Naar archief

Vrije Keyser Magazine (NN #91) van 22 augustus 1991    

Ypinga en de securitate   

Macht, macht en nog eens macht. Daar gaat het om in deze wereld. Leer een wijze les. Niemand heeft macht over niemand, zo was het toch?   

1.  

Boekarest, augustus 1990. Het Plein van de Universiteit is vol mensen, die diskussiëren over hoe het verder moet. Over verrader en president Jon Iliescu en zijn Front voor Nationale Redding. Over de getruukte 'Revolutie'; de door dissidente militairen, politici en opstandige leden van Ceausescu's geheime dienst Securitate geörkestreerde staatsgreep die 'ons in het Westen' zo prominent als volksopstand gepresenteerd werd. Over de volstrekt lege winkels; het gebrek aan letterlijk alles.  

Drie maanden daarvoor, in mei, had Iliescu in een dramatische oproep het volk van Roemenië gevraagd om de straten van Boekarest te zuiveren van het gespuis: de protesterende studenten en arbeiders die échte veranderingen probeerden af te dwingen; ze namen niet langer genoegen met oude wijn in nieuwe zakken. Honderden, misschien wel duizenden mijnwerkers uit de steenkolenbekkens van Transsylvanië gaven aan die oproep gehoor.  

Geleid door wat kennelijk als arbeiders vermomde agenten van de opnieuw leven ingeblazen Securitate waren, trokken ze gewapend met houten knuppels en ijzeren staven door de straten van Boekarest, en sloegen iedereen in elkaar die hen verdacht voorkwam. De belangrijkste studentenleiders werden na het in elkaar slaan afgevoerd naar het politiebureau, waaruit ze pas enkele maanden en na grote diplomatieke druk uit het buitenland (vooral Nederland, Duitsland en de VS) werden vrijgelaten.  

Op het Plein toont een jongeman ons zijn littekens: een diepe snee boven het linker oog; op het hoofd. Striemen op de rug: "Dat hebben de mijnwerkers gedaan toen ze me in elkaar sloegen". Hij neemt ons mee naar de plaatsen waar driekwart jaar eerder de strijd gestreden was. Het paleis waarvandaan Ceausescu aanvankelijk per helikopter wist te ontsnappen. We zagen hoe alle gebouwen rond het paleis met zwaar mitrailleurvuur waren verwoest. Overal kogelgaten en zwart geblakerde etages. Alleen dat ene; het hoofdkwartier van de Conducator, Vader des Vaderlands Nicolae Ceausescu, had geen enkele zichtbare schade opgelopen.  

"Hoe kan dat?", vroegen wij onze gids. "Simpel. Niet alleen Ceausescu, maar ook Iliescu en anderen die later op zouden duiken in het Front voor Nationale Redding waren in het gebouw aanwezig toen de pleuris uitbrak. Als ze dat zootje ook in de prak hadden geschoten, zouden ze misschien de gedoodverfde nieuwe leiders vermoord hebben. Dan was hun staatsgreep alsnog een Revolutie geworden, en dat was kennelijk niet de bedoeling. Nee, we zijn verraden. Meteen na de revolutie hadden we al een vermoeden; toen de mijnwerkers kwamen wisten we het zeker. Het Front voor Nationale Redding is een dekmantel voor de Communistische Partij van Roemenië. De Communistische Partij van Roemenië loopt aan de leiband van de KGB, die hand- en spandiensten verleende bij de voorbereidingen van de staatsgreep. Waarom was Iliescu anders een paar maanden daarvoor nog in Moskou? En waarom hebben de Ceausescu-getrouwen als één van hun eerste strijddoelen de KGB-vleugel van de Russische ambassade verwoest?"  

Onze gids is niet de enige met dergelijke twijfels. We hebben in Roemenië niemand anders gevonden die er anders over denkt. Dat is eigenlijk de enige verandering: dat men zonder gevaar voor arrestatie met buitenlanders kan spreken, zelfs z'n ongenoegen uiten. Maar daarmee komen de winkels niet vol, worden de ratten niet verjaagd uit de straten van Boekarest, wordt het leven in Ceausescu's gruwelijk grauwe woonkazernes er niet aangenamer op. 

