Naar archief

UIT: NN #94 van 3 oktober 1991   

Het kapitalistisch experiment moet beëindigd worden 

Gysi en Van der Spek in debat over de toekomst van links na de instorting van het communisme 

Eén van de weinige bekende politici die het socialisme is blijven verdedigen, terwijl zij nooit hun kritiek over Oost-Europa onder stoelen of banken hebben gestoken, is Fred van der Spek. Tot zes jaar terug fractievoorzitter van de PSP in de Tweede Kamer, uit de partij gestapt omdat die het socialisme en een radikale politieke strategie steeds meer lieten vallen. Zondag 15 september debatteerde hij met Gregor Gysi van de Partei des Demokratischer Sozialismus (PDS, zie kader onderaan)) over de gevolgen van de instorting van het Oost-Europese Systeem voor links en naar welk ekonomisch systeem we in de toekomst toe zouden moeten. Zeer veel vraagstukken passeerden de revue, die ook buiten socialistische kring spelen. 

Sinds de instorting van de Oost-Europese systemen, ook wel het reëel bestaande socialisme genoemd, lijkt de term socialisme taboe geworden. Linkse kopstukken vielen over elkaar heen in de haast om te verklaren dat ze als links ongelijk gehad hadden. Het lijkt me trouwens dat je zoiets alleen kunt zeggen, als je vroeger tot degenen behoorde die van mening waren dat in Oost Europa een socialisme bestond (en dat waren er toch maar weinig).  

Het socialisme is dood, leve de marktekonomie. Uit Latijns-Amerikaanse hoek heeft Eduardo Galeano hierover opgemerkt dat de effecten van de veelgeroemde marktekonomie maar al te bekend zijn bij de bevolking van dat kontinent. Blijft de vraag: als het socialisme niet dood is, hoe zal het leven?  

Gysi en Van der Spek waren het over veel eens, daar in Paradiso. Beide sprekers vonden dat aan het Oost-Europese systeem niet veel verloren gegaan was, maar dat de ontwikkelingen die er opvolgden, zorgelijk waren. 

Vd Spek: "Wat echter wel een probleem is, is dat met die prima ontwikkeling van het verdwijnen van die diktaturen er nu een ontwikkeling op gang komt, die bepaald niet te waarderen is. Een keihard kapitalistische ontwikkeling." 

Gysi: "Het heeft niets bijgedragen aan het oplossen van de problemen en de vooruitgang van de mensheid. Nergens in Oost-Europa is geprobeerd werkelijk anders om te gaan met ekonomie en produktie. Wat ik dat systeem bijzonder kwalijk neem, is dat het de ekologie volledig verwaarloosd heeft." 

Volgens Gysi had men de ekonomie ook zo kunnen structureren dat de zorg voor het milieu daarin een belangrijk doel was geweest. "Men heeft konkurrentie (met het Westen) echter zo opgevat, alsof het erom ging een beter kapitalisme te worden. Dat was natuurlijk niet doenlijk, want als kapitalisme is het kapitalisme nou eenmaal beter." 

Wat Oost-Europa volgens Gysi wel heeft opgeleverd was een druk tot dekolonialisatie en het dwong het westen demokratischer en socialer te zijn. Bij wijze van spreken was de DDR derde partij bij de loon onderhandelingen in Duitsland. Nu deze druk wegvalt wordt ondemokratischer en on-socialer politiek bedreven. Zo probeert men in het Duitse Parlement een wet te laten aanvaarden waarin de rechter mag beslissen of beklaagden nog in beroep mogen gaan. (Gysi had daarop toen gereageerd dat hij het daarmee wel eens was, als de beklaagde dan ook mocht beslissen of er vervolgd zou mogen worden). 

De mensen uit de DDR worden er nu mee gekonfronteerd dat ze zich dingen niet kunnen veroorloven. "Vroeger konden ze zich alles veroorloven wat er was, de vraag was alleen wat er was." Vroeger was de informatie vervalsing erg doorzichtig, tegenwoordig is het geraffineerder. De frustratie hierover kan een begin van een links gevoel zijn. 

