UIT: NN #94 van 3 oktober 1991
Waar voordeel haalt
De onzichtbare handen
Je staat er meestal niet zo bij stil, als je kleren in de winkel ziet hangen. Confectiekleding is zo eenvormig, en met al die rechte naadjes zou je kunnen denken dat het, net als plastic bakjes, uit een machine is gerold. Echter, al die kaarsrechte naadjes en alle versiering worden door mensen gemaakt. Bijna altijd door vrouwen, in de slechts denkbare arbeidsomstandigheden, in de Derde Wereld en hier in Europa.
In het Westen is de laatste tien jaren een ontwikkeling gaande, die inhoudt dat in verschillende sectoren van de ekonomie geproduceerd wordt op een manier die de deze eeuw verworven vakbonds- en arbeidsrechten buiten spel zet. Daar gelden minimumlonen, voorschriften voor arbeidstijden en arbeidsomstandigheden, sociale zekerheid, rechtsbescherming niet. In de Derde Wereld wordt van de afhankelijkheid van die landen van het Westen en onderdrukking aldaar, geprofiteerd om kleding te laten produceren tegen ondenkbaar lage vergoedingen.
Van verschillende kanten wordt geprobeerd hier iets aan te doen. In Nederland loopt op dit moment de Schone Kleren Kampagne van het Schone Kleren Overleg (zie elders op de pagina) waarin verschillende betrokken organisaties zich hebben verenigd. Een aantal van de Infofiet-avonden (benefiet annex aktie-informatie avond zie NN #93) worden in samenwerking met de Schone kleren kampagne georganiseerd. De eerstvolgende is in...
De rondreizende uitbuiting
Tot in de jaren '70 werd kleding in hetzelfde land geproduceerd als waar het verkocht werd. In Nederland waren de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie, waar vooral vrouwen werkten, slecht en feodaal bijvoorbeeld in de fabrieken voor het merk CANDA (C and A).
Begin '70 verdween de kledingindustrie naar het buitenland. De vrouwen in Brabant, Twente en Amsterdam kwamen op straat te staan. De fabrikanten openden nieuwe kledingfabrieken in Tunesië, Zuid-Korea en Taiwan. Ook daar kwamen weer vrouwen te werken.
De kledingindustrie is in de jaren '80 blijven verhuizen. Landen van de Derde Wereld beconcurreerden elkaar met aantrekkelijke voorwaarden (waaronder vrijstelling van arbeidsbepalingen en belasting), om de kledingindustrie naar hun landen te lokken. Ook verhuisden de kledingfabrikanten zodra. kleding-arbeidsters er in slaagden zich te organiseren en hogere lonen te vragen. De nieuwe landen zijn nu onder andere Bangladesh, Sri Lanka en Zimbabwe. In deze drie landen werden onlangs labels van C&A in uitbuitende produktiebedrijven gevonden.
In de jaren '80 is trouwens een deel van de kledingindustrie weer teruggekomen. Dat is de sektor die kleine series uiterst modegevoelige kleding produceert. Opnieuw door vooral vrouwen, maar nu in illegale ateliers of thuis. In de steden werken ook vooral veel migranten mannen in ateliers. De massagoederen blijven nog steeds uit de Derde Wereld komen.
De arbeidsomstandigheden en lonen in de ateliers roepen associaties op met de beklemmende verhalen uit de industriële revolutie. We leven een eeuw later, maar bij uurloon moet je nog eerder aan centen dan aan guldens denken. Twee cent per uur in Bangladesh bijvoorbeeld.
Keten van schone handen
Grootwinkelbedrijven zoals kopen hun kleding niet rechtstreeks van de ateliers. Een inkoper van C&A reist bijvoorbeeld het Verre Oosten af en plaatst er orders. Soms maken de fabrieken de partij zelf, soms wordt uitbesteedt aan kleinere produktie-eenheden. Fabrikanten worden zo vaak meer een soort van tussenhandelaars. Ook ateliers besteden wel delen van hun werk weer aan ander ateliers of thuiswerksters uit.
De keten kan zo erg lang worden. Grote kledingbedrijven hebben alleen te maken met de inkopers, en dat komt ze uiteraard goed uit. Langs deze weg elke verantwoordelijkheid, elk medeweten ontkennen. Hoewel bijvoorbeeld C&A zegt dat ze de lokale wetten respecteert moeten we ons daar niet al te veel van voorstellen. Lokale wetten zijn vaak buiten werking gesteld in de vrijhandelszones die zijn ingesteld om investeerders te lokken.
