Naar archief

UIT: NN #93 van 19 september 1991

Blijft vrankrijk ?

Het pand 'Vrankrijk' in Amsterdam (Spuistraat 216/218 en Singel 267) is in november negen jaar gekraakt. Negen jaar, waarvan het laatste tot nu toe het meest stormachtige is geweest. Begin dit jaar dreigde de eigenaar per brief met ontruiming. Na enkele weken trok hij dit dreigement in, hierbij zei hij het pand eventueel te willen verkopen. Aan ons!!!

Wat volgde was een tijd vol diskussies. Uiteindelijk is besloten om op het aanbod in te gaan. Dit resulteerde begin juni in een eerste bod. Pas begin september kwam er een reaktie van de eigenaar: het bod was te vaag.

Hierop werd maandag 9 sept. het bouwbedrijf van de eigenaar bezet door zo'n 50 60 mensen. De aktie verliep goed en resulteerde in een gesprek met de Wit (eigenaar van Vrankrijk). Hieruit bleek dat De Wit eventueel nog aan ons wil verkopen als wij een serieus bod doen, bankgaranties hebben, een rechtspersoon hebben en dat binnen 3 weken.

Het nu volgende gaat in op de diskussies die we tot nu toe hierover gevoerd hebben. Het gaat over onze twijfels en principes. We hopen dat we met dit stuk duidelijk kunnen maken wat er leeft in ons pand, en wat ons beweegt.

Korte geschiedenis

November '82: In hartje Amsterdam staan al 7 jaar een aantal panden te verkrotten, Spuistraat 216, 218 en Singel 267, Het kraakspreekuur Grachtengordel heeft al verschillende pogingen gedaan om mensen enthousiast te maken voor een kraak; maar door de immense puinhoop (er liggen alleen al zo'n 200 ramen uit) lukt het niet.

Half november lukt het om via de verschillende kraakspreekuren in de stad 8 mensen bij elkaar te brengen die er wel oren naar hebben. En op 14 november 1982 is het zover: Vrankrijk wordt gekraakt. Eigenaar Schiethaven B.V. dient een aanklacht wegens lokaalvredebreuk in, maar de kraakinspekteur konstateert leegstand.

Duidelijk is dat de handen uit de mouwen moeten worden gestoken. Wat volgt is een tijd van bouwen om het pand enigszins bewoonbaar te maken (muren, trappen, toiletten, keukens, etc.). Er wordt kontakt met de eigenaar opgenomen om met hem te praten, maar De Wit (direkteur van Schiethaven) geeft te kennen dat hij alleen maar wil praten over de termijn waarop wij het pand zouden moeten verlaten. En daarvoor hebben wij het niet gekraakt.

Negen jaar van wonen en werken

In de eerste jaren wordt er niet alleen gewerkt aan de opbouw van de panden, ook worden er stappen ondernomen om ze te behoeden voor sloop. Schiethaven B.V. heeft al sinds '80 een bouwvergunning voor een deel van Vrankrijk (Singel 267). Voor Spuistraat 216 en 218 krijgt hij in februari '83 een sloop/nieuwbouwvergunning. Het is zijn bedoeling om de panden aan de Spuistraat te slopen en er luxe appartementen, kantoren en winkels voor in de plaats te zetten. Tegen deze bouwvergunning start onze advokaat in '83 een AROB-procedure, welke wij in '84 verliezen.

Tegelijkertijd (april/mei '83) wordt er op verzoek van de toenmalige bewoners/sters een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door de werkgroep HAT van de gemeente, dit om te kijken of eventuele aankoop en verbouwing tot jongerenhuisvesting haalbaar is (In die tijd een weg die door veel panden werd bewandeld; er was toen ook nog veel geld beschikbaar in dit gemeentepotje). De werkgroep HAT stelde al vrij snel vast dat het veel te duur zou worden en ook wij zelf waren er weer vrij snel van genezen.

Sindsdien leefden wij ons eigen leven zonder inmenging van buitenaf. De kroeg, die 1,5 jaar na de kraak als provisories buurtkaf was opgezet, werd langzaam opgebouwd. In het pand kwamen meer mensen wonen, anderen vertrokken weer. Later zij we nog bezig geweest om met twee architectes plannen te maken voor een duurzame verbouwing. Dit kwam nooit goed van de grond omdat de meeste mensen in huis het zo wel goed vonden. Gewoon gekraakt blijven en verder zien we wel.

Gingen we vroeger nog vaak gezamenlijk naar kraken en/of ontruimingen, dit veranderde in de loop der jaren. Veel mensen ontwikkelden een eigen leven dat tijd en aandacht vroeg met eigen bezigheden en verantwoordelijkheden voor projekten en groepen.