Fort Europa 

Vd Spek: "We zijn op weg naar 'fort Europa', een rechtse, niet alleen ekonomisch sterke, maar vooral ook een politiek en militair sterke ekonomische macht." Het gaat de richting uit van een vrij sterk autonome West-Europese macht met kernwapens. Die zal vooral gericht zijn tegen de Derde Wereld. Alleen dankzij uitbuiting van de Derde Wereld kan het kapitalisme hier blijven voortbestaan. Oost-Europa probeert zich daarbij aan te sluiten. Als dat lukt zullen ze met ons meedraaien, anders zullen ze door ons uitgebuit worden. 

Gysi: "Het immigratie probleem wordt op DDR wijze aangepakt. Men probeert het probleem te bestrijden en niet de oorzaken aan te pakken. Men kan van de DDR leren dat men de zaak niet krampachtig gesloten moet houden, zoals de EG op dit moment met immigratie doet. Zo'n geslotenheid houdt op den duur geen stand. Bij de DDR bleek dat een enkel gaatje in de Hongaarse grens de boel dan geheel doet instorten. Kultureel had het trouwens wel z'n spannende kanten. Als in Neues Deutschland van de SED stond dat een bepaalde film af te keuren was, dan kon je er zeker van zijn dat die maandenlang volle zalen trok. Over een enkel kritische zin in een toneelstuk kon men lang praten. Dat is ook in een keer weg. Je kan zo kritisch schrijven wat je maar wilt, het interesseert niemand meer." 

Gevolgen van het kapitalisme 

Als het kapitalistisch experiment wordt voort gezet blijft niet alleen klassenverschil bestaan, maar dan dreigt in deze tijd ook een ramp voor de hele wereld, daar zijn beiden het over eens. 

Vd Spek: "Schrijnende ongelijkheid die bestaat op de wereld, zal op den duur leiden tot de ondergang van de wereld, van de hele wereld. Ook het rijke deel. Het maakt het uitbannen van oorlog onmogelijk. De 'haves' zullen aan bewapening en oorlogsvoorbereiding doen om hun leidende positie te behouden. De 'havenots' zullen hetzelfde nastreven om omhoog te kunnen komen. Het idee dat je die schrijnende ongelijkheid zou kunnen kontinueren in een vreedzame wereld, is daarom naar mijn gevoel volstrekt onzinnig." Het valt te vrezen "dat ze een keer ons mores zullen willen leren, bijvoorbeeld met kernwapens, voor de uitbuiting en voor de onderdrukking." 

Gysi: "De triomf van het kapitalisme, is een triomf over Oost-Europa, de Derde Wereld, vrouwenemancipatie, ekologie, oerwoud etc. Als tegen deze triomf geen middel wordt gevonden, dreigt de ondergang van de beschaving. 

Vd Spek: "Het kapitalisme is ook een buitengewoon ondemokratisch systeem. Beslissingen in de ekonomie, die dikwijls uiteindelijk gaan over leven en dood, over oorlog en vrede, over rijkdom en armoede van miljarden mensen, die beslissingen worden genomen achter gesloten deuren, in het geheim (vanwege konkurrentie), door kleine groepen mensen. Demokratische kontrole bestaat eenvoudig niet." 

Waarom socialisme? 

De vraag is wat er dan in plaats van het kapitalisme moet komen. Gysi en Van der Spek zijn voor een socialistische oplossing. In het debat werd niet heel precies ingevuld hoe die er uit zou moeten zien. Het duidelijkst was nog Van der Spek, Gysi hield het op "permanente demokratisering van de maatschappelijke verhoudingen. Oplossing is naar mijn stellige overtuiging een socialisme" (Vd Spek)  

"Socialisme niet als een maatschappij waar alles koek en ei is, natuurlijk niet! Maar een maatschappij waar de fundamentele problemen opgelost kunnen worden. Socialisme als voorwaarde voor de opheffing van de ongelijkheid in je eigen maatschappij, en met name ook op wereldschaal. Als voorwaarde voor de vrede. Kapitalisme is per definitie ongelijkheid; de motor van het kapitalisme is nou juist die ongelijkheid. Met andere woorden, het bereiken van gelijkheid onder het kapitalisme is een innerlijke tegenspraak."  