Ook nu nog ontvangen we post uit Roemenië. De inhoud is voorspelbaar: "Er is sinds jullie hier waren nog niets veranderd. Het is eigenlijk alleen nog maar slechter geworden". Het Plein van de Universiteit zal wel leeg zijn. Net als de winkels. De mijnwerkers hebben het laatste revolutionaire elan eruit geranseld. Studentenleider Marian Munteanu is vrijgelaten en geniet de officieuze bescherming van de Nederlandse ambassadeur in Boekarest. Een asielaanvraag voor Nederland wordt overwogen...  

2.  

Op 26 oktober 1985 wordt, midden in de nacht, Hans Kok onder toezicht van politie en justitie ter aarde besteld. Hij is overleden in een cel op het Am*damse Hoofdbureau van Politie; onder verdachte omstandigheden. Volgens de politiewoordvoerder is Hans overleden aan een fatale kombinatie van alcohol- en druggebruik. Hij werd de dag daarvoor met enkele tientallen anderen opgepakt bij de ontruiming van een etage in de (destijds gevreesde) Staatsliedenbuurt.  

Tijdens die ontruiming was de politie vanaf het pand urenlang bestookt met bakstenen, dakpannen, balken, een raamkozijn-met-glas en wat dies meer zij. Eerder op de dag was, bij de herkraak van het pand, al een kraker door een politie-agent beschoten (en in de arm geraakt); de stemming over en weer was danig opgefokt. Weinigen waren dan ook bereid de simpele verklaringen van de voorlichter te geloven; binnen een uur na de bekendmaking van Hans' overlijden sloeg er een vlam in de pan die eerst dagenlang zou branden en daarna nog af en toe opflakkerde. Demonstraties, veldslagen met de Mobiele Eenheid, nachtelijke brandstichtingen, ingekeilde ramen.  

Onder die druk leek het Gezag te bezwijken. Er kwamen officiële onderzoeken naar de doodsoorzaak, en die onderzoeken leverden inderdaad onregelmatigheden op. De arrestanten hadden de nacht door moeten brengen op een betonnen brits in een ijskoude cel, zonder matras of dekens. De politiemannen die de ontruiming hadden gekoördineerd en uitgevoerd namen 's nachts in het cellenkomplex de macht over:zij bepaalden of er wel of geen dokter bij de arrestanten mocht, belemmerden de advokaten de toegang, beslisten dat er geen dekens en matrassen verstrekt dienden te worden, schakelden de verwarming uit en de aanzuiger voor koude buitenlucht aan.  

De diverse officiële onderzoeken openbaarden dit alles genadeloos en zéér minutieus, althans, aan hen die de moeite namen de paar duizend pagina's ambtelijke onderzoekstaal regel voor regel door te worstelen. Er werden zelfs maatregelen getroffen. Aktievoerders die na de fatale datum gearresteerd werden, merkten tot hun verbazing dat de politie haar eigen regels ineens een stuk beter naleefde. Er kwam een officiële klachtenkommissie voor politie-optreden. Maar ook: de adjudant van politie onder wiens verantwoordelijkheid Hans was gekrepeerd werd niet eens ontslagen, laat staan gestraft.  

Ed van Thijn bleef burgemeester van Amsterdam, Frits Korthals Altes minister van justitie. En Hans Kok bleef een drugsdode. Immers: de andere arrestanten hadden hun 'speciale behandeling' wél overleefd. Waarna, op enkele oprispingen na, het protest tegen de politie uiteindelijk als een nachtkaars uitging. Men ging over tot de dingen van de dag: Makro-branden, Shell uit Zuid-Afrika, Kedichem en de fascistenbestrijding. Met die matrassenverstrekking in het cellenblok van het Am*damse Hoofdbureau van Politie zal het inmiddels ook wel niet meer zo'n vaart lopen...  

3.  

