Op de tv wordt de voetbalwedstrijd België-Hongarije vertoond. Hongarije wordt ingemaakt. Een reklamespotje vertelt ons over een bank, die maar liefst 37 procent rente geeft op je spaargeld. 

Wij zijn verbijsterd, totdat gezegd wordt dat de inflatie het afgelopen jaar een hoogte van maar liefst 57 procent heeft bereikt. Slik. Het radiozusje vertrouwt ons toe, dat het gemiddelde maandinkomen tussen de 600 en 700 gulden per maand ligt. Haar broertje komt met een vriend thuis als onze uitzend portie achter de rug is. Die twee duiken de boekenkast in en vissen daar een dun boekje uit dat er uitziet als een schoolschrift. Ginnegappend lezen ze elkaar stukjes voor.  

De dames vinden het maar niets. Op de vraag of het toevallig een vies boekje is, is het antwoord ja. Vaderlief leest vieze boekjes en neemt de quasi-pornofilms op RTL-plus op op video. Toen het broertje het de week daarvoor presteerde om voor de radiomikrofoon het hoogtepunt uit een homosexueel pornoverhaal voor te lezen en vaderlief dat gehoord had, was 'hij helemaal uit z'n dak gegaan. Blijkbaar hebben mannen van middelbare leeftijd overal in Europa hetzelfde probleempje met hun sexuele gevoelens.  

De rust in het gezin keert voorlopig nog niet terug: er was een nieuw feministisch tijdschrift verschenen, dat wel in alle café's en bij iedereen thuis lag, maar waar met geen woord over gesproken werd. Zusje en haar vriendin besloten na twee weken een artikel over het vaginaal orgasme uit dat blad voor te dragen voor de radio. 

De Franse slag 

Op een dag doet de telefoon in het café met dezelfde naam als de radio het niet meer. Er zijn nog meer problemen. De gemeente Boedapest dreigt de huur van de flat waar wij logeren op te zeggen, omdat die blijkbaar voor andere dingen gebruikt wordt dan om in te wonen. Een poging van de radio om een bankrekening te openen strandt. Om dat te kunnen, en dus de gulle donaties van luisteraars te kunnen ontvangen, moet de radio een vereniging worden en ingeschreven staan bij de Hongaarse Kamer van Koophandel. Die verdommen dat te doen en dus is er ook geen bank die de radio een rekening wil laten openen. We hebben het vermoeden van burokratische repressie.  

Er gebeurt van alles. Zo duiken er ineens mensen van radio Patapoe uit Amsterdam op. Zij zijn op rondreis langs allerlei Oosteuropese radio's en brengen dus ook een bliksembezoek aan Tilos Rádió. Zij vertellen dat het Franse blad Libéracion overal opduikt waar een nieuwe radio begint. Ze bieden dan een vrachtwagen vol met de meest prachtige apparatuur aan en zeggen dat ze zo de radio wlllen ondersteunen. De Patapoe's vertellen dat bijna elke radio die gelegenheid heeft aangegrepen en dat ze de meest idiote dingen gezien hebben en dat radio Tilos eigenlijk de enige goed funktionerende radio is.  

V. zegt, dat de Libéracion inderdaad ook bij Tilos Rádió is langs geweest, maar dat ze 'bedankt, maar nee, bedankt' hebben gezegd. Ze willen alles zelf doen. Ze willen zelf hun financiële en politieke problemen oplossen, omdat ze willen dat de wet zo wordt, dat er meerdere lokale radio's mogelijk worden. Met een Franse quasi direktie erbij wordt alles wel makkelijk, maar dat doel bereik je niet. Als je alles zelf doet, zo vertelt V., moet je met de meest idiote mensen in gesprek.  

Zo is er een gesprek geweest met de vorig jaar pas gekozen, progressieve, burgemeester van Budapest. Die zei, dat hij geen invloed had op het beleid van de politie. Hij wekte de indruk dat hij per ongeluk achter een buro terecht gekomen was, waarvan hij niet wist wat voor invloed je daarvandaan zou kunnen aanwenden. Er was een gesprek met de leider van de partij van Jonge Demokraten (FIDESZ; de Hongaarse regeringscoalitie bestaat uit de communisten, de partij van middenstanders en de christelijke partij, allen zeer konservatief. De oppositie bestaat uit de partij van jonge en de partij van oude demokraten). Deze heeft beloofd uit eigen zak een geldbedrag voor Tilos Rádió ter beschikking te stellen. Er volgde in die week nog een gesprek: dit maal met de parlementaire kommissie voor mediawetgeving. 