Het beste wat we voor de Derde Wereld kunnen doen, volgens Van de Spek, is socialisme vestigen in het Westen. Het kapitalisme is kwetsbaar, en komt in problemen als men in de Derde Wereld ook gaat industrialiseren. Maar "juist een gesocialiseerde ekonomie (produktiemiddelen in handen van de gemeenschap -M), waar het in principe geen probleem is, als produktie verlaagd wordt omdat anderen het al leveren, of afgeschaft wordt misschien zelfs, is in staat om dit soort ontwikkelingen (- de opkomst van de ekonomie in de Derde Wereld -M) te verwerken." 

Socialiseren van de produktiemiddelen is iets anders dan het abstracte volkseigendom dat in de DDR bestond, want zoals bekend is, had de bevolking daar in het geheel geen zeggenschap over. In bijna alle Oost-Europese landen was het privé bezit van de produktiemiddelen trouwens nog aanwezig. 

Gysi wees erop dat Schalk-Chodowski, die in opdracht van de DDR goede zaken had gedaan in het westen. Die heeft speculaties, malversaties etc. bedreven, wist het spel van het kapitalisme goed mee te spelen en bracht de DDR zo heel wat op ("hij wist eerder dan de beurs wat er in Moskou besloten werd") Tegelijkertijd moest de illusie in stand gehouden dat er sprake was van kommunisme.  

Gysi: "Men probeert de daden van Schalk-Cholodowski tegen de PDS te gebruiken. Maar als er één het recht heeft om te veroordelen dan zijn wij dat wel. Het was per slot hun systeem waarmee hij werkte." (Overigens hebben de West-Duitse kopstukken gaarne met S-C samengewerkt -M) 

Alles onteigenen? 

Door Van de Spek werd benadrukt dat alle produktiemiddelen onteigend moesten worden. In het begin had hij reeds over de ontwikkelingen van de laatste tijden verontwaardigd opgemerkt: "Zelfs de Partij des Demokratischer Sozialismus van dhr. Gysi heeft in z'n diskussieprogram een aanvaarding van de marktekonomie uitgesproken. Kun je nagaan!" Terzijde, gelaten: "Ook Groen links heeft dat trouwens gedaan", maar dat vond hij "Overigens niet verbazingwekkend." 

De vraag over al dan niet geheel onteigenen van de produktiemiddelen kent in de socialistische beweging hele geschiedenissen. Om een paar te noemen: de sociaal-demokraten (PvdA bijvoorbeeld) hebben in het Europa van na de oorlog steeds geprobeerd een gekontroleerd kapitalisme, dan wel een soort van socialisme te bereiken door er naar te streven dat steeds grotere delen van de ekonomie in overheidshanden zouden komen, en dat de partikuliere ondernemingen onder kontrole van de overheid gehouden zouden worden. 

Partikuliere ondernemingen laten zich zoals bekend, slecht in het gareel houden, de overheid had vaak slechts verlies gevende sectoren van de ekonomie in beheer. Vanwege gebrek aan invloed van konsumentenwensen hadden die staatssektoren een slechte bureaucratische reputatie. Trouwens de sociaal-demokraten willen dat nu niet meer weten, maar afgezien van het ontbreken van demokratie en vrijheid, vonden velen van hen dat ze het daar in Oost-Europa wel mooi voor elkaar hadden met een immense staat die leuke dingen voor de mensen deed. Dat de mensen over die leuke voorzieningen niet mee mochten praten, was geen probleem, want dat mocht men hier ook niet over onze staatszorg. 

In Engeland hadden overheidssectoren een slechte naam, en toen Thatcher voorstelde alles maar te privatiseren, stond het verzet hiertegen niet erg sterk. (De gevolgen van die privatisering zijn inmiddels bekend). Bij de laatste splitsing van de PSP zes jaar terug speelde dit onderwerp een belangrijke rol in de diskussies tussen Andree van Es en Fred van der Spek. De eis tot algehele onteigening van privé-bezit werd geridikuliseerd tot "ook de ijskomannetjes"? Antwoord: "Zelfs de ijscomannetjes!" (mooi, zo'n klein land) 

Gysi verklaarde dat de term marktekonomie in het programma van de PDS stond toen de DDR nog bestond. Hij bevestigde echter dat de term marktmechanisme er nu wel in staat. De positieve kanten van marktmechanisme moet men behouden. Konkurrentie leidt tot kreativiteit. De jacht op winst en expansie is iets dat natuurlijk moet verdwijnen, maar hij had er geen bezwaar tegen om een privé-sektor te laten bestaan, hoewel de kontrole over wat er met die produktiemiddelen gedaan zou worden wel geheel bij de gemeenschap moest blijven liggen. "Steuern heißen ja steuern weil mann damit steuert" grapte hij (steuer = belasting, maar ook stuur.