Vrankrijk en de bewonersters

En van de dingen waar we nog wel gezamenlijk aan werkten was de kroeg/disko. Deze ontwikkelde zich meer en meer als ons gezicht naar buiten toe, als politiek uithangbord. Vrankrijk werd van een buurtkaf tot een plek waar mensen uit de hele stad naar toe kwamen en kreeg door haar ligging in het centrum redelijk veel aanloop van buitenlandse aktievelingen.

Door de gemeentepolitiek werden andere alternatieve jongerencentra en onafhankelijke podia gedwongen tot sluiting. Hierdoor en door het opschroeven van de prijzen in heel Amsterdam ontlenen we meer en meer bestaansrecht als autonoom en goedkoop trefpunt.

Ontelbare organisaties en groepen hebben ondertussen in Vrankrijk benefieten/infoavonden met ons georganiseerd. Hierdoor werd in de loop van de tijd zowel stedelijk als landelijk een naam opgebouwd. Dit is voor ons niet de enige funktie van de kroeg/disko. Het stond en staat als een paal boven water dat er in Vrankrijk verzameld kan worden voor (kraak)akties en demonstraties. We hebben vertrouwen in onszelf en niet in een gemeente of smeris die bij ons niets te zoeken heeft.

Zo ontstaat al snel de indruk dat Vrankrijk nooit op kompromissen in zal gaan, m.a.w. er ontstaat een kleine mythe. Wie kent niet de verhalen dat als Vrankrijk ontruimd zou worden, heel veel mensen weer 'de straat' op zullen komen? Dat de gemeente het wel uit haar hoofd zal laten om ons te ontruimen. Naar buiten toe hebben we als pand nooit een openlijk standpunt ingenomen over hoe we de toekomst van het pand zien: legalisatie of niet? Natuurlijk hebben individuen uit Vrankrijk zich wel eens in bepaalde richtingen uitgelaten, maar niet als groep.

Indirekt nam de druk op ons toe. De leegstandswet en het anti-kraakbeleid van de gemeente, en criminalisering in de media leidden er toe dat al veel van onze vriendjes en vriendinnen te maken kregen met ontruimingen. In de Spuistraat zelf doordringen poen en kommercie het straatbeeld. De gezelligheid van een aantal jaren terug, Spuistraat/Paleisstraat ("Dorpsstraat ons Dorp") is na de renovatie van het NRC-kompleks moeilijk terug te vinden.

Wij leven niet op een roze wolk. Logies gezien staat aan het eind van deze ontwikkelingen de ontruiming van Vrankrijk en Spuistraat 199.

Vrankrijk behouden

Zo'n twee jaar geleden leidde dit alles tot een eerste serieuze diskussie over de toekomst, gekraakt blijven of toch kiezen voor een vorm van legalisatie? De meningen binnenshuis waren verdeeld; wel was duidelijk dat legalisatie door de gemeente geen optie was. Dat de gemeente zich vrijwillig voor ons zou willen inzetten houden we voor onmogelijk: het potje jongerenhuisvesting is leeg, de grote schoonmaak is allang geleden ingezet.

Tegen legalisatie sprak dat wat we met andere panden hebben zien gebeuren, die door het uit handen (moeten) geven van verantwoordelijkheden intern kapot gingen. Plus het argument dat dit slechts een individuele oplossing is.

De geschiedenis pleitte vr legalisatie in een andere vorm. Als het tot een ontruiming mocht komen, dan is er weinig fantasie voor nodig om te kunnen bedenken hoe die zal gaan verlopen. Bovendien hebben huis, disko en kroeg een belangrijke funktie, zeker in het centrum. Het opnieuw opbouwen van zoiets dergelijks zou jaren kosten, laat staan dat je weer zo'n plek kan vinden.

Tegelijkertijd bleef onduidelijk wat de gevolgen van n van beide situaties (legalisatie of niet) zouden zijn op het funktioneren van de kroeg/disko. Voor alle bewoners/sters en medewerkers/sters is het onafhankelijk funktioneren hiervan erg belangrijk. De manier waarop we werken (vrijwillig, dus niet betaald) maakt het mogelijk dat het verdiende geld besteed kan worden aan doelen die wij belangrijk vinden. Hieraan willen we niet tornen.

Toch ligt hierin n van de voor de hand liggende aanvalspunten van de gemeente en de smeris. Voor het behoud van Vrankrijk als autonoom centrum zal hoe dan ook geknokt moeten worden.

De oprotbrief

De diskussie over het behoud van Vrankrijk (en hoe dan wel) bleek dus nogal wat voeten in de aarde te hebben. En toen was het zover. Op 22 januari '91 ontvingen we een brief van een advokaat, namens de eigenaar Beheer en Beleggingsmaatschappij Schiethaven B.V.( = De Wit) uit Zaandam, of we maar op 1 maart opgerot wilden zijn. Zo niet, dan zou er een kort geding volgen. Na negen jaar wonen een dikke maand om op te rotten. Mooi niet dus!!!

