Vrije Keyser Magazine (NN #91) van 22 augustus 1991
STADSGUERRILLA
Jack herinnerde zich ineens zijn oude buurthuis. Het honk was een bron van gratis faciliteiten. Met frisse moed beende Jack terug naar de Staatsliedenbuurt. De aktie joeg door zijn lichaam. Hij kon niet wachten tot de vergadering vanavond in de Lange Niezel.
"BUURTBEWONERS! WE NEMEN HET NIET MEER! LAAT UW HOND OVERAL OP STRAAT SCHIJTEN! DE GEMEENTE MOET EERST ONZE HUIZEN OPKNAPPEN!"
Keurig kopieerde Jack deze tekst in het wijkcentrum. Het was zijn nieuwste taktiek uit het grote RAFİboek. De meeste direkte vorm van Biologische Stadsguerrilla was natuurlijk het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen. Mens tegen mens. Je hoefde alleen maar een balletje op te gooien en een heel Heizel brak los. Gewoon het hek van de dam halen, een startschot geven en het voortouw nemen. Door een simpel pamfletje werd onmiddellijk verdeeldheid gezaaid in de buurt.
Nu zou het tot een treffen komen tussen hondenbezitters en hondenhaters. Om het resultaat wat te bespoedigen haalde Jack alvast emmers vol keutels uit andere buurten. Hij strooide ze rond in zijn eigen wijk. Hier moesten ze wel in trappen, dacht Jack. De onvrede was gezaaid.
Om de eindstrijd te bevorderen kon hij natuurlijk ook over gaan tot het uitroken van yuppiebunkers. Of her en der een blok zonder stroom zetten. De Yuppies konden niets zonder stroom. Een storing en hun computerfiles waren gewist. Ze werden in een klap teruggeworpen naar het stenen tijdperk. Na de chaos van de storing zouden de Yuppies maanden in de weer zijn met gebruiksaanwijzingen om de apparaten hun wil op te leggen. Het was een fluitje van een cent om die gasten uit hun tent te lokken.
Jack amuseerde zich rot. Hij kreeg echt zin in de vergadering. Fijn wat vastgeroeste autonomen opjutten met nieuwe akties.
Diana Ozon's satirische roman Kraker Jack verschijnt najaar 1991 bij in de Knipscheer