Of de oorsprong werkelijk zo is als G. zegt weet ik niet -M). In het kapitalisme doet men dat ook al. 

Vd Spek vreesde dat de snelle jongens van de privé-sector bepaalde successen gaan halen die een "normatieve" betekenis gaan hebben. Hiermee bedoeld hij dat de gesocialiseerde sektor, dan in een slecht daglicht gesteld gaat worden terwijl het daar om zaken handelt die zich niet lenen voor privatisering (onderwijs etc). Hij kende een kleine keten van speelgoedzaken in de DDR die alles naar zich toe zoog. 

Op het argument dat private ekonomie het beter zou doen dan de gesocialiseerde ekonomie merkte Gysi geschokt op, dat dit hem aan de mentaliteit van de DDR deed denken. Wanneer iets het beter doet, is dat slechte reklame voor het systeem en daarom mag het niet bestaan. En zo kende hij dat uit de DDR. Als men privé efficiënter, goedkoper en beter kon produceren, dan wat hem betreft, graag. Dat bevordert de kreativiteit.  

Wat betreft dat geprivatiseerde speelgoed: "In 40 jaar is de staatsspeelgoedindustrie er niet in geslaagd naast Mens Erger Je Niet, schaken etc. een nieuw spel uit te vinden, en dan stond ik me met Kerst weer voor de etalage af te vragen wat ik in vredesnaam moest kopen, voor mijn part zit daar ook eens wat overbodigs bij!" (Daarbij: moet een meerderheid die zich door snelle jongens laat misleiden, dan wel dat socialisme bouwen? -M). 

Wat meer hout sneed, was dat Van der Spek er op wees dat een privé-sector de krenten uit de pap pikt, konkurreert met de publieke sector en daar goede arbeidskrachten weglokt. Hij benadrukte dat het hem er om ging dat die privésektor uiteraard alleen de winstgevende projekten zou nemen, de nodige goed opgeleide krachten weg zou kopen, dat efficiency niet altijd de voorkeur geniet (denk aan het milieu en arbeidsomstandigheden) en wie zou dan datgene betalen dat maatschappelijk gewenst, maar verlies gevend was?  

Bovendien twijfelde hij aan de mogelijkheid om als maatschappij zo'n privésektor te kontroleren. In het verleden waren daar meer ideeën over geweest van de katholieken..., zelfs de fascisten zijn er niet in geslaagd de private sektor naar hun hand te zetten! Dit bleef verder onbeslist. En het laatste woord zal er ook nog wel niet over gesproken zijn, daarvoor is het vraagstuk te belangrijk. 

Geen socialisme zonder meerderheid 

Wat beiden wel vonden, was dat socialisme alleen kan slagen als het gedragen wordt door een grote meerderheid. Gysi stelde dat als men, net als in de DDR, zou proberen socialisme tegen de meerderheid in door te voeren dat onherroepelijk tot diktatuur leidt. 

Vd Spek: "Zelfs een belangrijke minderheid die tegen is zou het funktioneren van socialisme onmogelijk maken. Als mensen kiezen voor socialisme moet dat trouwens niet alleen zijn omdat ze een groot hart hebben, maar omdat ze inzien dat hun belang daarmee op de lange termijn gediend is." 

Maar als die meerderheid nou niet redelijk wil zijn, werd uit de zaal gevraagd. De Derde Wereld uit wil buiten bijvoorbeeld? Gysi: "Als je de mensen niet kunt overtuigen dan heeft het toch geen zin om het met een minderheid door te drukken, want dat leidt tot diktatuur, dat zie je aan de DDR. Misschien dat men niet veel van het begrip socialisme moet hebben maar of ze zich van permanente demokratisering van de maatschappelijke verhoudingen af zullen keren, daarover ben ik niet zo zeker. Alleen bekoort het mij niet om uit populistische overwegingen de term socialisme af te schaffen, en een ander begrip te zoeken, omdat dat tot de eerlijkheid ten opzichte van de geschiedenis van het socialisme behoort om bij dat begrip te blijven." 

