UIT: NN #94 van 3 oktober 1991
Gezondheidscatastrofe in irak
In mei jongstleden concludeerde de Harvard Study Team dat Irak aan de vooravond ,va een catastrofe stond. Bij gelijkblijvende omstandigheden zouden alleen al 170.000 kinderen onder de vijf jaar als gevolg van de vertraagde effecten van de Golfoorlog overlijden. Van 26 augustus tot en met 6 september keerde het Harvard Study Team, een initiatief van onder meer de Harvard University in de Verenigde Staten, terug naar Irak. Een kort verslag van een zich voltrekkende catastrofe.
Onder de vlag van de Harvard Universiteit zijn zevenentachtig mensen uit de Verenigde Staten, België, Groot-Brittannië, Australië, Canada, Duitsland, Jordanië en Nederland voor veertien dagen in Irak geweest. Elf dagen lang is intensief onderzoek gedaan naar de gevolgen van de inmiddels een jaar oude sancties en de oorlog op de burgerbevolking van Irak. Het onderzoek werd uitgevoerd door onder andere artsen gespecialiseerd in volksgezondheid, civiele ingenieurs, economen, sociologen, psychologen, technologen e.a.
Zonder bemoeienis of belemmeringen van de overheid van Irak kon het onderzoek in het gehele land worden uitgevoerd. Verschillende teams zijn zelfs in staat geweest de regio's die onder controle staan van de Kurdische pershmerga's te bezoeken. Enkel de Shiïeten die na de mislukte opstand de moerassen ten Noorden van Basrah zijn ingevlucht hebben we niet kunnen bereiken. Er zouden geen motorboten beschikbaar zijn. Naar schatting leven er tussen de 40.000 en 400.000 vluchtelingen 30 tot 40 kilometer diep in dit moeilijk doordringbare gebied met weinig mogelijkheden van bestaan. Zij zitten opgesloten in een gebied dat is omsingeld door Iraakse militairen.
De Iraakse samenleving is als gevolg van de oorlog en de sancties totaal ontwricht. De bevolking wordt vermalen tussen het regime van Saddam Hoessein en hetgeen de westerse wereld heeft besloten met Irak te doen. De gevolgen van de oorlog laten zich niet alleen in direkte gevolgen meten, maar doen zich in sterke mate op de langere termijn gelden. In de eerste dagen van de oorlog is bijna de gehele elektriciteitsvoorziening uitgeschakeld.
Installaties liggen er bijna zes maanden na de oorlog nog troosteloos bij. Hoogspanningsleidingen zijn met speciale wapens geraakt en zijn in het gehele land in verticale toestand te bezichtigen. Deze zogenaamde 'militaire doelen' hebben echter een onmisbare civiele functie. Als de elektriciteitsvoorziening stagneert, dan stagneert de gehele samenleving. De koeling van vaccins wordt gebrekkig, maar ook de waterzuivering kan niet meer plaats vinden en het rioolafvoersysteem klapt in elkaar.
Niet alleen de elektriciteit is een probleem in de watervoorziening. Watercentrales zijn als gevolg van direkte bombardementen of indirecte inslagen ernstig beschadigd of vernietigd. In Kirkuk is de watercentrale geraakt bij bombardementen op de nabijgelegen elektriciteitscentrale. In Mosul is de watercentrale verwoest. De op enkele honderden meters verwijderde straalzender was waarschijnlijk het doel van de bombardementen. In Basrah zijn watertorens in woonwijken met de grond gelijk gemaakt.
Reparatie van de watervoorziening is vrijwel onmogelijk. De benodigde onderdelen komen als gevolg van de sancties het land niet in. Als gevolg hiervan moeten inwoners van Kirkuk, een stad van naar schatting 500.000 mensen, het doen met gemiddeld vier liter water per dag per persoon. Ter vergelijking, in de Verenigde Staten ligt het gemiddelde dagelijkse watergebruik op 600 liter.
Behalve aanzienlijke tekorten, is het water ook vervuild. De elektrisch aangedreven waterzuiveringsinstallaties staan stil. Maar ook een desinfecterende stof als chlorine ontbreekt. De chlorine-fabrieken zijn ten tijde van de oorlog gebombardeerd. Als gevolg van de sancties zijn reparaties van deze fabrieken eveneens onmogelijk: Een verouderde fabriek, die vanwege de vervuiling van de omgeving gesloten had moeten worden, draait nu noodgedwongen door. Deze fabriek kan slechts in 15-20 procent van de chlorine behoefte voorzien. Desinfectering van water kan als gevolg van de oorlog in onvoldoende mate plaats vinden en de voorraden aan chlorine slinken.
Terwijl het desinfectering niet of slecht plaats vindt, vindt vervuiling van het water in grotere d mate plaats. Door overdruk op de leidingen als gevolg van bombardementen en het uitvallen van de elektriciteit zijn de rioleringen gesprongen. In een stad als Baghdad kost dat alleen al één tot vier jaar om deze te repareren, als de sancties tenminste zijn opgeheven. Het rioolafval, dat in bepaalde wijken rijkelijk over de straten stroomt, wordt nu in de rivieren gedumpt. Dit rivierwater is wederom de bron van het leidingwater.