Ook houden bedrijven zich zelf niet aan de lokale wetten volgens de plaatselijke vakbonden. Als C&A hierop wordt aangesproken verweert ze zich door te stellen dat het niet C&A Nederland is dat dit doet. C&A doet namelijk alsof ze geen multinational is, en alsof de vestigingen' in verschillende landen niets met het onofficiële Nederlandse centrum te maken hebben.
Dan zou je nog kunnen denken dat alleen de kledingwinkels die prat gaan op hun lage prijzen, hun leveranciers zo weinig betalen dat de werkneemsters zo worden uitgebuit. Maar ook de waanzinnig dure kinderkleding van Olily en het semi-luxe merk Benneton betalen voor de produktie een schijntje.
Ateliers en thuiswerk
In Nederland wordt veel werk gedaan in illegale ateliers en door thuiswerksters. De ateliers krijgen zo weinig betaald dat het onmogelijk is om helemaal legaal te werken. De huisvesting is erbarmelijk, onhygiënisch vaak en brandgevaarlijk. Premies en belastingen worden niet of maar gedeeltelijk betaald. Er is geen zekerheid op werk. Met geluk hebben ze een paar maanden per jaar werk.
Het thuiswerk wordt (zoals ook bij ander produkten het geval is) door de uitbesteders als een soort bijverdienste afgeschilderd. Zo kijken de vrouwen zelf daar ook tegen aan. Zo kan ook het idee in stand blijven dat hun echtgenoot de kostwinner is. In werkelijkheid is thuiswerk, ondanks de lage betaling een onmisbare bron van inkomsten. In de praktijk wort door het gezin, vooral de kinderen vaak meegewerkt in thuiswerk, en worden er lange dagen gemaakt. Ziek zijn kan niet als iets af moet.
In de Derde Wereld wordt het thuiswerk wel als echt werk gezien, en wordt er ook openlijk over gepraat. In de ateliers moeten vrouwen zich, behalve de onderbetaling, nog van alles laten welgevallen om hun baan te krijgen of te houden. Seksueel misbruik, kontrole op zwangerschap, mishandeling, werkweken van 60 uur, verplicht overwerk zijn gebruikelijk.
Vrouwen
Dat het vooral vrouwen zijn die worden uitgebuit, heeft te maken met hun tweederangs positie in de maatschappij. Hun werk heeft minder status, hun machtspositie is zwak. Voor zover er mannen werken in de kleding industrie hebben die vaak de betere baantjes in de ateliers, en worden beter betaald (wat natuurlijk niet wil zeggen dat voor hen wel redelijke betaling plaats vindt).
Textiel is trouwens een typisch vrouwenterrein (behalve daar waar het grote geld gemaakt wordt natuurlijk). Vrouwen maken het, vrouwen kopen het vooral. Voor de industrialisatie van de Derde Wereldlanden is de textiel industrie een eerste stap omdat het arbeidsintensief is en relatief weinig techniek vereist. Bij de wereld winkels, die wel zorgen dat een eerlijke produktie gegarandeerd is, is 70 procent vrouw.
Onzinnige maatregelen in Nederland
In '89 is in Nederland de zgn. 3 april regeling afgesproken, tussen wekgevers de overheid en de vakbonden. Deze houdt opsporing in van illegale praktijken, én een systeem van waarborgverklaringen. Bij iedere overdracht van kleding in de konfektiehandel moet een verklaring van het GAK overlegd worden waarin staat dat de verkoper de benodigde premies heeft betaald.
Zo'n maatregel zal alleen zorgen dat er wat meer binnen komt aan belasting en premies, en richt zich niet op de slechte positie van de arbeidsters en thuiswerksters. Die wordt alleen maar slechter als het systeem zou slagen. Doordat atelierhouders nu meer premies moeten betalen, zullen hun kosten zo hoog worden, dat ze nog meer moeten terugvallen op de goedkoopste arbeidskrachten de illegale arbeiders en thuiswerksters. Die zullen dan ook nog minder betaald krijgen en blijven onverzekerd. Het systeem helpt tegen een volledig zwart circuit, maar laat het gangbare grijze circuit, waar gedeeltelijk premies worden betaald, onverlet.
Het OKIKA (Ondersteuningskomitee Illegale Konfektie-Arbeiders) pleit voor legalisering (werk- en verblijfsvergunningen). Om te voorkomen dat een nieuw illegaal circuit ontstaat eist men: een minimum maakprijs, keten aansprakelijkheid (de uiteindelijke afnemers blijven verantwoordelijk), verplichting tot openheid van zaken, kontrole van de werkplek. Leuk in dit verband is ook nog dat er door legalisering werkgelegenheid gaat ontstaan, als werknemers dan betaald krijgen voor het werk wat zij doen en geen lange werkweken meer maken.