Die eeuwige waarheden 

Gysi vond trouwens dat we voorzichtig moesten zijn met het propageren van socialisme als oplossing voor de hele wereld. Of socialisme ook voor Latijns-Amerika of Afrika een oplossing kan zijn dat durft hij dan ook niet te zeggen. "Daarvoor zijn er te veel verschillen in kultuur en ontwikkeling." En we moeten terughoudend zijn, omdat ik "überhaupt geloof dat Eurocentrisme één van de gevaarlijkste tendensen is." 

Gysi stelde dat hij voorzichtig wil wezen en de toekomst wat open wil laten: "Men zal er bij mensen als ik, die uit het Oosten komen, waarschijnlijk voor langere tijd rekening mee moeten houden dat wij allen onze psychische 'knacks' hebben. Dat moet men gewoon zien, dat meen ik heel serieus. Tot die 'knacks' behoort bijvoorbeeld dat ik opgegroeid ben met de leer van eeuwige waarheden. Wanneer men dat eenmaal overwonnen heeft, en zegt: dat is kul, hè.., dan pas je er heel erg voor op om zelf weer nieuwe te gaan formuleren. En dat vind ik zo slecht nog niet. Wij hebben wel vaker iets voor algemeen geldend en belangrijk gehouden, wat noch algemeen gold noch belangrijk was." 

De vrees voor het Eurocentrisme wordt door Van der Spek gedeeld, maar een bepaalde overtuiging heb je niet voor niets, vindt hij "Wanneer je tot bepaalde overtuigingen bent gekomen, hier en nu, dan heb je het recht, als je dat vindt, om te zeggen dat die overtuigingen algemene geldigheid hebben. Het punt is, dat je de betrekkelijkheid van het feit dat je die overtuiging hier en nu hebt gekregen beseft, maar dat als je aan de andere kant overtuigd bent van een algemene geldigheid, dat je meent dat je dat ook naar andere mensen mag uitdragen (niet opleggen natuurlijk). Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee om vanuit andere kulturen het één en ander aan te horen waarvan zij vinden dat ik dat moet overnemen." 

Ooit grenzeloze overvloed? 

Vele problematische vraagstukken voor socialisten kwamen die dag aan de orde. Want als je dan toch spreekt over de massale basis die socialisme moet hebben, dan ga je er meteen aan denken hoe al die mensen dan tevreden blijven. 

Klassiek is dat verondersteld wordt dat de groei van de produktiviteit het mogelijk zal maken iedereen van het nodige te voorzien terwijl het werk vrijwillig kan worden verricht. "Consumeren en produceren naar behoefte." Hieruit wordt nog wel eens de konklusie getrokken dat het marxisme uitgaat van onbegrensde mogelijkheden voor het uitbreiden van de produktie. Dit zou voorbij gaan aan de grenzen die we nu zien wat betreft de grondstoffen en het milieu. 

Behalve dat het feitelijk onjuist is dat Marx geen probleem zag in vervuiling en verspilling van grondstoffen (- M.), is Marxisme vooral, zoals Gysi opmerkte, "een nog onovertroffen analyse-methode voor een maatschappelijk systeem." Marx heeft volgens hem ook niet de bedoeling gehad om iets over de praktische oplossingen van vandaag te zeggen. 

Opmerkelijk genoeg meende juist Van der Spek, die door sommigen bijna fundamentalistisch in zijn opvatting van het socialisme wordt gevonden, dat het idee van konsumeren naar behoefte niet te verwezenlijken is. Omdat het een te zware belasting op het milieu zal leggen. Volgens hem is elke ekonomie van de toekomst er één van relatieve schaarste. Te meer daar er minder hard zal worden gewerkt "Wat op zich een zegen is." 

Daarentegen was het juist Gysi, die zich hier bij de theorie aansloot. Hij vond dat je het moest zien als een andere manier om tegen ekonomie en produktie aan te kijken. Wanneer de materiële verlangens van de mensen niet meer kunstmatig worden opgedreven, is er goede kans dat er geen echte schaarste zal zijn. Als die verlangens weer tot normale proporties kunnen terugkeren, zou het best mogelijk kunnen zijn dat we een relatieve overvloed bereiken. Ondanks minder produktie. 