'Niemand macht over niemand'; het credo van de politieke strijd. Een oudbakken credo bovendien: wie het hanteert heeft bewezen niets van de geschiedenis begrepen te hebben. Wie de macht aantast (of zelfs afbreekt) dient zich op voorhand al te realiseren dat velen staan te trappelen om het ontstane vacuüm op te vullen (Roemenië). Wie de macht uitdaagt om haar zo aan het wankelen te brengen, moet er rekening mee houden dat zij zich in alle mogelijke en onmogelijke bochten zal wringen om het evenwicht te herwinnen (Hans Kok).  

In de loop der geschiedenis zijn de machten op deze aarde reeds talloze malen omvergeworpen, maar even zo vaak weer vervangen door anderen; even onderdrukkend als wat vooraf ging. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de essentie van het begrip macht. Macht kan men slechts op twee manieren verwerven. Men kan haar veroveren met behulp van wapens. Nadeel is daarbij, dat zij doorgaans slechts gekonsolideerd kan worden met behulp van diezelfde wapens: de repressie is een feit. Genomen macht zal altijd betwist worden: door hen van wie zij afgenomen werd, of door degenen die denken haar nóg beter te kunnen hanteren.  

De andere vorm van machtsverwerving is een totaal andere. Het is de macht die door anderen gegeven wordt: die men in jouw handen legt omdat men vertrouwen heeft in de manier waarop je haar zult uitoefenen. Hierbij bedoel ik geen verkiezingen: die zijn niets anders dan de eerstgenoemde wijze van machtsverwerving, waarbij de geweerlopen vervangen zijn door een geperfektioneerd systeem van bedrog, manipulatie en vriendjespolitiek. Immers, zodra de met behulp van verkiezingen verworven macht zich uitgedaagd voelt, worden de geweren van stal gehaald om de uitdager het hoofd te bieden.  

Aan gegeven macht valt echter niet te tornen. Wie degene aanvalt die zijn macht gekregen heeft van anderen, zal juist die anderen tegenover zich treffen om de aanval af te slaan. Gegeven macht kan ook niet misbruikt worden. Degenen die uit vrije wil en goed vertrouwen macht over zich lieten uitoefenen zullen dat vertrouwen verliezen, en zich onmiddellijk bedenken; zich aan de macht onttrekken. Slechts de geweren (lees: repressie) kunnen daar nog iets aan veranderen, maar gegeven macht is dan genomen macht geworden.  

4.  

De 'Revolutie' in Roemenië was een strijd tussen de zittende -en inmiddels krankzinnig geworden- macht van de Ceausescu-kliek enerzijds, en de macht van dissidente communisten, militairen en veiligheidsagenten die de waanzin van hun baas beu waren anderzijds. Het Roemeense volk werd gebruikt als bliksemafleider, om de coup een akseptabel tintje te geven.  

De rellen die uitbraken rond de dood van Hans Kok waren niets anders dan een heftige uiting van de machteloosheid die men voelde, toen duidelijk werd dat ook in Nederland de macht vernietigend uithaalt tegen rebellie die haar wezen dreigt aan te tasten, zoals destijds gebeurde in de Staatsliedenbuurt. Het overlijden van Hans was niets anders dan een katalysator; een kapstok die met alle opgekropte woede, frustratie en onmacht behangen kon worden. Slechts de vrienden van Hans, een handjevol, had verdriet om zijn dood. De anderen zagen het slechts als een uitgelezen mogelijkheid om de frustraties uit te leven die het aantasten van de macht nu eenmaal oplevert.  

Het is vervelend om te moeten konstateren, maar het is een mechanisme dat men in vrijwel alle (politieke) akties over de gehele wereld kan terug vinden. De akties vinden altijd tégen iets plaats, meestal de macht, soms iets anders. Als men ergens vóór is, dan kan dat altijd teruggevoerd worden op iets waar men tegen is. Men wil de tiran verdrijven, en is dus vóór vrijheid en demokratie. Intussen is men zelf vrij noch demokratisch, maar kwaad en strijdbaar. Woede maakt onvrij omdat ze verblindt en het zicht op de mogelijkheid voor iets anders te kiezen wegneemt. Woede ligt té dicht bij haat om zinvol te zijn in de strijd voor rechtvaardigheid.  