In eerste instantie zijn we begonnen alles opnieuw uit te zoeken. Het bouwbedrijf van De Wit is vooral in Zaandam e.o. aktief. Het bouwt middelgrote projekten, waaronder veel voor de gemeente Zaandam, en bezat slechts twee panden in Amsterdam. En van die twee was het laatste stadsboerderijtje in de stad aan de Lijnbaansgracht. De sloop hiervan leidde tot een konflikt met de gemeente Amsterdam. Op deze plek staan nu 25 luxe appartementen en winkelruimtes, die vorig jaar zijn opgeleverd.

Het tweede pand is Vrankrijk plus het pandje naast ons nr. 214. De sloop- en bouwvergunning hiervan bleek nog steeds geldig. Het ontbreekt De Wit slechts aan een ontruimingsvonnis om zijn plannen voor nieuwbouw waar te maken. De oprotbrief van 22 januari gaf ons echter niet de indruk een gevolg te zijn van afgesproken werk met de gemeente, smeris of andere aanverwante kriminele organisaties.

Kort nadat de eigenaar het gevoel kreeg onder druk gezet te worden, trok hij zijn dreigement met het kort geding tot ontruiming weer in. Bij een bezoek van ons aan zijn advokaat hadden we de suggestie gedaan het pand eventueel zelf te willen kopen. Nu verklaarde De Wit zelfs bereid te zijn aanbiedingen van onze kant serieus te willen nemen.

Een keuze

We stonden nu voor de keus (waar ieder kraakpand ooit voor staat) om het tot een ontruiming te laten komen, of om min of meer gedwongen met legalisatie aan de slag te gaan. Weliswaar een legalisatie door onszelf uitgevoerd. Er zijn talloze argumenten voor en tegen. In een deel van de kraakbeweging zijn principes ontwikkeld zoals: Geen onderhandelingen met speculanten of gemeente, geen staatsbemoeienis met onze ideen en panden.

Kraken heeft de pretentie een alternatieve manier van leven en wonen te zijn, tegenover de consumptieterreur en het kapot gaan van menselijke verhoudingen. Kraken als een radikaal alternatief en antwoord op alle shit in onze omgeving (radikaal omdat we ons niet tevreden stellen met de door de staat toegestane kleine veranderingen. Een systeem van repressieve tolerantie verandert in feite niets aan onrecht of uitbuiting).

Die inspiratie is feitelijk op sterven na dood. De situatie is veranderd in de loop der jaren en zo voelt dat ook aan.

In allerlei dagelijkse dingen wordt het meer en meer ieder voor zich en niemand voor ons allen. Daar kunnen ook wij ons niet aan onttrekken.

Volgens het geijkte patroon van het bestaan en de ondergang van kraakpanden betekent een compromisloze houding uiteindelijk ontruiming (ook toen de krachtsverhoudingen nog anders lagen) en betekent legalisatie vaak de dood van het politieke karakter van het pand. En ook al kunnen de ervaringen erg belangrijk zijn en de strijd dus niet zinloos, de resultaten van beide opties zijn niet erg tastbaar.

Wij staan nu ook voor dit dilemma, en hebben dezelfde vragen en twijfels. In de status quo waarin we de afgelopen jaren leefden, zijn we er ook niet altijd .in geslaagd een radikaal leven te leven. Het was en is hier zeker geen ideale maatschappij in 't klein.

Zoals gezegd werd alles van ons naar buiten toe steeds meer gekanaliseerd via kroeg/disko. Naar binnen toe hebben we problemen, net als elk ander pand. In het samen leven en samen wonen zijn we het zeker niet altijd eens met elkaar en ontlopen we nog al eens verantwoordelijkheden.

Toch voelen alle bewoners/sters en gebruikers/sters een speciale band met Vrankrijk. Veel mensen zullen zich beroofd voelen als het op een ontruiming aankomt. Het star vasthouden aan de nog steeds levende principes die eerder werden genoemd, doet geen enkel recht aan de veranderde omstandigheden waarmee we te maken hebben. Hierdoor ontstaat het gevaar dat het dogma's worden. Dogma's, die zo abstract zijn, en zo ver van iedereen af staan dat we onszelf verloochenen.

Het karakter van kraken is veranderd. Veel minder dan een strijd tegen leegstand is het een strijd geworden tegen het verkwanselen van leef- en woonruimte voor het grote geld. Een strijd tegen cityvorming en voor het bezetten van panden om ze tot 'bevrijd' gebied te verklaren. De steun van buiten is minder geworden naarmate we meer in een hoek werden gedrukt en ook minder een alternatief vormden voor andere bevolkingsgroepen. We willen niet dogmatisch worden, niet in het geijkte patroon terecht komen, en toch willen we Vrankrijk voor ons behouden (rara, hoe kan dat?).