Partijen en bewegingen 

Wie aan Oost-Europa denkt, denkt aan de rol van de Partij. De vraag is welke rol partijen zouden moeten vervullen in een demokratisch socialisme en het bereiken daarvan. Gysi lijkt eigenlijk niet veel van partijen te moeten hebben. Hij hoopt dat na deze eeuw er geen partijen meer zullen zijn. Je moet je nu eenmaal aan de politieke structuur aanpassen, en die is op dit moment georganiseerd langs partijen. Via een partij kun je je beter organiseren.  

Zijn organisatie is iets tussen partij en beweging in. De PDS is een partij met veel werkgroepen, waarin ook veel mensen van buiten de partij zitten. Op dit moment is men van plan een werkgroep Trotskisten/es op te richten ("ik hoop dat dat niet doorgaat"), anderzijds is er ook een werkgroep christenen in de PDS. 

Soms gaat het pluralisme ook wel erg ver. "We hebben eens gezegd: we baseren ons op de Demokratisch Kommunistische, de Demokratisch Socialistische, de Sociaal Demokratische, de pacifistische tradities van de arbiedersbeweging. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan." Goedkope konsensus zou volgens hem de kleinste gemene deler betekenen en je moet dus beter zoeken naar iets dat algemeen geldend is waarop men zich kan verenigen. 

Van der Spek maakt een scherp onderscheid in wat een partij is, en wat een beweging. Een beweging is georganiseerd op bepaalde belangen, maar gericht op één thema. Een partij probeert verschillende thema's politiek te overkoepelen. Veranderingen komen volgens hem niet vanuit het parlement. Hij wil een revolutie door een machtsvorming vanuit de bewegingen. 

Ook Gysi kijkt trouwens met verwondering naar het "treurspel" dat zich in het parlement afspeelt. "Van de tien wetten die daar behandeld worden begrijp ik er twee, en dat aantal geldt als hoog." Er is een tekort aan informatie en "het is een systeem om te verhinderen dat ik me op de hoogte kan stellen. Dus ren ik maar naar iemand van mijn groep waarvan ik hoop dat hij er wel wat mee kan." 

Volgens Gysi kan het parlement beter vervangen worden door parlementen die over verschillende onderwerpen gaan (vrouwen, milieu, kinderen, gehandicapten etc.) 

Machtsblokken en nationalisme 

Volgens Gysi is links de nederlaag die tegen het fascisme is geleden niet te boven gekomen. Het fascisme is in beide machtsblokken niet goed verwerkt. Verder dan een discussie of de sociaal-demokraten dan wel de kommunisten de schuld daar aan hadden kwam men niet. Hoewel de rechterlijke macht bijvoorbeeld in Oost-Duitsland veel konsekwenter gezuiverd is. 

Ook Van der Spek vindt dat met het fascisme niet echt afgerekend is. Tijdens de oorlog zijn de fascistische staten Portugal en Spanje ongemoeid gelaten, na de oorlog konden ze gewoon aan de NATO deel nemen. Vrijheid en demokratie is dus nooit het motief geweest, ook niet in WO11, en de wapens zijn nooit tegen het Oostblok ingezet, maar wel tegen de Derde Wereld. 

Gysi vreest een zelfstandig militair Europa, los van de NAVO. Maar Van der Spek denkt dat het lood om oud ijzer zal blijven. De huidige tendens naar steeds meer nationale staten leidt tot verbrokkeling van grootmachten en vermindert de kans op oorlog volgens Van der Spek. Mits hypernationalisme en fascisme bedwongen worden. "Persoonlijk zou ik het ontstaan van een zelfstandige staat Iowa toejuichen." 

Gysi vindt dat iedereen wel recht op zelfbeschikking heeft, maar denkt dat het Westen daar niet konsekwent in zal zijn (Basken, Palestijnen, Noord-Ieren etc.). Hij betwijfelt ook of de problemen in de wereld niet te gekompliceerd zijn voor allerlei nationale oplossingen (mogen wij niets over het Braziliaans regenwoud te zeggen hebben?) Socialisme trekt zich niet zoveel aan van nationale staten, is internationalistisch. 