Behalve de al eerder genoemde kleding bij Novib en Wereldwinkels bestaat er geen konfektie die onder redelijke omstandigheden wordt geproduceerd. Waarom dan toch C&A als doelwit? Dat komt omdat C&A het grootste marktaandeel in de kledingdetailhandel in Nederland heeft (20 procent). De rest van de markt is versnipperd waardoor C&A een machtspositie heeft. Hun beleid is bepalend voor de andere bedrijven. De winkels zelf zijn trouwens ook vakbonds- en vrouwonvriendelijk.
Over het effect van de kampagne tot nu toe: laat zich nauwelijks zien naar aanleiding van de akties. Ze halen er meestal snel politie bij, en laten het vuile werk door hen opknappen. In Haarlem werd onlangs zelfs een manifestatie door de politie onderbroken en werden mensen door politie de zaak uit gesleurd. Ook krijgen tijdens akties alternatief geklede mensen een winkelverbod.
Naar aanleiding van de openingsaktie vorig najaar maakte een boekje over het eigen inkoopbeleid (waar weinig konkreets instaat). Dat ligt alleen bij akties op de balie. Bij de eerste keer binnen 'kritisch konsumeren' had nieuwe antwoordkaartjes waarop de vraag kon worden neergezet. Ze gaan verder ook niet in op uitnodigingen voor radiodiskussies. Internationaal denkt in Groot-Brittannië aan een kursus voor hun inkopers over uitbuitingsverhoudingen. Het kan zijn dat de Britse zuster van de kampagne hierop van invloed is.
Schone kleren zijn schaars
Wat kun je dan nog doen als bijna alle kleding even 'smerig' is, zou je zeggen. Je zou kunnen kopen bij wereldwinkels of NOVIB (1), maar de keus is natuurlijk beperkt en een mens wil wel eens wat anders. Wat op den duur meer effect heeft, is meewerken om te zorgen dat de zaak bekendheid krijgt. Door handtekeningen te zetten voor solidariteit, eens een kritische vraag of opmerking te plaatsen in een winkel, meedoen met akties rond kledinggiganten zodat meer mensen kennis nemen van de achtergronden van de kledingproduktie (zie elders op de pagina).
Grootwinkelbedrijven zijn er gevoelig voor dat het zonnige image van het kleding kopen verstoord wordt door berichten uit de donkere ateliers.
Grrbina & Marjan
bronnen: vooral publikaties van SKO
1. Sommigen van de handelspartners van de NOVIB produceren echter ook geen echt 'schone kieren'. Weliswaar zijn de NOVIB partners minder kommercieel, maar kinderarbeid of extreem lange dagen komen ook bij sommige NOVIB leveranciers voor.
DE KLEREN KAMPAGNE
In het SKO (Schone Kleren Overleg) zitten een groot aantal organisaties, variërend van Konsumenten Kontakt tot het Filippijnen Komitee, van het SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) tot het OKIKA (Ondersteunings Komitee Illegale Konfektie Arbeiders).
Het doel van de SKO is om de arbeidsomstandigheden in de konfektie industrie te verbeteren waarbij ze continu de aandacht willen vestigen op zowel de rijkere als de armere landen. Dat is het hoofddoel. Voor de kampagne is een aantal subdoelen ontwikkeld, waarbij men zich vooral wil richten op de consumenten.
Door akties wordt gestreefd naar het ontstaan van een bewustwording over de werkomstandigheden op de achtergronden de handelsstromen waarlangs de kleding in de winkel is gekomen. Onderzoek naar de internationale handel en produktie is een bittere noodzaak voor de verdere voortzetting van de kampagne.
Er worden internationale vragenlijsten over bedrijven rondgestuurd, gefaxed of gecomputerd. Er zijn plannen voor nieuw grootschalig onderzoek dat nieuwe feiten op moet leveren, zodat een duidelijker en aktueler beeld gegeven kan worden. Mochten lezers van NN nieuwe kontakten hebben zijn ze welkom bij de kampagne.
Woordvoerdster Ineke: "Krities konsumeren is niet alleen niet meer bij kopen, maar we noemen axie ook een vorm van krities konsumeren. Wat we bijvoorbeeld gedaan hebben (lees daarover onze nieuwsbrief) is de winkels in gaan, en kritiese vragen stellen. (zoals: Waar komt dit vandaan, waar is dit gemaakt. Onder welke arbeidsomstandigheden is dit gemaakt?) Dat kan krities konsumeren zijn.