Nadat de Tilos-groep daar uitgelegd had dat ze vonden dat de FM-band in drie even grote stukken moest worden opgedeeld, een deel voor commerciële radio, een deel voor nationale radio en een deel voor community-radio, werd daar positief op gereageerd. Het is maar de vraag of de heren wat doen met deze met de mond beleden steun. In elk geval, ons vermoeden van burokratische repressie bleek na een week onjuist: de telefoonkabel bleek gewoon gebroken en er was een bank bereid om de radio een bankrekening te geven. 

Hebben we een hekel aan de Russen? 

Tussen de radioperikelen door bleek iedereen zich op te maken voor iets heel anders. Op 23 oktober herdenkt een deel van het Hongaarse volk de opstand tegen de Russen in 1956. Die is toen bloedig neergeslagen en sindsdien waren er elk jaar verboden demonstraties op de 23e. Sinds een paar jaar zijn de demonstraties legaal en hebben ze een heel andere toon gekregen. Er zijn allerlei mensen uit ballingschap teruggekeerd en die slaan in toespraken de meest vreemde taal uit, alsof ze niet echt in de gaten hebben dat er wat veranderd is in de Hongaarse samenleving. Sommigen zien in de liberalisatie zelfs een komplot van de communisten.  

Andere krachten zien weer andere charmes in de herdenkingsdemonstraties. Vorig jaar had een grote groep skinheads (jawel) in de luwte van de demonstratie een communistische herdenkingssteen van de gevel van het hoofdkwartier van de nationale radio te gesloopt. Ook dit jaar waren er geruchten dat ze van de partij zouden zijn. Het zou dit keer gaan om het standbeeld van een bij de strijd tegen de Duitsers gesneuvelde Russische soldaat aan de voet van het Vrijheidsmonument.  

Bovendien waren er opruiende anti-communistische pamfletten verschenen in Györ, Debrecen en de streek rond Pest. Dit soort dingen en ook de onwil om weer gekonfronteerd te worden met de nare dingen uit het recente verleden, maken dat veel Hongaren niet echt geďnteresseerd zijn in de demonstraties. Bovendien zijn veel mensen de overtuiging toegedaan dat het indirekte effekt van de '56-opstand was, dat de toenmalige communistische leiders een verregaand liberaal regime zijn gaan voeren. 

Laten we de radio bestormen! 

's Middags loop ik meteen tegen de eerste demonstratie aan. Zo'n 5000 mensen lopen met Hongaarse vlaggen achter een geluidswagen aan. Op de geluidswagen staat een zwart geverfde doodskist met daarop een tekst die doet vermoeden dat deze mensen het fascisme en het communisme op één hoop gooien. Ze zijn bijna allemaal van middelbare leeftijd.  

Als ze bij het gebouw van Magyar Rádió zijn aangekomen, stellen ze zich allemaal op in een zijstraat, voor het balkon van een naburig pand. Daar verschijnt een oude meneer, die iets onverstaanbaars begint te schreeuwen. Zijn gezicht is rood aangelopen, de meute sist om stilte als hij iets probeert duidelijk te maken. Hij wordt herhaaldelijk in de rede gevallen door iemand die in de geluidswagen zit.  

De mensenmassa begint de naam te roepen van iemand die klaarblijkelijk beroemd is geworden doordat hij hard gevochten heeft toen de nationale radio in 1956 bestormd werd. Hij verschijnt ook op het balkon en het gejuich is overweldigend, helemaal als op het balkon ook nog eens de vlag van het vroegere Hongaarse koningshuis verschijnt. Voor mij is dat teveel en omdat ik me af begin te vragen of deze mensen wel van deze wereld zijn, besluit ik wat anders te gaan doen. Laat ze maar leuzen uit vervlogen tijden schreeuwen. 

De zigeuners krijgen altijd de schuld 

Met radiokollega G. en nog een jongen ga ik naar de avonddemonstratie voor het parlementsgebouw. Daar zouden de skinheads hebben afgesproken en als er ook maar in enige mate sprake zou zijn van excitement, moest dat van hun kant verwacht worden. Op het plein spelen zich dezelfde taferelen af als 's middags. Deze herdenking dient voor een hoop mensen om hun frustraties over het verleden nog eens te herleven en om te genieten van teruggekeerde ballingen die niets begrijpen van de huidige Hongaarse samenleving. 