Wat brengt de toekomst? 

Hoe ziet de toekomst er uit? De beide sprekers zijn niet optimistisch, nog wel hoopvol. 

Vd Spek: "Somber, socialisme zoals ik dat altijd definieerde is nooit sterk geweest, en het feit dat een aantal wrede diktatoren tientallen jaren het woord socialisme hebben gehanteerd voor hun systeem heeft natuurlijk het image van het begrip socialisme nu nog verder aangetast. Er is in onze maatschappij tegen deze structuur wel enige aktie gaande. Direkte aktie van onderop, op gespecialiseerde gebieden in het algemeen, van mensen die zich verzetten tegen bepaalde vormen van kapitalisme en daarmee bezig zijn de macht en bezitsposities van bepaalde mensen aan te tasten. Maar het is zwak, het is zelfs zwakker dan het tien jaar geleden was. Maar wie weet komt de mensheid nog een keer tot haar positieven en zal daadwerkelijk door aktie van onderop zorgen dat mensen zelf gaan beslissen over hun lot, en dat niet achter gesloten deuren door een paar lieden in het geheim laten doen en dan is er hoop." 

Gysi: "Er is iets dat me zorgen baart: De konservatieve krachten, ook de kapitaalgevers, zijn wereldwijd georganiseerd. Die denken ver over de nationale grenzen heen bij winst, verelendung van de wereld, militarisering. En links wordt iedere dag wat nationaler en regionaler. Er is een waanzinnige wederzijdse angst, die het gesprek bijna onmogelijk maakt. Wanneer links en de socialisten, in maar ook buiten Europa, niet eindelijk beginnen internationaler te denken, spreken en handelen en een beetje te organiseren, dan maken zij zich tamelijk verantwoordelijk voor de geschiedenis."   

Marjan 

GYSI EN DE PDS

Gregor Gysi is na de instorting van de SED (de Oost-Duitse communistische partij) doorgegaan met de opvolger daarvan, de PDS (Partei des Demokratischer Sozialismus). In het begin was iedereen zeer wantrouwend tegenover de PDS. Gysi voerde oppositie met wat een verloren zaak leek, en had daarbij een optreden dat velen (ook tegenstanders) voor hem innam. De berichten over zijn legendarische charme waren hem vooruit gesneld.

Zijn optreden blinkt uit door bondigheid, humor, zelfspot, openhartigheid en genuanceerdheid. Dit redenaarschap is mogelijk te danken aan zijn achtergrond als advocaat ("als advocaat geniet je altijd het voorrecht om te spreken over zaken waar je niets vanaf weet, hoewel je dat niet moet overdrijven natuurlijk"), maar het valt niet te ontkennen dat hij veel te zeggen heeft. Als het zo uitkomt laat hij zijn partij gebruiken als spreekbui; voor oppositie tegen de Westelijke overheersing. Zijn partij heeft zeer snel vertrouwen gewonnen bij allerlei linkse en buitenparlementaire groepen. Bij de Golfoorlog stelde de PDS onomwonden dat "er alleen misdadige oorlogen bestaan" en "er zijn twee wereldoorlogen in een eeuw van dit land uit gegaan. Daar moeten we konsekwenties uit trekken."

De PDS wil ook de humor weer in de politiek brengen (verkiezingsleuze: 98,5 procent, Wie immer!) Via allerlei omwegen probeert de Duitse overheid de PDS, en vooral de krant Neues Deutsland (die vroeger de partijkrant was, maar nu zijn eigen beleid maakt en een serieus oppositieblad is), van het toneel te laten verdwijnen. Neues Deutsland haalt misschien het einde van het jaar niet, en de PDS zal moeite hebben met de volgende verkiezingen in de Bondsdag terug te keren, omdat ze voornamelijk in het Oosten aanhang hebben. Dat zou jammer zijn, want met zijn wise-cracks is hij beslist een storende factor binnen de Duitse zelfgenoegzaamheid.

In de diskussie stak het wat abstractere verhaal van Van der Spek enigszins af tegen de levendige anekdotes van Gysi, maar in Nederland is het serieuze linkse debat dan ook al jaren dood.

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991