In Roemenië heeft een groot deel van het volk in één keer begrepen waar het om draaide. Het koos weliswaar in min of meer getruukte verkiezingen Jon Iliescu tot president, maar weigerde vervolgens aan diens 'hervormingen' mee te werken: de landbouw-koöperaties spatten uit elkaar en boeren produceren nog slechts voor zichzelf en de zwarte markt. De arbeiders gooiden het bijltje er definitief bij neer en gingen en masse op hun gat zitten. En Iliescu moet het inmiddels gemerkt hebben, zeker na de storm van kritiek die hij oogstte na de komst van de mijnwerkers naar Boekarest: als het volk de macht massaal begint te negeren, valt zij niet langer zonder geweren uit te oefenen.  

Dat moge een les zijn voor de Nederlandse situatie: zolang het grootste deel van de bevolking zich neerlegt bij de macht van Lubbers, Philips en Shell is het omverwerpen van die macht niets anders dan een ordinaire staatsgreep, hoe die dan ook uitgevoerd moge zijn. Zelfs het uitdagen van die macht is slechts legitiem als er op de een of andere manier een draagvlak voor bestaat onder degenen die aan de macht onderworpen zijn (lees: het volk).  

Wie misstanden bestrijdt die niet door zeer velen als misstand ervaren worden, mist dat draagvlak. Alvorens de strijd aan te gaan, dient men dus duidelijk te maken waarom nu eigenlijk gestreden wordt. Men kan dat slechts als men dat voor zichzelf volstrekt duidelijk heeft: wie niet in zichzelf gelooft zal nooit een ander overtuigen. Wie strijd voert zonder zich eerst te verzekeren van draagvlak zal nooit serieus genomen worden door degenen voor wie men zegt te strijden: ze geloven je eenvoudig niet.  

Na de dood van Hans Kok zeiden de demonstranten dat ze een 'onafhankelijk onderzoek' wilden. De macht stond het toe; als manipulatieve toegeeflijkheid om de rellen te stoppen, maar óók omdat ze wist dat haar argumenten het volk uiteindelijk zouden overtuigen. Waar de aktievoerders spraken over 'de moord op Hans Kok', sprak de macht over een 'tragisch en diep te betreuren bedrijfsongeval', en natuurlijk had de macht gelijk. Als het lichaam van Hans niet was verzwakt door jarenlang afbeulen met zuipen, snuiven en slikken, dan had hij net als zijn mede-arrestanten nog geleefd.  

Maar áls, áls. Als er op tijd een dokter was geweest, dan had Hans ook nog geleefd. Als de stokoude Ceausescu niet vermoord was, had hij zeker binnen korte tijd vanzelf het loodje gelegd en was de Roemeense diktatuur vermoedelijk ingestort. Het heeft geen zin te spekuleren over wat had kunnen gebeuren als iets anders niet gebeurd was. Slechts één ding weten we zeker: Hans stierf omdat het zijn tijd was. Ceausescu idem dito. Zo zal het ook de macht vergaan: zij zal slechts verdwijnen als het haar tijd is, als zij overbodig geworden is.  

5.  

Laat de macht waar zij is. Negeer haar; onttrek je eraan. Geef je niet over aan spelletjes die tot doel hebben haar uit te dagen; haar wezen dwingt haar je te vernietigen, en dat zal haar uiteindelijk ook lukken. Kreëer je eigen leven, verdiep je eigen bewustzijn buiten de macht om. Toon aan dat je de macht niet nodig hebt om te leven, te vormen, te leren, gelukkig te zijn, lief te hebben en geliefd te worden. Laat zien dat het beter is zélf de verantwoordelijkheid over je leven te nemen, en laat vooral zien dat je die verantwoordelijkheid aan kan zonder hem in handen van anderen te leggen. Geef geen macht weg; behoudt haar zelf. 

Als dat allemaal gelukt is, zul je zien dat de macht zichzelf opheft, omdat ze overbodig is geworden. Dan kunnen eindelijk de geweren omgesmolten worden; niemand heeft macht over niemand. Want dat was toch het streven? Of niet soms...?  

Willem 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1991