"Krities konsumeren kan ook zijn: boze brieven schrijven. En persoonlijk vind ik het belangrijker, dat mensen op de een of andere manier aktief worden en aktief omgaan met een dergelijke problematiek als die van de konfectieindustrie (bijvoorbeeld door een keer een handtekening te zetten of een keer de straat op te gaan), dan dat ze ergens anders kopen. Maar als je echt ergens anders wilt kopen, dan raad ik je aan om naar de wereldwinkels te gaan. Of via de NOVIB kleren te bestellen, daar is het redelijk zeker dat het gemaakt is in arbeidsomstandigheden die oké zijn.
"Maar ik kan me voorstellen dat je zegt dat is me te duur. Tweede handskleren en dergelijke kan natuurlijk ook. Het gaat er mij niet om dat mensen als een individu worden benaderd 'koop niet bij '. Ik denk dat het gewoon belangrijker is dat je een kampagne krijgt waarin veel mensen aktief zijn en waar veel mensen aktief bij betrokken worden. Een alternatief in dit geval is ook aktie voeren, en dat is ook een bepaald doel waar we naar streven."
Wat voor akties worden er gevoerd?
"Er is gekozen voor een speerpuntenbeleid, aan de ene kant door ons te richten op één bedrijf. Voorlopig is dat , omdat daar vrij veel over bekend is. Door voor een bedrijf te gaan staan, willen we zoveel mogelijk helderheid bieden om vrij complexe dingen als 'uitbestedingsketens' zichtbaar te maken Daarom doen we veel straataxies. Tegelijkertijd vinden we dat het aan de lokale groepen zelf is om te bepalen wat voor soort axies ze willen doen."
Bij de akties zijn veel vrouwen aktief, maar in het sekretariaat en het overleg zitten vooral mannen, hoe zou dat komen?
"Dat is een hele goeie vraag. In de overleggroep valt het nog wel mee. Maar op het sekretariaat en op een aantal andere punten zijn het mannen. Ik weet niet hoe het komt. Ik denk dat het feit dat veel vrouwen bij de schone kleren kampagne aktief zijn, te maken heeft met het feit dat het iets is dat vrouwen aanspreekt. Vanuit Derde Wereldgroepen zijn vrouwen er veel meer bezig geweest en daarom waren er met 8 maart enzo veel vrouwengroepen die zich daarin herkenden. Ik denk dat verschillende aksies ook hard getrokken zijn door een aantal vrouwen, waardoor andere vrouwen ook weer aktief worden."
"We plannen voor 25 januari een grote themadag, de bedoeling is om met· name over de toekomst te gaan praten, over wat we verder wil/en met de kampagne. En aan de andere kant ook te praten over dingen waar we mee bezig zijn geweest, zoals het streven om tot een Vakbondslabel te komen. Dat Vakbondslabel betekent dat een vakbond goedkeuring geeft aan bepaalde arbeidsomstandigheden waaronder iets gemaakt wordt. Het is vooral belangrijk dat daar ook een vakbond aanwezig is. Je ziet dat een basiseis, met name in Derde Wereld landen, het recht op vakbondsvrijheid is. We gaan er over praten of we verder gaan met een Eerlijke Handels Handvest, wat je bedrijven onder de neus kan douwen. Ook gaan we bespreken of we de kampagne alleen bij houden of misschien toch ook gaan verbreden.
"We zijn nu van oktober vorig jaar bezig, en je merkt gewoon dat er een aantal dingen heel goed lopen en een aantal dingen ook vrij slecht, of af aan het kalven zijn. Met name grotere axies zijn niet van de grond gekomen. Het sekretariaat loopt slecht, andere dingen lopen wel goed. We vinden het heel belangrijk om op die thema dag zo goed mogelijk overleg te plegen met diégenen die er op de een of andere manier bij betrokken zijn. We hebben wel vaker een landelijk overleg gehad, met de plaatselijke groepen en aktieve mensen, maar dat verword heel snel tot een soort vergadering waar mensen niet zo'n zin In hebben. Dus we willen dat kontakt een beetje krijgen, en daarom werken we nu heel hard aan die thema dag. Om die inhoudelijk ook heel goed voor te bereiden.
"Die themadag is ook een gelegenheid om kritiek of ideeën enz. te spuien op de kampagne. Eigenlijk staat alles weer open. We willen een groots en breed gedragen dag hebben, waar allerlei klups komen en voor mijn part gaat iedereen tegen elkaar schreeuwen. Maar het gaat er ook om dat we het er over hebben wat we gaan doen."