Een andere eerste levensbehoefte, voedsel, is evenmin in voldoende hoeveelheid beschikbaar. Irak is voor de voeding van haar bevolking afhankelijk van importen, die al een jaar lang het land niet meer inkomen. Daar bovenop komen de bombardementen op voedsel-opslagplaatsen, waarbij tonnen aan babymelk en andere voedingsmiddelen zijn vernietigd. In de tijd dat wij er waren was het tekort aan voedingsmiddelen nog enigszins getemperd doordat de oogst net achter de rug was. Op de markten waren seizoensprodukten te krijgen.
Met een paar weken zijn ook deze van de markt verdwenen. Honger komt in geheel Irak op grote schaal voor. Door de ernstige tekorten zijn de prijzen met een veelvoud gestegen. Melk is van 2 dinar tot 15 à 20 dinar gestegen. In de arme wijken kregen veel kinderen water met suiker te drinken in plaats van babymelk. In geheel Irak ziet men mensen die hun kleren aan het verkopen zijn om aan geld voor voedsel te komen.
En wanneer zij hun kleding van de hand doen wil dat zeggen dat zij geen enkele buffer meer hebben. Meubels, huisraad en, als men die in bezit had, sieraden hebben hun weg naar de markt dan al gevonden. Als de situatie niet veranderd zullen velen van hen langzaam creperen. Nu al zijn in de ziekenhuizen veel mensen met ernstige vormen van ondervoeding te vinden. In het zieken huis in Dohuk noteerde de arts 500 gevallen in de afgelopen drie maanden. En Dohuk is een stad van slechts 50.000 inwoners. De meeste gevallen van ondervoeding betroffen kinderen. Het merendeel van hen overleeft niet.
Als gevolg van tekorten aan water, onvoldoende zuivering en desinfectering, en versterkte vervuiling komen uitdroging en besmetting met ziekten in het gehele land voor. Cholera en typhus zijn uitgegroeid tot epidemieën die dagelijks hun tol eisen. De gezondheidszorg in Irak, voor de oorlog van een redelijk niveau, is als gevolg van de oorlog en de sancties ontwricht. In Basrah is de intensive care afdeling van het ziekenhuis tijdens de oorlog geraakt.
Ook bij Ziekenhuizen vormt schoon water een probleem van de eerste orde. Bij gebrek aan beter heeft het ziekenhuispersoneel in Basrah water uit de rivier in een bassin gepompt. Vervolgens is men naar de sanitaire afdeling gegaan om voorradig chloorbleekmiddel op te halen. Dit heeft men door het water gemengd. Aan medicijnen is door de sancties een schreeuwend tekort. In een dergelijke situatie kan een simpel iets als diarree al dodelijk zijn.
In het noordelijke en Koerdische Dohuk is de elektriciteit op rantsoen. De elektriciteitscentrale kan niet de hele week door spanning op het net zetten. Het tot 'Vrijheid ziekenhuis' omgedoopte 'Saddam ziekenhuis' moet zich dan zien te redden met noodgeneratoren. Eén van deze generatoren heeft het al begeven. Op de andere wordt nu een vorm van roofbouw gepleegd. Terwijl de gezondheidszorg met slechte voorzieningen en tekorten kampt, zijn de ziekenhuizen overvol. In het Sulamanyah kinderziekenhuis waren drie tot vijf kinderen per bed geen uitzondering.
De Engelse arts Eric Hoskins, een van de organisatoren van het Harvard Study Team omschreef de situatie aan het einde van het verblijf in Irak als volgt: 'The war in fact was a dirty war. It left the people with dirty water and dirty sanitation. And when the people get sick or malnurshed they have no viabie health care system they can turn to. Instead they turn to a health care systems which has been damaged because of the war and the sanctions... This war never had to happen... And I feel the war is still continuing because of the sanctions. The first who are going to die are the children. Children who have no vote in the choice of their president, but are dying because the world has decided to do this with Iraq.'
(vrije vertaling: Deze oorlog was een smerige oorlog. Hij liet de mensen achter met smerig water en smerige gezondheidsvoorzieningen. Als de bevolking ziek wordt of geen eten heeft is er geen funktionerende gezondheidszorg waar ze zich toe kan wenden. In plaats daarvan moet ze het doen met een gezondheidszorg die is verwoest door de oorlog en de sancties... Deze oorlog had nooit gevoerd mogen worden... De oorlog gaat nog steeds door vanwege de sancties. De eersten die dood gaan zijn de kinderen. Kinderen die geen stem hebben in het kiezen van hun president, maar die doodgaan omdat de wereld besloten heeft dit te doen met Irak.)
Joost Jongerden
Judith Scheltema