Tussen de duizenden mensen ontdekken we inderdaad hier en daar groepjes kaalgeschoren fascistjes. Veel van hen hebben fakkels bij zich. Het blijkt dat ze zich uiteindelijk verzamelen op een hoek van het plein. Het zijn er een kleine honderd. Als ze weg lopen volgen we ze. Blijkbaar zijn mijn pogingen om onopvallend foto's te maken toch opgevallen, want op de volgende hoek staan ze stil en met z'n zessen in een Japans miniatuurauto wijzen naar ons. We wachten een paar honderd meter bij ze vandaan. Ze splitsen zich in twee groepen. We gaan met z'n drieën achter de helft met de meeste fakkels aan. Verderop in de straat, voor een kroeg staan ze weer stil. We lopen vlak langs ze heen en duiken de kroeg in. Eén of ander kruidendrankje. 

Wat zullen we doen? G. zegt, dat het misschien beter is als we gewoon om een interview vragen, want onopvallend volgen kan duidelijk niet meer. Zouden we dat wel doen? Voor hetzelfde geld worden ze ietwat agressief. De skins lopen verder, het glas achterover en weer achter ze aan. Een eindje verder gaan ze op de tramhalte staan. Toch maar vragen? G. loopt op ze af en hangt een slap verhaal op over dat-ie tolk is voor een Nederlandse journalist blabla en of ze een interview willen geven.  

"Amszterdamban?" Gegiechel, maar vragen stellen mag. Wat of ze vanavond gaan doen? Drinken, naar huis en als ze een gekleurde medemens tegenkomen steken ze die dood. Ze zijn bloedjong. Ze hebben een hekel aan alles en iedereen, geven de zigeuners de schuld van de inflatie. Het interview is afgelopen op het moment dat de tram komt. De afscheidsleus is een vloek tegen het fascistische regime in het Hongarije aan het eind van de tweede wereldoorlog. Verbazing van mijn kant, maar voor m'n Hongaarse maatjes is dit blijkbaar doodnormaal. 

Live uitzenden 

We duiken ogenblikkelijk de kroeg in. Eigenlijk zouden we met de rest van de radiogroep gaan eten in de flat waarvandaan uitgezonden wordt, maar de nazi's hebben ons een beetje van slag gebracht. G. krijgt van z'n vriend op z'n lazer dat hij te agressief jegens de skins was geweest. Hij zou daarmee kunnen veroorzaken, dat het onmogelijk wordt de skins van dichtbij te volgen, zodat je zou kunnen ingrijpen als ze stomme dingen zouden doen.  

G. zegt, dat hij zich kapot ergerde aan de skins en dat-ie helemaal niet objektief hoefde te zijn. Maar die objektiviteit wordt juist zo belangrijk gevonden; er zijn nieuwe demokratische verhoudingen en voor een beginnende radio is het toch belangrijk objektief te blijven? Jaja, maar dit interview was toch voor Amsterdam en G. heeft niet gezegd dat hij het ook op Tilos Rádió zou gebruiken, bovendien had een ander al gezegd op de radio, dat skinheads geen verstand in hun hoofd hebben.  

G. en ik zijn het met elkaar eens dat in het geval van skinheads het ideaal van journalistieke objektiviteit maar overboord gezet moet worden. De diskussie loopt vast, G. en ik gaan per taxi naar het uitzendadres. Gelukkig, een dikke Mercedes, is dat even luxe! Binnen is een heel andere wereld, dit is de eerste live-uitzending in de geschiedenis van Tilos Rádió en wij hebben 'm gemist want de zender is net uitgezet. We kunnen het skinhead-interview dus niet meer uitzenden en van het nodige kommentaar voorzien. De rest is nogal pissig op ons, omdat we dronken zijn, geen drank mee hebben genomen en veel te laat zijn. Poeh! Het mocht wat. 

Wetsontwerp 

Met z'n zessen in een Japans miniatuurautootje gaan we naar de kroeg. Live uitzenden is inderdaad veel leuker, dus de radio moet maar verhuizen naar de kroeg en. daar definitief een studio beginnen. Als er uitgezonden wordt tijdens de openingstijden van de kroeg, biedt het publiek een vorm van bescherming tegen mogelijke politie-akties. Als tenminste de kroeg zelf niet wordt gesloten (Tilos az A' betekent Verboden te Betreden; dit bord had de politie een paar jaar geleden tevergeefs op de deur gespijkerd).  

De radiomedewerkers die daar tegen zijn moeten maar kiezen of ze de radio belangrijk genoeg vinden om hun bezwaren overboord te zetten. Bij het bier blijkt, dat er een wetsvoorstel voor de media verschenen is waarin Tilos Rádió met name genoemd wordt. Men is niet echt tevreden. Dit betekent dat deze radio waarschijnlijk wel kan blijven bestaan, maar dan als uitzondering op de regel. In elk geval kan er nu nagedacht worden over hoe het geld voor een zender van voldoende vermogen bij elkaar kan worden gebracht. Let op aankondigingen!   



(ff; radio de Vrije Keyser)

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991