Inmiddels worden er serieuze stappen genomen om te komen tot een aankoop, al blijven daar, ook bij ons, grote vraagtekens bij staan. We hebben nog veel tijd nodig om hierover te praten. Hierbij kunnen we alle steun, ideen en kritieken gebruiken.

Een bod

Omdat eigenaar De Wit niet een spekulant is van het kaliber Leutscher of Bakker, waren we het er in ieder geval over eens dat we een bod konden uitbrengen. Zodoende zouden wij het pand in feite in zelfbeheer krijgen en een ontruiming door de eigenaar of de gemeente onmogelijk maken. We willen duidelijk maken dat we nooit in eerste instantie alle openingen afkappen. Het zal zogezegd nooit aan ons gelegen hebben.

Verder willen we geen slaaf van banken of andere geldinstituten worden door gedwongen grote leningen af te sluiten. De Wit heeft door zijn 16 jaar verwaarlozing van Vrankrijk (7 jaar leegstand en 9 jaar desinteresse) voor ons elk recht (behalve het juridische) over Vrankrijk verspeeld.

Hierdoor, en omdat we zijn zakken niet willen spekken, kwamen we op een volgens onze normen vastgesteld bedrag van fl. 200.000. Hierbij speelde mee dat we, samen met mensen die er verstand van hebben, zelf een haalbaarheidsonderzoek hebben gedaan:

-Hoe is de staat van het pand, wat zijn de noodzakelijke verbouwingen waar we niet omheen kunnen, hoeveel geld gaat dat kosten, hoe moeten we dat organiseren,etc...

-Hoeveel geld kunnen en willen we opbrengen, waar halen we het geld vandaan, etc.

Stroomversnelling

Het bod hebben we officieel 7 juni uitgebracht. Na maanden stilte kregen we uiteindelijk op 6 september een brief waarin De Wit zegt ons aanbod niet serieus te nemen, omdat het 'vaag' zou zijn. Als reactie hebben we afgelopen maandag 9 september met 50 60 mensen het kantoor van bouwbedrijf De Wit bezet. De actie verliep goed, en leverde uiteindelijk een gesprek op tussen ons, onze advokaat en De Wit en zijn advokaat.

Dit gesprek vond woensdag 11 september plaats. Na enige onduidelijkheden gaf De Wit ons de mogelijkheid een nieuw bod te doen onder de volgende voorwaarden: 1) Het bod moet goed financieel onderbouwd zijn (financile garanties dus). 2) Het bod moet gedaan worden door een rechtspersoon. 3) Hij wil het binnen 2 3 weken ontvangen. De Wit liet verder los dat ook de gemeente oren heeft naar het kopen van Vrankrijk, maar hij heeft toegezegd voorlopig eerst met ons te onderhandelen. Hij wil Vrankrijk niet op "de markt" gooien.

Sinds dit gesprek raken de gebeurtenissen in een stroomversnelling. Allereerst is daar het feit dat ook de gemeente genteresseerd is. Wat de werkelijke reden hiervan is, is ons nu nog niet duidelijk. Maar als het waar is, dan is dat zeker niet in ons belang. We denken dat de gemeente en smeris geen genoegen zullen nemen met een fijn gelegaliseerd en geregistreerd woonplezier van de huidige bewoners/sters.

Ten tweede lijkt het of De Wit serieus met ons in zee wil gaan. We hebben besloten het nogmaals te proberen. Het grootste probleem hierbij is de financiering. Om, zoals gezegd, niet afhankelijk te zijn van banken e.d. sturen we deze week een bedelbrief rond. We hopen door ondersteuning van groepen, potjes, panden en individuen een groot deel van het bedrag bij elkaar te krijgen. Dit in de vorm van giften, renteloze voorschotten of leningen.

Of het ons lukt om daadwerkelijk tot een aankoop te komen hangt, van de reacties op deze bedelbrief af. Er ligt een grote druk op onze schouders. We weten dat Vrankrijk in een uitzonderlijke positie zit; we hebben de steun en belangstelling van veel mensen. De strijd om het behoud van Vrankrijk kan zich nog erg gaan toespitsen. We zetten niet al onze troeven op een eventuele aankoop. Mocht het ooit zover komen, dan is onze strijd nog lang niet gestreden.

Dat we bovenstaande (interne) diskussies en gebeurtenissen nog niet eerder naar buiten hebben gebracht, ligt aan het feit dat we, hoewel niet helemaal verrast, toch door de brief van de eigenaar op 22 januari plotseling met de neus op de feiten werden gedrukt. We moesten veel inhalen aan gesprekken en diskussies. Bovendien wilden we niet ook nog eens de aandacht van grote projectontwikkelaars op ons vestigen door publicaties in de pers. Kortom, we waren er nog niet klaar voor.

Bewoners/sters Vrankrijk

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991